← België

Arrest 210411 - Penitentiair recht - 13/01/2011

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.411 Rolnummer: A. 198734/XIV-32734 Zaak: Arrest 210411 - Penitentiair recht - 13/01/2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-01-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:39 Fiche Arrest nr 210.411 van 13 januari 2011 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, nr. 210.411 van 13 januari 2011 in de zaak A. 198.734/XIV-31.734 In zake : Luc FELSKA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelyne Grouwels kantoor houdend te 3770 Riemst Tongersesteenweg 36/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 8 januari 2011, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing genomen door de directeur van de gevangenis te Hasselt op 5 januari 2011, waarbij aan Luc Felska een tuchtsanctie van drie maanden individueel regime wordt opgelegd; II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 januari 2011 om 11.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daisy Kirszenworcel, die loco advocaat Evelyne Grouwels verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. XIV-32.734-1/5 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoeker is gedetineerd in de gevangenis te Hasselt. Hij deelt er een cel met een andere gedetineerde. 3.
  5. Op 2 januari 2011 wordt er een celcontrole gedaan, waarbij volgens het rapport aan de directeur van dezelfde datum de volgende zaken op de cel van de verzoeker worden gevonden: “1) Verstopt in een vlootje boter, een bol van een verdachte witte substantie die verpakt zit in een plastiek omhulsel dat is dichtgeschroeid; 2) Een buitensporige hoeveelheid medicatie; 3) Tatoeagemateriaal, vermoedelijk zelfgemaakt; 4) Een aangescherpt mes; 5) Een zelfgemaakte waterpijp bestaande uit een frisdrankflesje met daarbij een zuigpijpje zoals reeds hoger vernoemd; 6) aluminiumfolie.”. Het rapport vermeldt voorts onder meer nog wat volgt : “Bij zijn terugkomst van de wandeling werd voornoemde onderworpen aan een onderzoek van de kledij waarbij een roodkleurig, plastic buisje gevonden werd met daarin sporen van een witte, onbekende substantie. (…)”. 3.
  6. Op 5 januari 2011 vindt een hoorzitting plaats, waarop de verzoeker en zijn raadsman aanwezig zijn. Bij beslissing van de gevangenisdirecteur van dezelfde datum wordt de verzoeker de tuchtsanctie “3 maanden individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke erediensten gelet op risico drugsmokkel)” opgelegd. XIV-32.734-2/5 Deze beslissing is als volgt gemotiveerd : “- Dat niet getwijfeld wordt aan de vaststellingen van het personeel; - Betrokkene werd bij terugkomst van de wandeling onderworpen aan een onderzoek van de kledij, waarbij een plastic buisje werd gevonden met daarin sporen van een verboden substantie, nl. ‘speed’; - Dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de leefregels van de inrichting; - Dat de nevenactiviteiten van drugsmokkel (vechtpartijen, afpersingen,..) een minstens even grote bedreiging vormen voor de interne leefregels van de inrichting; - Dat derhalve een gepaste straf zich opdringt;”. IV. Onderzoek van de vordering
  7. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  8. De verzoeker zet uiteen dat de bestreden beslissing onmiddellijk ingang heeft vanaf de uitspraak van de beslissing, dat hij bijgevolg op heden reeds de gevolgen van de tuchtsanctie ondervindt, dat hij op dit ogenblik niet meer kan genieten van vrij bezoek, gemeenschappelijke activiteiten, noch van gemeenschappelijke eredienst. De verzoeker betoogt voorts dat het nadeel dat hij nu ondervindt uiteraard niet meer hersteld kan worden bij een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing. Beoordeling
  9. Luidens artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het enig verzoekschrift een uiteenzetting bevatten van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoeker een XIV-32.734-3/5 moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op een dergelijk nadeel aantonen. De verzoeker moet in zijn verzoekschrift dan ook duidelijk en concreet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel concrete gegevens aanvoeren waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het voor de verwerende partij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoeker aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. De verzoeker toont met zijn uiteenzetting het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aan. Hij beperkt er zich in tegendeel toe de onderdelen van de tuchtstraf op te sommen, alsook de omstandigheid dat hij van de tuchtstraf “op heden reeds” de gevolgen ondervindt, zonder concrete aanduiding welke impact de tuchtstraf heeft op zijn persoonlijke situatie. Dit klemt nog meer nu de verwerende partij ter terechtzitting aanvoert dat de verzoeker nooit deelneemt aan de gemeenschappelijke erediensten, terwijl de verzoeker het verbod op deelname aan deze erediensten, als onderdeel van de tuchtstraf en zonder enige toelichting, als een ernstig nadeel aanvoert. De verzoeker laat derhalve na te bewijzen dat de tenuitvoerlegging van de tuchtstraf zijn situatie dermate zal verslechteren dat de negatieve gevolgen niet door een vernietigingsarrest zullen kunnen rechtgezet worden. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. XIV-32.734-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien januari tweeduizend en elf, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Christophe Verhaert, griffier. De griffier, De voorzitter, Christophe Verhaert. Stephan De Taeye. XIV-32.734-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.411 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.369 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.