← België

Arrest 210199 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.199 Rolnummer: A. 197598/XII-6328 Zaak: Arrest 210199 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-06 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:36 Fiche Arrest nr 210.199 van 30 december 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 210.199 van 30 december 2010 in de zaak A. 197.598/XII-6328 In zake: Hugo VERMEULEN die woonplaats kiest te Koksijde Strandlaan 223 tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kitty Vinck en Sofie Bontinck kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 september 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : 1° “De beslissing van de stadssecretaris van 24 juni 2010 houdende toekenning van een ongunstige waardering aan [Hugo Vermeulen] betreffende de proeftijd met het oog op vaste benoeming als projectleider”, 2° “De beslissing van de stadssecretaris van 24 juni 2010 om [Hugo Vermeulen] niet vast te benoemen als projectleider”, en 3° “De beslissing van de stadssecretaris van 24 juni 2010 om [Hugo Vermuelen] te ontslagen of uit de functie van projectleider te ontheffen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-6328- 1/5 Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december
  3. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nathalie Swartebroeckx, die loco advocaat Ingrid Martens verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Kitty Vinck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen beslist op 7 november 2008 verzoeker met ingang van 1 november 2008 op proef te benoemen tot projectleider om de verzelfstandigingsprocessen van Lerende Stad op financieel gebied te organiseren. Op 14 januari 2010 stelt de directeur Stedelijk Onderwijs een ongunstig evaluatieverslag op over verzoeker. Na kennis genomen te hebben van de repliek van 26 februari 2010 van verzoeker en de dupliek van 29 juni 2010 van de directeur Stedelijk Onderwijs, valt de stadssecretaris het ongunstig evaluatieverslag op 24 juni 2010 XII-6328- 2/5 bij. Tevens beslist hij verzoeker niet vast te benoemen omdat, bij gebrek aan een gunstige waardering, de voorwaarde voor vaste benoeming niet is vervuld. IV. Ontvankelijkheid
  6. Verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de betrokken excepties zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. V. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
  7. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  8. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert verzoeker in de eerste plaats een moreel nadeel aan: het treft hem zwaar dat hij te boek staat als ongeschikt voor de functie van projectleider, dat hij zijn carrière bij de stad als projectleider niet kan voortzetten en dat hij nooit meer de functie van projectleider bij de stad zal kunnen opnemen. Ten tweede is hij door de bestreden beslissingen “terug moeten overstappen naar een functie A5 […] bij het havenbedrijf, wat een aanzienlijk lagere wedde is”; deze overstap heeft niet alleen gevolgen voor zijn huidige wedde, maar ook voor zijn toekomstige pensioenrechten en het eventuele overlevingspensioen van zijn echtgenote. Ten slotte betoogt verzoeker dat hij thans 56 jaar oud is, dat hij op 60 jaar met vervroegd pensioen kan en dat deze proeftijd dus zijn laatste kans op benoeming of bevordering in een functie met weddeschaal XII-6328- 3/5 A10 is; namelijk zal een uitspraak over zijn annulatieberoep normaal vier jaar op zich zal laten wachten.
  9. De beslissingen waarvan verzoeker de vernietiging vordert houden in dat hij ter afronding van de proeftijd een ongunstige eindwaardering krijgt en dat hij -tenminste naar zijn eigen zienswijze- dientengevolge ontslagen wordt. Uit de eventuele vernietiging ervan volgt dan logischerwijs dat hij in beginsel geacht zal moeten worden geen ongunstige eindwaardering te hebben gekregen en zonder onderbreking als projectleider in dienst te zijn gebleven. Of, zoals verwerende partij zelf het schrijft in haar nota, sub randnummer 13: “Verzoekende partij zou zich ingevolge de nietigverklaring immers terug in statutair verband in de proeftijd bij verwerende partij bevinden”. In dit licht kunnen het eerste noch het tweede aangevoerde nadeel een schorsing verantwoorden. Dat verzoeker voor de functie van projectleider ongeschikt is genoemd, zou retroactief zijn uitgewist; hij zou, als gezien, die functie terughebben en voort kunnen uitoefenen. Ook zou hij weer de daaraan verbonden wedde genieten en, wat het verleden betreft, aanspraak mogen maken op de nodige rechtzetting. In de tussentijd kon hij, zo blijkt, zonder hiaat na de aangevochten beslissingen, bij het Gemeentelijke Autonoom Havenbedrijf aan de slag, in een functie A
  10. Naar ter terechtzitting blijkt, is te dezen verzoekers eigenlijke vrees overigens niet dat een vernietiging niet voor het gewenste rechtsherstel zal zorgen, maar wel dat het nooit tot een dergelijke nietigverklaring zal kunnen komen omdat hij op het moment van die uitspraak reeds met vervroegd pensioen zal zijn en alsdan zonder belang bij het annulatieberoep zal worden verklaard. Zoals in het derde nadeel wordt betoogd, zou een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring niet binnen vier jaar mogen worden verwacht. Het is een vrees die ongegrond voorkomt. Bovendien lijkt verwerende partij aan verzoeker terecht tegen te werpen dat een vervroegde XII-6328- 4/5 pensionering slechts het gevolg kan zijn van zijn vrije keuze en dat het betrokken nadeel in voorkomend geval door eigen toedoen veroorzaakt is. Het derde aangevoerde nadeel kan aldus evenmin een schorsing verantwoorden.
  11. Uit wat voorafgaat volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend en tien, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6328- 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.199 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.217.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.