id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.849 Rolnummer: A. 195750/IX-6751 Zaak: Arrest 209849 - Naamsveranderingen - 17/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:33 Fiche Arrest nr 209.849 van 17 december 2010 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.849 van 17 december 2010 in de zaak A. 195.750/IX-6751 In zake : Ingeborg D’HONDT wonend te Sint-Niklaas Nijverheidsstraat 19 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te Antwerpen Brusselstraat 59 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 maart 2010, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 6 januari 2010 van de minister van Justitie houdende weigering van de vraag tot naamsverandering van Ingeborg D’Hondt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekster ter kennis werd gebracht op 11 juni
- Op respectievelijk 3 september 2010 en 2 september 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. IX- 6751-1/5 Met een brief van 17 september 2010 vraagt de verzoekster om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- De verzoekster, die verschijnt in persoon, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekster de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekster, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, IX- 6751-2/5 is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord.
- Ter zitting legt de verzoekster een nota neer ter inlichting en toelichting van haar mondelinge uiteenzetting. Wat de procedure betreft verklaart zij in essentie niet in te zien waarom zij een memorie van wederantwoord had moeten indienen, nu al haar argumenten werden opgenomen in haar verzoekschrift tot nietigverklaring en volgens haar de memorie van antwoord van de verwerende partij geen argumenten bevat die de inhoud van haar verzoekschrift weerleggen en/of tegenspreken.
- Bijgevolg geeft de verzoekster toe dat zij noch artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, noch artikel 14bis van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 heeft nageleefd, om motieven die haar eigen zijn, maar die er niet toe kunnen leiden om de toepassing van voornoemde artikelen te beletten. De wetgever heeft inderdaad gewild dat onder geen beding een excuus voor het niet indienen van een memorie van wederantwoord aanvaard zou worden. Dit zelfs, wanneer de verzoekster, zoals in voorliggend geval, meent niets te moeten toevoegen aan haar verzoekschrift (zie onder meer: R.v.St., Van Roy nr. 106.638, 17 mei 2002; R.v.St., Pleisters, nr. 106.639, 17 mei 2002; de n.v. Jos Ruland, nr. 118.188, 9 april 2003). Immers de toepassing van de wettelijke sanctie kan niet afhangen van de opvatting van de verzoekster over het nut of noodzakelijkheid van het geven van de formele blijk van gebleven belangstelling (R.v.St., Itterbeek, nr. 38.757, 13 februari 1992). IX- 6751-3/5 De verzoekster kan er zich bijgevolg ook niet op beroepen dat haar verzoekschrift voldoende gemotiveerd was (R.v.St., Dulière, nr. 38.162, 25 november 1991). Ook de bij artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement voorziene mogelijkheid waar de partijen om de beslechting van de zaak in de vereenvoudigde rechtspleging worden gehoord, doet aan wat voorafgaat geen afbreuk. Noch artikel 21 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, noch artikel 14bis van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 beletten de toegang tot de rechter, vermits -en dit wordt niet betwist door de verzoekster-, laatstgenoemde “schriftelijk begeleid werd”, tijdens de procedure voor de Raad van State, doordat de griffie van de Raad telkens schriftelijk aangeeft welke stappen in de procedure de partijen moeten volgen om de rechtspleging tot een goed einde te brengen. Aldus is de toegang tot de administratieve rechter verzekerd. De verzoekster roept evenmin overmacht in. Bijgevolg wordt vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX- 6751-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX- 6751-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.849 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div