← België

Arrest 242837 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.837 Rolnummer: A. 225213/IX-9295 Zaak: Arrest 242837 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-12 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-24 12:22 Fiche Arrest nr 242.837 van 6 november 2018 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 242.837 van 6 november 2018 in de zaak A. 225.213/IX-9295 In zake: Daniël DE CONINCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 24 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 15 mei 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het kiesbureau van de Scholen- groep 24 dd. 26.03.2018 over de samenstelling van de raad van bestuur en waarbij zij [Daniël De Coninck] zijn hoedanigheid/functie van rechtstreeks verkozen lid van de raad van bestuur van Scholengroep 24 ontneemt en hem vervangt door de eerste opvolger”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9295-1/10 Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Patrick Devers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker is sinds 1 september 2001 aangesteld als algemeen directeur van scholengroep 24 van het Gemeenschapsonderwijs en hij bleef dit tot aan zijn oppensioenstelling op zijn verzoek tot 31 maart
  6. Hij kandideert op 23 oktober 2017 voor de rechtstreekse ver- kiezing van zes rechtstreeks te verkiezen leden van de raad van bestuur van deze scholengroep. Hij wordt met het hoogste stemmenaantal rechtstreeks verkozen; P.S. wordt uitgeroepen tot (eerste en enige) opvolger. IX-9295-2/10 Op 20 februari 2018 stelt het college van directeurs drie kandi- daten voor coöptatie tot bestuurder voor. Op 22 februari 2018 vergaderen de rechtstreeks verkozen be- stuurders. Zij doen op die vergadering hun “Verklaring inzake onverenigbaarheden voor het lidmaatschap van de raad van bestuur”. Waar de andere rechtstreeks verkozen leden de verklaring ondertekenen dat zij zich niet in een toestand van onverenigbaarheid bevinden zoals bepaald bij artikel 22 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 ‘betreffende het gemeenschapsonderwijs’, vult verzoeker die verklaring eigenhandig aan met de woorden “vanaf 1 april 2018”. Overigens be- staan over deze vergadering geen notulen. Op 26 februari 2018 vergaderen de rechtstreeks verkozen leden “voor de werkzaamheden verbonden aan de coöptatie”. De naam van verzoeker prijkt op de lijst van de aanwezigen, volgens de verwerende partij was hij niet aanwezig; alleszins ondertekent hij het proces-verbaal niet. Twee van de drie voorgestelde kandidaten worden gecoöpteerd. Uit e-mailverkeer kan worden af- geleid dat werd afgesproken om op 12 maart 2018 opnieuw samen te komen voor de derde coöptatie en dat het college van directeurs hiervoor P.S. naar voren schuift. Op 6 maart 2018 ondertekent P.S. de verklaring inzake onvere- nigbaarheden. Op 12 maart 2018 komt het kiesbureau ’s morgens opnieuw samen. Het stelt vast dat verzoeker “omwille van onverenigbaarheid” het lid- maatschap niet aanvaardt. Het beslist, onder verwijzing naar artikel 28 van het kiesreglement, om eerste opvolger P.S. uit te nodigen voor de vergadering van 12 maart 2018 (’s avonds) en om de coöptatieverrichtingen over te doen. IX-9295-3/10 Op die coöptatievergadering van 12 maart 2018 is verzoeker niet aanwezig en neemt P.S. deel als één van de zes rechtstreeks verkozen leden van de raad van bestuur. De drie voorgestelde kandidaten worden gecoöpteerd. Bij e-mail van 20 maart 2018 reageert verzoeker tegen het ge- beuren. Hij stelt: “Bezwaar
  7. Ik was kandidaat bij de rechtstreekse verkiezingen van scholengroep 24 en behaalde de meeste stemmen. In artikel 24 van het kiesreglement staat er beschreven hoe hiertegen bezwaar kan aangetekend worden. Dit was er niet. Er was geen bezwaarschrift en/of stavingstukken. Niets werd over- gemaakt aan de Raad. Ik had nooit de intentie om deel te nemen aan de coöptatieverrichtingen en hierdoor kan ik op 1 april mijn mandaat opnemen in de RvB. Deze RvB neemt zijn bevoegdheden slechts op, op 1 april en dan ben ik geen personeelslid meer van het GO. Bezwaar
  8. Door de laattijdige mededeling van de beslissing van het kiescollege (door niemand gehandtekend), kreeg ik de kans niet om mijn kandidatuur in te dienen voor coöptatie. Stel dat de procedure gelopen was zoals voorzien en stel dat de Raad hierin een beslissing had genomen, dan kon ik tijdig mijn kandidatuur ingediend hebben. Door de laattijdigheid werd mij deze kans ontnomen en hiertegen teken ik verzet aan.” Het kiesbureau vergadert op 26 maart 2018; zijn notulen lezen als volgt: “Naar aanleiding van het bezwaar van de heer De Coninck van 20.03.2018 werd opnieuw advies gevraagd aan de juridische diensten van het GO!. Het advies wordt onderaan bij dit verslag gevoegd. Het kiesbureau volgt dit advies. De samen te roepen Raad van Bestuur is deze zoals samengesteld na de laatste coöptatievergadering op 12.03.
  9. Dit verslag wordt als kennisgave aan de heer De Coninck bezorgd. Binnen het GO! is geen verder beroep mogelijk. Bij niet akkoord kan de heer De Coninck zich wenden tot de Raad van State. Advies GO! 1) Een mogelijke onverenigbaarheid speelt pas op het ogenblik dat een kandidaat zijn mandaat moet opnemen. Dat iemand zich in een toestand van onverenigbaarheid bevindt, belet dan ook niet dat hij zich kandidaat stelt en verkozen wordt. Een bezwaar tegen de kandidatuur van de heer De Coninck, wegens onverenigbaarheid, zou dan ook ongegrond geweest zijn. 2) De nieuwe Raad van Bestuur moet op 1 april 2018 zijn be- voegdheden opnemen. Hij moet dan ook vóór 1 april zijn samen- IX-9295-4/10 gesteld. De geleding van de rechtstreeks verkozen leden moet vóór 1 april zijn samengesteld zodat ze de coöptatieverrichtingen kunnen uitvoeren (artikel 21, § 1, 2° BDGO): dat veronderstelt dat de leden hun mandaat hebben opgenomen. De coöptatie van drie leden, voorgedragen door het college van directeurs, is de eerste be- stuurshandeling die de rechtstreeks verkozen leden stellen. Hoe dan ook moet vooraleer een eerste bestuurshandeling kan worden ge- steld, worden nagegaan of de rechtsreeks verkozen leden zich in een toestand van onverenigbaarheid bevinden. Indien dat het geval is, moeten zij meteen worden vervangen door de eerstvolgende opvolger. Aangezien de heer De Coninck aangeeft niet vóór 1 april uit onverenigbaarheid te treden, kan hij ook geen deel uitmaken van de geleding van de rechtstreeks verkozen leden die vóór die datum moet zijn samengesteld en reeds een bestuurshandeling moet stel- len. Er is in het kiesreglement niet voorzien in een kandidaatstellingsprocedure voor de coöptatie. Het college van directeurs beslist vrij en autonoom wie het wil voordragen als kandidaat-gecoöpteerde.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  10. In haar nota met opmerkingen werpt de verwerende partij onder de rubriek ‘ontvankelijkheid’ het volgende op: “Het annulatieberoep, en dus ook de schorsingsvordering, is onontvanke- lijk voor zover de bestreden beslissing een louter bevestigende beslissing zou zijn, gezien tegenover de beslissing van het kiesbureau van 12 maart
  11. De voor Uw Raad in de huidige procedure aan de orde zijnde beslissing van 26 maart 2018 kan dan immers niet afzonderlijk ontvankelijk worden aangevochten, zonder ook de beslissing van 12 maart 2018 (aan de ver- zoekende partij medegedeeld dezelfde dag) aan te vechten, hetgeen niet het geval is.” Beoordeling
  12. Daargelaten of een opmerking die in de voorwaardelijke wijs is geredigeerd (“voor zover […] zou zijn”) als een middel van onontvankelijkheid mag doorgaan, moet worden vastgesteld dat het kiesbureau de bestreden beslissing IX-9295-5/10 heeft genomen na een heroverweging waarbij juridisch advies is ingewonnen bij de centrale diensten van het Gemeenschapsonderwijs. De – eventuele – exceptie dat de bestreden beslissing een louter bevestigende beslissing “zou zijn”, mist ernst. V. Schorsingsvoorwaarden
  13. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting
  14. Ter verantwoording van de spoedeisendheid verwijst verzoeker naar “het tijdsverloop en de duur van het mandaat”: de raad van bestuur wordt verkozen voor een periode van vier jaar vanaf 1 april 2018, door de normaal te verwachten doorlooptijd van een annulatieprocedure zal minstens “een zeer groot deel” van deze vier jaar verstreken zijn alvorens een gunstig arrest hem in de mogelijkheid stelt de raad van bestuur te vervoegen. Hoe groter de wachttijd, hoe meer de nauwe met de scholengroep bestaande banden worden verbroken en een goed deel van verzoekers opgebouwde kennis en ervaring, specifiek betrokken op de scholengroep, vervaagd zal zijn want net het feit dat hij zeventien jaar lang algemeen directeur was betrof een zeer belangrijke troef. Voorts is er “het moreel en mentaal element”. Verzoeker heeft zijn verregaande betrokkenheid en verknochtheid met de scholengroep aange- IX-9295-6/10 toond; hij heeft een weinig vroeger dan voorzien zijn ambt neergelegd om vanaf 1 april 2018 deel te kunnen uitmaken van de raad van bestuur en hij koos ervoor om zich rechtstreeks verkiesbaar te stellen om te weten in welke mate zijn kandi- datuur zou worden gedragen binnen de scholengroep. Verzoekers inzet voor en betrokkenheid met de scholengroep kunnen niet worden onderschat; gedurende zijn algemeen directeurschap had hij grote ambities met de scholengroep maar ook daarna. Bij zijn aantreden was de scholengroep gedoemd om te verdwijnen en bij andere scholen gevoegd te worden. Er was een financiële put. Verzoeker, met het vertrouwen van zijn raad van bestuur, nam drastische maatregelen: onder zijn directeurschap kwamen er “een school voor BuBaO en een school voor BuSO, beiden met internaat”. Er “kwam een samenwerking met SVZW, met een dans- school, met basket, triatlon enz.”. De laatste realisatie was de oprichting van De Dorpsparel in Schuiferskapelle. De scholengroep groeide uit van 3700 tot 5200 leerlingen; het blijft verzoekers levenswerk. Het grieft verzoeker zeer dat daar zo abrupt, onrechtvaardig en op een onwettige manier een einde aan zou komen. Nu hij gepensioneerd is, dreigt hij in een zwart gat terecht te komen waarbij zijn kennis, ervaring en verknochtheid met het besturen bij het uitblijven van een spoedige beslissing dreigen teloor te gaan; dit raakt hem des te meer nu hij in een identieke situatie verkeert als een collega van scholengroep Impact te Brugge, die ondertussen wel degelijk voorzitter is van de raad van bestuur. Ten slotte wijst verzoeker op “het aspect van de gedragenheid”. Het is nu dat verzoeker zo sterk gedragen is binnen de scholengroep, hetgeen afdoende blijkt uit zijn verkiezingsresultaat, het is nu dat de hoogste waarde wordt gehecht aan en vertrouwen aanwezig is in zijn kennis, vaardigheden en ervaring als gewezen algemeen directeur. Beoordeling
  15. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in IX-9295-7/10 haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be- streden beslissing is.
  16. Om de spoedeisendheid aan te tonen, volstaat het niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Overigens moet die verzoekende partij zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag worden ingesteld “op elk mo- ment”. De verwachting dat een zeer groot deel van de duur van het mandaat verstreken zal zijn, is overigens een voorbarige veronderstelling. IX-9295-8/10 Bovendien gaat verzoeker eraan voorbij dat het mandaat her- nieuwbaar is.
  17. Dat verzoeker zijn opgebouwde ervaring en gedragenheid ziet teloorgaan, steunt alweer op de voorbarige veronderstelling dat de doorlooptijd van de annulatieprocedure te lang zal duren. Meer nog, met de verwerende partij mag worden aangenomen dat precies omwille van de gedurende zeventien jaar opgebouwde verdiensten van verzoeker, “niet zo maar aanneembaar is, op loutere verklaring van de verzoeker, dat de tijd nodig voor een annulatieprocedure van aard zou kunnen zijn om zijn zo opgebouwde kennis, vaardigheden en ervaring [en ‘gedragenheid’] op substantiële wijze te doen afnemen”. Overigens bestaan er gewis nog andere mogelijkheden voor een vrijwilliger om zijn diensten beschikbaar te stellen aan de scholengroep en banden ermee te behouden.
  18. Dat de beslissing “onrechtvaardig” en “op onwettige manier” tot stand is gekomen en hem verschillend behandelt dan een collega te Brugge, zijn opmerkingen die verband houden met de eventuele ernst van de middelen, wat echter een van de spoedeisendheid te onderscheiden schorsingsvoorwaarde vormt.
  19. De beslissing steunt op een al dan niet terechte interpretatie van de vigerende regelgeving op de onverenigbaarheden en staat geenszins in verband met een appreciatie van de verdiensten van verzoeker noch is ze anderszins inge- geven door verwijten aan zijn adres. Uit de beslissing zelf volgt dan ook geen moreel nadeel dat spoedig moet worden verholpen en waarvoor niet geldt dat het voldoende kan worden hersteld door de later uit te spreken nietigverklaring. Het morele nadeel dat verzoeker aanvoert is van een andere orde en moet hij kunnen verdragen voor de gewone duur van die procedure. IX-9295-9/10
  20. De spoedeisendheid is niet aangetoond, wat volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 november 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9295-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.837 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.320 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.