← België

Cassatiebeschikking 5565 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 20/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ORD.5.565 Rolnummer: A. 196102/XII-6163 Zaak: Cassatiebeschikking 5565 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 20/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Fiche Beschikking nr 5.565 van 20 april 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING INZAKE DE TOELAATBAARHEID VAN EEN CASSATIEBEROEP nr. 5565 van 20 april 2010 in de zaak G/A. 196.102 In zake : Fatima BALI, die woonplaats kiest bij advocaten Eric Van Der Mussele en Yolanda Vanden Bosch, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1, bus 10 tegen : de RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Fatima BALI op 6 april 2010 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 29-3 2010 die luidt : Enig artikel. Het verzoek van mevrouw Fatima Bali en het verzoek tot tussenkomst van Mevrouw Preneel zijn ontvankelijk. De behandeling van het geding wordt geschorst tot uitspraak is gedaan over de geldigheid van het ontslag van Mevrouw Bali. Daarna spreken we ons uit over het bestaan van een vacature in het districtscollege”. Gelet op artikel 20, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en op de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State; Gelet op de ontvangst, op 14 april 2010, van het dossier van de zaak; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, 196.102-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : Op 29 maart 2010 beslist de Raad voor verkiezingsbetwistingen van de provincie Antwerpen om inzake het door verzoekster aangebrachte geschil in verband met de verkiezing van Marij Preneel als districtsschepen te Borgerhout, de behandeling te schorsen tot uitspraak is gedaan over de geldigheid van het ontslag van eerstgenoemde. Verzoekster stelt tegen die beslissing op 6 april 2010 bij de Raad van State het beroep bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het gemeentede- creet, gelezen in samenhang met artikel 273, § 3, van de gemeentekieswet, in. Ten onrechte kwalificeert zij dit beroep als een beroep “tot Cassatie”. Het is integendeel op te vatten als een beroep in de zin van artikel 16, 1/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, hetzij een beroep in volle rechtsmacht. De te dezen toepasselijke procedure is niet die van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State, maar die van het algemeen procedurereglement van 23 augustus 1948. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Enig artikel. Er is geen aanleiding tot toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 196.102-2/3 Aldus te Brussel verleend, op 20 april 2010, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. 196.102-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ORD.5.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.