id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.406 Rolnummer: A. 197583/IX-6924 Zaak: Arrest 210406 - Penitentiair recht - 13/01/2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 05:39 Fiche Arrest nr 210.406 van 13 januari 2011 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 210.406 van 13 januari 2011 in de zaak A. 197.583/IX-6924 In zake : Alexandru PATRAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Tytgat kantoor houdend te Brussel Louizalaan 391 bus 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 september 2010, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing, op 31 augustus 2010 genomen door de directeur van de gevangenis te Vorst, waarbij een tuchtsanctie werd uitgesproken van 2 weken strikt cellulair regime + 2 weken met uitstel”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 207.200 van 4 september 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 8 september 2010 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. IX- 6924-1/3 Op 25 oktober 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, ' 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, ' 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, ' 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. IX- 6924-2/3 BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 januari 2011, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad,waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX- 6924-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.406 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.200 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div