← België

Arrest 210030 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.030 Rolnummer: A. 179636/IX-5523 Zaak: Arrest 210030 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-04 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.030 van 22 december 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 210.030 van 22 december 2010 in de zaak A. 179.636/IX-5523 In zake: Jean DEWIT wonend te Strombeek-Bever (Grimbergen) J. Van Elewyckstraat 92 bus 5 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alain Verriest en Patrik De Maeyer kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 november 2006, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 5 augustus 2006 waarbij Herman Roloux met uitwerking op 1 februari 2006 wordt bevorderd tot de graad van adviseur-generaal in het Nederlandse taalkader van de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelings- samenwerking. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-5523-1/11 Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 november
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die loco advocaten Alain Verriest en Patrik De Maeyer verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Melissa Celis heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Bij koninklijke besluiten van 29 maart 2002 worden zestien ambtenaren, waaronder Herman Roloux, bevorderd tot de graad van adviseur bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelings- samenwerking. Deze koninklijke besluiten zijn bij vermelding bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 mei
  6. De verzoeker heeft ze met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State bestreden (zaak A. 123.250/V-1648). IX-5523-2/11 3.
  7. Op 25 juli 2005 besluit de minister van Buitenlandse Zaken om te voorzien in de vacature van zes betrekkingen van adviseur-generaal bij het hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Bij bericht van vacantverklaring van betrekkingen nr. 05/07 van 1 augustus 2005 doet de voorzitter van het directiecomité van de genoemde FOD een oproep tot kandidaten voor deze zes betrekkingen, die zich situeren bij de directie-generaal Juridische Zaken, de directie-generaal voor Multilaterale Zaken en Mondialisering, de directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie, de stafdirectie Informatie- en Communicatietechnologie en de stafdirectie Personeel en Organisatie. Deze vacante betrekkingen zullen worden toegekend door bevordering naar een hogere klasse. 3.
  8. Zestien personeelsleden stellen zich kandidaat voor een aantal van deze betrekkingen. Onder hen Herman Roloux, die kandideert voor alle zes vacante betrekkingen. 3.
  9. Op 19 oktober 2005 onderzoekt het directiecomité de kandidaturen voor de voormelde zes betrekkingen. Vooreerst wordt de ontvankelijkheid van de verschillende kandidaturen nagegaan. Er wordt vastgesteld dat alle kandidaten reeds een functie in de klasse A3 bekleden en dat alle kandidaturen in de voorgeschreven vorm en binnen de voorgeschreven termijn werden ingediend, zodat ze allemaal ontvankelijk zijn. Vervolgens worden de kandidaten voorgesteld na een kort overzicht van hun loopbaan en curriculum vitae. Ten slotte onderzoekt en vergelijkt het directiecomité de kandidaten per te begeven betrekking in functie van de daarvoor vereiste kwaliteiten. Voor de functie van adviseur-generaal bij de stafdirectie Personeel en IX-5523-3/11 Organisatie (P&O2) wordt Herman Roloux als de meest geschikte kandidaat voorgedragen. 3.
  10. De door het directiecomité voorgestelde rangschikkingen worden, samen met een uittreksel van het proces-verbaal van de vergadering van 19 oktober 2005, aan de verschillende kandidaten ter kennis gebracht. Twee kandidaten dienen hiertegen bezwaar in, maar geen enkel bezwaar heeft betrekking op het voorstel van rangschikking voor de functie van adviseur-generaal bij de stafdirectie Personeel en Organisatie (P&O2). Het voorstel van rangschikking met betrekking tot deze functie, waarbij Herman Roloux als eerste is voorgedragen, wordt dan ook niet opnieuw door het directiecomité onderzocht tijdens zijn vergadering van 20 januari
  11. 3.
  12. In een nota van 25 juli 2006 aan de minister van Buitenlandse Zaken geeft de voorzitter van het directiecomité een overzicht van de gevolgde bevorderingsprocedure en van de door het directiecomité voorgedragen kandidaten. Samen met deze nota wordt onder meer het ontwerp van koninklijk besluit tot bevordering van Herman Roloux tot de graad van adviseur-generaal overgemaakt. 3.
  13. Bij koninklijk besluit van 5 augustus 2006 wordt Herman Roloux met uitwerking op 1 februari 2006 bevorderd tot de graad van adviseur-generaal in het Nederlandse taalkader bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en wordt hem de vakrichting “Personeel en Organisatie” toegewezen. Dit koninklijk besluit, dat bij vermelding wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 september 2006, is het bestreden besluit. 3.
  14. Bij arrest nr. 207.718 van 28 september 2010 heeft de Raad van State onder meer het koninklijk besluit van 29 maart 2002, waarbij Herman Roloux werd bevorderd tot de graad van adviseur, vernietigd. IX-5523-4/11 3.
  15. Na het voormelde arrest heeft de verwerende partij de bevorderingsprocedure die heeft geleid tot de koninklijke besluiten van 29 maart 2002, hernomen. Bij koninklijk besluit van 2 november 2010, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 november 2010, wordt Herman Roloux met uitwerking op 1 maart 2002 opnieuw bevorderd tot de graad van adviseur in het Nederlandse taalkader van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit besluit is als volgt gemotiveerd: “Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet; Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, zoals gewijzigd; Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, zoals gewijzigd; Gelet op het ministerieel besluit van 8 augustus 1997 tot vaststelling van sommige bijzondere bepalingen om de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel, binnen het Hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, te waarborgen; Gelet op het koninklijk besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de organieke personeelsformatie van het Hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Internationale samenwerking; Gelet op het koninklijk besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de taalkaders van het Hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; Gelet op het koninklijk besluit van 3 juni 1999 houdende het organiek reglement van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Internationale samenwerking; Gelet op het ministerieel besluit van 26 januari 2000 tot vaststelling per directie of dienst van de betrekkingen voorzien in de organieke personeelsformatie van het Hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; Gelet op het feit dat de functie van adviseur bij het Secretariaat-generaal - Crisiscentrum vacant werd verklaard door dienstorder nr. 2001/20 van 20 juli 2001; Gelet op het gemotiveerde advies van de Directieraad van het Hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; Overwegende dat het koninklijk besluit van 29 maart 2002, waarbij de heer Herman Roloux met ingang van 1 maart 2002 werd bevorderd tot adviseur op het Nederlands taalkader, werd vernietigd door het arrest van de Raad van State nr. 207.718 d.d. 28 september 2010; IX-5523-5/11 Overwegende dat de bevorderingsprocedure, die geleid heeft tot het koninklijk besluit van 29 maart 2002, na het arrest van de Raad van State nr. 207.718 d.d. 28 september 2010 dient te worden hernomen, teneinde rechtsherstel te bieden aan hetgeen door de Raad van State voor recht werd vastgesteld in voormeld arrest; Overwegende dat, na onderzoek van de kandidaturen en uit de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten blijkt dat de heer Herman Roloux aan de gestelde criteria beantwoordt om tot de graad van adviseur benoemd te worden. Dankzij zijn uitzonderlijke beschikbaarheid, zijn voortreffelijke werkcapaciteit, zijn organisatietalent en zin voor initiatief heeft hij zijn gevarieerde werkzaamheden op het Secretariaat-generaal op harmonieuze wijze en tot ieders voldoening weten te combineren met de functie van vormingsdirecteur. Door zijn sociale ingesteldheid en collegialiteit is de heer Roloux de bezielende kracht van het crisiscentrum hetgeen tevens getuigt van zijn capaciteit om mensen te motiveren, leiding te geven en te coördineren. Bovendien beschikt de heer Roloux over een uitgebreide kennis van het departement en van het functioneren van de administratie; Overwegende dat de heer Herman Roloux door de Directieraad als eerste en meest geschikte kandidaat werd gerangschikt voor de betrekking van adviseur bij het Secretariaat-generaal - Crisiscentrum; Overwegende dat de heer Herman Roloux tijdens de periode waarin het vernietigde koninklijk besluit van 29 maart 2002 uitwerking had, zijn taken als adviseur heeft uitgeoefend en dat het, mede gelet op de continuïteit van de dienst, aldus gerechtvaardigd voorkomt, ook met het oog op de rechtszekerheid, om onderhavig besluit uitwerking te laten verlenen vanaf 1 maart 2002.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  16. De verzoeker licht zijn belang bij het voorliggende beroep toe door in zijn verzoekschrift te stellen dat de eventuele vernietiging van de koninklijke besluiten van 29 maart 2002 waarbij zestien personeelsleden werden bevorderd tot adviseur bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, ertoe zal leiden dat hijzelf terug in aanmerking komt om te worden bevorderd tot adviseur. Na een dergelijke bevordering zal hij ook in aanmerking komen om te worden bevorderd tot adviseur-generaal. De bestreden bevordering tot adviseur-generaal moet derhalve worden beoordeeld in het licht van de vernietiging van de eerder bestreden bevorderingen tot adviseur. IX-5523-6/11 Volgens de verzoeker is het dan ook onweerlegbaar dat hij een rechtstreeks, onmiddellijk, zeker, actueel en persoonlijk belang heeft, zowel bij de vernietiging van de eerder bestreden koninklijke besluiten van 29 maart 2002 als bij de vernietiging van het thans bestreden koninklijk besluit van 5 augustus
  17. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Zij wijst in dit verband op de samenhang die bestaat tussen het thans voorliggende beroep tot nietigverklaring en het beroep in de zaak A. 123.250/V-
  18. Zij stelt dat zij in de laatstgenoemde zaak de ontvankelijkheid van het beroep heeft betwist en dat de daarbij aangevoerde argumenten eveneens in de voorliggende zaak dienen te worden opgeworpen. Een beroep tot nietigverklaring ter ondersteuning van een ab initio onontvankelijk ingesteld beroep dient volgens de verwerende partij eveneens als onontvankelijk te worden beschouwd. Beoordeling
  19. De verzoeker heeft op 1 juli 2002 een beroep ingesteld tot nietigverklaring van onder meer het koninklijk besluit van 29 maart 2002 waarbij Herman Roloux werd bevorderd tot de graad van adviseur bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (zaak A. 123.250/V-1648). Bij arrest nr. 207.718 van 28 september 2010 heeft de Raad van State zich uitgesproken over de ontvankelijkheid van het beroep in de desbetreffende zaak, waarnaar door de verwerende partij wordt verwezen ter staving van haar exceptie van onontvankelijkheid van het beroep in de thans voorliggende zaak. De Raad van State heeft in het voormelde arrest de door de verwerende partij opgeworpen excepties evenwel niet aangenomen. Het beroep werd ontvankelijk bevonden voor zover het onder meer was gericht tegen de bevordering van Herman Roloux tot adviseur. De verwerende partij kan dan ook niet worden bijgevallen in haar standpunt dat het voorliggende beroep tot IX-5523-7/11 nietigverklaring, dat ingesteld zou zijn ter ondersteuning van het beroep in de zaak A. 123.250/V-1648, onontvankelijk is wegens de onontvankelijkheid van het initieel ingestelde beroep.
  20. De exceptie is ongegrond. V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
  21. De verzoeker voert in een enig middel de onwettigheid aan van het bestreden koninklijk besluit van 5 augustus 2006, waarbij Herman Roloux tot adviseur-generaal wordt bevorderd, als gevolg van de onwettigheid van het eerder bestreden koninklijk besluit van 29 maart 2002, waarbij diezelfde persoon tot adviseur werd bevorderd. De verzoeker stelt dat bij het wegvallen van de bevordering van Herman Roloux tot adviseur, diens nieuwe bevordering tot adviseur-generaal elke rechtsgrond ontbeert. Deze nieuwe bevordering moet dan ook onbestaande worden verklaard. De verzoeker laat voorts gelden dat, zelfs indien de nieuwe bevordering tot adviseur-generaal niet het verplichte gevolg is van de voorafgaande bevordering tot adviseur, de geldigheid van de laatstgenoemde bevordering wel de noodzakelijke vereiste is voor de geldigheid van de eerstgenoemde bevordering. In de mate dat de bevordering tot adviseur aangetast is door gebreken, heeft dit rechtstreekse implicaties voor het juridische statuut van de daaropvolgende bevordering tot adviseur-generaal. Aangezien de bevordering tot adviseur aangetast is door vormgebreken, is de bevordering tot adviseur-generaal dat ook. IX-5523-8/11
  22. De verwerende partij wijst in haar memorie van antwoord op de procedure in de zaak nr. A. 123.250/V-
  23. Zij laat gelden dat uit de stukken die in die procedure zijn neergelegd, afdoende blijkt dat de vordering onontvankelijk, minstens ongegrond is. Derhalve dient het in die zaak bestreden koninklijk besluit van 29 maart 2002 wettig te worden geacht. De wettigheid van de benoeming van Herman Roloux tot adviseur op 29 maart 2002 impliceert volgens de verwerende partij dat betrokkene op 5 augustus 2006 wel degelijk op wettige wijze kon worden benoemd tot adviseur-generaal.
  24. De verzoeker benadrukt in zijn memorie van wederantwoord dat het noodzakelijk is de graad van adviseur te bekleden om te kunnen worden bevorderd tot de graad van adviseur-generaal. Indien derhalve de Raad van State de initieel aangevochten bevorderingen tot adviseur vernietigt, is dit ook het lot van de latere bevorderingen die afhankelijk zijn van de vernietigde bevorderingen. Beoordeling
  25. Een personeelslid kan met toepassing van artikel 41, §1, derde lid, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel, samen gelezen met artikel 4, §1, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, slechts tot adviseur-generaal (klasse A4) worden bevorderd, indien het reeds met de graad van adviseur (klasse A3) is bekleed. Zonder een voorafgaand besluit tot bevordering tot de graad van adviseur kan derhalve ten voordele van het betrokken personeelslid geen rechtsgeldig besluit tot bevordering tot de graad van adviseur-generaal worden genomen. Het thans bestreden koninklijk besluit van 5 augustus 2006, waarbij Herman Roloux wordt bevorderd tot de graad van adviseur-generaal, vindt dan ook zijn noodzakelijke grondslag in het koninklijk besluit van 29 maart 2002, waarbij voornoemde werd bevorderd tot adviseur. IX-5523-9/11 Zoals hiervóór, bij de uiteenzetting van de feiten, reeds werd vermeld, heeft de Raad van State bij arrest nr. 207.718 van 28 september 2010 onder meer het koninklijk besluit van 29 maart 2002 houdende de bevordering van Herman Roloux tot adviseur bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vernietigd. Na de vernietiging van het voormelde koninklijk besluit van 29 maart 2002 heeft de verwerende partij evenwel de bevorderingsprocedure hernomen die tot dat besluit had geleid. Bij koninklijk besluit van 2 november 2010, dat bij vermelding is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 november 2010, werd Herman Roloux, met uitwerking op 1 maart 2002, opnieuw bevorderd tot de graad van adviseur bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze ontwikkeling, die zich heeft voorgedaan nadat de auditeur-verslaggever haar verslag, opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, had neergelegd, doet vragen rijzen aangaande de rechtsgrond van het besluit dat met het voorliggende beroep wordt bestreden. In het bijzonder rijst de vraag of het voormelde koninklijk besluit van 2 november 2010 alsnog een deugdelijke grondslag kan verlenen aan het thans bestreden besluit. Deze vraag, die van wezenlijk belang is voor de beoordeling van de gegrondheid van het enige middel, is van aard dat ze niet in korte debatten kan worden beantwoord. Er is dan ook aanleiding om de behandeling van de zaak volgens de gewone rechtspleging voort te zetten. BESLISSING
  26. De debatten worden heropend. IX-5523-10/11
  27. De zaak wordt verder behandeld volgens de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Bert Thys IX-5523-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.030 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2014:ARR.229.421 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.