id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.761 Rolnummer: A. 193652/XII-5915 Zaak: Arrest 209761 - Wapens - 14/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:32 Fiche Arrest nr 209.761 van 14 december 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 209.761 van 14 december 2010 in de zaak A. 193.652/XII-5915 In zake: Julienne PROVOST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rose-Marie Mertens kantoor houdend te Haaltert De Backerstraat 74 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 4 augustus 2009, strekt wezenlijk tot de nietigverklaring van de beslissing van 8 juni 2009 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij de aanvraag van Julienne Provost tot het verkrijgen van een bezitsvergunning voor een schoudergeweer onontvankelijk wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van XII-5915- 1/6 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 23 november 2010, welke zitting is uitgesteld naar 24 november 2010. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Verzoekster verkrijgt in 1992 een vergunning tot het voorhanden hebben van een schoudergeweer Fast Deer, kaliber .22 LR. Ten gevolge van de inwerkingtreding van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (hierna: de wapenwet) vraagt zij op 21 november 2006 de hernieuwing van haar vergunning. De aanvraag wordt bij besluit van 8 juni 2009 door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen niet ontvankelijk verklaard op grond van de volgende redenen: “Overwegende dat een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen slechts wordt verleend aan personen die voldoen aan de voorwaarden vermeld in art. 11, § 3 van de wapenwet; dat één van de voorwaarden erin bestaat dat men niet veroordeeld mag zijn als dader of medeplichtige wegens één van de misdrijven bedoeld in artikel 5, §4, 1° XII-5915- 2/6 tot 4°; Gelet op het advies van de lokale politie Denderleeuw-Haaltert, ontvangen op 12 september 2008; dat er wordt gemeld dat er inzake de persoonlijkheid van de aanvrager (alleenstaande) geen gerechtelijke uitspraken of strafrechtelijke onderzoeken bestaan die van die aard zijn dat er een redelijk vermoeden ontstaat dat de aflevering van de vergunning de openbare veiligheid kan schaden; dat uit het bijgevoegde strafblad evenwel blijkt dat mevrouw Julienne Provost op 11 juni 1975 door het Hof van Beroep te Gent werd veroordeeld wegens
- a)kinderen onttrokken aan bewaring van rechthebbende en
- b)smaad aan dragers van een openbaar gezag; Overwegende dat deze gerechtelijke veroordeling van mevrouw Provost betrekking heeft op misdrijven die voorkomen in de lijst van misdrijven vermeld in art. 5, § 4 van de wapenwet, die geacht worden onverenigbaar te zijn met het bezit van een vuurwapen; dat de gerechtelijke veroordeling van betrokkene niet gewist is van haar strafregister; dat betrokkene evenmin eerherstel heeft bekomen voor haar gerechtelijke veroordeling; Overwegende dat mevrouw Provost aldus niet voldoet aan alle wettelijke voorwaarden om een bezitsvergunning te bekomen voor haar vuurwapen”. IV. Bevoegdheid 4. Benevens de nietigverklaring van het besluit van 8 juni 2009 van de gouverneur vraagt verzoekster tevens dat de Raad van State haar de nagestreefde bezitsvergunning zou verlenen. Op dit verzoek ingaan laat zich niet inpassen in de bevoegdheid die de Raad van State is toegewezen. Terecht werpt verwerende partij tegen dat de bevoegdheid van de Raad van State te dezen beperkt is tot de eventuele vernietiging van de beslissing van de gouverneur. V. Onderzoek ten gronde Standpunt van verzoekster 5. Verzoekster voert in haar verzoekschrift aan dat de weigering XII-5915- 3/6 van de bezitsvergunning gesteund is op een oude veroordeling door het hof van beroep te Gent van 11 juni 1975, met andere woorden van 34 jaar geleden, en dat haar levenssituatie nu totaal anders is dan toen. Sinds die veroordeling heeft zij geen veroordelingen meer opgelopen. Zij heeft op 31 juli 2009 een verzoek tot eerherstel ingediend en zal over afzienbare tijd eerherstel verkrijgen, zodat de toekenning van een bezitsvergunning voor het wapen mogelijk wordt. 6. In haar memorie van wederantwoord voegt zij hieraan toe dat het onlogisch is dat zij in 1992 wel een vergunning kreeg en dat 17 jaar later de vergunning plots geweigerd wordt zonder dat er intussen enige veroordeling of minnelijke schikking heeft plaatsgehad of zich enig incident met het wapen heeft voorgedaan. Rekening houdend met haar onberispelijk gedrag sinds 1975, had zij een vergunning voor het wapen moeten krijgen. Beoordeling 7. De aanvraag van verzoekster tot hernieuwing van haar wapenvergunning werd door de gouverneur onontvankelijk verklaard op grond van artikel 5, § 4, van de wapenwet. Dit artikel schrijft onder meer voor: “Niettemin zijn de aanvragen van de volgende personen onontvankelijk: [...] 2° personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bepaald in: [...]
- b)de artikelen 101 tot 135quinquies, 136bis tot 140, 193 tot 226, é tot 236, 246 tot 249, 269 tot 282, 313, 322 tot 331bis, 336, 337, 347bis, 372 tot 377, 392 tot 410, 417ter tot 417quinquies, 423 tot 442ter, 461 tot 488bis, 491 tot 505, 510 tot 518, 520 tot 525, 528 tot 532bis en 538 tot 541 van het Strafwetboek; [...]”. De gouverneur is verplicht de aanvraag voor een wapenvergunning af te wijzen wanneer de betrokkene niet aan de voorwaarden bepaald in artikel 5, § 4, van de wapenwet voldoet. Hij beschikt terzake niet over enige beoordelingsvrijheid. XII-5915- 4/6 Verzoekster werd bij arrest van 11 juni 1975 door het hof van beroep te Gent veroordeeld wegens het onttrekken van kinderen aan de bewaring van de rechthebbende en smaad aan dragers van het openbaar gezag. Het is niet betwist dat zij aldus een veroordeling opliep als bedoeld in artikel 5, § 4, van de wapenwet. De gouverneur was er bijgevolg op het ogenblik van de bestreden beslissing toe gehouden de aanvraag van verzoekster onontvankelijk te verklaren. 8. Het is in dit verband zonder belang dat de veroordeling van verzoekster van 1975 dateert. De wet maakt wat de veroordelingen voor misdrijven betreft die een vergunning in de weg staan, geen onderscheid naar gelang van het tijdstip waarop die misdrijven werden gepleegd. Het feit dat verzoekster na de ontvangst van de bestreden beslissing eerherstel heeft aangevraagd en intussen -zoals zij de Raad van State met een brief van 1 juli 2010 laat weten- ook effectief zou hebben verkregen, is evenmin relevant. Voor de beoordeling van de wettigheid van een overheidsbeslissing dient men zich immers te stellen op het ogenblik waarop ze werd genomen. Toen de bestreden beslissing werd genomen was aan verzoekster geen eerherstel verleend. Zij had daartoe zelfs nog geen aanvraag ingediend. Het is precies de gouverneur die haar op de mogelijkheid van een verzoek daartoe heeft gewezen, in de brief waarmee hij verzoekster van de bestreden beslissing kennis gaf. De omstandigheid, ten slotte, dat verzoekster de bestreden beslissing “onlogisch” vindt omdat zij in 1992 wel een vergunning kreeg, komt neer op kritiek op de wapenwet, die inderdaad strenger is voor het particulier wapenbezit dan de wet die voorheen van toepassing was. 9. Het middel is niet gegrond. XII-5915- 5/6 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 december 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-5915- 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.761 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div