id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.362 Rolnummer: A. 226042/XII-8605 Zaak: Arrest 242362 - Overheidsopdrachten - 18/09/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-09-19 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-18 02:51 Fiche Arrest nr 242.362 van 18 september 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:C:2016:555 ecli_prefixe ECLI ecli_pays C ecli_cour 2016 ecli_annee 555 ecli_ordre Ongeldig ECLI-nummer - 4 element (
(15p). Elk van deze gunningscriteria is op zijn beurt opgesplitst in verscheidene subgunningscriteria, met elk een eigen weging, en met een beschrijving per subcriterium, van wat van de inschrijvers wordt verwacht. Uit het gunningsverslag blijkt dat de beoordeling van de offertes, wat de eerste twee gunningscriteria – en hun subgunningscriteria – betreffen, lijkt te zijn gebeurd aan de hand van een eerder uitvoerige beschrijvende evaluatie in woorden van het door de inschrijvers voorgestelde plan van aanpak voor de verschillende invorderingen en van de door de inschrijvers voorgestelde informatica-oplossingen en wijze van informatieuitwisseling. Het gaat daarbij om een concrete evaluatie en vergelijking van de diverse sterke (pluspunten) en zwakke (minpunten) punten van de ingediende voorstellen. Deze evaluatie is gebeurd voor elk van de subgunningscriteria. Er wordt onder meer besproken welke elementen in de organisatie van de invordering als positief worden XII-8605-14/20 gewaardeerd en welke als negatief, welke kostenbesparende maatregelen er worden voorgesteld en hoe deze worden gewaardeerd, de kwaliteit van de voorziene rapportering, de flexibiliteit en integratiemogelijkheid van het voorgestelde informaticasysteem, de mogelijkheden naar automatisering en gegevensuitwisseling tussen de systemen van de dienstverlener en van de aanbestedende overheid, enzovoort. Vervolgens komt de verwerende partij per inschrijver en per (sub)gunningscriterium tot een samenvattende conclusie – in de vorm van een kernachtige, samenvattende evaluatie in woorden – waarbij zij gebruikmaakt van een ordinale tabel om aan de toegekende score per (sub)gunningscriterium een globale conclusie in woorden te koppelen, namelijk onvoldoende, matig, voldoende, goed of uitstekend. Aan de hand van deze ordinale schaal werd voor een onvoldoende beoordeling 1 punt toegekend, voor een beoordeling als matig 2 punten, een beoordeling als voldoende 3 punten, een beoordeling als goed 4 punten en een beoordeling als uitstekend 5 punten. Het derde gunningscriterium “prijs” werd in het bestek onderverdeeld in drie subgunningscriteria, namelijk de prijs voor een minnelijke afrekening, de prijs voor een gedetailleerde solvabiliteitscontrole en de overdracht van een vordering op te nemen in een collectieve schuldenregeling. Het subcriterium prijs voor “een minnelijke afrekening” werd verder onderverdeeld in een subsubcriterium prijs voor een minnelijke afrekening bij “minnelijke invordering” en prijs voor een minnelijke afrekening bij een “gerechtelijke invordering”. Het subcriterium prijs voor “een gedetailleerde solvabiliteits- controle” werd verder onderverdeeld in een subsubcriterium een gedetailleerde solvabiliteitscontrole “in de fase van de minnelijke invordering” en een gedetailleerde solvabiliteitscontrole “in de fase van de gerechtelijke invordering”. Bij de beoordeling van deze criteria, subcriteria en subsubcriteria blijkt men in het gunningsverslag eerst de regel van drie te hebben willen toepassen. Echter, aangezien bij de beoordeling bleek dat de inschrijvers voor bijna alle subgunningscriteria binnen het criterium “prijs” een nulprijs hadden opgegeven, was men van oordeel dat men deze regel niet kon toepassen. In het gunningsverslag wordt hieromtrent, bij het enig subgunningscriterium waar een van de inschrijvers, namelijk de verzoekende partij, geen nulprijs heeft opgegeven, gesteld: “Het komt alvast gepast voor om elke inschrijver het maximum van de XII-8605-15/20 punten to[e] te kennen voor elk subgunningscriterium waarvoor werd ingeschreven aan een 0-prijs. […] De beoordeling van de door de inschrijver bvba G. De Wilde gestelde prijs is geen sinecure. Gelet op de 0-prijzen van de overige inschrijvers voor dit subgunningscriterium is de toepassing van de regel van drie moeilijk. Deze zou er immers enkel toe kunnen leiden dat de inschrijver bvba G. De Wilde 0 punten ontvangt op dit subgunningscriterium, net zoals bv. indien hij had ingeschreven met 1 Eurocent. Dit toont nogmaals de problematiek van de keuze voor een gepaste beoordelingsmethodiek. Hoe dan ook dient deze inschrijver minder te scoren dan de twee inschrijvers die met een 0-prijs inschreven. Anderzijds wordt de forfaitaire eenheidsprijs van 28,75 Euro, excl. BTW, zoals voorgesteld door de inschrijver bvba G. De Wilde, welke gezien het groot aantal vorderingen voor een beperkt bedrag een meerkost van om en bij de 900.000 euro voor de aanbestedende overheid zou impliceren, als exuberant ervaren. Doch het toekennen van 0 punten aan deze inschrijver voor dit subgunningscriterium zou onredelijk zijn. Het komt de aanbestedende overheid dan ook voor dat het gepast is om aan de inschrijver bvba G. De Wilde 0,25 punten toe te kennen op het subgunningscriterium „Minnelijke afrekening bij minnelijke invordering‟”. 7.
- In de bijzondere omstandigheden van de voorliggende zaak lijkt niet voorbijgegaan te kunnen worden aan de als “niet-vertrouwelijk” verzonden brief van de raadsman van de verwerende partij van 27 augustus
- In deze brief deelt de raadsman immers formeel en uitdrukkelijk mee dat de beoordelingsmethodiek werd “vastgesteld” bij beslissing van 16 augustus 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent houdende goedkeuring van het gunningsverslag. In deze brief wordt tevens verklaard dat de verwerende partij in aanloop naar de eigenlijke gunningsbeslissing geen afzonderlijke beslissing tot vaststelling van de beoordelingsmethodiek nam naast de beslissingen van 23 februari 2018 en 19 maart 2018 van respectievelijk het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad tot het in mededinging stellen van de opdracht en tot goedkeuring van het bestek, en dat zulke beslissing een aanvulling zou inhouden op het bestek waaraan de verwerende partij, in voorkomend geval, vanzelfsprekend de nodige publiciteit zou hebben gegeven voorafgaand aan de datum voor de indiening van de offertes. Hiermee lijkt de raadsman van de verwerende partij uitdrukkelijk aan te geven dat de XII-8605-16/20 beoordelingsmethodiek niet werd “vastgesteld” voorafgaand aan de opening van de offertes. Wel wordt er in de brief op gewezen dat de gedane evaluatie op een volledig voor de hand liggende manier is gebeurd, rekening houdend met de in het bestek opgesomde beoordelingselementen waaraan een normaal zorgvuldig inschrijver zich op het eerste gezicht helemaal kon verwachten, reden waarom de beoordelingsmethodiek door de aanbestedende overheid werd goedgekeurd. Het valt daarbij op te merken dat de verwerende partij in haar nota op geen enkele wijze aangeeft waarom uit deze brief, waarnaar de verzoekende partij in haar verzoekschrift uitdrukkelijk verwijst, geenszins zou mogen worden afgeleid dat de beoordelingsmethode aldus niet voorafgaand aan de indiening van de offertes werd vastgesteld. De verwerende partij ontkent noch het bestaan, noch de inhoud van de brief, noch geeft zij in haar nota enige duiding bij de inhoud van de brief. Gelet op de concrete gegevens van deze zaak lijkt aldus prima facie te moeten worden aangenomen dat te dezen niet blijkt dat de aanbestedende overheid vóór de opening van de offertes een beoordelingsmethode heeft vastgesteld om de offertes inhoudelijk te vergelijken en te beoordelen. Dit lijkt ook des te meer zo nu in het gunningsverslag dat heeft geleid tot de ingetrokken gunningsbeslissing van 31 mei 2018, voor de eerste twee gunningscriteria licht afwijkende punten werden toegekend die niet op grond van de nu gehanteerde ordinale schaal lijken te kunnen zijn toegekend, wat lijkt aan te tonen dat de methodiek van de ordinale schalen niet de enig mogelijke methodiek is. Uit de beoordeling van het derde gunningscriterium in het gunningsverslag lijkt eveneens een gebrek aan het voorafgaand aan de opening van de offertes vaststellen van een beoordelingsmethode naar voor te komen. De hiervoor onder randnummer 7.5, laatste alinea, geciteerde beoordeling in het gunningsverslag lijkt op het eerste gezicht aan te geven dat men slechts op het ogenblik van de beoordeling van de offertes een gepaste beoordelingsmethodiek tracht te vinden. De verzoekende partij merkt hier trouwens terecht op dat het bovendien niet duidelijk is welke methode uiteindelijk werd toegepast en hoe men tot een puntenscore van 0,25 punten voor haar offerte voor het eerste subgunningscriterium binnen het gunningscriterium “prijs” is gekomen. Hieromtrent wordt door de verwerende partij ook geen verdere duiding gegeven. XII-8605-17/20 7.
- Wat de verwijzing betreft van de verwerende partij naar het arrest nr. 242.097 van 12 juli 2018 inzake de bvba Joost Peeters Advocatenkantoor, waarin volgens haar de Raad zou hebben aangenomen dat van een verzoeker die een dergelijk middel opwerpt een bijzonder belang wordt vereist, namelijk dat deze aantoont dat de gehanteerde beoordelingsmethode een methode betreft waaraan een normaal zorgvuldig inschrijver zich niet kon verwachten, dient te worden vastgesteld dat de Raad in die zaak in de eerste plaats tot de vaststelling komt dat het middel voor zover daarin werd aangevoerd dat de beoordelingsmethode niet voorafgaand aan de opening van de offertes werd vastgesteld, feitelijke grondslag mist omdat er in het administratief dossier van die zaak e-mailberichten waren opgenomen waaruit klaarblijkelijk volgde dat de beoordelingsmethode wel degelijk werd vastgesteld vóór de opening van de offertes. Vervolgens stelt de Raad vast dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij in die zaak voorts nog voorhield, de evaluatie op een volledig voor de hand liggende manier leek te zijn gebeurd, rekening houdend met de beoordelingselementen vermeld in het bestek, zodat de inschrijvers niet werden verschalkt. In de voorliggende zaak brengt de verwerende partij evenwel geen enkel element aan, noch blijkt het administratief dossier enig stuk te bevatten, waaruit zou kunnen blijken dat de beoordelingsmethode wel degelijk vóór de opening van de offertes werd vastgesteld. In de mate dat de verwerende partij in haar nota voorts nog verwijst naar het arrest nr. 239.937 van 23 november 2017 inzake de nv TNS Dimarso, dient te worden vastgesteld dat de aangehaalde overwegingen slechts betrekking hebben op de beoordeling van de alsdan aan de orde gekomen bijkomende vraag of de toegepaste beoordelingsmethode de weging van de gunningscriteria wijzigt en bijgevolg niet enkel vooraf diende te worden vastgesteld maar ook vooraf in de aankondiging van de opdracht of het bestek had moeten worden bekendgemaakt. 7.
- Ten slotte moet worden vastgesteld dat de verwerende partij op geen enkele wijze aanvoert dat het om “aantoonbare redenen” onmogelijk was om de beoordelingsmethode voorafgaand aan de opening van de offertes vast te stellen. Voor de voor de beoordeling van de eerste twee gunningscriteria gehanteerde ordinale schaal valt in ieder geval op het eerste gezicht ook niet spontaan in te zien welke redenen hiervoor aanwezig zouden kunnen zijn geweest XII-8605-18/20 die verhinderd zouden hebben deze methode voorafgaand aan de opening van de offertes vast te stellen. Het middel is in de aangegeven mate ernstig. VIII. Besluit
- Het eerste middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden ingewilligd. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING
- De verzoeken van de bvba GDW-GENT en de nv Modero Gerechts- deurwaarderskantoor tot tussenkomst worden ingewilligd.
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 16 augustus 2018 om de “Overheidsopdracht van diensten betreffende door gerechtsdeurwaarders verleende juridische diensten voor debiteurenbeheer met betrekking tot de gedwongen invordering middels dwangbevel of het uitvoeren van ad hoc opdrachten voor verschillende types vorderingen van de Stad Gent, het OCMW Gent en de Hulpverleningszone Centrum”, perceel 1, te gunnen aan GDW-Gent / Modero Antwerpen, feitelijke vereniging, waarvan deel uitmaken de bv bvba GDW - Gent en de bv nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen. XII-8605-19/20 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 september 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8605-20/20 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.362 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.635 citeert: ECLI:EU:C:2016:555 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div