id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.374 Rolnummer: A. 184324/XII-5148 Zaak: Arrest 210374 - Varia (openbaar ambt) - 13/01/2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-19 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:38 Fiche Arrest nr 210.374 van 13 januari 2011 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 210.374 van 13 januari 2011 in de zaak A. 184.324/XII-5148 In zake: Kurt HIMPE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD IZEGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te Kortijk President Kennedypark 6/24 bij wie woonplaats wordt gekozen tussenkomende partijen:
- Peter DEFREYNE die woonplaats kiest te Izegem Gentsestraat 25
- Geert LEENKNECHT die woonplaats kiest te Izegem Elf Julistraat 50
- Noël VANSTEELAND die woonplaats kiest te Izegem Zoetemondstraat 2 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pol Cambien kantoor houdend te Kortijk President Kennedypark 9C -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissingen van de gemeenteraad van de Stad Izegem, XII-5148-1/6 genomen op zitting van 5 februari 2007 met betrekking tot agendapunt 18, zijnde de aanstelling van de vertegenwoordigers in intercommunale en andere verenigingen”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 202.038 van 18 maart 2010 werden de debatten heropend en is het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat belast met een aanvullend onderzoek. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. De verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Steve Ronse, die loco advocaat Dirk Van Heuven verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Thomas Eyskens, die loco advocaat Pol Cambien verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-5148-2/6 III. Voorgaanden
- Op 5 februari 2007 gaat de gemeenteraad van Izegem over tot de aanstelling van de vertegenwoordigers van de stad Izegem in de diverse inter- communales en andere verenigingen. Voor het mandaat van vertegen-woordiger namens de oppositie in de raad van bestuur van de opdrachthoudende vereniging “West-Vlaamse Energie- en Teledistributie-maatschappij” (hierna: WVEM) zijn er drie kandidaten. Geert Leenknecht, VLD-gemeenteraadslid en tweede tussenkomende partij, wordt verkozen met 19 stemmen; verzoeker, N-VA raads- lid, krijgt 5 stemmen, Filip Buyse krijgt er 4; er zijn 4 onthoudingen. In zijn tussenarrest nr. 202.038 van 18 maart 2010 heeft de Raad van State het beroep onontvankelijk verklaard in zoverre verzoeker meer nastreeft dan de vernietiging van die voordracht van Geert Leenknecht als vertegenwoordiger namens de oppositie in de raad van bestuur van de WVEM. Tevens heeft de Raad van State in het arrest geoordeeld dat het eerste en het tweede middel niet tot de vernietiging van deze voordracht kunnen leiden. Bijgevolg blijft nog alleen het derde middel met betrekking tot de enige ontvankelijk bestreden voordracht te onderzoeken. IV. Derde middel Standpunt van partijen
- In zijn verzoekschrift voert verzoeker in een derde middel de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, doordat de bestreden voordracht geen enkele uitdrukkelijke motivering bevat ofschoon de beslissingen inzake het toewijzen van een mandaat aan gemeenteraadsleden bestuurshandelingen zijn die op uitdrukkelijke en afdoende wijze gemotiveerd moeten worden, ongeacht of ze al dan niet bij geheime stemming tot stand komen.
- Verwerende partij en de tussenkomende partijen werpen in hun memorie van antwoord, respectievelijk verzoekschriften tot tussenkomst tegen dat de beslissing voldoende gemotiveerd is doordat eruit blijkt om welke functie XII-5148-3/6 het gaat, dat het een functie voor de oppositie betreft, wie zich kandidaat heeft gesteld en wat het resultaat is van de stemming.
- Verzoeker betoogt in de memorie van wederantwoord dat de aanwijzing van vertegenwoordigers in de organen van intercommunales en andere verenigingen geen “acte de gouvernement” betreft, die wegens zijn uitgesproken politiek karakter uitsluitend aan de controle van het door het kiezerskorps aangestelde representatieve orgaan zou zijn onderworpen; de aangewezen vertegenwoordigers zouden zetelen “in eigen naam, voor eigen rekening en met eigen verantwoordelijkheid”.
- In de laatste memorie zet verzoeker nog uiteen dat de formele- motiveringsplicht vergt dat uit de bestreden beslissing formeel blijkt dat de vergelijking van de titels en verdiensten van alle kandidaten heeft plaatsgehad, op grond van welke criteria die vergelijking is gebeurd en op welke motieven, geput uit die vergelijking, de benoeming van de uitverkoren kandidaat wordt gesteund. Het criterium hoeft daarbij niet het aantal diploma’s te zijn; de evenredige vertegenwoordiging van de gemeenteraadsleden kan wel een element zijn, net als de vertrouwdheid van de kandidaat met de materie die binnen het te begeven mandaat aan bod zal komen. Beoordeling
- Overeenkomstig de in het middel aangevoerde wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de bestuurshandelingen met individuele strekking uitdrukkelijk de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn. Wat afdoende is moet in elk geval afzonderlijk in concreto worden beoordeeld.
- Luidens artikel 12 van de statuten van de WVEM heeft, in principe, iedere deelnemende gemeente het recht om als lid van de raad van bestuur met raadgevende stem een gemeenteraadslid aan te duiden dat verkozen is op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester of schepenen of aangesteld is als voorzitter van het openbaar XII-5148-4/6 centrum voor maatschappelijk welzijn. Anders dan verzoeker meent, zetelt dat gemeenteraadslid in voorkomend geval niet louter in eigen naam en voor eigen rekening, maar is hij of zij een vertegenwoordiger -of in de bewoordingen van voormeld artikel 12, een“afgevaardigde”- van de gemeente.
- Zoals artikel 46 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking voorschrijft, benoemt in de opdrachthoudende verenigingen, zoals de WVEM, de algemene vergadering de leden van de raad van bestuur, op voordracht van de deelnemers. Het artikel vervolgt: “Indien de gemeenteraad kandidaat-bestuurders voordraagt die geen lid zijn van de gemeenteraad of van de districtsraad, maar van wie de deskundigheid met betrekking tot de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is, wordt deze voordracht uitdrukkelijk gemotiveerd”. Naar hieruit mag worden afgeleid is een dergelijke uitdrukkelijke motivering -in verband met de deskundigheid van de voorgedragene- niet vereist wanneer de betrokkene wél lid is van de gemeenteraad. Dit is het geval met Geert Leenknecht. Ook blijkt niet, en beweert verzoeker zelfs niet, dat hij zich met het oog op het verkrijgen van de voordracht formeel zou hebben beroepen op welke deskundigheid dan ook, waaraan verwerende partij wederrechtelijk zonder formele motivering zou zijn voorbijgegaan. Evenmin, overigens, blijkt dat hij zich liet voorstaan op enige andere verdienste, die verwerende partij nuttig had kunnen betrekken bij de geclaimde “vergelijking van de titels en verdiensten” .
- In zoverre verzoeker verwerende partij in de formele motivering van de voordracht had willen zien uitweiden over de “evenredige vertegenwoordiging van de gemeenteraadsleden”, ontgaat het de Raad van State welk belang hij daarbij heeft. Immers is de grief verbonden met de eerste twee middelen van verzoeker. In die middelen beklaagde verzoeker zich over de schending van de verplichting tot een evenredige toebedeling van de beschikbare mandaten van vertegenwoordiger namens de oppositie aan de betrokken fracties. XII-5148-5/6 De Raad van State verwierp die middelen, daarbij overwegend dat verzoekers fractie “een (meer dan) evenredig deel” kreeg toegewezen van de mandaten waarvoor er N-VA-raadsleden kandidaat waren.
- In de gegeven omstandigheden maakt verzoeker niet aannemelijk wat de formele motivering van de bestreden beslissing nog meer diende te bevatten om afdoende te zijn, dan de elementen die verwerende partij en de tussenkomende partijen in hun memorie van antwoord, respectievelijk verzoek- schrift tot tussenkomst in herinnering hebben gebracht. Het middel wordt dan ook verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 375 euro, elk voor een derde. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 januari 2011, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5148-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.374 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.038 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.