← België

Arrest 210194 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 30/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.194 Rolnummer: A. 197227/XII-6288 Zaak: Arrest 210194 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 30/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 05:36 Fiche Arrest nr 210.194 van 30 december 2010 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 210.194 van 30 december 2010 in de zaak A. 197.227/XII-6288 In zake: Inge DRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Natascha Cornelis kantoor houdend te Schilde Heidedreef 67 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE BEERSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Opdebeek -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 juli 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 21 juni 2010 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beerse, waarbij goedkeuring wordt verleend aan de affectatie met ingang van 1 juli 2010 van de directeurs aan de gemeentelijke basisscholen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. XII-6288- 1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 december
  3. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Natascha Cornelis, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster wordt bij besluit van 27 juni 2002 door de ge- meenteraad van de gemeente Beerse met ingang van 1 september 2002 benoemd tot directeur aan de gemeentescholen van Beerse met affectatie aan de gemeente- lijke basisschool in de Schoolstraat. Na een reeds jaren aanslepende voorgeschiedenis van relationele problemen en mislukte bemiddelingspogingen in de gemeentelijke basisschool Schoolstraat, nodigt verwerende partij onder meer verzoekster uit op een hoorzit- ting op 25 mei 2010, met het oog op het opleggen van de ordemaatregel tot af- fectatie van verzoekster als directeur met administratieve verantwoordelijkheid aan, halftijds, de gemeentelijke basisschool Albertstraat en, halftijds, de gemeen- telijke basisschool Schransdriesstraat. Het college van burgemeester en schepenen verleent op 21 juni 2010 goedkeuring: XII-6288- 2/7 “aan de affectatie van hierna genoemde directeurs in vast verband als or- demaatregel om enerzijds, een einde te maken aan de gespannen toestand in de gemeentelijke basisschool Schoolstraat 4 en de goede werking binnen de school te herstellen en anderzijds, de scholengemeenschap van Beerse naar de toekomst toe op een andere leest te schoeien : - De heer Manu Willemsen, directeur aan de gemeentelijke basisschool Al- bertstraat 1, blijft met ingang van 1 juli 2010 halftijds geaffecteerd aan de gemeentelijke basisschool Albertstraat 1 en wordt met ingang van 1 juli 2010 halftijds geaffecteerd aan de gemeentelijke basisschool Schoolstraat 4; - Mevrouw De Vos Ginette, directeur in vast dienstverband aan de ge- meentelijke basisschool Schransdriesstraat 45, blijft met ingang van 1 juli 2010 halftijds geaffecteerd aan de gemeentelijke basisschool Schransdries- straat 45, en wordt met ingang van 1 juli 2010 halftijds geaffecteerd aan de gemeentelijke basisschool Schoolstraat 4; - Mevrouw Dries Inge, directeur in vast dienstverband aan de gemeentelijke basisschool Schoolstraat 4, wordt met ingang van 1 juli 2010 halftijds ge- affecteerd aan de gemeentelijke basisschool Albertstraat 1, en wordt met ingang van 1 juli 2010 halftijds geaffecteerd aan de gemeentelijke basis- school Schransdriesstraat 45”. IV. De schorsingsvoorwaarden
  6. Krachtens artikel 17, ' 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te her- stellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
  7. Verzoekster doet in het inleidend verzoekschrift als nadeel gelden: “Wat de tweede voorwaarde van artikel 17 § 2 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State betreft, verwijst verzoekster in de eerste orde naar de hierboven vermelde feiten en grieven. Ingevolge de uitvoering van het besluit verandert de plaats van tewerkstel- ling en de functie-inhoud van het ambt van Mevrouw Dries, wat gepaard gaat met aanpassingsmoeilijkheden in de nieuwe werkomgeving. XII-6288- 3/7 Het is evenmin betwistbaar dat de getroffen maatregel, hoewel financieel wellicht zonder gevolgen, toch ernstig is en verzoekster op meer dan geringe wijze nadelig in haar belangen raakt. Professioneel gezien, wordt verzoekster niet alleen de leiding van ‘haar’ school ontnomen, maar wordt haar volgens de voorgenomen functiebe- schrijving ook het voeren van de leiding van de nieuwe scholen ontzegd en worden haar taken beperkt tot de uitvoering van administratieve taken met uitdrukkelijke uitsluiting van pedagogische taken. (overwegingen van de bestreden beslissing, stuk 1 en document 23 van stuk 15) Bij gebreke aan schorsing van de bestreden beslissing kan verzoekster haar professionele beroepservaring als directeur dan ook niet verder opbouwen, welk nadeel ingevolge het tijdsverloop van de vernietigingsprocedure moeilijk te herstellen is en haar professionele toekomstperspectieven be- zwaart. Verzoekster wordt ook ten zeerste op het morele vlak getroffen. De nieuwe affectatie komt neer op een overplaatsing die volgens de formele motivering van de bestreden beslissing niet gesteund is op een aan verzoek- ster toe te rekenen fout maar in de feitelijke uitvoering niet anders kan er- varen worden dan dat verzoekster verantwoordelijk wordt geacht voor de relationele problemen en daling van het leerlingenaantal op de school Schoolstraat, vermits zij i.t.t. tot de andere betrokken directeuren nu eenmaal van ‘haar’ school weggestuurd wordt en geen leidinggevende taken meer mag uitvoeren, zelfs niet in de andere scholen. De achterliggende reden van de bestreden beslissing wordt uitgedrukt door mevrouw [V.], met wie verzoekster overigens nooit gesproken heeft : ‘Toch zou ik in de communicatie met de scholen benadrukken dat ook Inge mee verantwoordelijk is; zij is er niet in geslaagd de groep personeelsleden te verenigen achter één doel. En het is als met de politiek : de verantwoordelijke neemt ontslag voor het mislukken van de schakels in een ploeg.’ (document 19 van stuk 15) ‘Ook lijkt het me nog altijd belangrijk heel duidelijk stelling te nemen dat zij als directeur van Schoolstraat gefaald heeft de leerkrachten achter één pro- ject te scharen. Ik merkte op dat het verdoezelen, het niet benoemen hiervan de discussie gaande houdt over ‘heeft het College de ware reden van het wegpromoveren van Inge wel genoemd?!’’ (document 20 van stuk 15) In een brief van de inrichtende macht aan de ouders dd. 28 juni 2010 wordt uitdrukkelijk vermeld dat verzoekster in de andere scholen, Schransdries- straat en Albertstraat, wordt belast met administratieve kerntaken en wordt zij zelfs niet meer als contactpersoon vermeld van één van de scholen van de scholengemeenschap Beerse. Wel wordt mevrouw Inge Van Ammel aan- geduid als contactpersoon van de school Schoolstraat (stuk 25). Blijkens de mededeling op 22 juni 2010 vanwege het bestuur aan het personeel werd mevrouw Van Ammel aangesteld als vestigingscoördinator. (stuk 24) De uitvoering van de bestreden beslissing wordt door verzoekster dan ook als een vernedering ervaren en kan ernstige reputatieschade meebrengen. Dit moreel nadeel overstijgt het gewone moreel nadeel. Het nadeel is ook moeilijk te herstellen omdat bij afwezigheid van schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing verzoekster zal vervreemden van XII-6288- 4/7 haar school. Haar gezag als directeur zal volledig ondermijnd worden doordat zij dat gezag niet meer kan uitoefenen. Tegen het tijdstip dat de be- streden beslissing eventueel zal worden vernietigd zal verzoekster het gezag dat zij met alle inspanningen heeft proberen te handhaven helemaal ver- dwenen zijn, wat tegen het belang van de goede werking van de school en de hele scholengemeenschap is. De directeur bepaalt door de dagelijkse leiding van een school te voeren de pedagogische koers welke de school gaat varen. Bij gebreke aan schorsing van de bestreden beslissing kan terzake geen continuïteit gewaarborgd worden. Uit de elementen van het dossier en meer bepaald de aanbevelingen van de aangestelde coach Vangronsveld en het opvolgingsverslag van de school- inspectie blijkt juist dat de problematiek van de school Schoolstraat het meest baat heeft bij een bevestiging van het gezag van verzoekster als di- recteur. Dit kan bij gebreke aan schorsing van de bestreden beslissing niet meer ten gepaste tijde bewerkstelligd worden”.
  8. Zoals verzoekster het zelf erkent, ondervindt zij op financieel vlak van de bestreden maatregel geen nadeel. Meer in het algemeen wijzigt deze affectatie formeel niets aan haar geldelijk of administratief statuut als directeur. Waar verzoekster het over aanpassingsmoeilijkheden heeft concretiseert zij deze moeilijkheden geenszins; dit is derhalve een pure affirmatie terwijl met verwerende partij kan worden aangenomen dat verzoekster, die direc- teur blijft van één van de scholen van de scholengemeenschap, met de taken die zij uitoefent vertrouwd is. Verzoekster, die op eerste gezicht in het gemeentelijk basison- derwijs als directeur de top van de carrièremogelijkheden aldaar heeft behaald, laat de Raad voorts in het ongewisse wélke gecompromitteerde professionele toe- komstperspectieven zij dan wel in gedachten heeft, laat staan dat zij aantoont dat die bovendien zonder spoedige schorsing onherroepelijk verloren of minstens ernstig bedreigd zouden zijn.
  9. Kortom, het enige nadeel dat verzoekster enigszins concreet aannemelijk maakt, is het morele nadeel dat zij ondervindt door in een andere vestigingsplaats geaffecteerd te worden en door, naar zij verklaart, op die plaats met minder gezag bejegend te worden omdat zij er nog enkel administratieve verantwoordelijkheden mag uitoefenen en niet langer bij het pedagogisch beleid is XII-6288- 5/7 betrokken. Vraag is evenwel of dit nadeel het vereiste ernstig en moeilijk her- stelbaar karakter vertoont. Dat verzoekster de beslissing als een vernedering ervaart is niet gesteund, zoals verzoekster het overigens zelf stelt, op de aard of de motieven van de beslissing zelf die haar uitdrukkelijk geen fout toerekent en die haar niet als de enige aanwijst als directeur met een administratieve taakdifferentiatie. De bestre- den affectatie is een ordemaatregel, dit is een maatregel genomen in het belang van de dienst, niet om het betrokken personeelslid te sanctioneren voor schuldig ge- drag. Ten overvloede stelt de Raad van State vast dat verzoekster in geen van beide door haar aangevoerde middelen uitdrukkelijk argumenteert dat het om een ver- kapte tuchtmaatregel zou gaan. Aangenomen wordt dat een ordemaatregel die op zich geen aantasting inhoudt van de reputatie en de goede naam van verzoekster, in beginsel geen nadeel kan veroorzaken dat niet naar behoren hersteld kan worden door de morele genoegdoening van een vernietigingsarrest dat, met terugwerkende kracht, de affectatie ongedaan maakt. Verzoekster overtuigt de Raad van State niet dat het thans uitzonderlijk anders zou kunnen zijn, met name omdat concrete ge- gevens eigen aan de zaak van het tegendeel zouden doen blijken. Dat haar gezag als directeur in de Schoolstraat onherroepelijk zou verloren zijn en ook na een nietigverklaring niet meer hersteld kan worden, is niet meer dan een blote bewe- ring. Er mag ten overvloede op worden gewezen dat verwerende partij in de bestreden beslissing nog uitdrukkelijk overweegt dat de maatregel ten gepaste tijde geëvalueerd zal worden “en zo nodig bijgestuurd”.
  10. Verzoekster toont niet aan dat de ongemakken welke zij onder- vindt door de bestreden beslissing niet gedragen kunnen worden tot afloop van de procedure ten gronde. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, ' 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewe- zen. XII-6288- 6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-6288- 7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.194 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.221.618 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.