id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.101 Rolnummer: A. 78203/IX-3151 Zaak: Arrest 210101 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-04 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:35 Fiche Arrest nr 210.101 van 23 december 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 210.101 van 23 december 2010 in de zaak A. 78.203/IX-3151 In zake : François WOUTERS (overleden) rechtsgeding hervat door: Kristine SELDESLAGH Filip WOUTERS Kristien WOUTERS Sabine WOUTERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de AUTONOME RAAD VOOR HET GEMEENSCHAPSONDERWIJS, thans het GEMEENSCHAPSONDERWIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Riet Rombaut kantoor houdend te Hove Lintsesteenweg 740 Tussenkomende partij: XXXX --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 april 1998, strekt tot de nietigverklaring van : - [...]; - de uit de beslissing van de Centrale Raad van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (ARGO) van 5 februari 1998, waarbij XXXX met ingang van 12 mei 1998 toegelaten wordt tot de stage als directeur-informaticus in de administratieve diensten van de ARGO, blijkende impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door bevordering door overgang naar het hoger niveau, overeenkomstig het IX-3151-1/10 besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1992 houdende het reglement voor het personeel van de administratieve diensten van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 74.931 van 2 juli 1998, gewezen met toepassing van het destijds vigerende artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie (thans de afdeling bestuursrechtspraak) van de Raad van State, is de beslissing van de Centrale Raad van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (ARGO) van 5 februari 1998, waarbij XXXX met ingang van 12 mei 1998 toegelaten wordt tot de stage als directeur-informaticus in de administratieve diensten van de ARGO (oorspronkelijk eerste bestreden beslissing) vernietigd. In zoverre het beroep gericht is tegen de in de genoemde beslissing van de Centrale Raad vervatte impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door bevordering door overgang naar het hoger niveau (oorspronkelijk tweede bestreden beslissing), zijn de debatten heropend en is beslist het beroep tot nietigverklaring volgens de gewone procedure voort te zetten. Bij arrest nr. 74.932 van 2 juli 1998 wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen.
- De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. IX-3151-2/10 De partijen zijn opgeroepen voor een terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 oktober
- De zaak is alsdan op verzoek van de raadsman van de verzoeker uitgesteld. De partijen zijn opnieuw opgeroepen voor een terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 mei
- Op verzoek van de raadsman van de verzoeker is de zaak alsdan uitgesteld tot de terechtzitting van 29 juni
- Met een verzoekschrift van 25 juni 2009 hebben een aantal erfgenamen van de verzoeker, die overleden is op 7 mei 2008, een verzoek tot hervatting van het geding ingediend. Op de terechtzitting van 29 juni 2009 heeft kamervoorzitter Paul Lemmens verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de gedinghervattende partijen, en advocaat Riet Rombaut, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoeker is in 1991 in dienst getreden van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, afgekort ARGO. Met ingang van 1 juni 1995 is hij vast benoemd als informaticus.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 1 april 1993 houdende machtiging aan de administratieve diensten van de ARGO om tijdelijk bij arbeidsovereenkomst een contractueel informaticus-directeur in dienst te nemen om te voldoen aan een uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoefte worden de administratieve diensten van de ARGO gemachtigd om tijdelijk één contractueel informaticus-directeur in dienst te nemen, voor een periode van vijf jaar. IX-3151-3/10 In de aanhef van dit besluit wordt onder meer vastgesteld dat de administratieve diensten van de ARGO moeten beschikken over bevoegd informaticapersoneel, dat het ontbreekt aan deskundig leidinggevend personeel, en dat de functie van informaticus-directeur in de eerstkomende periode niet statutair kan worden opgevuld. Met toepassing van dit besluit beslist het Vast Bureau van de ARGO op 12 mei 1993 om XXXX, die sinds 1989 als gedelegeerd leerkracht werkzaam is bij de administratieve diensten, tijdelijk aan te werven als contractueel informaticus-directeur voor een periode van vijf jaar, die ingaat op 12 mei
- Haar contractuele tewerkstelling neemt aldus een einde op 11 mei
- Volgens bijlage 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 mei 1995 houdende organisatie van de administratieve diensten van de ARGO en de regeling van de rechtspositie van het personeel (hierna: rechtspositiebesluit) kan de betrekking van directeur-informaticus (voorheen: informaticus-directeur) worden begeven, niet enkel bij wijze van bevordering door verhoging in graad, maar ook door aanwerving na een vergelijkend examen. 7.
- Op advies van de directieraad van de ARGO beslist de Centrale Raad van de ARGO op 27 februari 1997 om: “
- de betrekking van directeur-informaticus vacant te verklaren bij de afdeling [Informatieverwerking];
- de betrekking van directeur-informaticus te laten invullen door werving via een vergelijkend wervingsexamen bij het [Vast Wervingssecretariaat];
- de betrekking van directeur-informaticus in te vullen met ingang van 1 november 1997.” Tegen deze beslissing en een aantal daarmee verband houdende beslissingen stelt de verzoeker op 12 september 1997 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in. Die zaak wordt ingeschreven op de rol onder nummer A. 75.657/IX-
- Bij arrest nr. 70.532 van 6 januari 1998 wordt de vordering tot schorsing verworpen. Bij arrest nr. 210.100 van heden wordt ook het beroep tot nietigverklaring verworpen. 7.
- Luidens een bericht van het Vast Wervingssecretariaat, dat bij nota van 16 juli 1997 aan de personeelsleden van de administratieve diensten van IX-3151-4/10 de ARGO ter kennis wordt gebracht en in het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 1997 wordt bekendgemaakt, verloopt de selectieprocedure als volgt: “
- Eventuele voorselectie Naargelang van het aantal inschrijvingen, kan er een voorselectie georganiseerd worden. Tijdens deze voorselectie zal het leer- en redeneervermogen van de kandidaten geëvalueerd worden aan de hand van computergestuurde proeven. De jury stelt op basis van de uitslag voor de voorselectie het aantal tot de eigenlijke selectie toe te laten kandidaten vast. [...]
- Selectie Assessment center Evaluatie van de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de vereiste van de functie evenals van zijn/haar motivatie. Dit assessment center bevat één of meerdere gedragsproeven en/of situatieproeven, het invullen van een computergestuurde persoonlijkheidsvragenlijst (inclusief een individuele bespreking van de resultaten van deze vragenlijst met de kandidaat), en een interview. [...]” 7.
- Verscheidene kandidaten nemen deel aan het vergelijkend examen. Met een brief van 12 januari 1998 deelt de Vaste Wervingssecretaris aan de ARGO mee dat vier kandidaten geslaagd zijn. XXXX is de eerst gerangschikte kandidaat, de verzoeker de tweede gerangschikte. Er wordt ook vastgesteld dat de wervingsreserve geldig blijft tot 22 december
- Op 5 februari 1998 beslist de Centrale Raad van de ARGO om XXXX met ingang van 12 mei 1998 tot de stage van directeur-informaticus toe te laten. Tegen die beslissing stelt de verzoeker op 9 april 1998 beroep in. Zoals hiervóór is vermeld, wordt die beslissing op verzoek van de verzoeker vernietigd bij arrest nr. 74.931 van 2 juli
- De vernietiging steunt op het feit dat de bestreden beslissing is genomen op grond van het rechtspositiebesluit van 10 mei 1995 waarvan het ontwerp “in strijd met de verplichting opgelegd door artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State is voorgelegd”. Het bedoelde beroep is voorts ook gericht tegen de in de beslissing van de Centrale Raad van 5 februari 1998 vervatte impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door IX-3151-5/10 bevordering door overgang naar het hogere niveau. Het is die impliciete weigeringsbeslissing die thans nog het voorwerp uitmaakt van het voorliggende beroep. 7.
- Na de vernietiging van de beslissing van 5 februari 1998 waarbij zij tot de stage als directeur-informaticus wordt toegelaten, blijft XXXX als contractueel directeur-informaticus belast met de leiding van de afdeling informatieverwerking. Op een niet nader gepreciseerde datum neemt zij evenwel ontslag, met ingang van 1 februari
- IV. Hervatting van het geding
- Blijkens een uittreksel uit het register der overlijdensakten van de gemeente Boutersem is de verzoeker overleden op 7 mei
- Met een verzoekschrift van 25 juni 2009 hebben de rechthebbenden van de verzoeker verklaard het geding te hervatten. De regelmatigheid van de hervatting van het geding wordt niet betwist. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- In zijn verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op. Hij stelt vast dat de Centrale Raad van de ARGO reeds op 27 februari 1997 heeft beslist dat de betrekking van directeur-informaticus zou worden ingevuld door werving via een vergelijkend wervingsexamen bij het Vast Wervingssecretariaat. Als er al sprake is van een impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door bevordering door overgang naar het hoger niveau, dan blijkt die beslissing uit de genoemde beslissing van de Centrale Raad van 27 februari 1997, niet uit de bestreden beslissing van de Centrale Raad van 5 februari
- De auditeur wijst erop dat de verzoeker in de hiervóór genoemde zaak A. 75.657/IX-2739 (zie nr. 7.1) reeds de vernietiging gevraagd heeft van de uit IX-3151-6/10 de beslissing van de Centrale Raad van 27 februari 1997 blijkende impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur vacant te verklaren met het oog op toewijzing door verhoging in graad of door bevordering naar het hoger niveau. De auditeur besluit dat het thans voorliggende beroep op dit punt zonder voorwerp is.
- In zijn laatste memorie betwist de verzoeker dat het beroep zonder voorwerp zou zijn. Hij voert aan dat niet geloochend kan worden dat de toelating tot de stage van XXXX impliciet inhoudt dat de leidinggevende functie van de informaticadienst niet volgens de nog steeds toepasselijke regelgeving wordt toegewezen aan iemand anders, zoals de verzoeker. Voorts wijst de verzoeker op het onderscheid tussen de impliciete weigeringsbeslissing die hij bestrijdt in de zaak A. 75.657 en de impliciete weigeringsbeslissing die hij bestrijdt in de voorliggende zaak. In de zaak A. 75.657 vordert hij de vernietiging van de impliciete weigering van de vacantverklaring. In de voorliggende zaak vraagt hij de vernietiging van de impliciete weigering om de betrekking toe te wijzen. De verzoeker wijst erop dat de beslissing van de Centrale Raad van 27 februari 1997 inzake de wijze waarop de betrekking van directeur- informaticus zou worden toegewezen, namelijk bij wijze van werving, gekoppeld was aan het inmiddels onwettig verklaarde rechtspositiebesluit van 10 mei
- Hij stelt dat de toelating tot de stage van XXXX als directeur-informaticus op basis van het onwettig verklaarde rechtspositiebesluit een toewijzing is die essentieel verschillend is van de toewijzing door bevordering in een andere betrekking (van informaticus-directeur) volgens het nog steeds toepasselijke besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1992 houdende het reglement voor het personeel van de administratieve diensten van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. Het onwettig verklaarde rechtspositiebesluit van 10 mei 1995 voorziet immers in een stage, terwijl het -wat de bevordering overeenkomstig het nog steeds toepasselijke besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1992 betreft- in essentie gaat over een benoeming in een nieuw hoger ambt, zonder stage. IX-3151-7/10
- De verzoeker leidt uit de reeds vernietigde beslissing van de Centrale Raad van 5 februari 1998, waarbij XXXX met ingang van 12 mei 1998 tot de stage als directeur-informaticus werd toegelaten, het bestaan af van een “impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door bevordering door overgang naar het hoger niveau, overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1992 houdende het reglement voor het personeel van de administratieve diensten van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs”. Een dergelijke impliciete weigeringsbeslissing kan echter niet uit de beslissing van de Centrale Raad van 5 februari 1998 worden afgeleid. De Centrale Raad heeft immers reeds op 27 februari 1997 beslist om “de betrekking van directeur-informaticus te laten invullen door werving via een vergelijkend wervingsexamen bij het [Vast Wervingssecretariaat]”. Voor zover er sprake kan zijn van een “impliciete weigering om de betrekking van informaticus-directeur toe te wijzen door verhoging in graad of door bevordering door overgang naar het hoger niveau, overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1992 (...)”, is die beslissing door de Centrale Raad genomen op 27 februari
- De omstandigheid dat de Centrale Raad op dat ogenblik enkel de uitdrukkelijke beslissing nam om de bedoelde betrekking vacant te verklaren, en dat hij pas later, namelijk op 5 februari 1998, de betrekking effectief zou toewijzen, neemt niet weg dat de principiële beslissing over de wijze van toekennen van de betrekking (aanwerving of bevordering) reeds op 27 februari 1997 is genomen. Uit de beslissing van de Centrale Raad van 5 februari 1998 kan dus geen impliciete weigeringsbeslissing als door de verzoeker bestreden, worden afgeleid. Het beroep dient derhalve op dit punt zonder voorwerp te worden verklaard. De exceptie is gegrond. IX-3151-8/10 VI. Kosten
- In het arrest nr. 74.931 van 2 juli 1998 over het beroep tot nietigverklaring is de uitspraak over de kosten aangehouden. Ook in het arrest nr. 74.932 van dezelfde datum over de vordering tot schorsing is de uitspraak over de kosten aangehouden. Gelet op het feit dat de eerste bestreden beslissing bij het eerstgenoemde arrest is vernietigd, past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. VII. Anonimisering
- De tussenkomende partij vraagt de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en totdat de debatten gesloten zijn, eisen dat bij de publicatie van het arrest of de beschikking de identiteit van de natuurlijke personen niet zou worden bekendgemaakt. De vraag wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep, in zoverre het gericht is tegen de tweede bestreden beslissing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,06 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst in de procedure ten gronde, begroot op 123,95 euro. IX-3151-9/10
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de tussenkomende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Paul Lemmens IX-3151-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.101 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.74.931 ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.74.932 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div