← België

Arrest 209928 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.928 Rolnummer: A. 190732/X-14008 Zaak: Arrest 209928 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-30 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:34 Fiche Arrest nr 209.928 van 21 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 209.928 van 21 december 2010 in de zaak A. 190.732/X-14.008. In zake : de n.v. MOLS LOUIS ALGEMENE AANNEMINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 MECHELEN Antwerpsesteenweg 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 17 december 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 2 oktober 2008 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen, waarbij een negatief planologisch attest wordt verleend aan de n.v. MOLS LOUIS ALGEMENE AANNEMINGEN voor een terrein te Arendonk, Moerenstraat 120. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 190.472 van 16 februari 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-14.008-1/24 Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 mei 2010. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. De verzoekende partij exploiteert een grond-, wegenbouw- en bouwbedrijf dat zich richt op de uitvoering van grondwerken, wegenbouw, wegeniswerken, glijbekistingen, rioleringen, waterbouwkundige werken, zuiveringsstations en kunstwerken, zoals bruggen en viaducten. Naast de uitvoering van openbare werken omvatten de activiteiten van het bedrijf een betoncentrale en de recyclage van bouwafval. Het bedrijf is gelegen aan de Moerenstraat 120 te Arendonk. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout is het gelegen in industriegebied. X-14.008-2/24 4. Op 21 juni 2007 werd aan de verzoekende partij een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfshal en een betoncentrale Op 12 juli 2007 werd aan de verzoekende partij een milieuvergunning verleend voor de exploitatie van een breek- en recyclagewerf. 5. Op 22 april 2008 dient de verzoekende partij een aanvraag in voor een planologisch attest. De ruimtelijke behoeften op korte en op lange termijn worden in de aanvraag als volgt omschreven: “5.7 Ruimtelijke behoeften op korte termijn (2 jaar) Bedoeling is om op korte termijn de inrichting van het terrein te optimaliseren. De huidige configuratie en de inrichting zijn het gevolg van de juridische begrenzing van het industriegebied, maar legt beperkingen op aan een efficiënte bedrijfsvoering. Momenteel worden alle activiteiten en opslag georganiseerd conform de goedgekeurde bouwplannen: dit betekent dus binnen begrenzing van het industriegebied. De ruimtelijke behoeften op korte termijn bestaan erin dat de bedrijfsactiviteiten kunnen ontplooid worden op de gehele eigendom van de firma Louis Mols. De bijkomende oppervlakte moet dienen om de flow en de opslag van de grondstoffen, de recyclagematerialen, de secundaire grondstoffen, restfracties e.d. te optimaliseren (…). Om te kunnen voldoen aan de ruimtebehoefte op korte termijn, dient 2,15 ha. natuurgebied omgezet te worden in industriegebied. Zoals reeds eerder gesteld, betekent dit in feite de heringebruikname van de bedrijfssite van Agrofino. (…) 5.8 Ruimtelijke behoeften op lange termijn (10 jaar) Op lange termijn voorziet de firma Louis Mols NV een uitbreiding van de capaciteit van de installaties, die resulteert in meer oppervlakte voor opslag. Daarvoor wordt een perceel gereserveerd ten zuiden van het bestaande terrein. Dit perceel dient enkel voor opslag. Bijkomende bedrijfsgebouwen worden niet voorzien. De N.V. hoopt een belangrijke marktspeler te worden op vlak van productie van betonproducten en recyclage van bouwafval. Om aan de ruimtebehoefte op lange termijn te voorzien, dient bekomend 0,41 ha. natuurgebied omgezet te worden in industriegebied. (…)”. 6. Op 21 mei 2008 beslist de gedelegeerd planologisch ambtenaar dat de provincie de bevoegde overheid is om te beslissen over de aanvraag. Deze beslissing luidt als volgt: X-14.008-3/24 “Planningscontext De bedrijfsactiviteiten zijn volgens het gewestplan Turnhout (dd. 30 september 1977 en wijzigingen) gelegen in industriegebied voor milieubelastende industrieën en natuurgebied. De bedrijfssite is gelegen in Arendonk, een gemeente die in het RSV werd geselecteerd als specifiek economisch knooppunt. Het is een taak van de provincie om de regionale bedrijventerreinen in de specifieke economische knooppunten af te bakenen. Het planningsproces voor landbouw, natuur en bos voor de regio Neteland is afgerond. In de eindnota van de gewenste ruimtelijk structuur maakt de bedrijfssite deel uit van de deelruimte ‘grensgebied rond Postel’ in het te ontwikkelen natuurcomplex ‘De Moeren’. De Moeren ligt in het noordwesten van Postel op de overgang van het Kempens Plateau naar het stroomgebied van de Kleine Nete. In een lange termijnvisie wordt voor De Moeren, vanuit potentieel kansrijke natuurkernen, gestreefd naar hoogveenontwikkeling in samenhang met de hoogveenontwikkeling bij Ronde Put en in het aangrenzende gebied in Nederland. De bedrijfssite is gelegen in het vogelrichtlijngebied ‘De Ronde Put’. Aan de overzijde van het kanaal is het habitatrichtlijngebied ‘Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’ gelegen. Eveneens is aan de overzijde van het kanaal het VEN-gebied ‘De Ronde Put - Goorken’ gelegen. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Arendonk werd door de bestendige deputatie van de provincie Antwerpen definitief goedgekeurd op 3 februari 2005. Kenmerken van het bedrijf Het bedrijf Louis Mols NV, algemene aannemingen, is een grond- en wegenbouw- en bouwbedrijf dat zich richt op uitvoering van grondwerken, wegenbouw, wegeniswerken, glijbekisting, rioleringen, waterbouwkundige werken, zuiveringsstation en kunstwerken zoals bruggen en viaducten. Het bedrijf stelt 101 mensen te werk. Op het terrein bevinden zich vandaag de dag een bedrijfshal, een betoncentrale, kantoren en een overkapping van de grindwasserij. Diverse verhardingen worden gebruikt voor de opslag van gesorteerd puin. Er werden in het verleden verschillende vergunningen verleend. De vergunningstoestand van de verhardingen in natuurgebied is niet bekend. Het bedrijf beschikt over een milieuvergunning. Ruimtelijke kenmerken van de omgeving Het bedrijf is samen met een andere bedrijf gelegen in geïsoleerd industriegebied langs het kanaal. Dit industriegebied wordt omringd door natuurgebied. De impact van de gevraagde uitbreiding op korte en lange termijn Op korte termijn wenst het bedrijf de inrichting van het terrein te optimaliseren. De bedrijfsactiviteiten word(

  1. en)voorzien op het gehele eigendom van het bedrijf. De bijkomende oppervlakte moet dienen om de flow en de opslag van grondstoffen, recyclagematerialen, secundaire grondstoffen, restfracties, e.d. te optimaliseren. Om te kunnen voldoen aan de ruimtebehoefte op korte termijn moet 2,15 ha natuurgebied omgezet worden in industriegebied. Op lange termijn voorziet het bedrijf een uitbreiding van de capaciteit van de installaties, die resulteert in meer oppervlakte voor opslag. Er wordt X-14.008-4/24 daartoe een perceel ten zuiden van het bestaand terrein gereserveerd. Bijkomend dient hiervoor 0,41 ha natuurgebied omgezet te worden in industriegebied. Besluit Op basis van de omvang van het bedrijf, de ligging van het bedrijf op een regionaal bedrijventerrein en de situering van het bedrijf in een gemeente die in het RSV geselecteerd is als specifiek economisch knooppunt kan geoordeeld worden dat de aanvraag verder door de provincie dient te worden behandeld. Op basis van deze gegevens beslist de gedelegeerd planologisch ambtenaar dat de provincie de bevoegde overheid is die moet oordelen over deze aanvraag van planologisch attest”. 7. Op 2 oktober 2008 levert de deputatie van de provincieraad van Antwerpen een negatief planologisch attest af. De bestreden beslissing is gemotiveerd als volgt: “De deputatie motiveert zijn standpunt als volgt (met minstens bespreking van alle adviezen van de instellingen en administraties, van het advies van de bevoegde commissie voor advies, van de bezwaren, en van het advies van de gedelegeerd planologisch ambtenaar en een evaluatie van de ruimtelijke behoeften op korte termijn en op lange termijn): Algemeen standpunt Ontvankelijkheidsvoorwaarden planologisch attest: OK Art. 145ter decreet 18 mei 1999: OK. - Ofwel moet bedrijf een omzet hebben van min. 250.000 euro in het jaar voorafgaand aan de aanvraag, hetgeen in casu het geval is; - Ofwel moet het een volwaardig land- of tuinbouwbedrijf betreffen, in casu niet het geval; - Ofwel moet het bedrijf onderworpen zijn aan de milieuvergunningsplicht van het decreet van 28 juni 1985, in casu het geval: de milieuvergunning dateert van 12 juli 2007 en is voor een termijn van 20 jaar. Én Art. 3 Besluit Vlaamse regering 4 juni 2004: OK - Het attest mag niet aangevraagd worden minder dan 2 jaar nadat een voorontwerp van BPA of RUP ter advies aan de adviserende instanties werd voorgelegd voor het gebied waarin het bedrijf in kwestie gelegen is, tenzij de overheid die het plan opmaakt heeft beslist dat het gebied in kwestie niet langer deel uitmaakt van het plan of de procedure heeft stilgelegd. Deze beslissing kan genomen worden via een officieel besluit of via het verslag van de plenaire vergadering die gehouden werd; - Het attest mag niet aangevraagd worden minder dan twee jaar nadat een BPA of een RUP werd goedgekeurd voor het gebied waarin het bedrijf in kwestie gelegen is; - Het attest mag niet gevraagd worden door en bestuur, waarvan bij de beoordeling blijkt dat het om de bevoegde overheid gaat. X-14.008-5/24 Situering Het bedrijf ligt in een geïsoleerd industriegebied in de gemeente Arendonk in de Noorderkempen, langs het Kanaal Dessel-Turnhout- Schoten op de grens met de gemeente Mol en met Nederland. Kenmerken van het bedrijf NV Louis Mols Algemene Aannemingen is een grond- en wegenbouw- en bouwbedrijf dat zich richt op uitvoering van grondwerken, wegenbouw, wegeniswerken, glijbekisting, rioleringen, waterbouwkundige werken, zuiveringsstations en kunstwerken, zoals bruggen en viaducten. Het bedrijf NV Louis Mols omvat 4 percelen/onderdelen die deel uit maken van dezelfde bedrijfsvoering: 1) De hoofdzetel met administratieve en representatieve functie is gevestigd aan de Hoge Mauw 580. 2) De loods voor algemene aanneming van openbare werken, waaronder infrastructuurwerken, bevindt zich eveneens op het regionale bedrijventerrein ‘Hoge Mauw’. 3) De voormalige betoncentrale langs de Moerenstraat (ten westen van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten), gelegen in natuurgebied, voorzag alleen in de eigen behoeften m.b.t de algemene aanneming. Deze illegale exploitatie in natuurgebied diende gestaakt te worden, daarom werd de verhuis van de betoncentrale voorzien (naar punt 4). 4) Het betreffende plangebied (ten oosten van het Kanaal Dessel- Turnhout-Schoten) heeft betrekking op de nieuwe bedrijfssite in het industriegebied ten zuiden van de Moerenstraat (nummer 120) voor het verderzetten en uitbouwen van de betoncentrale (uit punt 3) voor het aanmaken en leveren van betonproducten en tevens voor het breken van puin. Voor het uitbreiden van deze betoncentrale wordt het planologisch attest aangevraagd. Momenteel worden er 101 personeelsleden tewerkgesteld. Het bedrijf heeft een regionale afzetmarkt en een omzet van meer dan 250.000 euro. Onafgezien van de ligging aan het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten worden er geen watergebonden bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. Ligging van het bedrijf Het bedrijf is gelegen in een geïsoleerd industriegebied langs het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. Dit industriegebied is omringd door natuurgebied. In het noorden grenst het plangebied aan de industrieterreinen van Ravago Plastics, een fabrikant van afgewerkte kunststofproducten. Het noordoosten vormt de grens met Nederland. In het oosten ligt de Arendonkseweg met aan de overzijde de gemeente Mol. Het plangebied paalt hier rechtstreeks aan de voorlopig beschermde ankerplaats ‘Abdij van Postel en de Ronde Put’ te Mol. Direct ten zuiden paalt het bedrijventerrein aan een natuurgebied en verder zuidwaarts ligt een landbouwgebied met ecologisch belang. Ten westen loopt het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten met aan de overkant natuurgebied (VEN). Mobiliteit De bedrijfssite wordt ontsloten via een industriële gebiedsontsluitingsweg met het hoofdwegennet. Deze ‘bypass’ zorgt ervoor dat de woonkern van Arendonk wordt ontlast voor zwaar verkeer. Het X-14.008-6/24 bedrijf ontsluit via de Moerenstraat over brug 4 over het Kanaal, ‘De Biezen’, ‘Breendonk’ en via de regionale industriezone ‘Hoge Mauw’ ten zuiden van de gemeente op de ‘Huiskens’. Deze laatste takt rechtstreeks aan op de E34 Antwerpen-Eindhoven. Het bedrijf genereert volgens het dossier momenteel 50 vrachtwagenverplaatsingen en 10 personenverplaatsingen per dag. Bij de uitbreiding op korte termijn worden 65 vrachtwagenbewegingen en 12 personenverplaatsingen per dag voorzien, op lange termijn worden dit er 100, resp. 20 per dag. Over het plangebied loopt een reservatiestrook voor de N118. Dit tracé zal definitief worden opgeheven. In de Quick scan van de gewestplantracés van de provincie Antwerpen, goedgekeurd door de deputatie in mei 2008, wordt deze reservatiestrook opgenomen onder de af te schaffen gewestplantracés (op korte termijn). Vergunningstoestand Het familiebedrijf in grond- en waterwerken werd in 1897 opgericht. Op 1 augustus 1935 werd het bedrijf ingeschreven als aannemer van openbare werken onder de huidige naam ‘Louis Mols’. Stedenbouwkundige vergunningen Historiek bedrijf: Voor de huidige hoofdzetel en bedrijfsgebouwen van NV Louis Mols Algemene Aannemingswerken binnen het regionale bedrijventerrein ‘Hoge Mauw’ bestaan de nodige stedenbouwkundige vergunningen. Voor de voormalige betoncentrale langs de Moerenstraat ten westen van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten werden nooit stedenbouwkundige vergunningen verleend, wegens de ligging in natuurgebied. Deze illegale uitbating werd stopgezet en de verhuis naar het industriegebied aan de Moerenstraat ten oosten van het Kanaal werd voorzien (= huidige plangebied). Historiek plangebied: Binnen het plangebied situeert het bedrijf zich op een bestaand industrieterrein in de zone voor milieubelastende industrie. De voormalige NV Agrofina Products, een potgrondbedrijf was hier gevestigd. Na de stopzetting van NV Agrofina Products in 1995 werden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt (niet geheel gelegen binnen het industriegebied), behoudens de burelen en de bestaande parkings er rechts van. Voor het bouwen van dit kantoorgebouw (burelen) werd aan dit bedrijf op 30 juni 1988 door het college van burgemeester en schepenen (…)van Arendonk (stedenbouwkundige) vergunning verleend. Van de bestaande verhardingen in het natuurgebied is geen vergunning bekend. Voor de nieuwe betoncentrale binnen het plangebied werd door het college van burgemeester en schepenen van Arendonk aan NV Louis Mols op 21 juni 2007 stedenbouwkundige vergunning verleend. Op het terrein bevinden zich een bedrijfshal, een betoncentrale, kantoren en een grindwasserij. X-14.008-7/24 Conclusie Voor de bedrijfsgebouwen van NV Louis Mols in het betreffende plangebied is stedenbouwkundige vergunning verleend. Deze liggen namelijk in de zone voor milieubelastende industrie volgens het gewestplan en zijn hiermee in overeenstemming. Er werd vastgesteld dat een deel van het aangrenzende natuurgebied werd ontbost, opgehoogd en omheind met palen met draadgaas. Voor het kappen van de bomen werd een kapmachtiging bekomen op 4 april 2007. Volgens deze machtiging diende het terrein in het daarop volgende plantseizoen te worden herbebost, hetgeen nog niet gebeurd is. De aanvrager wil echter met de in de kapmachtiging opgelegde heraanplanting wachten tot het afleveren van zijn planologisch attest. Milieuvergunningen Historiek bedrijf Voor de voormalige betoncentrale in het natuurgebied werden volgende tijdelijke milieuvergunningen (…) verleend in samenspraak met de milieu- inspectie Antwerpen teneinde de stopzetting van de activiteit in natuurgebied te bespoedigen: - Op 18 januari 2007 werd door het college van burgemeester en schepenen van Arendonk een tijdelijke milieuvergunning verleend tot 18 april 2007. - Op 26 april 2007 werd door het college van burgemeester en schepenen van Arendonk een tijdelijke milieuvergunning, klasse 1, verleend tot 18 juli 2007. De betoncentrale in natuurgebied diende na ontmanteling van de installaties van de NV Louis Mols te worden opgeruimd, gesaneerd en in de toekomst als natuurgebied hersteld. Historiek plangebied: Voor de nieuwe betoncentrale binnen het plangebied werd op 12 juli 2007 door de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning goedgekeurd voor een termijn van 20 jaar. Deze milieuvergunningsaanvraag situeert zich volledig in de zone voor milieubelastende industrieën volgens het gewestplan. Korte- en langetermijnbehoeften In de aanvraag moet - onder meer - worden aangegeven welke de korte- en langetermijnbehoeften van het bedrijf zijn. Kortetermijnbehoeften zijn behoeften die het bedrijf binnen twee jaar na afgifte van het attest wenst te verwezenlijken. Langetermijnbehoeften strekken zich uit over een termijn van minstens 10 jaar. Momenteel worden alle bedrijfsactiviteiten in het plangebied georganiseerd conform de op 21 juni 2007 goedgekeurde bouwplannen, binnen de grenzen van het gebied voor milieubelastende industrieën volgens het gewestplan. Uit plaatsbezoek op 19 juni 2008 blijkt echter dat de bufferaanplantingen nog niet werden uitgevoerd. Op korte termijn heeft het bedrijf nood aan: - De inrichting van het terrein te optimaliseren voor een efficiëntere bedrijfsvoering, dit wil zeggen buiten de juridische begrenzing van de gewestplanbestemming milieubelastende industrieën; X-14.008-8/24 - Bijkomende oppervlakte voor de flow en opslag van grondstoffen, recyclagematerialen, secundaire grondstoffen, restfracties ed. op het gehele eigendom van de firma NV Louis Mols; Een ruimtebehoefte waarbij 2,15ha natuurgebied moet worden omgezet in industriegebied. Op lange termijn wordt het volgende voorzien: - Een uitbreiding van de capaciteit van de installaties; - Meer oppervlakte voor opslag, daartoe wordt een perceel ten zuiden van het bestaand terrein gereserveerd; - Het uitbouwen van productie van betonproducten en recyclage van bouwafval; Bijkomend dient hiervoor 0,41ha natuurgebied omgezet te worden in industriegebied. Planologische context Gewestplan Volgens het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout situeert het plangebied zich deels in een industriegebied voor milieubelastende industrieën (in het noorden), deels in natuurgebied (in het zuiden en het westen), en deels in reservatiegebied (in het zuidoosten). Het bestaande vergunde bedrijf bevindt zich binnen het industriegebied. De uitbreidingen op korte- en lange termijn worden in het natuurgebied voorzien. Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wil het buitengebied vrijwaren voor de essentiële functies landbouw, natuur en bos. De afbakening van de landbouw-, natuur- en bosgebieden startte met de afbakening van 86.500 ha natuurgebieden als onderdeel van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). De tweede fase van de afbakening verloopt via een meer geïntegreerde benadering waarbij landbouw, natuur en bos gelijktijdig ten opzichte van elkaar worden afgewogen. Dit planningsproces voor de regio Neteland is afgerond. In uitvoering van het RSV heeft de Vlaamse administratie, in overleg met gemeenten, provincies en belangengroepen, de Ruimtelijke visie landbouw, natuur en bos opgesteld voor de regio Neteland die op hoofdlijnen aangeeft wat de belangrijke structuren zijn: welke aaneengesloten gebieden blijven gevrijwaard voor landbouw, in welke beekvalleien is er ruimte voor natuurontwikkeling, enz... Deze ruimtelijke visie legt de krachtlijnen vast voor de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen die de bestemmingen op perceelsniveau vastleggen. Op basis van deze ‘eindnota van gewenste ruimtelijke structuur en uitvoeringsprogramma’ (juni 2006) en de adviezen van de betrokken gemeenten, provincies en belangengroepen, hechtte de Vlaamse regering op 21 december 2007 haar goedkeuring aan het ‘operationeel uitvoeringsprogramma’. Hierin wordt aangegeven welke acties de overheid neemt. Dit omvat onder andere de opmaak van een aantal ruimtelijke uitvoeringsplannen. Op basis van dit actieprogramma kan de Vlaamse Regering dan initiatieven nemen om bepaalde gebieden van bestemming te veranderen, om zo het realiseren van de ruimtelijke visie mogelijk te maken. X-14.008-9/24 De gemeente Arendonk ligt in het buitengebied. Het plangebied valt binnen de deelruimte 3: Grensgebied Postel (art 4.3) volgens voornoemde Ruimtelijke visie. Deze deelruimte wordt begrensd door het Kanaal Dessel- Turnhout-Schoten in het westen, tevens de westelijke grens van het plangebied. De deelruimte Grensgebied Postel is een regionaal infiltratiegebied, grote bos- en natuurkernen vormen hiervan de basis. De gewenste ruimtelijke structuur voor deze deelruimte is opgebouwd uit een aantal ruimtelijke concepten. Het plangebied maakt deel uit van ‘het te ontwikkelen natuurcomplex De Moeren’. De Moeren ligt in het Noordwesten van Postel op de overgang van het Kempens Plateau naar het stroomgebied van de Kleine Nete. In een langetermijnvisie wordt voor De Moeren, vanuit potentieel kansrijke natuurkernen, gestreefd naar hoogveenontwikkeling in samenhang met de hoogveenontwikkeling bij Ronde Put en in het aangrenzende gebied in Nederland. Het bijbehorende programma voor uitvoering spreekt in die zin over uitvoeringsacties op Vlaams niveau voor het gebied tussen De Moeren etc. inclusief Postel en de abdijomgeving, met name de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor het versterken van de natuurlijke structuur in Hoge Moer, Ronde Put, Reuzelsbos, Koemolk, Zeven Heerlijkhedenheide, De Moeren enz... Het Vlaamse gewest selecteert tevens de economische knooppunten die voor Vlaanderen structuurbepalend zijn. Door in die knooppunten economische ontwikkelingen te concentreren en te stimuleren, worden de economische potenties geoptimaliseerd binnen de bestaande economische structuur. De bedrijfssite is gelegen in Arendonk, een gemeente die in het RSV werd geselecteerd als specifiek economisch knooppunt. Het vervult een belangrijke rol voor de evenwichtige spreiding van de werkgelegenheid en voor de kansen die hieraan verbonden zijn voor de betrokken subregio. Het is de bevoegdheid van de provincie om de regionale bedrijventerreinen in de specifieke economische knooppunten af te bakenen. Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) Binnen de Noorderkempen, behoort Arendonk tot de door de provincie geselecteerde structuurbepalende deelruimte ‘rustig grensgebied’, een weinig bebouwd gebied met hoge natuurwaarden. Hoofdfuncties in het gebied zijn natuur en ondergeschikt daaraan laagdynamische passieve recreatie. De deelruimte loopt door in de provincie Limburg en in Nederland. Ook het gebied rond Postel maakt er deel van uit. Waardevolle bossen en landschappen worden behouden, versterkt en waar mogelijk uitgebreid. De natuurwaarde kan bij de afbakening van de natuurlijke structuur worden vastgelegd door de aanduiding van de waardevolle aaneengesloten gebieden als grote eenheden natuur (GEN) en grote eenheden natuur in ontwikkeling (GENO). Daartussen duidt de provincie natuurverbindingsgebieden aan. Vrijwaren wan de natuurwaarde van deze deelruimte vraagt om beperkingen op de ontwikkeling van hoogdynamische functies. Dit houdt bijvoorbeeld in beperkte bijkomende ontsluitingen, beperkte aanleg van voorzieningen of bebouwing. Op het vlak van de ruimtelijk-natuurlijke structuur worden door de provincie binnen het systeem van de Noorderkempen natuurverbindingen, X-14.008-10/24 gericht op de ontwikkeling of op het behoud van kleine natuurlijke elementen, in een landbouwgebied, gebiedsgericht aangeduid. Volgende natuurverbinding heeft betrekking op het plangebied: de verbinding over De Moeren tussen Het Goor en de bossen rond Postel. De provincie is op het gebied van de ruimtelijk-economische structuur bevoegd voor de afbakening van bijkomende regionale bedrijventerreinen in de kleinstedelijke gebieden en de specifieke economische knooppunten. In dit kader werd de provincie een taakstelling van 437ha bijkomende bedrijventerreinen opgelegd. Dit pakket (pakket 3) omvat ook de bijkomende lokale bedrijventerreinen in de specifieke economische knooppunten. In het geval van Arendonk hangt dit samen met het regionale bedrijventerrein ‘Hoge Mauw’. In het RSPA is geen cijfermatige taakstelling voor bijkomende regionale bedrijventerreinen opgenomen voor de afzonderlijke specifieke economische knooppunten. Het aantal toe te bedelen hectare wordt telkens bepaald tijdens de voorstudies van de regionale bedrijventerreinen in de specifieke economische knooppunten. In functie van de ruimtelijke draagkracht worden zoekzones voor bijkomende regionale bedrijvigheid voorgesteld. De hieruit voortvloeiende oppervlakten worden dan telkens getoetst met de globale taakstelling op provinciaal niveau die in zijn globaliteit wordt bijgehouden. Arendonk (specifiek economisch knooppunt) blijft gewoon hoofddorp type II (mogelijkheid voor ontwikkeling lokaal bedrijventerrein). Uitbreidingen van bedrijventerreinen worden niet gestimuleerd in het rustig grensgebied. Kaderplan kanaal Dessel-Turnhout-Schoten Het kaderplan past in het ruimtelijk structuurplan van de provincie Antwerpen. Deze studie is als bindende bepaling nummer 50 opgenomen en werd op 17 oktober 2005 goedgekeurd. Het omvat het uitwerken van een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. Dit houdt in: de opmaak van een ruimtelijke structuurschets voor de gehele kanaalzone als een multifunctionele drager. Op basis van dit ruimtelijk kader worden de ruimtelijke potenties aangegeven voor de lokalisatie en ontwikkeling van lokale, provinciale of gewestelijke opties. Er dient gestreefd te worden naar een concrete en operationaliseerbare invulling op basis van een gebiedsgerichte benadering en rekening houdend met het subsidiariteitsbeginsel. Er dient bij de uitwerking van het kanaal rekening gehouden te worden met de ontwikkelingsperspectieven van de andere ruimtelijke structuren uit het RSPA-A. Zo worden een aantal natuurverbindingsgebieden langs het kanaal bindend aangeduid. Het kanaal kan daarbij een belangrijke rol spelen als verbindend element binnen de ecologische infrastructuur. Bij de ruimtelijke screening van het Kempens Grensgebied werden volgende structurerende elementen op een rijtje (…) gezet: - De vergevorderde juridische verankering van grensstellende openruimte-elementen zoals Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en VEN- gebieden op het Kempisch Plateau (met z’n vele brondepressies); X-14.008-11/24 - De toeristisch-recreatieve potenties van het kanaal als groene, landschappelijke drager en de verankering hiervan in de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen; - Het voorkomen van geïsoleerde regionale bedrijventerreinen aan de kanaalrand met enkele watergebonden bedrijven. Deze screening resulteerde in een ruimtelijk wensbeeld waarbij een stimuleringsbeleid i.f.v. watergebondenheid zal worden gevoerd t.a.v. de bestaande bedrijventerreinen. Uitbreidingen van regionale bedrijventerreinen zijn gezien de grensstellende randvoorwaarden vanuit de open ruimte en het vigerende beleidskader niet mogelijk. De bedrijvenzone Moerenstraat krijgt geen watergebonden uitbouw. Het zonevreemd bedrijf aan brug 4 te Arendonk wordt geherlokaliseerd. In het Kempens Grensgebied dient de dynamiek van het kanaal afgestemd op de grensstellende elementen van fysisch systeem en open ruimte. Deze afstemming is in de eerste plaats gericht op de loop van het kanaal door de kwelzones van het oostelijk bronnengebied van de Kleine Nete. In de tweede plaats is afstemming nodig op de aangrenzende groencomplexen die structuurbepalend zijn op regionaal niveau: de bos- en roofvogelgebieden van Postel, de bossen van Arendonk-Ravels en de heide- en vengebieden van het Turnhoutse. Het kanaal maakt er als landschappelijke corridor integraal deel uit van de natuurlijke omgeving. Dit kan kwalitatief worden versterkt door een uitgesproken natuurbeleid dat o.a. is gericht op het strategisch doorvoeren van natuurtechnische oeververdedigingen, het opvoeren van de densiteit aan vispaaiplaatsen ter hoogte van zwaaikommen, het verbeteren van de dwarsrelaties en het uitwerken van natuurverbindingen (via natuurlijke oeverinrichting en lijnvormige landschapselementen op de oever). Het recreatief medegebruik en de economische functie van het Kanaal moet er op de open ruimte worden afgestemd. De bestaande bedrijventerreinen krijgen geen uitbreidingsmogelijkheden maar worden herbestemd en geherstructureerd naar watergebonden bedrijventerreinen. Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Arendonk werd door de deputatie van de provincie Antwerpen definitief goedgekeurd op 3 februari 2005. Ruimtelijk-economisch Vermits het betreffende bedrijventerrein is ingevuld met regionale geïsoleerde bedrijven, behoort deze problematiek tot de provinciale bevoegdheid. Het gemeentebestuur suggereert in haar GRS aan de provincie in dit verband het volgende: De (historisch gegroeide) bedrijvigheid op deze terreinen voor geïsoleerde regionale bedrijvigheid dient binnen de huidige juridische grenzen van het industriegebied bestendigd blijven. Op basis van fysische, natuurlijke en mobiliteitsoverwegingen bestaat hier geen draagkracht voor verdere uitbreiding van deze hoogdynamische activiteiten. Bij stopzetting van de bestaande bedrijven ter plaatse om welke reden ook, is de vestiging van nieuwe niet watergebonden industrie niet aangewezen. Op dat moment kan middels een ruimtelijk uitvoeringsplan een herbestemming naar een groene functie overwogen worden. X-14.008-12/24 Ruimtelijk-natuurlijk De Moeren worden aangeduid als aandachtsgebied kleine landschapselementen. Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GemRUP). Het Gemeentelijk RUP ‘Hoge Mauw’ langs de E34 werd op 28 augustus 2008 goedgekeurd door de deputatie. Ruimtelijke afweging Natuur en open ruimte Het plangebied ligt volledig in een Vogelrichtlijngebied ‘De Ronde Put’, meer bepaald in de noordelijke zone ‘De Moeren’. Dit is een voormalig hoogveengebied met hoge ecologische en avifaunistische waarde. Het bedrijventerrein paalt in het westen aan een Habitatrichtlijngebied ‘Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’. Pal ten noordoosten ligt het Nederlandse Natuurreservaat ‘De Reuselse Moeren’. Direct ten westen aan de overzijde van het Kanaal Dessel-Turnhout- Schoten bevindt zich ook het VEN-gebied nr. 314 ‘De Ronde Put - Goorken’ (GEN). Hierin zijn het Vlaams natuurreservaat ‘Het Goorken’ en het erkend natuurreservaat ‘Den Hooiput’ opgenomen. Naast het vrijwaren van de natuurfunctie en het behoud van de natuurwaarden in afstemming op de fysische condities op basis van bijzondere lokale gradiënten tussen stuifzandcomplex en alluviale vallei, dient de ecologische verbinding als stapsteen in de natuurverbinding langs het Kanaal versterkt te worden. Wegens deze ligging (in de speciale beschermingszones SBZ-V en SBZ- H) werd naar aanleiding van het planologisch attest een passende beoordeling (cfr. art 2 § 1, 7°) voor wat betreft de betekenisvolle effecten voor de speciale beschermingszone, uitgevoerd. Daarbij zal het advies van de administratie bevoegd voor het natuurbehoud gevraagd moeten worden. Het uitgangspunt hierbij is dat steeds de nodige maatregelen dienen genomen te worden om een verslechtering van de natuurkwaliteit en natuurlijk milieu van de habitats of een verstoring van specifieke soorten te vermijden. Volgens het studiebureau worden de effecten die met de bedrijvigheid gepaard gaan, als niet significant ingeschat. Enkel de inrichting van het bedrijventerrein met groene bufferstroken wordt voorop gesteld. Deze passende beoordeling werd nog niet goedgekeurd. Echter, uit het ongunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos blijkt dat in het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan het gebied is opgenomen als één van de waardevolste grensoverschrijdende natuurgebieden waarvoor een actieplan werd opgesteld. Het plangebied is gelegen in de relictzone ‘Bos- en akkercomplex Postel, Ronde Put, Zeven Heerlijkheden’, waarbinnen bij MB van 28 april 2008 de voorlopige aanduiding van de ankerplaats ‘Abdij van Postel en de Ronde Put’, gelegen juist ten oosten van het bedrijventerrein, is gebeurd. De Ronde Put en omgeving is één van de weinige, nog ongerepte natuurgebieden in de Kempen. Haar esthetische waarde volgt uit ligging van de Ronde Put temidden van zeer gevarieerd oud cultuurlandschap met bossen en kleinschalige landbouwpercelen (vnl. weiland). Er is geen ‘horizonvervuiling’ merkbaar in omgeving van de Ronde Put. Wel doorsnijdt de E34 de relictzone en tast industrie de noordwestelijke rand aan. X-14.008-13/24 Door de geplande uitbreiding van het bedrijf zal de ecologische verbindingszone tussen de waardevolle natuurgebieden (en natuurreservaten) ten westen van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, met name ‘Het Goorken en De Hooiput’ en de natuurgebieden ten oosten van het Kanaal, in het noorden het natuurreservaat ‘De Reuselse Moeren’ en meer zuidelijk de ankerplaats van de ‘Abdij van Postel en de Ronde Put’, worden onderbroken. Dit is in strijd met de door de Vlaamse regering voor het buitengebied goedgekeurde ‘Ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos’ in de regio Neteland. Het door de provincie in haar ruimtelijk structuurplan geselecteerde natuurverbindingsgebied over De Moeren tussen Het Goor en de bossen rond Postel, komt hierdoor eveneens in het gedrang. De bedrijvenzone zit ingesloten tussen structuurbepalende openruimtefuncties (vooral natuur), waardoor uitbreidingen ter plaatse niet aangewezen zijn. Mobiliteit Dergelijke niet watergebonden bedrijfsactiviteiten hebben een hoogdynamische impact op de omgeving. Het bedrijfsvervoer van NV Louis Mols wordt immers geheel georganiseerd over de weg; er wordt (qua transport) geen gebruik gemaakt van de ligging van het bedrijf aan het Kanaal Dessel-Schoten. Bovendien wordt door het bedrijf gebruik gemaakt van een gebrekkige bedrijfsontsluitingsweg. De ontsluiting gebeurt grotendeels via de industrieweg - de verbinding brug 4 over het Kanaal met Hoge Mauw door de Watering. Brug en toegangswegen zijn smal en niet berekend op een goede doorstroming, zeker niet voor vrachtwagens. Door de voorziene afschaffing van het tracé voor de N118 (cfr. advies cel Wegen & verkeer en Quick Scan ‘Af te schaffen gewestplantracés’ Prov. Dienst Mobiliteit), worden geen alternatieve ontsluitingsmogelijkheden in optie genomen. De decentrale ligging van het bedrijventerrein schept eveneens problemen qua bereikbaarheid. De autosnelweg-E34 ligt ten zuiden van de gemeente. Een hogere verkeersdynamiek die gepaard gaat met de gevraagde uitbreidingen, dient dan ook vermeden te worden. Conclusie De ligging van Arendonk in de deelruimte ‘rustig grensgebied’ (RSPA) en de unimodale ontsluiting zijn beperkende randvoorwaarden voor het bepalen van de taakstelling in verband met bijkomende (in casu niet- watergebonden) bedrijventerreinen. Het vrijwaren van de natuurwaarde van deze deelruimte vraagt immers om beperkingen op de ontwikkeling van hoogdynamische functies. Het bestaande vergunde bedrijf NV Louis Mols kan op deze plek binnen de contouren van de gewestplanbestemming milieubelastende industrieën bestendigd blijven. De uitbreidingen in het natuurgebied daarentegen kunnen vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt niet verantwoord worden. (...) Standpunt met betrekking tot het behoud van het bedrijf op de huidige locatie: De bestaande vergunde bedrijfsgebouwen van NV Louis Mols X-14.008-14/24 Algemene Aannemingen kunnen binnen de contouren van de gewestplanbestemming milieubelastende industrieën behouden blijven. Standpunt met betrekking tot de uitbreiding op korte termijn Er wordt ongunstig advies gegeven voor de uitbreidingen in het aanpalende natuurgebied op korte termijn omwille van volgende redenen: - Vanuit het RSPA zijn de ligging van Arendonk in de deelruimte ‘rustig grensgebied’ en de unimodale ontsluiting beperkende randvoorwaarden voor het bepalen van de taakstelling in verband met bijkomende (in casu niet-watergebonden) bedrijventerreinen. Het vrijwaren van de natuurwaarde van deze deelruimte vraagt immers om beperkingen op de ontwikkeling van hoogdynamische functies. - Vanuit het RSV werd bovendien voor het buitengebied de Ruimtelijke visie landbouw, natuur en bos opgesteld voor de regio Neteland goedgekeurd, waardoor het betreffende plangebied deel uitmaakt van ‘het te ontwikkelen natuurcomplex De Moeren’. - Ook vanuit het door de deputatie goedgekeurde Kaderplan Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten wordt de site niet weerhouden voor verdere ontwikkeling. - Bijgevolg is vanuit het GRS Arendonk de vestiging van nieuwe niet watergebonden industrie hier niet aangewezen. - Door de geplande uitbreiding van het bedrijf zal de ecologische verbindingszone tussen de waardevolle natuurgebieden (en natuurreservaten) ten westen van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, met name ‘Het Goorken en De Hooiput’ en de natuurgebieden ten oosten van het Kanaal, in het noorden het natuurreservaat ‘De Reuselse Moeren’ en meer zuidelijk de ankerplaats van de ‘Abdij van Postel en de Ronde Put’, worden onderbroken. De bedrijvenzone zit ingesloten tussen structuurbepalende openruimtefuncties (vooral natuur), als één van de waardevolste grensoverschrijdende natuurgebieden, waardoor uitbreidingen ter plaatse niet aangewezen zijn. - Op vlak van mobiliteit scheppen de geïsoleerde ligging en de gebrekkige bedrijfsontsluiting problemen voor de bereikbaarheid van het niet-watergebonden bedrijf. Een verhoogde verkeersdynamiek die gepaard gaat met de gevraagde bedrijfsuitbreidingen dient dan ook vermeden. Standpunt met betrekking tot de uitbreiding op lange termijn: Er wordt ongunstig advies gegeven voor de uitbreidingen in het aanpalende natuurgebied op lange termijn omwille van volgende redenen: - Vanuit het RSPA zijn de ligging van Arendonk in de deelruimte ‘rustig grensgebied’ en de unimodale ontsluiting beperkende randvoorwaarden voor het bepalen van de taakstelling in verband met bijkomende (in casu niet watergebonden) bedrijventerreinen. Het vrijwaren van de natuurwaarde van deze deelruimte vraagt immers om beperkingen op de ontwikkeling van hoogdynamische functies. - Vanuit het RSV werd bovendien voor het buitengebied de Ruimtelijke visie landbouw, natuur en bos opgesteld voor de regio Neteland goedgekeurd, waardoor het betreffende plangebied deel uitmaakt van ‘het te ontwikkelen natuurcomplex De Moeren’. - Ook vanuit het door de deputatie goedgekeurde Kaderplan Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten wordt de site niet weerhouden voor verdere ontwikkeling. X-14.008-15/24 - Bijgevolg is vanuit het GRS Arendonk de vestiging van nieuwe niet watergebonden industrie hier niet aangewezen. - Door de geplande uitbreiding van het bedrijf zal de ecologische verbindingszone tussen de waardevolle natuurgebieden (en natuurreservaten) ten westen van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, met name ‘Het Goorken en De Hooiput’ en de natuurgebieden ten oosten van het Kanaal, in het noorden het natuurreservaat ‘De Reuselse Moeren’ en meer zuidelijk de ankerplaats van de ‘Abdij van Postel en de Ronde Put’, worden onderbroken. De bedrijvenzone zit ingesloten tussen structuurbepalende openruimtefuncties (vooral natuur), als één van de waardevolste grensoverschrijdende natuurgebieden, waardoor uitbreidingen ter plaatse niet aangewezen zijn - Op vlak van mobiliteit scheppen de geïsoleerde ligging en de gebrekkige bedrijfsontsluiting problemen voor de bereikbaarheid van het niet-watergebonden bedrijf. Een verhoogde verkeersdynamiek die gepaard gaat met de gevraagde bedrijfsuitbreidingen dient dan ook vermeden”. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 8. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van artikel 145ter, (§ 1,) vijfde en zesde lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO), van artikel 5, § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 tot bepaling van de nadere regels voor het planologisch attest, van het subsidiariteitsbeginsel, van het bindend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (hierna: RSV), van artikel 17 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de motiveringswet). Tevens wordt machtsoverschrijding aangevoerd. De verzoekende partij stelt dat de beslissing van de gewestelijk planologische ambtenaar om de aanvraag door de provincie te laten behandelen samen met de bestreden beslissing één complexe rechtshandeling vormt. De eerstgenoemde beslissing gaat ten onrechte uit van de bevoegdheid van de verwerende partij om zich uit te spreken over het planologisch attest, terwijl deze beslissing door het Vlaamse Gewest moest worden genomen op grond van het X-14.008-16/24 bindende gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Hierin wordt immers bepaald dat de bedrijventerreinen voor historisch gegroeide bedrijven door het Vlaamse Gewest in gewestplannen of in ruimtelijke uitvoeringsplannen worden afgebakend. Aangezien de aanvraag betrekking heeft op een historisch gegroeid bedrijf in Arendonk dat reeds sinds 1935 in de omgeving van het betrokken terrein gevestigd is, is het Vlaamse Gewest bevoegd om over de aanvraag uitspraak te doen. Het betrokken terrein maakt geen deel uit van het regionaal bedrijventerrein “Hoge Mauw”. Het terrein is volledig gelegen in vogelrichtlijngebied en habitatrichtlijngebied en grenst aan VEN-gebied. De mogelijkheid van gemeenten en provincies om door ruimtelijke uitvoeringsplannen VEN-gebieden te wijzigen, wordt decretaal sterk beperkt door de aangehaalde decretale bepaling. Het is dus wel degelijk het Vlaamse Gewest dat zich over de aanvraag had moeten uitspreken. De deputatie had moeten vaststellen dat zij onbevoegd was om zich over de aanvraag uit te spreken. Alleszins kan niet worden volgehouden dat de verzoekende partij de indruk zou hebben gewekt dat de deputatie ter zake bevoegd was. Aangezien het provinciaal ruimtelijk structuurplan geen regeling of taakstelling bevat voor het betrokken gebied, was de verwerende partij duidelijk onbevoegd. Beoordeling 9. Het toentertijd geldende artikel 145ter, § 1, vierde en vijfde lid DRO bepaalt het volgende: “De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraag, de ontvankelijkheid en de beoordeling van het planologisch attest. Indien de aanvraag onvolledig is, meldt de planologische ambtenaar binnen de 20 dagen welke gegevens er ontbreken. Indien de aanvraag volledig is, geeft de planologische ambtenaar binnen 20 dagen een ontvangstbewijs af en stuurt hij de aanvraag door naar de overheid, die belast is met het maken van het ruimtelijke uitvoeringsplan of het plan van aanleg voor het gebied, waar het bedrijf zich bevindt, hierna de bevoegde overheid te noemen. Is het college van burgemeester en schepenen belast met het opmaken van het plan, dan stuurt de planologische ambtenaar een afschrift van de aanvraag naar de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar met het oog op het formuleren van een advies als vermeld in het tiende lid”. X-14.008-17/24 De artikelen 4 en 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 tot bepaling van de nadere regels voor het planologisch attest luiden als volgt: “Art. 4. De gedelegeerd planologische ambtenaar vermeldt bij het doorsturen van de aanvraag naar de bevoegde overheid uitdrukkelijk de datum waarop het dossier werd ontvangen, of de datum waarop de ontbrekende stukken werden ontvangen. Hij meldt tevens aan de aanvrager wie de bevoegde overheid is die het planologisch attest zal afleveren. Als de gedelegeerd planologische ambtenaar oordeelt dat de gemeente de bevoegde overheid is, en als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, in verschillende gemeenten liggen, zijn de verschillende gemeenten afzonderlijk bevoegd voor het gedeelte dat op hun respectievelijke grondgebied is gelegen. De verdere afhandeling gebeurt onafhankelijk door de verschillende bevoegde overheden en resulteert in het afleveren van verschillende planologische attesten. Als de gedelegeerd planologische ambtenaar oordeelt dat de provincie de bevoegde overheid is, en als de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, in verschillende provincies liggen, is de Vlaamse regering de bevoegde overheid. Art. 5. § 1. Bij het bepalen van de bevoegde overheid houdt de gedelegeerd planologische ambtenaar onder meer rekening met de volgende elementen: 1° de planningscontext; 2° de kenmerken van het bedrijf, zowel vanuit ruimtelijk, economisch, milieutechnisch en historisch oogpunt, als vanuit de mobiliteitsproblematiek; 3° de ruimtelijke kenmerken van de omgeving, zowel de bestaande ruimtelijke structuur van de ruimere omgeving, als de ruimtelijke kenmerken van de onmiddellijke omgeving; 4° de impact van de gevraagde uitbreiding op korte en lange termijn. § 2. De bevoegde overheid doet in de beslissing over de aanvraag tot planologisch attest een gemotiveerde uitspraak over het behoud van het bedrijf op de huidige locatie in de huidige schaal, de voorgestelde uitbreiding op korte termijn en de voorgestelde uitbreiding op lange termijn. Aan al die onderdelen kunnen gemotiveerde specifieke voorwaarden of beperkingen worden opgelegd. Indien zowel belangrijke delen van de bestaande toestand mogen worden behouden en tegelijk de voorgestelde uitbreiding op korte en lange termijn kan uitgevoerd worden zoals aangevraagd door het bedrijf, wordt een positief planologisch attest afgeleverd. Indien belangrijke delen van de bestaande toestand niet kunnen behouden worden, of de voorgestelde uitbreiding op korte termijn, of de voorgestelde uitbreiding op lange termijn niet kan worden uitgevoerd zoals aangevraagd door het bedrijf, wordt een gedeeltelijk positief planologisch attest afgeleverd. Het gedeeltelijk positief planologisch attest wordt beschouwd als een specifieke vorm van een positief planologisch attest. Er wordt een negatief planologisch attest afgeleverd indien het bedrijf niet op zijn huidige locatie behouden kan blijven, of indien de opgelegde X-14.008-18/24 voorwaarden dermate streng zijn dat het bedrijf enkel mag verder werken binnen de bestemmingen van het juridisch geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan”. 10. Uit de laatst aangehaalde bepaling blijkt dat de gedelegeerd planologisch ambtenaar onder meer, maar allerminst uitsluitend, rekening houdt met de zgn. “planningscontext” bij het bepalen van de overheid die hij bevoegd acht om het planologisch attest af te leveren. De kenmerken van het bedrijf vanuit verscheidene oogpunten, alsook de ruimtelijke kenmerken van het bedrijf en de impact van de gevraagde uitbreiding op korte en lange termijn zijn evenzeer elementen waarmee de gedelegeerd planologisch ambtenaar rekening houdt, nog afgezien van de vaststelling dat de opsomming van relevante elementen in de aangehaalde bepaling niet uitputtend is. Het criterium van de “planningscontext” is relevant voor de aanwijzing van de bevoegde overheid, omdat in geval van een positief planologisch attest uiteindelijk een ruimtelijk uitvoeringsplan of een bijzonder plan van aanleg in beginsel kan worden opgemaakt door de overheid die het attest heeft afgeleverd. De aangehaalde bepalingen sluiten evenwel niet uit dat op grond van andere criteria dan de “planningscontext” van dit beginsel kan worden afgeweken. 11. In het bindend gedeelte van het RSV wordt met betrekking tot de afbakening van bedrijventerreinen het volgende gesteld (blz. 589): “De regionale bedrijventerreinen in de grootstedelijke- en de regionaalstedelijke gebieden en in de economische knooppunten in het economisch netwerk van het Albertkanaal, en de bedrijventerreinen voor historisch gegroeide bedrijven worden door het Vlaams Gewest in de gewestplannen of in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen afgebakend. De regionale bedrijventerreinen in de structuurondersteunende kleinstedelijke gebieden en de kleinstedelijke gebieden op provinciaal niveau en in de overige economische knooppunten worden in provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen afgebakend of op voorstel en op vraag van de provincie door het Vlaams Gewest in de gewestplannen afgebakend”. Voor wat betreft de bedrijventerreinen voor historisch gegroeide bedrijven bepaalt het richtinggevende gedeelte van het RSV het volgende (blz. 454): X-14.008-19/24 “Bedrijventerrein voor historisch gegroeide bedrijven Op Vlaams niveau wordt 500 ha voorzien voor de herlokalisatie en uitbreiding van historisch gegroeide bedrijven; deze 500 ha maakt deel uit van de behoefte van 10.000 ha ruimte voor economische activiteiten tot 2007. Volgende principes gelden voor de lokalisatie en inrichting van bedrijventerreinen voor historisch gegroeide bedrijven : – een historisch gegroeid bedrijf kan omschreven worden als een regionaal bedrijf, dat morfologisch en ruimtelijk verweven is met de omgeving en dat een specifieke sociaal-economische relatie heeft met de omgeving; – mogelijk in gemeenten die niet als economisch knooppunt zijn geselecteerd; de vermelde 500 ha voor historisch gegroeide bedrijven heeft alleen betrekking op de oppervlakte voor herlokalisatie of omvangrijke (meer dan 5
  2. ha)uitbreiding ter plaatse van een historisch gegroeid bedrijf in een gemeente die niet is geselecteerd als economisch knooppunt. – afbakening door het Vlaams Gewest, in overleg met de provincie en de gemeente – aansluitend bij de huidige vestiging en/of de kern van het buitengebied”. 12. Uit het aanvraagdossier blijkt dat tot 1995 op het betrokken terrein een ander bedrijf was gevestigd en dat eerst in 2007 aan de verzoekende partij een milieuvergunning werd verleend voor de exploitatie van een betoncentrale. Voorts blijkt eruit dat de verzoekende partij in de omgeving van het betrokken terrein over verscheidene andere vestigingen beschikt en dat de hoofdzetel van het bedrijf gelegen is aan de Hoge Mauw 580 en niet op het betrokken terrein. Uit dit alles kan worden besloten dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij voorhoudt, het betrokken terrein niet kan worden beschouwd als een bedrijventerrein voor historisch gegroeide bedrijven. Het gegeven dat het bedrijf van de verzoekende partij reeds sinds 1935 “aanwezig is in de omgeving van het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft”, zoals de verzoekende partij in haar laatste memorie aanvoert, doet aan die vaststelling geen afbreuk. De door de verzoekende partij eveneens in haar laatste memorie geschetste nieuwe notie “bestaand regionaal bedrijf” die zou worden opgenomen in de tweede herziening van het RSV, doet evenmin afbreuk aan die vaststelling, aangezien die eventuele toekomstige aanpassing niet relevant is voor de beoordeling van de bestreden beslissing. Voor wat betreft regionale bedrijventerreinen die niet zijn gelegen in grootstedelijke of regionaalstedelijke gebieden of in de economische knooppunten in het economisch netwerk van het Albertkanaal, voorziet de X-14.008-20/24 aangehaalde bepaling uit het bindend gedeelte van het RSV in een afbakening in provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen of in de gewestplannen, maar in het laatste geval op voorstel en op vraag van de provincie. Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de gedelegeerd planologische ambtenaar op goede gronden heeft beslist de provincie aan te wijzen als bevoegde overheid om te beslissen over de aanvraag die heeft geleid tot de bestreden beslissing. Tevens blijkt uit het voorgaande dat het door de verzoekende partij ingeroepen subsidiariteitsbeginsel bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen niet werd miskend. 13. Het toentertijd geldende artikel 17 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu voorziet in een regeling inzake de afbakening van Grote Eenheden Natuur (GEN) en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO), desgevallend door middel van ruimtelijke uitvoeringsplannen. Anders dan de verzoekende partij dat ziet, kan daar niet uit worden opgemaakt dat de beperking waarin het toentertijd geldende artikel 17, § 3, derde lid, van het aangehaalde decreet voorziet voor wat betreft de opheffing van een GEN of een GENO door gemeentelijke of provinciale ruimtelijk uitvoeringsplannen, de aanwijzing uitsluit van de verwerende partij als bevoegde overheid om te beslissen over het gevraagde planologisch attest. Uit de gegevens van het dossier blijkt immers dat een opheffing van een GEN of een GENO te dezen niet aan de orde is. De verwijzing door de verzoekende partij in haar laatste memorie naar een bestaand gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan waarvan het plangebied deels in een GEN is gelegen, doet geen afbreuk aan deze conclusie, nu niet aannemelijk wordt gemaakt om welke dwingende reden in dat geval alleen het Vlaamse Gewest bevoegd zou zijn om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te stellen. 14. Het eerste middel is niet gegrond. X-14.008-21/24 B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 15. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 3, 4 en 145 DRO, van artikel 5, § 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 tot bepaling van de nadere regels voor het planologisch attest, van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet en van de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Tevens wordt machtsoverschrijding aangevoerd. De verzoekende partij stelt dat de bestreden beslissing gesteund is op drie beleidsdocumenten die volkomen vreemd zijn aan het door het DRO bepaalde planningsinstrumentarium, met name een document “Ruimtelijke visie landbouw, natuur en bos, opgesteld voor de regio Neteland”, een document “Kaderplan Dessel-Turnhout-Schoten” en een “Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan”. Een verwijzing naar dergelijke beleidsdocumenten die buiten het decretale planningsinstrumentarium vallen, volstaat niet om te voldoen aan de formele motiveringsplicht. De bestreden beslissing gaat uit van manifest onjuiste feiten. In tegenstelling tot wat in de bestreden beslissing wordt voorgehouden, is de ontsluiting van het bedrijf niet gebrekkig. De industriële ontsluitingsweg sluit aan op de E34 en is in het verleden aangelegd om het betrokken terrein te ontsluiten via het bedrijventerrein de Hoge Mauw, zodat de woonkern van Arendonk wordt ontlast. Aangezien deze ontsluitingsweg tevens de ontsluitingsweg is voor een ander regionaal bedrijventerrein, is zij afdoende voor haar functie. Bovendien zou worden voorzien in een nieuwe vaste brug over het kanaal. Het motief met betrekking tot de ongeschiktheid van brug 4 over het kanaal is dan ook foutief. Beoordeling 16. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij voorhoudt, vergt de formele motiveringsplicht niet dat de volledige inhoud van beleidsdocumenten waarop de beoordeling van de bevoegde overheid is gebaseerd, wordt weergegeven in de bestreden beslissing. X-14.008-22/24 Uit de bestreden beslissing en uit de gegevens van het dossier blijkt dat de eerste twee door de verzoekende partij geviseerde beleidsdocumenten in wezen de nadere uitwerking betreffen van het RSV resp. het provinciaal ruimtelijk structuurplan voor wat betreft de in die documenten genoemde gebieden. Voorts wordt voor elk van die beleidsdocumenten in de bestreden beslissing op beknopte wijze de essentie ervan en de implicaties voor de aanvraag beschreven. Er kan dan ook allerminst worden aangenomen dat de verzoekende partij onwetend is gebleven omtrent de draagwijdte van deze documenten en met name de gevolgen ervan voor de aanvraag. De overheid die beslist over een planologisch attest moet in haar oordeel een ruimtelijke afweging betrekken die vergelijkbaar is met de afweging die voorafgaat aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan in uitvoering van een ruimtelijk structuurplan. Het feit dat beleidsdocumenten bij deze afweging worden betrokken, die een nadere uitwerking inhouden van het toepasselijke RSV en provinciaal ruimtelijk structuurplan, houdt op zich beschouwd geen miskenning in van de formele of materiële motiveringsplicht. Anders dan wat de verzoekende partij in haar laatste memorie voorhoudt, gaat het te dezen niet om “documenten die buiten het wettelijk planologisch instrumentarium” vallen. 17. De feitelijke beweringen van de verzoekende partij met betrekking tot de ontsluitingsweg zijn niet in tegenspraak tot hetgeen in de bestreden beslissing wordt vermeld. De kwalificatie in de bestreden beslissing van de “gebrekkige bedrijfsontsluitingsweg” is gebaseerd op verscheidene gegevens die als dusdanig niet worden betwist door de verzoekende partij. Zo wordt in de bestreden beslissing overwogen dat geen gebruik wordt gemaakt van de ligging van het bedrijf aan het kanaal Dessel-Schoten en dat het bedrijfsvervoer volledig over de weg wordt georganiseerd. Tevens wordt gewezen op de decentrale ligging van het bedrijventerrein en op het feit dat de autosnelweg E34 ten zuiden van de gemeente ligt. Er wordt ook gewezen op het aantal geschatte vrachtwagenbewegingen en personenverplaatsingen per dag dat door de gevraagde uitbreiding op korte termijn zou worden gegenereerd. De bestreden beslissing vermocht wel degelijk rekening te houden met de bestaande toestand van brug 4 over het kanaal, nu de toekomstige X-14.008-23/24 toestand van die brug ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing onzeker was en bovendien de toestand van deze brug slechts één van de elementen is die hebben bijgedragen tot de kwalificatie van de “gebrekkige bedrijfsonsluitingsweg”. Het gegeven dat die weg in de bestreden beslissing wordt omschreven als een “industriële onsluitingsweg” doet geen afbreuk aan die kwalificatie. Uit het voorgaande blijkt dat de beoordeling van de mobiliteitsproblematiek niet op kennelijk onredelijke wijze is gebeurd en evenmin is gebaseerd op foutieve gegevens. 18. Het tweede middel is niet gegrond BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig december 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.008-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.928 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.472 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.