← België

Arrest 210197 - Tucht (openbaar ambt) - 30/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:20

§ 1

, gaat in op de derde dag die volgt op de verzending van de besluiten,

artikel 253 of van de lijst van de aangelegenheden,

artikel 252 of van de besluiten van een gemeenteoverheid die door de toezichthoudende overheid ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd. 3. De termijn,

§ 1

, wordt geschorst door de verzending van een aangetekende brief waarbij de toezichthoudende overheid een bepaald besluit, het dossier, bepaalde documenten of inlichtingen betreffende een bepaald besluit bij de gemeenteoverheid opvraagt. In geval van schorsing overeenkomstig deze paragraaf beschikt de XII-5521- 6/9 gouverneur over een nieuwe termijn als

§ 1, om de uitvoering van het besluit te schorsen.

Deze termijn gaat in op de derde dag die volgt op de dag van de verzending van alle gevraagde gegevens. De termijn waarover de Vlaamse Regering in dat geval beschikt om het besluit rechtstreeks te vernietigen is gelijk aan de termijn waarover de gouverneur beschikt om tot schorsing over te gaan, vermeerderd met twintig dagen. § 4. De termijn,

§ 1

, wordt gestuit door de aangetekende verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid op voorwaarde dat die verzending gebeurt binnen de in de eerste paragraaf bedoelde termijn. De termijn,

§ 1

, gaat vervolgens pas opnieuw in op de derde dag die volgt op de verzending van de overeenkomstig artikel 254, § 2, gevraagde documenten. §

  1. De provinciegouverneur bezorgt een afschrift van elk schorsingsbesluit aan de Vlaamse Regering”.
  2. Gelet op artikel 255, § 2, gaat de toezichttermijn van § 1 in op “de derde dag die volgt op de verzending van de besluiten,

artikel 253”, of op de derde dag die volgt op de verzending “van de lijst van de aangelegenheden,

artikel 252”, of op de derde dag die volgt op de verzending “van de besluiten van een gemeenteoverheid die door de toezichthoudende overheid ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd”. De collegebeslissing van 18 juni 2007 is geen besluit als

artikel 253, waarvan binnen twintig dagen na het besluit een kopie aan de provinciegouverneur verzonden moet worden, ook niet -zoals verzoekster in de memorie van wederantwoord specificeert- een besluit als

“het artikel 253, § 1, 1°, nl. een besluit van de gemeenteraad betreffende de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel”. Immers gaat de beslissing van 18 juni 2007 tot weigering van de intrekking niet uit van de gemeenteraad, maar van het college van burgemeester en schepenen. Ook is de collegebeslissing van 18 juni 2007 geen besluit als

artikel 252, namelijk geen besluit van de gemeenteraad of van de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf, van welke besluiten binnen twintig dagen na het nemen een lijst met een beknopte omschrijving van de erin XII-5521- 7/9 geregelde aangelegenheden verzonden dient te worden aan de provinciegouverneur. De beslissing van 18 juni 2007 is integendeel het besluit van een gemeenteoverheid, te weten het college van burgemeester en schepenen, dat de verwerende partij, na ontvangst van de klacht van 17 maart 2008 van G. G., met een brief van 4 april 2008 bij verzoekster heeft opgevraagd. Het wordt voorts niet beweerd, laat staan nog afdoende aangetoond, dat het bestreden besluit is genomen en dat ervan aan verzoekster kennis is gegeven búiten de termijn van dertig dagen ingaand op de derde dag die volgt op de verzending van de collegebeslissing van 18 juni 2007 aan verwerende partij.

  1. Daargelaten de -door verwerende partij betwiste- ontvankelijk- heid van het middel, is het middel in elk geval ongegrond. BESLISSING
  2. De Raad van State verwerpt het beroep.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-5521- 8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend en tien, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-5521- 9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.