← België

Arrest 209787 - Milieuvergunningen - 16/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.787 Rolnummer: A. 194333/VII-37554 Zaak: Arrest 209787 - Milieuvergunningen - 16/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-23 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-30 05:33 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(

  1. en)DE Fiche Arrest nr 209.787 van 16 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 209.787 van 16 december 2010 in de zaak A. 194.333/VII-37.554. In zake : de NV UNITED REAL ESTATE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen De Maeyer en tevens door advocaat Els Empereur kantoor houdend te Antwerpen Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: de NV CHRISTEYNS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Martin Denys kantoor houdend te Hoeilaart de Quirinilaan 2 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 19 oktober 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 13 augustus 2009 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 19 februari 2009, waarmee aan de NV Unirest de milieuvergunning wordt verleend voor de exploitatie van enkele aanhorigheden bij een appartementencomplex, gelegen aan de Sassevaartstraat te Gent, wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd. VII-37.554-1/4 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 202.971 van 15 april 2010 zijn de debatten heropend en werd de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij arrest nr. 202.971 van 15 april 2010. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 30 juni 2010. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend met een ter post aangetekend schrijven dat de datumstempel 31 augustus 2010 draagt. Op 23 september 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij en de tussenkomende partij vragen om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december 2010. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. VII-37.554-2/4 Advocaat Ive Van Giel, die loco advocaten Koen De Maeyer en Els Empereur verschijnt voor de verzoekende partij, jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Martin Denys, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Beoordeling 3. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, zou moeten worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. 4. Aan de partijen werd vervolgens op 23 september 2010 ter kennis gebracht dat toepassing zou worden gemaakt van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat aan de hand van de stukken van het dossier was vastgesteld dat de omslag waarmee de memorie van wederantwoord aan de griffie was toegestuurd, de datumstempel 31 augustus 2010 draagt. VII-37.554-3/4 5. De verzoekende partij voegt bij haar verzoek om gehoord te worden evenwel een afgestempeld afgiftebewijs van de betrokken aangetekende zending van de memorie van wederantwoord van 27 augustus 2010 en een kopie van e-mail correspondentie met de Post. Uit die stukken blijkt afdoende dat de memorie van wederantwoord op 27 augustus 2010 ter post werd aangeboden. Voor het berekenen van de verjaringstermijn wordt de datum van afgifte op de Post in aanmerking genomen. 6. Bijgevolg wordt vastgesteld dat de memorie van wederantwoord tijdig is ingediend, zodat het onderzoek van de zaak moet worden voortgezet. BESLISSING 1. De Raad van State heropent de debatten. 2. De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien december tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.554-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.787 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.971 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.223.642 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.