← België

Arrest 210072 - Milieuvergunningen - 23/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.072 Rolnummer: A. 188477/VII-37208 Zaak: Arrest 210072 - Milieuvergunningen - 23/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-05 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.072 van 23 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 210.072 van 23 december 2010 in de zaak A. 188.477/VII-37.

  1. In zake : Ronny GOEMAERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Van Reybrouck kantoor houdend te Torhout Boeiaardstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 6 juni 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 8 april 2008 waarbij het beroep, ingediend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 24 mei 2007 houdende het gedeeltelijk, met name behoudens wat de gevraagde mestverwerkingsinstallatie betreft, verlenen van de milieuvergunning om een varkens-, kippen- en rundveehouderij, gelegen aan de Burgemeesterstraat 6 te Lichtervelde, te exploiteren en te veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. VII-37.208-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Bart Van Reybrouck verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoeker exploiteert een varkens-, kippen- en rundveehouderij, gelegen aan de Burgemeesterstraat 6 te Lichtervelde. De VII-37.208-2/8 basisvergunning voor dit landbouwbedrijf werd verleend op 3 september 1992 en loopt tot 1 september
  7. Op 16 november 2006 dient de verzoeker bij de deputatie van de provincie West-Vlaanderen een aanvraag in voor de hernieuwing van zijn milieuvergunning, met als doel het verder exploiteren en veranderen van zijn inrichting, onder meer door het toevoegen van een mestverwerkingsinstallatie.
  8. Op 24 mei 2007 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen aan de verzoeker de vergunning voor het verder exploiteren en veranderen van zijn inrichting en weigert zij de vergunning voor de mestverwerkingsinstallatie.
  9. Op 18 juni 2007 dient de verzoeker bij de verwerende partij beroep in tegen deze beslissing.
  10. Tijdens de beroepsprocedure worden volgende adviezen uitgebracht : - afdeling Water, afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid, Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieumaatschappij en Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij: gunstig - afdeling Milieuvergunningen: ongunstig - Gewestelijke Milieuvergunningscommissie: voorwaardelijk gunstig.
  11. Op 8 april 2008 verklaart de verwerende partij verzoekers beroep ongegrond en bevestigt zij de beslissing waartegen beroep werd ingesteld. Dit is het bestreden besluit. VII-37.208-3/8 IV. Onderzoek van het enig middel Standpunten van de partijen 9.
  12. De verzoeker voert aan dat de motivering van het bestreden besluit "uiterst zwak en bedenkelijk" is, alsmede "overduidelijk en kennelijk ontoereikend". Het bestreden besluit bevat volgens hem slechts twee argumenten voor de weigering van de milieuvergunning: enerzijds zijn de gemeenten Lichtervelde en Hooglede niet van plan over te gaan tot een heraanleg van de Heistraat en anderzijds zou het inwilligen van de milieuvergunningsaanvraag disproportionele risico's en gevaren meebrengen voor de schoolgaande jeugd langs de Heistraat. Om deze motieven te weerleggen wijst de verzoeker er op dat het de taak is van de gemeenten om te voorzien in een degelijke en veilige wegeninfrastructuur. Aangezien mestverwerking als activiteit plaatsvindt in landelijke gebieden, is het volgens hem logisch dat men mestverwerkingsinstallaties dient te bereiken via landelijke wegen, en dus zou het ook de verantwoordelijkheid van de gemeente zijn om, waar nodig, de wegeninfrastructuur aan te passen, temeer nu verzoekers installatie "zeer goed gelegen is naar ontsluiting toe" en de landelijke weg slechts over een korte afstand moet worden gebruikt. Voorts beklemtoont de verzoeker dat de vier bijkomende vrachten die volgens het bestreden besluit per etmaal zullen plaatsvinden, een uiterst minimale stijging vormen en dat deze extra transporten dan ook geen disproportionele verhoging van het gevaar zouden veroorzaken, temeer nu "de aanwezigheid van zwaar rollend materieel in het algemeen (...) een kenmerk is inherent aan landelijke wegen zodat (...) de andere weggebruikers (...) (en dus ook de schoolgaande jeugd) hiermee voldoende vertrouwd zijn" en deze schoolgaande VII-37.208-4/8 jeugd enkel tijdens de spitsuren op weekdagen gebruik maakt van de desbetreffende weg. 9.
  13. De verwerende partij bekritiseert in haar memorie van antwoord onder meer het gebrek aan duidelijkheid in verzoekers uiteenzetting. Zij meent er desalniettemin een schending van het materiële motiveringsbeginsel in te kunnen lezen. Voorts ontkent zij dat het bestreden besluit "niets meer zou zijn dan een opsomming van richtlijnen, adviezen en wettelijke bepalingen" en stelt zij dat er een "daadwerkelijke beoordeling" heeft plaatsgevonden van de vergunningsaanvraag, waarbij de stedenbouwkundige toets ongunstig werd beoordeeld. De verwerende partij repliceert voorts dat het mobiliteitsprobleem "van in den beginne bijzonder ernstig (werd) genomen". Zij wijst in dit verband op het ongunstig advies van de gemeente, op de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen en op het advies van de afdeling Milieuvergunningen. Zij acht het "vrij evident dat het aspect 'transport' anders (lees : negatief) kan beoordeeld worden indien (...) de wegen (...) in feite niet geschikt zijn voor zwaar verkeer en tegelijk wordt vastgesteld dat er ook geen intentie is van de gemeente om die smalle wegen aan te passen aan het project van de verzoekende partij". Aangaande de door de mestverwerkingsinstallatie veroorzaakte bijkomende transporten, werpt zij op dat de verzoeker niet betwist dat deze zullen plaatsvinden via de Heistraat, zijnde een "smalle landbouwweg van 2 meter breed, (die) niet geschikt (is) voor zwaar verkeer (...) (en die wordt) gebruikt door schoolgaande jeugd". 9.
  14. In zijn memorie van wederantwoord voegt de verzoeker nog toe dat de Heistraat "op haar smalste stuk 2,80 meter breed is en (...) geen 2 meter" zodat de motivering van het bestreden besluit steunt op foutieve gegevens die "flagrant in strijd (zijn) met de meetbare werkelijkheid". Daarnaast voert hij nog VII-37.208-5/8 aan dat de schoolgaande jeugd niet het gedeelte van de Heistraat gebruikt waarlangs de mesttransporten zouden plaatsvinden, doch wel een ander gedeelte. De verzoeker stelt hieromtrent schriftelijk bevestiging te hebben gevraagd aan de gemeente Lichtervelde, die hierop evenwel niet gereageerd zou hebben, hetgeen hem doet besluiten dat "de objectiviteit (...) in dit dossier toch wel zeer ver zoek (lijkt)". Beoordeling
  15. De verzoeker roept de schending van de materiële motiveringsplicht in. De verwerende partij heeft dit ook zo begrepen en heeft zich daaromtrent verdedigd. Het bestreden besluit werd in essentie genomen op grond van overwegingen met betrekking tot de hinder en bijkomende risico's van de te vergunnen inrichting en met betrekking tot de verkeerssituatie ter plaatse. De vraag of de verkeershinder een voldoende reden is om de vergunning te weigeren, behoort tot de discretionaire bevoegdheid van het bestuur. De vergunningverlenende overheid heeft tot taak om, rekening houdend met alle concrete gegevens waarvan zij via de vergunningsaanvraag en het uitgevoerd onderzoek kennis heeft, de hinder die de inrichting veroorzaakt en de risico's voor de mens en het leefmilieu te onderzoeken en, rekening houdend met de precieze bevindingen van dat onderzoek en na afweging ook van de verschillende belangen die bij de zaak betrokken zijn, de passende conclusie te trekken. De Raad van State mag zich voor die beoordeling niet in de plaats van het bestuur stellen. Hij mag enkel nagaan of de beoordeling van het bestuur steunt op correcte gegevens die in feite en in rechte de genomen beslissing kunnen onderbouwen en die niet kennelijk onredelijk beoordeeld zijn. In tegenstelling tot wat de verzoeker stelt, houdt de taak van de gemeentelijke overheden om in het algemeen in te staan voor degelijke en veilige VII-37.208-6/8 gemeentewegen niet in dat zij verplicht zouden zijn om de wegeninfrastructuur aan te passen ten behoeve van de uitbater van een milieuvergunningsplichtige inrichting. Het feit dat verzoekers inrichting vlot zou kunnen worden ontsloten en dat de Heistraat slechts over een korte afstand zou moeten worden gebruikt, toont niet de kennelijke onredelijkheid aan van het oordeel van de verwerende partij. De verzoeker tracht de verkeersrisico's te nuanceren door te wijzen op het beperkt aantal transporten per dag, op de inherente aanwezigheid van zwaar verkeer in de nabijheid van landbouwbedrijven en op de beperkte tijdstippen waarop deze schoolgaande jeugd en dit zwaar verkeer gezamenlijk van de desbetreffende weg gebruik zouden maken. Hiermee legt hij aan de Raad van State een feitelijke opportuniteitskritiek voor. Het is niet de taak van de administratieve rechter om de feitelijke gegevens van een aanvraagdosssier te beoordelen en om deze gegevens tegen elkaar af te wegen. De betwisting over de feitelijke vaststelling dat de schoolgaande jeugd niet het gedeelte van de Heistraat zou gebruiken waarlangs de mesttransporten zouden plaatsvinden, is niet op ontvankelijke wijze aangevoerd, nu deze kritiek voor het eerst wordt aangevoerd in de memorie van wederantwoord, terwijl zij de openbare orde niet raakt en evenmin blijkt waarom zij niet reeds in het verzoekschrift kon worden aangevoerd. De verzoeker slaagt er niet in de feitelijke onjuistheid of de kennelijke onredelijkheid aan te tonen van het oordeel van de verwerende partij. Het enig middel is niet gegrond. VII-37.208-7/8 BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37.208-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.072 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.