id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.936 Rolnummer: A. 191359/X-14071 Zaak: Arrest 209936 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 21/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 05:34 Fiche Arrest nr 209.936 van 21 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 209.936 van 21 december 2010 in de zaak A. 191.359/X-14.
- In zake :
- Luc VALCKE
- Angeline SPILLEBEEN (overleden) Rechtsgeding hervat door : a. Luc VALCKE b. Martine VALCKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Jan Beleyn kantoor houdend te 8500 KORTRIJK President Kennedypark 6, bus 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves François kantoor houdend te 8790 WAREGEM Eerbruggestraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de c.v.b.a. DE VLASHAARD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 ASSEBROEK Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 februari 2009, strekt tot de nietigverklaring van : - het besluit van 7 november 2008 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan X-14.071-1/8 “Leievallei en open ruimte omgeving Kortrijk”, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 3 december 2008; - “het (impliciete/stilzwijgende) besluit van de Vlaamse regering (dd. 7 november 2008) houdende de niet-opname van het woonuitbreidingsgebied in de Leievallei aan de zogenaamde ‘Posthoorn’ (in het bijzonder van het perceel kadastraal gekend onder Wevelgem, 1e afdeling, sectie C, nr. 0124A, zoals het ook vermeld wordt op het verordende plan horende bij de eerste bestreden beslissing, (…)”. II. Verloop van de rechtspleging
- Uit het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Kortrijk, blijkt dat de tweede verzoekster is overleden op 1 maart
- Het verzoek tot gedinghervatting werd op 27 maart 2009 ingediend door Luc VALCKE en Martine VALCKE. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de eerste verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 19 mei
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-14.071-2/8 De eerste verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 november
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Yves François, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Yelle Snauwaert, die loco advocaat Antoon Lust verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Afstand van het geding in hoofde van de tweede gedinghervattende partij 3.
- Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.
- De tweede gedinghervattende, Martine Valcke, heeft binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Dit wordt X-14.071-3/8 door haar niet betwist. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. Het beroep is ten aanzien van de tweede gedinghervattende, Martine Valcke, niet ontvankelijk. Met “de verzoekende partijen” worden hierna dan ook enkel “de verzoeker” bedoeld. IV. Feiten 4.
- Bij besluit van 12 oktober 2007 van de Vlaamse regering wordt het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) “Leievallei en open ruimte omgeving Kortrijk” voorlopig vastgesteld. Voor het betreffende GRUP resulteert de ruimtelijke visie op de Leievallei en de aansluitende omgeving ervan in de opname van zeven deelgebieden : Deelplan
- Laag-Vlaanderen Deelplan
- Diefhondbos-Posthoornhoek Deelplan
- Biezenveld-Paters Mote Deelplan
- Omgeving LAR-zuid Deelplan
- Plaatsbeek - Ooigembos Deelplan
- Vallei van de Kasselrijbeek Deelplan
- Omgeving van het Mortagnebos-Keiberg. 4.
- Het onderhavige beroep heeft betrekking op de niet-opname van een perceel in het deelplan
- 4.
- Tijdens het openbaar onderzoek dat over het voorlopig vastgesteld ontwerp GRUP wordt gehouden, dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. De verzoekende partijen, wier eigendom zelf niet binnen het gebied van het GRUP zijn gelegen, verzetten er zich tegen dat de gronden van de sociale Huisvestingsmaatschappij De Vlashaard, welke in de buurt van hun eigendom zijn gelegen, in het bijzonder het perceel kadastraal bekend sectie C, X-14.071-4/8 nr. 0124/A, dat volgens de gewestplanvoorschriften is gelegen in woonuitbreidingsgebied, niet werd opgenomen in het GRUP. Zij stellen voor deze gronden alsnog in te kleuren in een onbebouwbare zone en vervolgens het gewijzigde ontwerp terug voor te leggen aan een openbaar onderzoek. 4.
- De Vlacoro stelt met betrekking tot het bezwaarschrift van de verzoekende partijen wat volgt: “d. Bezwaarindieners (B99) verzetten zich tegen het niet opnemen van de verkavelingsgronden van de SHM de Vlashaard (bezwaarindiener
(123)en [168]) 124a en merkt hierbij op dat: - tijdens de plenaire vergadering van 9 juli 2003 n.a.v. de afbakening van het regionaal stedelijk gebied door ARP is gesteld dat het woonuitbreidingsgebied niet wordt opgenomen omdat de herbestemming kadert in het geheel van de open Leievallei en een realisatie van deze zone ruimtelijk niet wenselijk is - de geïntegreerde gebiedsvisie Leievallei sectie Wervik-Kortrijk van juni 2005 voor het perceel actie 58 inschrijft: omzetten van woonuitbreidingsgebied naar landbouw - in het principebesluit van de gemeente dd. 7 december 2004 verduidelijkt wordt dat er geen enkele noodzaak is tot het aansnijden van het woonuitbreidingsgebied - de niet opname indruist tegen het principe van het vormen van ruimtelijk logische gehelen (cfr. toelichting) - het perceel gedeeltelijk gelegen is in overstromingsgebied - de stedenbouwkundig ambtenaar dd. 16 augustus 2006 een verkavelingsvergunning heeft ontzegd voor het betrokken perceel, en dit heeft gemotiveerd op basis van de voorontwerpfase van voorliggend planningsproces enerzijds en de opties in de afbakening van het regionaalstedelijk gebied anderzijds - met betrekking tot deze weigering een procedure loopt voor de Raad van State waarin het Vlaams Gewest met klem de weigeringsbeslissing verdedigt - financiële redenen (planschade) niet opwegen tegen de geformuleerde uitgangspunten Bezwaarindieners (B99) besluiten dat geredetwist kan worden over de ontvankelijkheid van het bezwaar omdat nu geen bestemmingswijziging is doorgevoerd, maar dat het desondanks aangewezen lijkt om - ofwel het gewijzigde ontwerp zo nodig opnieuw in openbaar onderzoek voor te leggen - ofwel (zoals bij de afbakening van het regionaal stedelijk gebied) te expliciteren dat binnenkort een bestemmingswijziging zal worden doorgevoerd”. En beantwoordt dit bezwaar als volgt: X-14.071-5/8 “Vlacoro stelt vast dat dit bezwaar slaat op een deelgebied dat niet opgenomen is in het RUP. Het bezwaar is dus niet ontvankelijk. Inhoudelijk sluit het echter aan bij de voorgaande bezwaren en dus bij de suggestie van Vlacoro naar de Vlaamse regering voor een apart RUP hiervoor”. 4.
- Bij het thans betreden besluit van 7 november 2008 van de Vlaamse regering wordt het GRUP “Leievallei en open ruimte omgeving Kortrijk” definitief vastgesteld. Dit besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 december
- 4.
- Dit besluit overweegt met betrekking tot het bezwaar van de verzoekende partijen wat volgt: “Overwegende dat de overige bezwaren, opmerkingen en adviezen voor dit deelplan niet leiden tot aanpassingen : - Door verschillende bezwaarindieners wordt opgemerkt dat slechts een deel van het woonuitbreidingsgebied in Wevelgem wordt herbestemd naar agrarisch gebied. Na het openbaar onderzoek kunnen geen nieuwe gebiedsdelen toegevoegd worden aan het plan zodat niet wordt ingegaan op deze voorstellen”. V. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 5.
- In het verzoekschrift zetten de verzoekende partijen uiteen ontegensprekelijk belang te hebben bij het beroep, als rechtstreekse buren van de grond die ten onrechte niet is opgenomen in het GRUP, en welke zodoende dreigt verkaveld te worden, waardoor niet enkel de Leievallei definitief wordt aangetast, maar ook het prachtige uitzicht waarvan zij thans genieten. 5.
- De verwerende partij werpt op dat het beroep onontvankelijk is naar het voorwerp: “Verzoekende partijen menen tevens de nietigverklaring te kunnen vorderen van een beweerd impliciet besluit dd. 07.11.2008 van de Vlaamse Regering houdende niet opname van het woonuitbreidingsgebied. X-14.071-6/8 Deze vordering is uiteraard onontvankelijk naar het voorwerp, wat verzoekende partijen in fine van hun eerste middel ook erkennen. Dergelijk besluit tot niet opname bestaat niet. Wat niet bestaat kan men ook niet aanvechten. Het is trouwens ook niet omdat een bepaald besluit betreffende het woonuitbreidingsgebied nog niet bestaat, dat het automatisch een impliciet weigeringbesluit zou zijn, quod non. Waar uit het administratief dossier blijkt dat voor het woonuitbreidingsgebied een apart GRUP zal opgemaakt worden, kunnen verzoekende partijen bezwaarlijk voorhouden dat de overheid op 07.11.2008 bij de beslissing over een ander GRUP waarin die gronden niet vervat zijn, een weigeringbesluit zou genomen hebben. Het verzoek tot nietigverklaring tegen het tweede bestreden besluit is eveneens onontvankelijk naar het voorwerp. Het valt trouwens niet in te zien welk rechtstreeks voordeel verzoekende partijen bij een eventuele nietigverklaring van dat beweerde impliciet besluit zouden kunnen hebben”. 5.
- De tussenkomende partij werpt op dat er geen impliciet/stilzwijgend besluit bestaat om het betrokken perceel niet in het GRUP op te nemen. 5.
- In de memorie van wederantwoord en de laatste memorie herneemt de verzoeker zijn standpunt zoals uiteengezet in het verzoekschrift. Beoordeling 5.
- Uit de omschrijving door de verzoeker van het “dubbel” voorwerp in het verzoekschrift blijkt dat zij de vernietiging van het bestreden besluit vorderen voor zover dit besluit de gronden van de c.v.b.a. De Vlashaard, kadastraal bekend sectie C, nr. 0124/A, niet opneemt in het GRUP. Hij vecht derhalve de impliciete beslissing van de Vlaamse regering aan om de bestemming van het voormelde perceel niet te wijzigen. De gewilde onthouding of de weigering om van een louter facultatieve bevoegdheid gebruik te maken, is geen akte in de zin van artikel 14, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het feit dat de verzoeker een rechtstreekse buur van de betrokken site is, doet hieraan geen afbreuk. Het beroep is niet ontvankelijk. X-14.071-7/8 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De eerste verzoeker en de nalatenschap van de tweede verzoekende partij worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, elk voor de helft. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig december 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.071-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div