id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.068 Rolnummer: A. 197671/IX-6939 Zaak: Arrest 210068 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.068 van 23 december 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 210.068 van 23 december 2010 in de zaak A. 197.671/IX-6939 In zake : Christine CUVELIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 10 september 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 12 juli 2010 van de commissaris-generaal van de federale politie waarbij Christine Cuvelier wordt herplaatst. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. IX- 6939-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoekster, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is hoofdcommissaris van politie. Per 1 maart 2010 is zij, middels herplaatsing, tewerkgesteld als diensthoofd van de Federale School (DSEF), één van de drie door de directie van de opleiding (DSE) ingerichte scholen. 3.
- Naar aanleiding van een nota van 16 maart 2010 van de verzoekster aan de personeelsleden van de Federale School, ontspint zich een discussie tussen de directeur van de directie van de opleiding en de verzoekster over haar precieze taakinvulling. Ook de directeur-generaal van de algemene directie van de ondersteuning en het beheer (DGS) mengt zich in het debat. IX- 6939-2/5 3.
- Met een brief van 21 mei 2010 deelt de directeur-generaal DGS een ontwerp van advies aan de commissaris-generaal mee, waarbij hij voorstelt om de verzoekster te herplaatsen. Hij nodigt de verzoekster daarbij ook uit om te worden gehoord omtrent dit ontwerpadvies. De verzoekster reageert hier schriftelijk op en is ook aanwezig op de hoorzitting van 21 juni
- Ook op het verslag van dat onderhoud reageert de verzoekster nog. 3.
- Op 5 juli 2010 maakt de directeur-generaal DGS zijn advies tot herplaatsing van de verzoekster over aan de commissaris-generaal. 3.
- Met een nota van 12 juli 2010 beslist de commissaris-generaal van de federale politie om de verzoekster met ingang van 19 juli 2010 te herplaatsen naar CGLX als adjunct-diensthoofd van de dienst excellente politiezorg. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX- 6939-3/5 Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
- De verzoekster voert aan dat de bestreden beslissing kadert in plannen om de functie van diensthoofd DESF niet meer in te vullen, maar dat de federale school dan toch wel nog deel uitmaakt van een geheel van opleidingsscholen waarvan onmiskenbaar iemand de leiding zal moeten opnemen. In dat kader ligt het voor de hand dat de actuele diensthoofden van de scholen in eerste instantie in aanmerking zullen komen voor het opnemen van de nieuwe functie na een eventuele reorganisatie, die waarschijnlijk zal gebeuren in
- Met de bestreden beslissing wordt de verzoekster geweerd uit de directie van de opleiding. Het kelderen van haar mogelijkheden om een leidinggevende positie te vervullen binnen de federale school en de drie opleidingsscholen zal niet meer goedgemaakt kunnen worden door een later komende vernietiging van de bestreden beslissing, aangezien de functie van waaruit zij nu herplaatst wordt “geen deel meer zal uitmaken van de OT in zijn formele functiecode en dat zodoende tussentijds verzoeker zal zijn ontstoken van een integratie in de nieuwe structuur waarbij een leidinggevende functie onontbeerlijk aanwezig zal zijn”.
- De verwerende partij wijst op het hypothetisch karakter van het aangevoerd nadeel. Zij stelt dat het actueel vervullen van een leidinggevende functie geen garantie biedt op een leidinggevende functie na een reorganisatie van de dienst, dat een nieuw ingestelde functie bij mobiliteit begeven zal worden met misschien vooraf een mogelijkheid tot herplaatsing, maar dat het toewijzen van de betrekking altijd zal gebeuren aan de kandidaat met het meest geschikte functieprofiel zodat het bekleden van de functie van diensthoofd DSEF geen garantie vormt om in de nieuwe structuur belast te worden met de leidinggevende functie terwijl de functie waarin de verzoekster nu herplaatst wordt, haar geen kansen ontneemt. Zij voegt daaraan toe dat de reorganisatie van DGS en DSE nog niet in concrete uitvoering is en er ter zake nog heel wat onduidelijkheden bestaan, ook over het aantal leidinggevenden die daar tewerkgesteld zullen worden. IX- 6939-4/5 Beoordeling
- De verwerende partij wijst terecht op het hypothetisch karakter van het aangevoerd nadeel. Uit niets blijkt immers dat de bestreden beslissing het voor de verzoekster onmogelijk maakt om zich te gelegener tijd ten volle te laten gelden bij het opvullen van de nieuwe structuren van de opleidingsinstellingen, die overigens nog maar in het stadium van de planning en de ontwikkeling blijken te zitten.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX- 6939-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.068 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.313 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.221.391 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div