id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.089 Rolnummer: A. 189689/IX-6070 Zaak: Arrest 210089 - Gerechtsdeurwaarders - 23/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.089 van 23 december 2010 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 210.089 van 23 december 2010 in de zaak A. 189.689/IX-6070 In zake : Birgit DE TROIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Ann PIRLOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bob Delbaere kantoor houdend te Antwerpen Generaal Van Merlenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 september 2008, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 7 juli 2008 waarbij Ann Pirlot benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 juli 2008 en van de impliciete beslissing om Birgit De Troij niet in dat ambt te benoemen. IX- 6070-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partij ter kennis gebracht op respectievelijk 19 en 22 maart
- De verzoekster heeft op 15 april 2010 een laatste memorie ingediend. Op respectievelijk 12 mei 2010 en 6 september 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Het beroep gericht tegen het koninklijk besluit van 7 juli 2008
- Het bestreden koninklijk besluit van 7 juli 2008 is door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 207.661 van 27 september
- IX- 6070-2/6 Door die vernietiging heeft het beroep zijn voorwerp verloren. Het beroep is niet langer ontvankelijk. IV. Het beroep gericht tegen de impliciete weigering om de verzoekster tot gerechtsdeurwaarder te benoemen
- Met de vernietiging van het koninklijk besluit van 7 juli 2008 bij arrest nr. 207.661 van 27 september 2010 heeft de Raad van State de benoeming van Ann Pirlot uit het rechtsverkeer weggenomen op grond van de overweging dat de motieven die in het bestreden besluit werden aangevoerd om de voorkeur van het bestuur te verantwoorden, geen deugdelijke grondslag hadden. De verzoekster heeft niet alleen het eigenlijk benoemingsbesluit van 7 juli 2008 tot formeel voorwerp van haar beroep gemaakt; zij heeft ook de vernietiging gevraagd van de impliciete weigering om haar te benoemen. Die vordering kon haar het bijkomend voordeel opleveren dat zij in het te wijzen arrest de rechtsplicht van het bestuur om haar te benoemen zou kunnen verankerd zien. Na de kennisneming van het auditoraatsverslag, waarin naast de vernietiging van de bestreden beslissing werd voorgesteld de vordering gericht tegen de impliciete weigering om de verzoekster te benoemen te verwerpen, is de verzoekster in een laatste memorie blijven aandringen op een vernietiging, ook van de impliciete weigering.
- Met de vernietiging van het bestreden besluit op vraag van een ander teleurgestelde kandidaat krijgt de verzoekster geen antwoord op haar vraag. Uit het vernietigingsarrest volgt voor het bestuur ook geen bepaalde verplichting die een uitspraak aangaande de impliciete weigering zinloos maakt. Vanuit dat oogpunt heeft de verzoekster er derhalve ook nu nog belang bij het onderzoek van haar vordering tegen de impliciete weigering om in rechte vastgesteld te zien dat zij had moeten benoemd worden. Het actueel onderzoek van die beperkte vordering is nog zinvol, omdat de verzoekster het slachtoffer niet mag zijn van het slagen van een vordering, die vóór de hare was ingediend en die haar niet de ruime vernietiging toekent waar zij op aanstuurt. IX- 6070-3/6
- De ontvankelijkheid van de vordering van de verzoekster en met name de vraag of de vernietiging van de impliciete weigering van het bestuur om haar te benoemen haar een voordeel kan opleveren dat zich voegt bij het voordeel verbonden met het opnieuw open staan van de betrekking, hangt af van de vraag of de verzoekster het bestaan van een rechtsplicht -gevestigd door een regel van objectief recht of blijkend uit het gegrond bevinden van een middel- bewijst of dat zij minstens aantoont dat uitzonderlijke omstandigheden een specifiek belang bij de vernietiging van de impliciete weigering aantonen. De bewijslast rust op de verzoekster. Uit de ter zake geldende wetgeving blijkt niet dat het bestuur te dezen dergelijke rechtsplicht zou hebben. Ook het onderzoek van de aangevoerde middelen kan, in acht genomen de discretionaire bevoegdheid waarover de verwerende partij bij de keuze van de beste kandidaat beschikt, niet tot het bestaan van een rechtsplicht doen besluiten: in het eerste en het derde middel wordt aangevoerd dat de verwerende partij, door enkel de kandidaten te weerhouden die van de arrondissementskamer een “bijzondere vermelding” hadden verkregen, het bestuur, een niet-pertinent criterium van onderscheid gehanteerd heeft en dat zij ten onrechte groot belang gehecht heeft aan de beroepservaring in Antwerpen; in het tweede middel wordt aangevoerd dat de verzoekster op verschillende beoordelingscriteria gelijk of beter scoort dan Ann Pirlot; in het vierde tot het zesde middel wordt aangevoerd dat de verwerende partij verschillende vooropgestelde criteria in het bestreden besluit onbesproken laat, dat de puntenlijst van de arrondissementskamer fouten bevat, dat geen rekening gehouden is met haar diploma van licentiaat in de rechten en dat nu andere beoordelingscriteria gehanteerd zijn dan in het verleden. Tenslotte maakt de verzoekster ook geen melding van of blijkt uit het dossier ook niet dat andere uitzonderlijke omstandigheden kunnen doen besluiten tot enig bijzonder belang bij het bestrijden van de impliciete weigering.
- Het beroep tegen de impliciete weigering van 7 juli 2008 om de verzoekster te benoemen tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement IX- 6070-4/6 Antwerpen is, bij ontstentenis van een aangetoond persoonlijk belang, niet ontvankelijk. V. Kosten
- Aangezien het voorwerp van het beroep teloorgegaan is door een omstandigheid die buiten de wil van de verzoekster gelegen is, past het de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. IX- 6070-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX- 6070-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div