id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ORD.5.319 Rolnummer: A. 195353/XII-6099 Zaak: Cassatiebeschikking 5319 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 18/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-07-02 20:00 Fiche Beschikking nr 5.319 van 18 februari 2010 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING INZAKE DE TOELAATBAARHEID VAN EEN CASSATIEBEROEP nr. 5319 van 18 februari 2010 in de zaak G/A 195.353/XII-
- In zake : de ARTESIS HOGESCHOOL ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Wim Van Caeneghem, kantoor houdende te Antwerpen, Quinten Matsijslei 34 tegen : Jan SCHROÉ. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Artesis Hogeschool Antwerpen op 20 januari 2010 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing nr. 2009/120 van 18 december 2009 van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen; Gelet op artikel 20, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en op de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State; Gelet op de ontvangst, op 5 februari 2010, van het dossier van de zaak; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, 6099-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Verzoekster is een Vlaamse autonome hogeschool zoals bedoeld in artikel 2, 2/, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.
- Artikel 257, § 1, van hetzelfde decreet bepaalt : “De bestuursorganen van de Vlaamse autonome hogeschool zijn de raad van bestuur, het bestuurscollege, de algemeen directeur, de departementsraden, de departementshoofden en de andere door de raad van bestuur bepaalde organen”. Luidens artikel 262, eerste lid, 11/, van hetzelfde decreet oefent de raad van bestuur de rechtsvorderingen uit als eiser of verweerder. Uit het bepaalde in artikel 273, tweede lid, van het decreet volgt ten overvloede dat het nemen van deze beslissingen niet behoort tot de bevoegdheid van de algemeen directeur. Het tweede lid van artikel 262 staat delegatie hiervan wel toe, in de volgende bewoordingen : “de raad van bestuur [kan] deze bevoegdheden delegeren aan het bestuurscollege. In voorkomend geval bepaalt de raad van bestuur bij de beslissing tot delegeren of deze bevoegdheden voor verdere delegatie vatbaar zijn”.
- Met een brief van 21 januari 2010 wordt verzoekster door de griffie van de Raad van State gemeld dat het door haar ingediende beroep niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3, § 2, en artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Onder meer wordt verzoekster gewezen op het ontbreken van een stuk, waaruit blijkt dat tot het instellen van het beroep is beslist door het daartoe gemachtigde orgaan van de rechtspersoon. Verzoekster wordt een termijn van vijf dagen gelaten om haar cassatieberoep te regulariseren. Weliswaar heeft verzoekster op 27 januari 2010 enkele bijkomen- de documenten aan de Raad van State bezorgd : een kopie van het voornoemd decreet van 13 juli 1994, de bekendmaking van de aanstelling van de algemeen directeur in het Belgisch Staatsblad van 31 juli 2009 en een “mandaat”, ondertekend door de algemeen directeur, aan de raadsman van verzoekster “om onze belangen te verdedigen voor de Raad van State voor wat betreft het dossier Schroé Jan”. 6099-2/3
- Zelfs in de veronderstelling dat de aanstelling van een raadsman ook te begrijpen valt als een formele beslissing om een cassatieberoep in te stellen, dan nog moet de Raad van State vaststellen dat nog steeds daarbij een stuk ontbreekt dat er van zou doen blijken, hetzij dat de raad van bestuur als bevoegd orgaan tot het instellen van voorliggend cassatieberoep heeft besloten, hetzij dat de raad van bestuur zijn bevoegdheid daartoe heeft overgedragen aan het bestuurscollege en dat vervolgens het college dit heeft gedelegeerd aan de algemeen directeur.
- Het beroep is kennelijk onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het cassatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel verleend, op 18 februari 2010, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. 6099-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ORD.5.319 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.