id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.198 Rolnummer: A. 194148/XII-5974 Zaak: Arrest 210198 - Wapens - 30/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 05:36 Fiche Arrest nr 210.198 van 30 december 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 210.198 van 30 december 2010 in de zaak A. 194.148/XII-
- In zake: Koen FONTEYNE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathy Heughebaert kantoor houdend te Veurne Zuidstraat 39, bus 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 30 juli 2009 van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen waarbij de aanvragen van Koen Fonteyne voor twee vergunningen tot het voorhanden hebben van een vuurwapen onontvankelijk wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van XII-5974- 1/5 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die loco advocaat Kathy Heughebaert verschijnt voor verzoeker, en attaché Sarah Maes, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Door verzoeker is een aanvraag ingediend voor de hernieuwing van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen van het type karabijn Anschutz, model 54 match, kaliber .22 LR. Tevens heeft hij om een vergunning verzocht voor een jachtwapen van het type FN Browning, model Trap B425, kaliber 12, dat als gevolg van de inwerkingtreding van de wapenwet van 8 juni 2006 vergunningplichtig was geworden. Met het bestreden besluit van 30 juli 2009 worden de aanvragen door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen onontvankelijk verklaard op grond van de volgende redengeving : XII-5974- 2/5 “Gelet op het advies van 2/3/2009 van de procureur des Konings te Veurne dat betrokkene werd veroordeeld door het Hof van Beroep op 12/5/1999 wegens opzettelijke slagen en verwondingen; dit blijkt ook uit het inlichtingenbulletin, ontvangen op 22/7/2009; Overwegende dat artikel 44 § 2 wapenwet stelt dat indien de betrokkene geen houder is van een jachtverlof of sportschutterslicentie hem een vergunning wordt uitgereikt mits hij meerderjarig is en geen veroordelingen heeft opgelopen zoals bedoeld in artikel 5 § 4 Overwegende dat het niet voldoen aan deze voorwaarden na een objectief onderzoek van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen kan leiden tot een beslissing van onontvankelijkheid van het verzoek van de aanvrager; Overwegende dat de aanvrager meerderjarig is en geen houder is van een sportschutterslicentie of van een jachtverlof; Overwegende dat de aanvrager wel is veroordeeld als dader of medeplichtige wegens één van de misdrijven bedoeld in artikel 5, §4, 1° tot 4°, meer bepaald blijkt uit de stukken dat betrokkene veroordeeld werd voor opzettelijke slagen en verwondingen wegens (art. 398 Strafwetboek); Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de dossiers onontvankelijk zijn op basis van artikel 44 § 2 in combinatie met artikel 5 § 4, 1° tot 4°; Overwegende dat mijn ambt slechts een gebonden en geen discretionaire bevoegdheid heeft, namelijk door de toepassing van de wetgeving van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, meer bepaald van de artikelen 5 § 4, 1° tot 4° en 44 § 2”. IV. Ontvankelijkheid Exceptie
- De verwerende partij werpt op dat het beroep niet ontvankelijk is, omdat het slechts summier gemotiveerde verzoekschrift geen ontvankelijke middelen bevat. Beoordeling
- Verzoeker voert in het verzoekschrift ter vernietiging het volgende aan : “De beslissing is voor mijn cliënt werkelijk onaanvaardbaar. Hij is sedert jaar en dag lid van de schuttersclub hier in Veurne. De veroordeling waarnaar wordt verwezen dateert van 1999, zijnde méér dan tien jaar geleden. XII-5974- 3/5 Mede gelet op zijn beroepswerkzaamheden, zaakvoerder van Veurne Auto, heeft hij geregeld een uittreksel uit het strafregister nodig, dat hij bekomt bij de Stad Veurne. Ik bezorg U in bijlage een kopie van het Model 1 afgeleverd te Veurne op 17 december 2007, waaruit blijkt dat er geen veroordelingen op voorkomen en er geen sprake is van de veroordeling van het Hof van Beroep te Gent dd. 12 mei
- Ik kan U verder ook mededelen dat mijn cliënt overeenkomstig artikel 621 en volgende van het Wetboek van Strafvordering een aanvraag heeft ingediend tot het bekomen van herstel in eer en rechten. Mede gelet op bovenvermelde grieven, eventueel nog aan te vullen in de loop van de procedure, wordt dan ook formeel beroep aangetekend tegen de beslissing dd. 30 juli 2009, ter kennis gebracht aan mijn cliënt met schrijven dd. 03 augustus 2009”.
- Artikel 2, § 1, 3° van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en de middelen dient te bevatten. Onder middel in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement moet worden verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Voldoende duidelijk betekent dat het niet nodig is veronderstellingen over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij te maken, waardoor in werkelijkheid de verwerende partij en de Raad van State ertoe gebracht worden het verzoekschrift op te stellen in de plaats van de verzoekende partij.
- De uiteenzetting van de middelen vormt een essentieel onderdeel van het verzoekschrift. Het ontbreken van enig middel in het inleidend verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het beroep tot gevolg. Een initieel onontvankelijk verzoekschrift kan niet meer ontvankelijk worden gemaakt door latere aanvullingen. Het feit dat de verwerende partij, ondanks de door haar opgeworpen exceptie, toch nog een poging zou doen om middelen in de plaats van de verzoekende partij te formuleren, heeft niet tot gevolg dat het gebrek dat kleeft aan het verzoekschrift ongedaan wordt gemaakt. XII-5974- 4/5
- Te dezen doet verzoeker met het oog op de vernietiging in zijn verzoekschrift alleen een aantal feitelijke mededelingen, zonder meer. Dat de veroordeling waarnaar de bestreden beslissing verwijst dagtekent van 1999, niet vermeld wordt op een 17 december 2007 gedateerd uittreksel uit het strafregister en verzoeker een aanvraag tot het bekomen van herstel in eer en rechten heeft ingediend, maakt onvoldoende duidelijk welke onwettigheid hij de bestreden beslissing verwijt. De opheldering die terzake in de memorie van wederantwoord en ter terechtzitting verschaft wordt, is -als gezien- te laat.
- De exceptie is gegrond. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend en tien, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-5974- 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.198 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div