id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.218 Rolnummer: A. 198673/XIV-32719 Zaak: Arrest 210218 - Penitentiair recht - 04/01/2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-05 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:37 Fiche Arrest nr 210.218 van 4 januari 2011 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, nr. 210.218 van 4 januari 2011 in de zaak A. 198.673/XIV-32.719 In zake : Michael DEWITTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 30 december 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing tot tuchtsanctie dd. 28-12-2010, uitgaande van de directie van de gevangenis te Brugge”, waarbij aan Michael Dewitte de tuchtstraf “1 maand strikt, van 26/12 tot en met 25/01/2011” wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 januari 2011 om 14.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. XIV- 32.719-1/5 Verzoeker en zijn advocaat Meral Kalin, die loco advocaat Mathieu Langerock verschijnt, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoeker is gedetineerd in de gevangenis te Brugge. 3.2. Op 26 december 2010 wordt tegen de verzoeker een tuchtrapport aan de directeur opgesteld, waarin het volgende wordt vermeld: “Betreft: Dewitte Michael Feit(
- en)beschouwd als een tuchtrechtelijke inbreuk en concrete omstandigheden waarin dit (deze) plaatsvond (en): Op (datum): 26/12/2010 Om (uur): 20h20 Op (plaats): BAD Zijn volgende feiten vastgesteld: Tijdens de fouille na PV op 26/12/2010 om 20h20 werd bij betrokkene een hoeveelheid vermoedelijk drugs gevonden. Deze had hij verborgen onder zijn geslachtsdelen door middel van een rekkertje. Hij verklaarde dat het om ‘weed’ ging. Waren getuigen (vermelden van de volledige identiteit van de getuigen): PB DE VINDT Kurt Gedaan te Brugge, op 26/12/10 Naam en hoedanigheid van het personeelshd: PBA DHOOMS A. Handtekening van het personeelslid: (…)”. 3.3. Aansluitend op de voormelde feiten wordt op 26 december 2010, om 20u25, een voorlopige maatregel ten aanzien van de verzoeker genomen, bestaande uit een verplicht verblijf op cel wegens ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. XIV- 32.719-2/5 3.4. Op 27 december 2010 wordt de verzoeker ervan in kennis gesteld dat een tuchtprocedure tegen hem zal worden opgestart, waartoe hij op 28 december 2010 zal worden gehoord. 3.5. Op 28 december 2010 vindt de hoorzitting plaats, waarop de verzoeker en diens raadsman aanwezig zijn. 3.6. Bij beslissing van 28 december 2010 van de adviseur- gevangenisdirecteur wordt de verzoeker de tuchtsanctie “1 maand strikt, van 26/12 tot en met 25/01/2011” opgelegd en wordt de voorlopige maatregel opgeheven. Dit is de thans bestreden beslissing, die als volgt wordt gemotiveerd: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor binnensmokkelen verboden substantie uit penitentiair verlof. Betrokkene erkent de feiten, en stelt dat hij onder druk werd gezet door medegedetineerde, wiens naam hij niet wenst te melden, om de drugs mee binnen te brengen. Het betrof bovendien een aanzienlijke hoeveelheid. Het bezit van drugs in de inrichting is ten strengste verboden, en betekent een ernstig risico voor de orde en veiligheid.”. IV. Onderzoek van de vordering 4. Overeenkomstig artikel 17, § 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting 5. De verzoeker zet uiteen dat hij de kwestieuze tuchtsanctie als bijzonder moeilijk om dragen ervaart, aangezien deze een ernstige impact zal hebben op zijn strafuitvoering alsook op zijn verdere sociale reclassering. Hij betoogt dat hij op 30 november laatstleden positief heeft getest op een opgelegde alcoholcontrole en dat hij daarbij XIV- 32.719-3/5 “door het oog van de naald (was) gekropen”, aangezien de strafuitvoeringsrechtbank te Gent toen bij vonnis van 22 december 2010 heeft besloten om de eerder verleende beperkte detentie niet te herroepen, doch de voorwaarden te herzien, waarbij de verzoeker zich aan onaangekondigde drugcontroles diende te onderwerpen. Bovendien benadrukte de strafuitvoeringsrechtbank dat de verzoeker, die een uitgebreid strafregister heeft, al heel wat aangereikte kansen onbenut heeft gelaten en dat de beperkte detentie verleend bij vonnis van 15 september 2010 zijn allerlaatste kans is. Het plegen van nieuwe dergelijke feiten of het niet naleven van andere voorwaarden zou door de strafuitvoeringsrechtbank niet meer worden getolereerd. Ingevolge de beweerde onwettige fouillering waarbij een hoeveelheid drugs werd gevonden, zou de verzoeker de door de strafuitvoeringsrechtbank in het kader van de beperkte detentie opgelegde voorwaarden 13 en 14 hebben geschonden. De ingevolge de beweerde onwettige fouillering op zijn lichaam aangetroffen drugs, zullen volgens de verzoeker ongetwijfeld de herroeping van de beperkte detentie teweegbrengen en zelfs de kans op het verkrijgen van strafuitvoeringsmodaliteiten in de toekomst sterk beperken. De Procureur des Konings te Brugge zou op 27 december 2010 te zijnen laste een bevel tot voorlopige aanhouding hebben genomen, waarvan de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank, alsook het openbaar ministerie, op de hoogte werden gebracht. Beoordeling 6. De verzoeker wijst de gevolgen aan die de bestreden beslissing volgens hem zal hebben, maar hij toont niet aan op welke wijze die gevolgen zijn situatie dermate zullen beïnvloeden dat een vernietigingsarrest daar niets meer aan zal kunnen veranderen. Wat betreft de invloed van de bestreden beslissing op het oordeel van de strafuitvoeringsrechtbank, belet ook niets de verzoeker om deze rechtbank te overtuigen van de illegaliteit van de bestreden beslissing. Dat de strafuitvoeringsrechtbank zich mogelijks een mening zal vormen over de omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot de tuchtvervolging van de verzoeker, is voorts het gevolg van het eigen onbetamelijk gedrag van de verzoeker, die de gepleegde feiten heeft erkend. De mogelijke herroeping van de beperkte detentie van de verzoeker, zal dan weer het gevolg zijn van een nieuwe, autonome beslissing van de XIV- 32.719-4/5 strafuitvoeringsrechtbank en is geen nadeel dat rechtstreeks uit de bestreden beslissing voortvloeit. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier januari tweeduizend en elf, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier. De griffier, De voorzitter, Joris Casneuf Stephan De Taeye XIV- 32.719-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.218 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.723 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div