id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.708 Rolnummer: A. 198181/XII-6409 Zaak: Arrest 209708 - Overheidsopdrachten - 14/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-16 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:32 Fiche Arrest nr 209.708 van 14 december 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 209.708 van 14 december 2010 in de zaak A. 198.181/XII-6409 In zake: de NV FIRE TECHNICS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerard Soete kantoor houdend te Oostende Kerkstraat 8 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Leopold Schellekens kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV VANASSCHE FIREFIGHTING ENGINEERING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Honoré kantoor houdend te Kortrijk President Kennedypark 4A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 9 november 2010, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 18 oktober 2010 waarbij de opdracht voor de levering van bosbrandtankwagens wordt toegewezen aan nv Etn. Pol Vanassche & Cie. XII-6409- 1/26 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 december 2010, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gerard Soete, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Evelien De Raeymaecker, die loco advocaat David D’Hooghe verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Nele Vercruysse, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken schrijft onder de vorm van een algemene offerteaanvraag een overheidsopdracht uit voor de levering van bosbrandtankwagens alle terrein. De alle terrein bosbrandtankwagen is bestemd voor de Belgische hulpdiensten en strekt ertoe drie personen, alsook het nodige materieel naar de interventieplaats te brengen. Het betreft een compact voertuig dat ertoe geconstrueerd is bos- en heidebranden te bestrijden. Op het onderstel wordt een XII-6409- 2/26 bovenstructuur geïnstalleerd die compartimenten om het materiaal op te bergen, een watertank en een hydraulische installatie bevat. 3.2. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie van 24 juli 2008. Het toepasselijke bijzonder bestek maakt betreffende de kenmerken waaraan het voertuig moet voldoen uitdrukkelijk een onderscheid tussen de criteria die door de aanbestedende overheid als essentieel worden beschouwd en die worden opgesomd in het eerste deel van de technische specificaties en de criteria die positieve beoordelingselementen vormen en die worden opgesomd in het tweede deel van de technische specificaties. Het bestek verduidelijkt dat indien de offerte van de inschrijver niet voldoet aan de vereisten in het eerste deel, de offerte uit de verdere gunningsprocedure wordt geweerd. De criteria vermeld in het tweede deel leveren, voor zover de inschrijver eraan tegemoet komt, een voordeel op ten opzichte van andere inschrijvers. Vóór de opsomming van de essentiële vereisten bevat het bestek nog de volgende algemene opmerking: “1. de inschrijver dient aan zijn offerte de documenten toe te voegen die zijn voorstel verantwoorden. Deze documenten zijn aangeduid in de kolom (*) door het cijfer waaronder ze zijn opgenomen onder punt 3. 2. Indien de inschrijver beweert dat zijn offerte die niet voldoet aan een in het bestek vereiste nationale of internationale norm, gelijkwaardig is aan de beschouwde norm dienen de nodige stukken die deze gelijkwaardigheid aantonen, bij de offerte te worden gevoegd. 3. Indien de gevraagde stukken niet werden bijgevoegd, of niet afdoende het voorstel van de inschrijver staven, loopt de inschrijver het risico uit de verdere procedure te worden geweerd (bij de essentiële vereisten) dan wel om geen punten te worden toegekend voor een bepaald criterium (bij de voordeelcriteria)”. Onder punt 1.14 van de technische bepalingen van het bestek worden de volgende essentiële vereisten opgesomd: XII-6409- 3/26 “1.14 De lier Karakteristieken of Eisen (*) kenmerken 1.14.1 Type Draagbaar 8 Voor zwaar gebruik 8 Met geleidingsvenster 8 1.14.2 Bevestiging aan het Loskoppelbaar - voertuig 1.14.2.1 Posities Centraal 25 Voor- en achteraan het voertuig 25 1.14.2.2 Plaatsing Mogelijk met 2 of 3 personen 8 1.14.3 Gebruik 1.14.3.1 Functionerings- Versnellingbak in neutraal - voorwaarde 1.14.3.2 Lier vooraan Gebruik enkel mogelijk met 23 ingeklapt beschermrooster 1.13.5 1.14.3.3 Vrijloopkoppeling Aanwezig - 1.14.3.4 Automatische rem Aanwezig 8 1.14.3.5 Bediening Vanuit de cabine 8 1.14.3.6 Gewicht (zonder kabel) Zo laag mogelijk 1-8 1.14.4 Trekkracht ≥ 50 kN op elke kabellaag 8 Beschikbaar voor de bruikbare 8 lengte van de kabel zonder oververhitting van de aandrijving 1.14.5 Kabel - 1.14.5.1 Bruikbare lengte ≥ 20m 1-8 Aangeduid 23 1.14.5.2 Diameter ≥ø 10 mm 1-8 1.14.5.3 Getorst Bestand tegen het meermaals 8 opwinden op de trommel 1.14.6 Veiligheidsfactor ≥ 1,5 1-8 1.14.7 Voeding Loskoppelbaar 23 Hydraulisch of - Elektrisch (24V) 10 1.14.8 Veiligheid Beveiligd tegen oververhitting 14 1.14.9 Geleidingsvenster Met 4 rollen 8 1.14.10 Haak Vervangbaar 8 Met veerslot sluiting 8 1.14.11 Duidelijke instructies Aanwezig in de cabine - voor het gebruik Aanwezig op de lier - XII-6409- 4/26 Onder meer wat de vereiste trekkracht en bruikbare lengte van de kabel betreft dienen de inschrijvers luidens een verwijzing bij de betrokken besteksposten (blz. 51) onder meer “gedetailleerde en gedocumenteerde technische informatie” bij de offerte te voegen. (de nummers 8 en 1-8, blz. 61 van het bestek). 3.3. Slechts twee inschrijvers dienen op 7 oktober 2008 tijdig een offerte in, namelijk de nv Etn. Pol Vanassche & Cie en de nv Fire Technics. 3.4. In het kader van het onderzoek naar de regelmatigheid van de inschrijvingen zendt de aanbestedende overheid op 17 december 2008 een schrijven aan de nv Etn. Pol Vanassche & Cie, met de vraag om bijkomende documenten en informatie over de volgende aspecten: “Punt 1.9.1: Bevestiging op het chassis: Welk merk is uw opbouw? Punt 1.14.3.6: gewicht (zonder kabel): Het gewicht hier naakt, is dat zonder kabel? Punt 1.14.4: trekkracht: Kan deze lier 22 m continu op vollast werken?” Wat de offerte van de nv Fire Technics betreft zendt de aanbestedende overheid eveneens op 17 december 2008 een vraag om bijkomende documenten en informatie over de volgende aspecten: “Punt 1.9.4.1: Draagvlakken materiaal: Welk merk is uw modulair systeem? Punt 1.14.2: bevestiging van het voertuig: Wat is de doorwaadbaarheid van deze lier? Punt 1.14.3.6: gewicht (zonder kabel): Hoeveel weegt de lier zonder kabel? Punt 1.14.4: trekkracht: Kan deze lier 24,1 m continu op vollast werken? Punt 1.14.7: voeding: Hoe gaat u de amps voorzien bij vollast van 18.000 lb of 8165 kg?” 3.5. Bij schrijven van 18 december 2008 maakt inschrijver nv Etn. Pol Vanassche & Cie zijn verduidelijkingen over aan verwerende partij. XII-6409- 5/26 Specifiek voor wat de vraag betreft inzake de trekkracht van de lier beantwoordt nv Etn. Pol Vanassche & Cie de vraag van verwerende partij als volgt: “1.14.4 trekkracht De voorgestelde hydraulische lier is geschikt om continu op vollast te werken over de volledige lengte van de kabel van 22 meter. Aandacht: Precies om deze reden hebben wij een hydraulische lier aangeboden. De elektrische versie van deze lier kan slechts op vollast werken over een kabellengte van 2 (twee) meter. Zie onze offerte: - blz. 384-385 - blz. 437-438 en 439 Zie bevestiging leverancier – blz. 440 van onze offerte. Wij wensen er heel bijzonder uw aandacht op te vestigen dat een lier aangedreven door een elektromotor die gevoed wordt door de batterijen van het voertuig niet voldoet aan de essentiële vereisten opgesomd in deel III (Technische bepalingen) van het lastenkohier. Elke offerte waarin een dergelijke lier wordt aangeboden dient daarom overeenkomstig de bepalingen in Deel I, § 6.3 van het lastenkohier uit de verdere gunningsprocedure te worden geweerd”. 3.6. Bij schrijven van 12 januari 2009 maakt inschrijver nv Fire Technics de volgende verduidelijkingen inzake de trekkracht van de lier aan verwerende partij over: “Punt 1.14.4: trekkracht: De aangeboden lier kan conform het bestek op 24.1 m minstens 5000 kg trekken (5376 kg). Zie offerte pag. 97. Punt 1.14.7: voeding De windas moet om minstens 5 Ton te trekken ca. 120 A leveren, voor de maximale treklast ca 278,2 A. Gezien het trekken met een lier slechts enkele minuten duurt, kan het batterijsysteem van het voertuig zonder problemen het vermogen tijdens het trekken leveren. Een batterij levert tot 500 A. Na het trekken zal de alternator van het voertuig de batterij onmiddellijk opladen”. 3.7. Vervolgens blijkt verwerende partij zich nader te hebben geïnformeerd bij een leverancier van dergelijke lieren, meer bepaald bij Wiegel XII-6409- 6/26 Transport Equipment die ook de leverancier is van de door verzoekende partij aangeboden lier van het merk Warn in België over de vraag welk type lier, een elektrisch of hydraulisch aangedreven model, het beste geschikt is voor gebruik op een bosbrandvoertuig. 3.8. In een schrijven van 2 februari 2009 dat verwerende partij aan haar dossier voegt, zet Wiegel het volgende uiteen: “Naar aanleiding van ons gesprek tijdens mijn bezoek op 29 januari j.l. waar u ons advies hebt gevraagd welke type lier tussen een elektrisch of hydraulisch aangedreven model het beste geschikt is voor gebruik op een bosbrand voertuig geven wij u ons advies als volgt; Het voertuig: type Unimog U400, beschikt over een PTO aansluiting en de nodige hydraulische installatie tbv de eventuele aandrijving van een hydraulische lier. De elektrische installatie beschikt over een gewone start batterij met een totale capaciteit van l25Ah. De lier: volgens het lastenboek van uw klant (FOD), moet de lier de kabel kunnen oprollen en dit zonder onderbreking over een lengte van 22 meters en met een last van 5 (vijf) ton moeten trekken. Hier hebben wij twee opmerkingen: 1) de Industriële lieren van Warn beschikken over een veiligheid die de motor van de lier automatisch uitschakelt bij te hoge temperaturen. Volgens de fabriek gegevens beschikt de lier over een motor van het type S2. Onder een last van +/-5,4Ton gaat de motor stoppen naar 2,4 minuten gebruik en afkoelen gedurende 10 minuten. Aan een snelheid van 1,8 meter / min zal de lier een kabellengte van 4,32 meter opgerold hebben. Ook moet rekening gehouden worden dat, wanneer de motor terug gaat werken, deze toch nog een bepaalde warmte heeft en zal dan ook in een mogelijke kortere tijd terug in veiligheid gaan. 2) Het verbruik van de motor onder een last van 5,4 ton is 210A. De originele alternator zou volgens u op dat moment het vermogen van 80 A kunnen leveren waarvan 45 A aan de batterij geleverd wordt .Aangezien de motor van de lier tien minuten moet rusten lijkt het ons mogelijk een elektrische lier te kunnen gebruiken mits draaiende motor van het voertuig. Toch, gezien dat de batterij van het voertuig maar over 125 Ah beschikt lijkt ons dit niet aan te raden. XII-6409- 7/26 3) De onderdompelbaarheid van de lieren is in het algemeen van korte duur behalve Severe lieren van het type S 18 (24V) PN 75503 is uitgerust met silicone dichtingen en is dus waterproef tot maximum 1,8 meter. 4) Een hydraulische lier is al beter geschikt tegen water en kan gemakkelijker afgedicht worden tegen meerprijs. Bij een elektrische lier bestaat ook deze mogelijkheid, toch is deze operatie moeilijker en duurder door de elektrische motor. Geconcludeerd wordt dat een hydraulische lier wanneer er toch een hydraulische installatie aanwezig is, de beste keuze is. 3.9. Bij aangetekend schrijven van 23 maart 2009 vestigt verwerende partij aldus nogmaals de aandacht van verzoekende partij op de problematiek: “Ik vestig uw aandacht op het feit dat we nog steeds geen antwoord hebben gekregen op onze twee vorige mails dat bij het ontbreken van één van deze gevraagde documenten of informatie tot niet-conformiteit van uw ingediende offerte zal leiden. Document B,1. Essentiële vereisten: In §1.14.5.1 van uw offerte beweert u dat de bruikbare lengte van de lier 24,1 m is. In § 1.14.4 van uw offerte beweert u dat u een trekkracht van tenminste 50 kN kan garanderen. Graag had ik de officiële bevestiging gehad van de constructeur van uw aangeboden lier (niet de invoerder!) of uw aangeboden lier, zonder oververhitting, over een continue lengte van 24,1 m en met een trekkracht van tenminste 50 kN, kan worden gebruikt? In bijlage de antwoorden van Wiegel (2 verschillende personen). Deze beide antwoorden zijn incongruent met het antwoord van Fire-Technics”. 3.10. Bij aangetekend schrijven van 27 maart 2009 beantwoordt verzoekende partij voormeld schrijven als volgt: “Wij bevestigen de inhoud van ons schrijven GDS/IV/011 dd. 12/01/2009, onder punt 1.14.4 Trekkracht. Het kan zijn dat een hydraulische lier beter is dan een elektrische lier doch dit is NIET het voorwerp in het bestek, maw een hydraulische lier heeft niet de voorkeur op een elektrische lier (geen meerpunten)”. XII-6409- 8/26 Voor het overige verwijt verzoekende partij in dit schrijven verwerende partij dat haar offerte besproken zou zijn geweest met de concurrentie. 3.11. Bij aangetekend schrijven van 16 april 2010 nodigt verwerende partij verzoekende partij uit om een ‘performance test’ te doen van de door haar aangeboden elektrische lier om na te gaan of de prestaties van die lier zoals vermeld door verzoekende partij in haar brief van 27 maart 2009 werkelijk gehaald worden. Verzoekende partij stemt in met dergelijke test, doch vraagt een voorstel van verwerende partij voor de vergoeding van deze kosten. Verwerende partij vraagt van verzoekende partij dat zij een redelijke offerte zou overmaken inzake de kosten. Aangezien het voorstel van verzoekende partij uitblijft, vestigt verwerende partij bij aangetekend schrijven van 14 juli 2009 er de aandacht op dat verzoekende partij het risico loopt om niet conform te worden beschouwd indien men niet in staat is te verifiëren of hetgeen verzoekende partij aanbiedt voldoet aan de essentiële specificaties in het bestek. Bij brief van 13 augustus 2009 deelt verzoekende partij mee dat de kostprijs van de test 23.898 euro bedraagt. Uiteindelijk wordt de ‘performance test’ niet uitgevoerd omdat de vergoeding van de kosten die verzoekende partij hiervoor vraagt van verwerende partij te hoog wordt geacht. 3.12. In een aangetekend schrijven van 21 september 2009 vestigt verwerende partij de aandacht van verzoekende partij op de besteksbepaling die stelt dat de inschrijver aan zijn offerte de documenten dient toe te voegen die zijn voorstel verantwoorden en wordt verzoekende partij gevraagd om tegen uiterlijk 30 september 2009 een volledig dossier over te maken waaruit blijkt dat de door haar voorgestelde lier en haar montage voldoet aan de minimale vereisten van het bestek. XII-6409- 9/26 3.13. In haar antwoordschrijven stelt verzoekende partij dat zij het schrijven van verwerende partij niet begrijpt omdat zij reeds ten overvloede heeft bevestigd dat haar offerte conform is aan de eisen van het bestek en de noodzakelijke technische documenten bij de offerte zijn gevoegd. 3.14. Bij aangetekend schrijven van 16 oktober 2009 merkt verwerende partij op dat verzoekende partij in haar antwoord nogmaals enkel affirmeert dat haar offerte conform is maar dat er geen rechtvaardiging wordt bijgevoegd. In dit schrijven wordt verzoekende partij een laatste maal verzocht de gevraagde inlichtingen vóór 15 november 2009 te bezorgen. 3.15. Bij schrijven van 14 november 2009 maakt verzoekende partij een schrijven over van Wiegel waaruit volgens haar zou blijken dat Wiegel aangeeft dat de door verzoekende partij aangeboden lier conform is met de eisen vastgesteld in het bestek. In het administratief dossier lijken zich twee verschillende versies van dit schrijven te bevinden: stuk 24 en stuk 26. 3.16. Bij aangetekend schrijven van 9 december 2009 beantwoordt verwerende partij voormeld schrijven van verzoekende partij als volgt: “In antwoord op [mijn] schrijven ontving ik uw schrijven van 14 november 2009 met daarbij ingesloten een brief van de firma Wiegel Benelux waarin zij niet bevestig[t] dat de aangeboden lier en de door U voorgestelde montagewijze conform is met het lastenboek 1.14.4 zijnde trekkracht > 50 KN op elke kabellaag en beschikbaar voor de bruikbare lengte (> 20
- m)van de kabel zonder oververhitting van de aandrijving. Daarenboven stelt de firma Wiegel dat de voorkeur dient gegeven te worden aan een hydraulische lier en geen elektrische zoals U voorstelt. Tenzij U mij voor 31 december 2009 een attest bezorg[t] getekend door de firma Wiegel waarin zij onderbouwd door een dossier, expliciet bevestigen dat de aangeboden lier en haar voorgestelde montagewijze conform is met de voorschriften 1.14.4 van het lastenboek, ga ik er van uit dat uw offerte niet conform is”. XII-6409- 10/26 3.17. Bij schrijven van 31 december 2009 stelt verzoekende partij in essentie dat in de brief van Wiegel klaar en duidelijk staat dat haar lier conform is aan de eis van de overheid en dat de aanbestedende overheid aldus het gevraagde certificaat heeft gekregen. Verder voegt verzoekende partij daar nog aan toe: “Aan de opmerking van de firma Wiegel, een hydraulisch aangedreven windas is beter dan een elektrisch aangedreven windas, kunnen wij tegemoe[t] komen door, zonder prijsaanpassing, een electro/hydraulisch aangedreven windas aan te bieden met dezelfde kenmerken als deze door ons aangeboden. Deze tegemoe[t]koming wil in geen geval beduiden dat onze oorspronkelijke windas niet conform is”. 3.18. Vervolgens neemt verwerende partij opnieuw zelf contact op met de firma Wiegel inzake haar beweerde verklaring met betrekking tot de conformiteit van de lier met het bestek. In een e-mail van 15 januari 2010 stelt een medewerker bij Wiegel het volgende: “U kunt zien dat deze lier op de gewenste 20 mtr op de eerste 3 lagen een trekkracht van minimaal 5000 kg ter beschikking heeft. Deze lier is thermisch beveiligd en zal bij oververhitting uitschakelen. Deze lier motoren zijn goed voor S2 gebruik. De lier zal bij vollast ca 4.32 mtr trekken alvorens deze weer dient af te koelen. Deze gegevens variëren naar gelang de belasting. Het is aan u om te bepalen of deze lier conform uw bestek inzetbaar is”. 3.19. Bij e-mail van 5 februari 2010 maakt verwerende partij de voormelde e-mail over aan verzoekende partij met de vraag om reactie. In dit schrijven merkt verwerende partij op dat zij in de e-mail van Wiegel leest dat de lier, zoals door verzoekende partij gemonteerd, 4,32 meter zal trekken en dan zal stilvallen om af te koelen omdat ze oververhit is, dus niet trekt over de gehele bruikbare lengte. Gevraagd wordt om, indien dit een verkeerde interpretatie zou zijn, een duidelijke tegenargumentatie te bezorgen vóór 15 februari 2010. XII-6409- 11/26 3.20. Bij schrijven van 15 februari 2010 meldt verzoekende partij bij haar eerder ingenomen standpunt te blijven. Daarnaast wijst verzoekende partij naar haar voorstel om de windas te vervangen door een electro/hydraulisch aangedreven windas, en dit zonder prijsaanpassing. 3.21. Verwerende partij reageert op dit schrijven bij e-mail van 9 maart 2010 waarbij verzoekende partij wordt verzocht om verschillende technische specificaties en vragen inzake de alternatieve voorgestelde oplossing nader te verduidelijken. 3.22. Vervolgens worden blijkbaar de gevraagde verduidelijkingen echter niet door verzoekende partij bezorgd. 3.23. In de gunningsbeslissing van 18 oktober 2010 beslist verwerende partij om de opdracht inzake de levering van bosbrandtankwagens toe te wijzen aan de nv Etn. Pol Vanassche & Cie voor een bedrag van 250.654, 00 euro, btw niet inbegrepen, per bosbrandtankwagen. De overwegingen van deze gunningsbeslissing luiden als volgt: “Overwegende dat uit het onderzoek van de door de firma Fire Technics NV ingediende offerte en uit haar antwoorden (brief van de firma Fire Technics NV van 12 januari 2009) op de vragen naar bijkomende verduidelijkingen betreffende de punten 1.9.4.1. (draagvlakken materieel), 1.14.2 (bevestiging aan het voertuig), 1.14.3.6 (gewicht (zonder kabel)), 1.14.4 (trekkracht) en 1.14.7 (voeding) van deel III van het bijzonder bestek II/MAT/A21-214-07 niet duidelijk blijkt of de aangeboden lier voldoet aan de eisen gesteld in punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek II/MAT/A21-214-07; Overwegende dat op 23 maart 2009 een verduidelijking van de firma Wiegel (invoerder van de aangeboden lier) aan de firma Fire Technics N.V. werd gestuurd (bijlage 1) waaruit blijkt dat de “motor van de aangeboden lier onder een last van +/- 5,4 ton na 2,4 minuten gaat stoppen en afkoelen gedurende 10 minuten. Aan een snelheid van 1,8 meter zal de lier een kabellengte van 4,32 meter hebben opgerold” en de firma Fire technics NV uitgenodigd werd om een officiële bevestiging, opgesteld door de constructeur van de lier, voor te leggen waarin bevestigd wordt dat de XII-6409- 12/26 aangeboden lier zonder oververhitting, over een continue lengte van 24,1 meter met een trekkracht van tenminste 50 kN kan worden gebruikt; Overwegende dat de firma Fire Technics NV in haar brief van 27 maart 2009 de inhoud van haar brief van 12 januari 2009 bevestigt zonder bijkomende bewijzen (bevestiging opgesteld door constructeur van de lier) aan te brengen; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 16 april 2009 verzocht werd om vóór 1 juli 2009 een performance test van de aangeboden lier uit te voeren en dit om na te gaan of de prestaties van de aangeboden lier, zoals vermeld in haar offerte en bevestigd in haar brieven van 12 januari 2009 en van 27 maart 2009, gehaald worden; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 8 mei 2009 meldt dat zij akkoord gaat met het uitvoeren van een performance test maar tevens vraagt hoe de kosten van deze test zullen vergoed worden; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 18 mei 2009 telefonisch uitgenodigd werd om een redelijke offerte over te maken in verband met de kosten van de gevraagde performance test op de aangeboden lier; Overwegende dat op 14 juli 2009 nog geen voorstel was ingediend door de firma Fire Technics NV ondanks verschillende e-mails (24 juni 2009 en 1 juli 2009) waarin om concreet nieuws over de performance test op de aangeboden lier werd gevraagd; Overwegende dat de firma Fire Technics werd verzocht om voor 15 augustus 2009 een datum voor [te] stellen waarop de performance test kan doorgaan; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 13 augustus 2009 schrijft dat het uitvoeren van de performance test 23.899,00 EUR, exclusief BTW) zou bedragen; Overwegende dat aan de firma Fire Technics NV op 21 september 2009 wordt gemeld dat deze kosten in ruime mate het voor ogen genomen bedrag overschrijden en er nogmaals bij de firma Fire Technics NV op werd aangedrongen om tegen uiterlijk 30 september 2009 een volledig dossier over te maken waaruit blijkt dat de aangeboden lier en haar montage voldoen aan de minimale vereisten van het lastenboek en meer specifiek te bewijzen dat de aangeboden lier en haar montage conform zijn aan de eis gesteld in punt 1.14.4 van deel II van het bijzonder bestek II/MAT/A21-214-07; Overwegende dat de firma Fire Technics NV met haar brief GDS/IV/406 (gedateerd 13 augustus 2009) opnieuw enkel haar vorige beweringen affirmeert maar het gevraagde dossier met bewijsstukken niet voorlegt; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 16 oktober 2009 eens te meer wordt uitgenodigd om het gevraagde dossier voor 15 november 2009, onderschreven door de leverancier van de aangeboden lier, alsnog voor te leggen; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 14 november 2009 een niet-gedateerde brief uitgaande van de firma Wiegel, invoerder van de aangeboden lier, overmaakt waarin deze verklaart dat: “Kunnen wij bevestigen dat de lier conform is aan de eis van de Overheid, Het lastenboek 1.14 van de FOD onder punt 1.14.8 stipuleert duidelijk XII-6409- 13/26 “Beveiligd tegen oververhitting” Wegens deze reden geven wij de voorkeur aan een hydraulische lier, hierdoor kan de volledige kabellengte zonder restrictie en in alle omstandigheden gebruikt worden.” (bijlage 2); Overwegende dat de firma Fire Technics NV er op 9 december 2009 nog eens op gewezen wordt dat het ontvangen antwoord niet afdoende is en haar andermaal gevraagd wordt om tegen 31 december 2009 een attest te bezorgen, getekend door de firma Wiegel, invoerder van de aangeboden lier, waarin zij, onderbouwd door een dossier, expliciet bevestigen dat de aangeboden lier en haar voorgestelde montagewijze conform zijn met de voorschriften van punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek II/MAT/A21-214-07; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 31 december 2009 opnieuw gewoon verwijst naar haar brief van 14 november 2009 en ook meedeelt dat zij: “[om] aan de opmerking van de firma Wiegel, een hydraulisch aangedreven windas is beter dan een electrisch aangedreven windas, kunnen wij tegemoe[t] komen door, zonder prijsaanpassing, een electro/hydraulisch aangedreven windas aan te bieden met dezelfde kenmerken als deze door ons aangeboden. Deze tegemoe[t]koming wil in geen geval beduiden dat onze oorspronkelijke aangeboden windas niet conform is”; Overwegende dat de firma Fire Technics NV er op 5 februari 2009 opnieuw op wordt gewezen dat zij de gevraagde inlichtingen niet levert en haar een e-mail ter kennis wordt gebracht waarin de Directie van het Materieel en de Nieuwe Technologieën aan de firma Wiegel, invoerder van de aangeboden lier, uitleg vraagt en waarin de firma Wiegel in haar antwoord bevestigt dat de aangeboden lier 4,32 meter zal trekken en dan zal stilvallen om af te koelen omdat ze oververhit is (bijlage 3); Overwegende dat de firma Fire Technics NV wordt uitgenodigd om eventueel een duidelijke tegenargumentatie te laten geworden voor 15 februari 2010; Overwegende dat de firma Fire Technics NV in haar brief van 15 februari 2010 opnieuw verwijst naar de niet gedateerde brief van firma Wiegel (bijlage 2) zonder de gevraagde tegenargumentatie te bezorgen en ook verduidelijkt dat de electro/hydraulisch aangedreven lier die ze aanbiedt in haar schrijven van 31 december 2009 ook een elektrisch (via een electro pompaggregaat) aangedreven lier is; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 9 maart 2010 gevraagd wordt om tegen 30 maart 2010 te antwoorden op een aantal vragen (zie bijlage 4) en haar duidelijk wordt gemaakt dat beweringen alleen niet volstaan maar dat een volledig dossier met alle gevraagde documenten moet voorgelegd worden; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 31 maart 2010 schrijft dat zij wegens de voorbereidingen van haar verhuis slechts tegen 26 april 2010 de gevraagde inlichtingen zal kunnen overmaken; Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 5 mei 2010 de gevraagde inlichtingen nog steeds niet verstrekt heeft, werd haar meegedeeld dat het niet antwoorden beschouwd wordt als een impliciet toegeven dat haar offerte niet conform is; XII-6409- 14/26 Overwegende dat de firma Fire Technics NV op 2 juni 2010 nog niet gereageerd heeft en de gevraagde inlichtingen niet verstrekt heeft, wordt er van uit gegaan dat zij deze inlichtingen niet kan leveren en dat zal overgegaan worden tot het verder zetten van de procedure”. 3.24. Met een e-mail en een aangetekend schrijven van 28 oktober 2010 brengt verwerende partij de nv Fire Technics op de hoogte van het feit dat haar offerte niet gekozen werd en wordt haar een kopie bezorgd van de gemotiveerde toewijzingsbeslissing. IV. Tussenkomst 4. Met een op 24 november 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de nv Vanassche Firefighting Engineering om in het geding te mogen tussenkomen. Zij blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Dienvolgens moet haar verzoek worden ingewilligd. V. De regelmatigheid van de offertes. 5. De offerte van verzoekende partij werd als onregelmatig beschouwd. Een onregelmatige inschrijver heeft, zoals verwerende partij in een exceptie opwerpt, geen belang bij het bestrijden van de toewijzing van de opdracht aan een andere inschrijver, tenzij hij aantoont dat de opdracht aan geen enkele inschrijver rechtsgeldig kon worden toegewezen. De middelen zullen hierna worden besproken in het licht van deze vaststelling. 6. Het bijzonder bestek maakt, zoals gezien, wat de kenmerken betreft waaraan het gevraagde voertuig moet voldoen uitdrukkelijk een onderscheid tussen de criteria die door de aanbestedende overheid als essentieel worden beschouwd en die worden opgesomd in het eerste deel van de technische XII-6409- 15/26 specificaties en de criteria die positieve beoordelingselementen vormen en die worden opgesomd in het tweede deel van de technische specificaties. Het bestek verduidelijkt dat indien de offerte van de inschrijver niet voldoet aan de vereisten in het eerste deel, de offerte uit de verdere gunningsprocedure wordt geweerd. De criteria vermeld in het tweede deel leveren, voor zover de inschrijver eraan tegemoet komt, een voordeel op ten opzichte van andere inschrijvers. Voor de opsomming van de essentiële vereisten bevat het bestek nog de volgende algemene opmerking: “1. de inschrijver dient aan zijn offerte de documenten toe te voegen die zijn voorstel verantwoorden. Deze documenten zijn aangeduid in de kolom (*) door het cijfer waaronder ze zijn opgenomen onder punt 3. 2. Indien de inschrijver beweert dat zijn offerte die niet voldoet aan een in het bestek vereiste nationale of internationale norm, gelijkwaardig is aan de beschouwde norm dienen de nodige stukken die deze gelijkwaardigheid aantonen, bij de offerte te worden gevoegd. 3. Indien de gevraagde stukken niet werden bijgevoegd, of niet afdoende het voorstel van de inschrijver staven, loopt de inschrijver het risico uit de verdere procedure te worden geweerd (bij de essentiële vereisten) dan wel om geen punten te worden toegekend voor een bepaald criterium (bij de voordeelcriteria).” Punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek omschrijft het volgende essentiële vereiste m.b.t. de trekkracht: “≥ 50 kN op elke kabellaag en beschikbaar voor de bruikbare lengte van de kabel zonder oververhitting van de aandrijving”. Uit punt 1.14.5.1 van deel III van het bijzonder bestek blijkt bovendien dat de bruikbare lengte van de kabel ≥ 20 m dient te bedragen. Het bestek schrijft tevens voor dat de inschrijvers wat betreft voormelde essentiële vereisten gedetailleerde en gedocumenteerde technische informatie bij hun offerte dienen te voegen. De offerte van verzoekende partij werd onregelmatig verklaard wegens afwijking van de essentiële besteksvereisten opgelegd door vermeld punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek meer bepaald omdat niet duidelijk blijkt of de aangeboden elektrische lier voldoet aan die besteksvereiste. De XII-6409- 16/26 onregelmatigheid ligt dus niet aan het feit dat een elektrische lier in de plaats van een hydraulische lier zou zijn aangeboden zoals verzoekende partij lijkt te suggereren. VI. De schorsingsvoorwaarden 7.1. Overeenkomstig artikel 17, '' 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 7.2. Aangezien de in het geding zijnde opdracht niet werd bekendgemaakt na 24 februari 2010 maar ruim daarvoor is, in tegenstelling tot wat verzoekende partij betoogt, de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gelet op de overgangsbepaling van artikel 7 van die wet, te dezen nog niet van toepassing. Er dient te dezen dus nog wel degelijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te worden aangetoond, alsook de noodzaak een beroep te doen op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. VII. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel XII-6409- 17/26 8. In een eerste middel betoogt verzoekende partij dat er sprake is van “zowel een onrechtmatig handelen als een miskenning van de beginselen van behoorlijk bestuur doordat Etn. Pol Vannassche werd bevoordeeld gezien het haar werd toegestaan om tezamen met de beleidsverantwoordelijke van het Ministerie het lastenboek ter discussie te stellen om nv Fire Technics uit te schakelen op basis van de aanbieding van een lier die door het lastenboek was voorzien”. Volgens verzoekende partij “brengt het de nietigheid van een beslissing tot onregelmatigheid van een offerte van een indiener mee wanneer dat gesteund is op een tussenkomst van een concurrent na het indienen van de offertes, waardoor zaken ter discussie worden gesteld die ingaan tegen de mogelijkheden van het lastenboek”. Zij stelt dat het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn geschonden. Zij voert tevens aan dat ten onrechte nieuwe voorwaarden aan het lastenboek werden toegevoegd want er werd vanuit gegaan dat, ingevolge een later advies, een elektrische lier niet zo interessant was als een hydraulische lier niettegenstaande het lastenboek de beide lieren toeliet. Volgens verzoekende partij hebben verwerende en tussenkomende partij samen mogelijkheden gezocht om haar offerte niet toe te laten en werden om die reden ook systematisch excessieve eisen gesteld. Beoordeling 9.1. Met betrekking tot dit middel dient in de eerste plaats te worden herhaald dat de offerte van verzoekende partij onregelmatig werd verklaard wegens onduidelijkheid betreffende het voldoen aan de vereisten van voormelde besteksbepaling 1.14.4 en niet omdat zij een elektrische lier in de plaats van een hydraulische lier zou hebben aangeboden. Verzoekende partij toont dan ook niet aan dat door verwerende partij op dit punt nieuwe voorwaarden werden toegevoegd aan het bestek. 9.2. Op het eerste gezicht toont verzoekende partij niet aan dat zij door verwerende partij in het kader van de beoordeling van de regelmatigheid van de XII-6409- 18/26 inschrijvingen, meer bepaald de vraag of de offertes voldeden aan Punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek, ongelijk zou zijn behandeld. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt immers dat de gekozen inschrijver reeds in zijn offerte een verklaring had toegevoegd van Warn Industries, zijnde de fabrikant van de betreffende lier die door Wiegel in België aangeboden wordt, dat een elektrische lier de gevraagde trekkracht over langere afstand niet kan halen om reden dat ze door oververhitting zal stilvallen. Precies om deze reden blijkt de gekozen inschrijver te hebben ingeschreven met een hydraulische lier. Vervolgens blijkt verwerende partij -hierdoor begrijpelijkerwijze verontrust, zo lijkt het- in het kader van het onderzoek naar de regelmatigheid van de inschrijvingen op 17 december 2008 een schrijven te hebben gericht aan -beide- inschrijvers met de vraag om bijkomende documenten en informatie over onder meer de trekkracht van de lier en meer bepaald of deze 24,1 m in “continu” op volle belasting kon werken. Uit het antwoordschrijven van verzoekende partij leek het verwerende partij niet duidelijk dat haar offerte op dit punt voldeed. Op het eerste gezicht lijkt het feit dat verwerende partij alsdan, in het kader van de lopende opdracht, teneinde twijfel rond een technisch gegeven op te heffen, rechtstreeks informatie heeft ingewonnen bij leverancier Wiegel, geen schending van het gelijkheidsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel in te houden aangezien verwerende partij de bevindingen van Wiegel aan verzoekende partij heeft bezorgd en haar aldus eveneens de kans heeft gegeven haar visie hieromtrent uiteen te zetten. 9.3. Evenmin wordt door verzoekende partij aangetoond dat verwerende partij de offerte van verzoekende partij aan de gekozen inschrijver ter inzage zou hebben gegeven. Dit wordt in elk geval door verwerende partij en tussenkomende partij met klem betwist. XII-6409- 19/26 9.4. In het licht van de besteksbepalingen die uitdrukkelijk voorschrijven dat wat voormelde essentiële vereisten betreft de inschrijvers gedetailleerde en gedocumenteerde technische informatie bij hun offerte dienen te voegen, de onzekerheid die voortvloeit uit de diverse voormelde stukken uitgaand van de leverancier Wiegel en het gebrek aan officiële bevestiging van de constructeur van de aangeboden lier dat de aangeboden lier, zonder oververhitting, over een continue lengte van 24,1 m en met een trekkracht van tenminste 50 kN, kan worden gebruikt, ondanks herhaald verzoek hiertoe vanwege de aanbestedende overheid aan verzoekende partij, lijkt verwerende partij op het eerste gezicht niet op onzorgvuldige wijze de offerte van verzoekende partij onregelmatig te hebben beschouwd wegens strijdigheid met Punt 1.14.4 van deel III van het bijzonder bestek. De vraag die door verwerende partij reeds aan verzoekende partij werd gesteld op 23 maart 2009 om, gelet op de onduidelijkheid betreffende de prestaties van de betrokken elektrische lier, een bevestiging van de constructeur van de door haar aangeboden lier voor te leggen dat die lier, zonder oververhitting, over een continue lengte van 24,1 m en met een trekkracht van tenminste 50 kN, kan worden gebruikt, lijkt op het eerste gezicht ook geen excessieve eis in te houden. De performance-test lijkt slechts een alternatieve mogelijkheid te zijn geweest die bijkomend door de aanbestedende overheid werd geboden. Daarbij lijkt het ook niet onzorgvuldig vanwege de aanbestedende overheid dat zij de door verzoekende partij gevraagde som om dergelijke test uit te voeren niet wenste te dragen. 9.5. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel 10.1. Een tweede middel is genomen uit de schending van het beginsel van de mededinging, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de XII-6409- 20/26 verplichting tot gelijke behandeling van de inschrijvers en het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit. 10.2. Er wordt vastgesteld dat verzoekende partij in haar verzoekschrift uitsluitend uiteenzet wat voormelde beginselen volgens haar inhouden. Zij laat in het middel echter na te verduidelijken op welke wijze voormelde beginselen door de bestreden beslissing zouden zijn geschonden. Om die reden wordt de exceptio obscuri libelli die door verwerende partij wordt opgeworpen wat dit middel betreft aanvaard. 10.3. Het tweede middel is niet als een rechtsmiddel opgebouwd en dienvolgens niet ontvankelijk. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel 11. Een derde middel is genomen uit de schending van artikel 139 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, en de “discretie- en geheimhoudingsplicht” die opgelegd wordt aan ieder ambtenaar, aangezien een ambtenaar van verwerende partij de offerte van verzoekende partij ter inzage zou hebben gegeven van haar concurrent en aanwezig zou zijn geweest op een samenkomst met haar concurrent om een “erkentenis uit te lokken dat een hydraulische lier beter was dan een mechanische”. Beoordeling 12.1. Verzoekende partij toont niet aan dat een ambtenaar van verwerende partij de offerte van verzoekende partij ter inzage zou hebben gegeven aan de gekozen inschrijver. Dit wordt in elk geval door zowel verwerende partij als tussenkomende partij met klem betwist. XII-6409- 21/26 12.2. Het derde middel is niet ernstig. D Vierde middel Uiteenzetting van het middel 13. Een vierde middel is genomen uit de schending van artikel 11 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. Volgens verzoekende partij is er te dezen duidelijk sprake van handelingen die normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen. Zij verwijst hierbij opnieuw naar een bijeenkomst van verwerende partij, tussenkomende partij en Wiegel. Beoordeling 14.1. Artikel 11 van de voormelde wet van 24 december 1993 luidt als volgt: “Elke handeling, overeenkomst of afspraak die de normale mededingingsvoorwaarden kan vertekenen, is verboden. Offertes die met zodanige handeling, overeenkomst of afspraak zijn ingediend, moeten worden geweerd. Wanneer zodanige handeling, overeenkomst of verstandhouding tot het gunnen van een overheidsopdracht heeft geleid, dan moet elke uitvoering van de opdracht worden stopgezet, tenzij de bevoegde overheid, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt. De toepassing van deze bepaling kan in geen geval leiden tot schadeloosstelling van de persoon aan wie de opdracht gegund werd”. 14.2. Voormelde bepaling lijkt slechts betrekking te hebben op verboden afspraken tussen de inschrijvers die de normale mededinging kunnen vertekenen. Er valt op het eerste gezicht dan ook niet in te zien hoe de beweerde handelingen die volgens verzoekende partij door verwerende partij XII-6409- 22/26 werden gesteld, dan wel de beweerde afspraken tussen verwerende partij en de gekozen inschrijver, een schending zouden kunnen uitmaken van artikel 11 van de wet van 24 december 1993. 14.3. Het vierde middel is niet ernstig. E. Vijfde middel Uiteenzetting van het middel 15. Een vijfde middel is genomen uit de schending van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Volgens verzoekende partij had verwerende partij de opdracht aan haar moeten toewijzen als inschrijver met de voordeligste regelmatige offerte. Haar offerte zou niet zijn gekozen op grond van andere gunningscriteria dan die van het bestek. Zij wijst onder meer op het feit dat een elektrische lier plots minder interessant was ondanks de gelijkwaardigheid volgens het lastenboek en op het feit dat allerhande bijkomende bewijzen werden gevraagd. Beoordeling 16.1. In het kader van het eerste middel werd reeds geoordeeld dat verwerende partij op het eerste gezicht terecht de offerte van verzoekende partij als onregelmatig heeft beschouwd, en zulks op grond van een niet duidelijk nakomen van een essentiële besteksvereiste, en dus niet op grond van “andere” gunningscriteria dan deze in het bestek bepaald. Er lijkt dus geen regelmatige offerte in hoofde van verzoekende partij voor te liggen, zodat evenmin lijkt te kunnen worden aangenomen dat er door de niet-toewijzing aan verzoekende partij sprake zou zijn van een schending van artikel 16 van de wet van 24 december XII-6409- 23/26 1993, overeenkomstig welke bepaling de opdracht dient te worden toegewezen aan de inschrijver die de voordeligste “regelmatige” offerte indient. Voorts toont verzoekende partij evenmin aan dat de gunningscriteria zouden zijn gewijzigd of dat door verwerende partij nieuwe voorwaarden werden toegevoegd aan het bestek, zoals reeds in het kader van het eerste middel werd opgemerkt. 16.2. Het vijfde middel is niet ernstig. F. Zesde middel Uiteenzetting van het middel 17. Een zesde en laatste middel is genomen uit de schending van de artikelen 110, 114 en 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. Artikel 110 bepaalt volgens verzoekende partij dat de aanbestedende overheid gunt op grond van gunningscriteria die worden vastgelegd in het bestek. De artikelen 114 en 115 zouden de keuze van de inschrijver regelen bij algemene offerteaanvraag. Verzoekende partij merkt op dat “haar offerte conformiteit voorziet voor alle criteria zodat er op dat vlak iets niet klopt”. Zij wijst erop dat haar offerte uiteindelijk werd uitgesloten met de beoordeling dat aan een aantal “excessieve” vragen geen gevolg was gegeven. Zij wijst er echter op dat zij alle informatie heeft doorgegeven zowel betreffende de lier Warn als betreffende de zekerheid die de fabrikant bood. Beoordeling 18.1. In het kader van het eerste middel werd reeds geoordeeld dat verwerende partij op het eerste gezicht terecht de offerte van verzoekende partij als XII-6409- 24/26 onregelmatig heeft beschouwd. Er is dan ook geen schending van voormeld artikel 110 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 aangetoond. 18.2. Voorts merkt verwerende partij terecht op dat een offerte die onregelmatig werd verklaard, niet meer dient te worden beoordeeld aan de hand van de gunningscriteria. Er lijkt dan ook evenmin sprake te zijn van een schending van artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996. 18.3. Ten slotte dient met verwerende partij ook te worden vastgesteld dat de verwijzing naar artikel 114 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, dat slechts betrekking heeft op het rekenkundig nazicht en de verbetering van kennelijke materiële fouten en rekenfouten, te dezen niet relevant lijkt. 18.4. Ook het zesde middel is niet ernstig. VIII. Besluit 19. Verzoekende partij, onregelmatig bevonden inschrijver, heeft in geen van haar middelen aangetoond, in de huidige stand van de procedure, dat haar offerte toch regelmatig zou zijn, evenmin dat de offerte van de gekozen inschrijver onregelmatig is of dat de gehele procedure dermate is gevitieerd dat aan geen enkele inschrijver had mogen zijn toegewezen. Dienvolgens wordt de exceptie van verwerende partij aanvaard: verzoekende partij heeft als onregelmatige inschrijver geen belang om de bestreden gunningsbeslissing aan te vechten. Haar vordering is niet ontvankelijk. BESLISSING 1. Het verzoek van de nv Vanassche Firefighting Engineering tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. XII-6409- 25/26 3. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 december 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6409- 26/26 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.708 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2014:ARR.226.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div