← België

Arrest 210298 - Varia (justitie) - 06/01/2011

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.298 Rolnummer: A. 196192/XIV-32133 Zaak: Arrest 210298 - Varia (justitie) - 06/01/2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-19 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 05:37 Fiche Arrest nr 210.298 van 6 januari 2011 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 210.298 van 6 januari 2011 in de zaak 196.192/XIV-32.

  1. In zake : Qasem NASIR, die woonplaats kiest bij Advocaat W. BORGMANS, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, Gemeentestraat 4/6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaten St. VERBOUWE en Fr. CHAFFART, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL; Tervurenlaan
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Qasem NASIR, van Afghaanse nationaliteit, op 13 april 2010 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissingen van de FOD Justitie, Dienst Voogdij van 13 oktober 2009 en 3 maart 2010 houdende de “Leeftijdsbepaling van Mijnheer Qasem NASIR overeenkomstig artikelen 3, § 2, 2°; 6, § 2, 7 en 8, § 1 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002 (B.S. 31 december 2002), gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003 (B.S. 31 december 2003) en bij de programmawet van 27 december 2004 (B.S. 31 december 2004)”; Gelet op de beschikking van 29 april 2010 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 11 augustus 2010; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV- 32.133-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV- 32.133-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes januari tweeduizend en elf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV- 32.133-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.298 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.