id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.162 Rolnummer: A. 194720/IX-6610 Zaak: Arrest 210162 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:36 Fiche Arrest nr 210.162 van 28 december 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 210.162 van 28 december 2010 in de zaak A. 194.720/IX-6610 In zake : Hendrik VAN DE PEER die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA) Groep Financiën gevestigd te Brussel Centrumgalerij - Blok II Kleerkopersstraat 15-17 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Van Helshoecht kantoor houdend te Brussel G. Stassartlaan 1, bus 48-53 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Martial VAN OVERMEEREN wonend te Oudenaarde Kortrijkstraat 139 alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 november 2009, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 juni 2009 houdende de benoeming tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur van Andreas Van Goethem bij de gewestelijke directie der douane en accijnzen te Hasselt en van Martial Van Overmeeren bij de gewestelijke directie der douane en accijnzen te Gent. IX- 6610-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 201.363 van 26 februari 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 17 mei
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Aan de verzoekende partij is op 24 augustus 2010 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op respectievelijk 22 november 2010 en 30 november 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. IX- 6610-2/4 Er werd melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd en evenmin een toelichtende memorie, niettegenstaande de verwerende partij geen memorie van antwoord aan de griffie heeft toegestuurd. De tussenkomende partij heeft een toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. IX- 6610-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Christophe Verhaert, griffier. De griffier De voorzitter Christophe Verhaert Daniël Moons IX- 6610-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.162 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div