id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.846 Rolnummer: A. 226369/XII-8628 Zaak: Arrest 242846 - Overheidsopdrachten - 06/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-07 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-24 12:29 Fiche Arrest nr 242.846 van 6 november 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 242.846 van 6 november 2018 in de zaak A. 226.369/XII-8628 In zake: 1. de NV ALGEMENE ONDERNEMINGEN ROBERT WYCKAERT 2. de NV SPIE BELGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carlos De Wolf en Anthony Verheggen kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Naudts en Kathleen De hornois kantoor houdend te 1930 Zaventem Luchthaven Brussel Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 9 oktober 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 11 september 2018 […] die o.m. luidt: ‘Artikel I: De Opdracht met betrekking tot Nieuwbouw onderzoeksgebouw Capture wordt toegewezen aan thv Cordeel — Imtech […] voor een bedrag van € 8.554.222,02 (excl. btw), waarvan € 6.449.674,88 voor rekening van de Universiteit Gent en € 2.104547,17 voor rekening van IIC Gent’”. XII-8628-1/17 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2018, om 11.00 uur. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Verheggen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaten Wim Naudts en Jasmine Coppens, die loco advocaat Kathleen De hornois verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De Universiteit Gent schrijft een overheidsopdracht uit voor werken met als voorwerp “Nieuwbouw Onderzoeksgebouw Capture (A/02138)”. De Universiteit Gent treedt op als aanbestedende overheid om met de nv Incubatie en Innovatiecentrum Universiteit Gent de gezamenlijke uitvoering van werken voor rekening van hen beiden in één enkele opdracht samen te voegen. XII-8628-2/17 3.2. De opdracht wordt geplaatst door middel van een niet-openbare procedure in twee fasen: - Fase 1: de selectie van minimum 5 en maximum 7 gegadigden (voor zover er geschikte kandidaten zijn) op basis van toegangsrecht en technische bekwaamheid (ervaring), na openbare oproep; - Fase 2: de gunning van de opdracht aan de gegadigde die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend; (huidige fase). De prijs is aldus het enig gunnings- criterium. 3.3. De oproep tot aanvraag tot deelneming aan de opdracht wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen van 16 februari 2018 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie van 20 februari 2018. 3.4. Vijf gegadigden – waaronder de verzoekende partijen – worden bij selectiebesluit van 4 mei 2018 geselecteerd en met een schrijven van 18 mei 2018 uitgenodigd om een offerte in te dienen. 3.5. Het bijzonder bestek met referte “F.I. 63-01 – regio Zwijnaarde – Campus E (Eilandje) – Nieuwbouw Capture Projectnummer: A/02138” is van toepassing. Artikel II.5 van het deel “Contractuele Bepalingen” van het bestek bepaalt de uitvoeringstermijn: “In toepassing van artikel 76 paragraaf 4 van het KB van 14 januari 2013 wordt de uitvoeringstermijn om economische redenen vastgesteld op 31 maart 2020 als einddatum en worden alle dagen zonder onderscheid in deze termijn gerekend. De werkzaamheden, inclusief de afregeling en keuring technische installaties moeten binnen de uitvoeringstermijn van de aanneming uitgevoerd […] worden.” Het deel “Bijzonder Bestek Stabiliteit” vermeldt bij de “Administratieve Bepalingen”, onder de titel “Afleveren plannen & documenten”: “De bekistings- en wapeningsplannen worden ten laatste 3 kalenderweken voor uitvoering van de desbetreffende structurele elementen aangeleverd, XII-8628-3/17 hetzij digitaal, hetzij in hardcopy, tenzij hierover een ander wederzijds akkoord bestaat. De aannemer kan dus nooit éénzijdig de plannen vroeger dan vastgelegd opeisen.” Aangaande de aanlevertermijn voor de plannen van de staalconstructie, vermeldt het bestek niets. Aangaande de detail- en werktekeningen, vermeldt het bestek onder artikel II.11 van het deel “II. Contractuele bepalingen”: “Detail- en werktekeningen en documenten opgemaakt door de aannemer Voorafgaande goedkeuring van detail- en werktekeningen, plannen en berekeningsnota’s De werken waarvoor de aannemer op grond van de bijzondere opdracht- documenten of op vraag van het Bestuur detail- en werktekeningen, plannen en berekeningsnota’s of andere gegevens moet leveren, mogen pas aangevat worden na goedkeuring van deze stukken door het Bestuur. Het Bestuur kan de werken stopzetten als hij niet in het bezit is van die documenten of als hij ze niet behoorlijk heeft goedgekeurd. Alle kosten die uit een dergelijke stopzetting voortkomen zijn ten laste van de aannemer. Alle uitvoeringsplannen, werktekeningen en andere documenten moeten in vijfvoud overgemaakt worden aan het Bestuur. Twee dezer exemplaren, nagezien en geviseerd, worden aan de aannemer terugbezorgd. Alle tekeningen worden geplooid op 21 x 29,7 cm (DIN A4). Het opmaken van de documenten valt ten laste van de aannemer, die verplicht is deze bescheiden vooraf door het Bestuur te laten aanvaarden, dat over 30 kalenderdagen beschikt voor zijn onderzoek. Indien bepaalde bescheiden dienen verbeterd te worden, moeten ze opnieuw ter goedkeuring worden voorgelegd. Het Bestuur beschikt dan nog slechts over 15 kalenderdagen. Gewijzigde, aangepaste of door de aannemer te leveren plannen worden steeds vergezeld van berekeningsnota’s waarin de aannemer zijn aangenomen hypotheses moet rechtvaardigen en de bibliografische referenties moet vermelden van de door hem toegepaste rekenmethodes. Alle voorgelegde stukken dienen vergezeld te zijn van een verzendingsnota in een gestandaardiseerde vorm, waarop alle inlichtingen vermeld staan die nodig zijn om de stukken éénduidig te kunnen identificeren. Het model van verzendingsnota dient bij de aanvang van de werken ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het Bestuur.” 3.6. Vijf offertes worden tijdig ontvangen, waaronder deze van de verzoekende partijen. XII-8628-4/17 3.7. Bij het regelmatigheidsonderzoek van de offertes van de geselecteerde inschrijvers worden onregelmatigheden vastgesteld in de offerte van de thv Cordeel-Imtech: “Volgende niet-substantiële onregelmatigheden worden vastgesteld bij de thv Cordeel-Imtech: Opmerking betreffende wapeningsplannen en plannen staalconstructie: De aannemer geeft aan dat de wapeningsplannen voor het ter plaatse gestorte en geprefrabiceerde beton respectievelijk 6 en 8 werkweken voor uitvoering in hun bezit dienen te zijn. De plannen van de staalconstructie dienen 10 werkweken voor uitvoering in hun bezit te zijn. In principe moet de offerte steeds voorbehoudsloos gemaakt worden. Er mogen geen onaanvaardbare voorbehouden gemaakt worden. De opdrachtdocumenten vermelden voor de aanlevering van de wapeningsplannen voor de betonconstructies door de ingenieur stabiliteit ‘ten laatste 3 kalenderweken voor uitvoering’, maar laat ook toe dat ‘hierover een wederzijds akkoord bestaat’. Voor staalconstructies vermelden de opdrachtdocumenten niets dergelijks. De inschrijver maakt gewag van 6 tot respectievelijk 8 werkweken voor uitvoering voor ter plaatsgestorte respectievelijk geprefrabiceerde betonelementen én 10 werkweken voor uitvoering voor staalconstructies. Wij hebben de indruk dat de inschrijver deze opmerking reeds vanaf indiening van de offerte maakt om zijn verwachtingen ‘zo tijdig als maar enigszins mogelijk’ kenbaar te maken ten aanzien van de ingenieur stabiliteit, hetgeen wij als bevorderlijk en constructief bedoeld begrijpen (versta: niet problematisch). Elke andere inschrijver die een opmerking van die aard zou maken, zou aldus kunnen begrepen worden. De door de inschrijver gemaakte opmerking, meer bepaald de hierin vermelde termijnen, zijn niet ongebruikelijk of onbil[l]ijk als men ook rekening houdt met de overige taken die de inschrijver moet uitvoeren om te voldoen aan andere aspecten van de beoogde overeenkomst: projectmanagement, coördinatie- en studiewerk, opmaak van productietekeningen, nazicht-, redactie-, controle-, bestel-, leverings-, uitvoeringstermijnen (uithardingstermijnen)... Elke andere inschrijver die een opmerking van die aard zou maken, zou aldus kunnen begrepen worden. De opmerking van deze inschrijver is niet problematisch in het kader van de uitvoeringstermijn. Een verruiming van de aanleveringstermijn voor de wapeningsplannen zal geen vertaling kennen naar de algemene uitvoeringstermijn. De opgelegde einddatum (vastgelegd omwille van economische redenen), zijnde 31/03/2020, wordt hierdoor geenszins be[ï]nvloed. Wat dient te gebeuren is om in functie van hetgeen aangegeven staat als besteldatum van de betonwerken in de door de aannemer aangeleverde planning, met zes of acht weken terug te rekenen in plaats van met drie weken voor het aanleveren van de wapeningsplannen. Wetende dat vooraleer de betonwerken kunnen beginnen er eerst omvangrijke XII-8628-5/17 voorbereidende werken voorzien zijn in de opdracht (cfr. De werkmethodiek gevoegd bij het aanbestedingsdossier: een aanzienlijke ophoging van het terrein, de werfinstallatie, gefaseerde uitgravingen en gefaseerde uitvoering van de paalfundering...) is er ruim voldoende tijd voorhanden om de ingenieur stabiliteit toe te laten de wapeningsplannen aan te leveren en de aannemer toe te laten de hierboven vermelde prestaties uit te voeren. M.a.w., het aanleveren van de wapeningsplannen is niet het eerste dat aan de orde is bij het begin van de werf. Zulks zou ook gelden voor elke andere inschrijver. Revisies productietekeningen In hun aanbieding zijn maximaal 2 revisies voorzien van de productietekeningen van de afdelingen prefabbeton, metaal en schrijnwerkerij. Vanaf de derde revisie (op vraag van de bouwheer / architect / ingenieur) wordt er €100,00 per uur tekenwerk aan deze bijkomende revisie aangerekend. De opdrachtdocumenten omvatten bepalingen m.b.t. het aanleveren en het nazicht van productietekeningen, zowel in algemene als specifieke artikels, maar vermelden niet dat de aannemer gehouden zou zijn tot een onbeperkt aantal revisies van productietekeningen. Een onbeperkt aantal revisies opleggen in de opdrachtdocumenten zou o.i. niet realistisch zijn, niet proportioneel en zelfs onaanvaardbaar zijn als contractuele bepaling. In die optiek is de opmerking van de inschrijver niet strijdig met de opdrachtdocumenten. De onderdelen prefabbeton (belangrijk), metaal (marginaal) en schrijnwerkerij (minimaal) binnen dit project zijn niet uitzonderlijk complex of moeilijk, en de inschrijver kan terugvallen op uitgebreide sets ontwerptekeningen die o.i. voldoende aanwijzingen bevatten voor een efficiënte opmaak van productietekeningen die met een minimum aan revisies moet kunnen worden goedgekeurd. In dit opzicht zien wij geen elementen die aanleiding geven tot buitensporige revisierondes. Uitgaande van een normale kwaliteit van de aangeleverde productie- tekeningen, die wij menen van alle inschrijvers te mogen verwachten, lijkt het moeten doen van méér dan twee revisies van productietekeningen – en dan nog op vraag van de bouwheer / architect / ingenieur – eerder uitzonderlijk en niet voorzienbaar door de inschrijver. In die optiek kan er eventueel aanspraak gemaakt worden op een bijkomende vergoeding. Dit zou overigens opgaan voor elke inschrijver, ongeacht of hij de opmerking bij inschrijving maakt, of bij uitvoering. Wij zijn verder van mening dat er momenteel / bij inschrijving geen sluitende uitspraak kan gedaan worden omtrent het te verwachten aantal revisies. Dit is een kwestie die zou spelen in de uitvoeringsfase en die dan op basis van feiten en billijkheid zal moeten beoordeeld worden (als de geschetste situatie zich al zou voordoen). Dit in acht genomen beoordelen we de gemaakte opmerking niet als strijdig met de opdrachtdocumenten, en niet als een onaanvaardbaar voorbehoud. Voor zover hierin al een onregelmatigheid zou schuilen, lijkt deze eerder relatief dan substantieel.” XII-8628-6/17 Het gunningsbesluit van 11 september 2018 beoordeelt de onregelmatigheden als volgt: “Overwegende dat de Universiteit Gent de opmerkingen van CORDEEL over de (wapenings)plannen en de revisies van de productietekeningen finaal heeft beoordeeld in het licht van artikel 76, § 1 en § 2 van het koninklijk besluit van 18 april 2017; Overwegende dat de Universiteit Gent, op basis van het voorgaande, finaal van oordeel is dat noch de ene, noch de andere opmerking van aard is om aan CORDEEL een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentie- vervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van deze inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van CORDEEL om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken; Overwegende dat de opmerkingen geen betrekking hebben op milieu-, sociaal of arbeidsrecht, noch op de naleving van de vereisten bedoeld in de aangewezen artikelen van het koninklijk besluit en in artikel 14 van de wet, noch op minimale eisen en vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten; Overwegende dat bovenstaande overwegingen gelden voor elke opmerking afzonderlijk en op de gecumuleerde of gecombineerde beoordeling ervan; dat de offerte bijgevolg niet nietig wordt verklaard.” Na het rekenkundig nazicht en het prijsonderzoek wordt de opdracht op 11 september 2018 gegund aan de thv Cordeel-Imtech als de laagste regelmatige inschrijver. Dit is het bestreden besluit. 3.8. Met een e-mailbericht van 25 september 2018 en een ter post aangetekend schrijven verzonden op 26 september 2018, zijn de verzoekende partijen ervan in kennis gesteld dat de opdracht niet aan hen is gegund. IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4.1. De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partijen bij de vordering. XII-8628-7/17 4.2. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden 5.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. XII-8628-8/17 VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 6.1. In een enig middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van “artikel 4 van de Wet van 17 juni 2016 omvattende het gelijkheidsbeginsel, van artikel 66, § 1 en artikel 83 van de Wet van 17 juni 2016, van artikel 76, § 1 en 3 van het Koninklijk Besluit van 18 april 2017; alsook van het materieel motiveringsbeginsel en de zorgvuldigheidsplicht”: “Doordat Verwerende Partij de offerte van Belanghebbende Partij als eerste rangschikt bij gunning van de Opdracht, niettegenstaande deze offerte behept is met substantiële onregelmatigheden, meer bepaald (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.