← België

Arrest 242838 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 06/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.838 Rolnummer: A. 224431/IX-9235 Zaak: Arrest 242838 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 06/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-12 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-24 12:23 Fiche Arrest nr 242.838 van 6 november 2018 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 242.838 van 6 november 2018 in de zaak A. 224.431/IX-9235 In zake: Koen MARTINET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Van Essche kantoor houdend te 1050 Elsene Waterloosesteenweg 412 F bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP die woonplaats kiest bij de juridische cel van de afdeling Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel gevestigd te 1210 Brussel Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 Tussenkomende partij: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Fluxus bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Roland Pockelé-Dilles kantoor houdend te 2000 Antwerpen Stoopstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1.

  1. Het beroep, ingesteld op 2 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Kamer van Beroep van het Gemeenschapsonderwijs dd. 16 november 2017 […] waarbij de beslissing dd. 29 augustus 2017 van het Gemeenschapsonderwijs, scholengroep ‘Fluxus’ […] tot oplegging van de ‘tuchtstraf ‘de terugzetting in rang’ vernietigd werd en aan [Koen IX-9235-1/5 Martinet] de tuchtmaatregel van de ‘schorsing t.e.m. 31 augustus 2018’ werd opgelegd”. 1.
  2. Volgens de verzoekende partij is “[h]et beroep tot nietigverklaring […] derhalve tevens gericht tegen de beslissing van de Raad van Bestuur van de Scholengroep dd. 29 augustus 2017”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door scholengroep Fluxus heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 22 maart
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 mei
  5. De verzoekende partij heeft op 26 juli 2018 een memorie van wederantwoord ingediend. Op 27 augustus 2018 en 24 augustus 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  6. IX-9235-2/5 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mario Van Essche, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Frederic Emmerechts, die loco advocaat Roland Pockelé-Dilles verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  9. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van verzoeker dat ten kantore bij vergissing een verkeerde datum zou zijn genoteerd in de agenda voor de IX-9235-3/5 berekening van de termijn om de memorie van wederantwoord in te dienen. Een dergelijke vergissing is uiteraard niet wat onder overmacht of onoverkomelijke dwaling kan worden opgevat. Voorts merkt de raadsman op dat hij gehospitaliseerd was. Opdat een medische reden als overmacht in aanmerking komt, volstaat een dergelijke verklaring echter niet. Verzoekers raadsman verzuimt te preciseren wanneer en hoelang hij gehospitaliseerd was en het verband met het verstrijken van de termijn te leggen, waarbij de vraag rijst of dit een hem plots overkomen en dus onvoorzienbare gebeurtenis was dan wel, zoals de tussenkomende partij overigens beweert, een lang vooruit geplande ingreep. Bovendien rijst de vraag – onbeantwoord gebleven – waarom de raadsman onmogelijk een confrater kon inschakelen, wat des te prangend is gegeven het feit dat hij in een kantoor werkt met ongeveer twintig onmiddellijke confraters. Dat het dossier lijvig zou zijn en verzoeker een strafklacht heeft ingediend, zijn argumenten die elke relevantie missen. Om de door de wetgever voorgeschreven sanctie te vermijden, mocht het immers volstaan tijdig een memorie van wederantwoord in te dienen, waarin verzoeker meedeelt in zijn middelen te volharden. De redenen die verzoeker opsomt, vormen voor zijn stilzitten geen in rechte aannemelijke verontschuldiging.
  10. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep. IX-9235-4/5
  12. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 november 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9235-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.838 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.