id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.075 Rolnummer: A. 189494/VII-37248 Zaak: Arrest 210075 - Milieuvergunningen - 23/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.075 van 23 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 210.075 van 23 december 2010 in de zaak A. 189.494/VII-37.
- In zake : Francis DESCAMPS wonende te Westkerke (Oudenburg) Brugsesteenweg 12 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE WEST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Met een via taxipost verzonden verzoekschrift vordert Francis Descamps de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 26 juni 2008 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oudenburg van 15 juli 1996, houdende het verlenen van de vergunning aan Ivan Capelle voor het exploiteren van een garage-carrosseriewerkplaats, gelegen aan de Brugsesteenweg 4 te Westkerke, zonder voorwerp worden verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Dieter Decock heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. VII-37.248-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, die verschijnt in persoon, is gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 15 juli 1996 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oudenburg aan Ivan Capelle een milieuvergunning voor het exploiteren van een garage-carrosseriewerkplaats, gelegen aan de Brugsesteenweg 4 te Westkerke. 3.
- Na beroep van meerdere buurtbewoners, waaronder verzoeker, neemt de deputatie van de provincie West-Vlaanderen op 5 december 1996 een besluit waarbij de bestreden milieuvergunning wordt bevestigd, mits het opleggen van een aantal bijkomende bijzondere exploitatievoorwaarden. 3.
- Dit besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 5 december 1996 wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 113.574 van 12 december
- 3.
- Ingevolge dit arrest wordt de beroepsprocedure hernomen. In eerste instantie beslist de deputatie van de provincie West-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning te verlenen voor een termijn van één jaar op proef. VII-37.248-2/5 Op 18 maart 2004 beslist de deputatie van de provincie West-Vlaanderen vervolgens de proefvergunning om te zetten in een definitieve vergunning voor een termijn van twintig jaar. 3.
- De Raad van State vernietigt bij arrest nr. 178.910 van 24 januari 2008 de definitieve vergunning van 18 maart
- 3.
- De deputatie van de provincie West-Vlaanderen herneemt de beroepsprocedure tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oudenburg van 15 juli
- 3.
- Met het thans bestreden besluit worden de beroepen tegen deze in eerste aanleg genomen beslissing van 15 juli 1996 zonder voorwerp verklaard om reden dat "het geheel van de uitbating op vandaag enkel melding(s)plichtig klasse 3 is". IV. Ontvankelijkheid
- In het auditoraatsverslag wordt gesteld dat het verzoekschrift niet aangetekend is verzonden doch is ingediend via taxipost, hoewel artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) voorschrijft dat alle processtukken bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van State worden toegezonden. Aldus wordt vaste datum verleend aan de zending. De auditeur leidt hieruit af dat het beroep niet ontvankelijk is ratione temporis. Artikel 4, derde lid, van het algemeen procedurereglement stelt dat de beroepen tot nietigverklaring verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend of, indien deze noch bekendgemaakt, noch betekend dienen te worden, zestig dagen nadat de verzoeker ervan kennis heeft gehad. De verzoeker zou feitelijk kennis hebben gehad van het bestreden besluit op 4 juli
- Het jurisprudentieel beginsel dat een niet ter post aangetekend verzonden verzoekschrift toch vaste datum kan verkrijgen wanneer er, binnen de voor het VII-37.248-3/5 instellen van het annulatieberoep gestelde termijn, door de Raad van State in een ter post aangetekende verzending melding van wordt gemaakt kan te dezen niet gelden. De verzending door de griffie van de Raad van State geschiedde pas op 2 oktober 2008 toen zowel aan de verwerende partij als aan de begunstigde van de bestreden vergunning een afschrift van het beroep tot nietigverklaring werd bezorgd, en dit was, volgens de auditeur, na het verstrijken van de beroepstermijn.
- Het besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen waarbij uitspraak wordt gedaan over een beroep tegen een in eerste aanleg genomen beslissing over een milieuvergunningsaanvraag moet krachtens artikel 50, 4, b), van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I) bekendgemaakt worden door aanplakking gedurende dertig kalenderdagen. Voor diegenen die voor de kennisneming van de uitspraak in beroep aangewezen zijn op de voorgeschreven bekendmaking ervan door aanplakking, zoals de verzoeker, vangt de termijn van zestig dagen om bij de Raad van State beroep in te stellen aan na afloop van de bekendmakingsperiode. Het ogenblik waarop de derde feitelijk kennis kreeg van het bestreden besluit is zonder belang. Te dezen blijkt uit het administratief dossier niet wanneer de reglementair vereiste bekendmaking van het bestreden besluit door aanplakking is geschied. Men kan dus niet, zonder eerst dit aspect van de zaak te onderzoeken, in een verkorte procedure, vaststellen dat het beroep niet ontvankelijk is ratione temporis. BESLISSING
- De Raad van State heropent de debatten.
- De Raad van State verwijst de zaak naar de gewone rechtspleging.
- De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat het onderzoek van de zaak voort te zetten. VII-37.248-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december 2010, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.248-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.075 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.853 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div