id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.874 Rolnummer: A. 222436/VII-40018 Zaak: Arrest 242874 - Milieuvergunningen - 08/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-19 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-24 16:41 Fiche Arrest nr 242.874 van 8 november 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 242.874 van 8 november 2018 in de zaak A. 222.436/VII-40.
- In zake : de VZW GREENPEACE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 Leuven Vaartstraat 68-70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV H. ESSERS LOGISTICS COMPANY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Roggen en Jannick Poets kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 303, bus 40 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 21 april 2017 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 27 oktober 2016, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV H. Essers Logistics Company voor het veranderen van een logistiek- en transportbedrijf, gelegen aan de VII-40.018-1/7 Transportlaan 4 te Genk, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing deels wordt gewijzigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 16 augustus
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Simon Claes, die loco advocaat Johan Verstraeten verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.018-2/7 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- Met een brief van 29 maart 2018 hebben de raadslieden van de tussenkomende partij, de NV H. Essers Logistics Company, gemeld dat zij instructie hebben ontvangen “geen verdere actie meer te ondernemen als tussenkomende partij”. Dit kan worden beschouwd als een afstand van de tussenkomst. IV. Feiten 4.
- De tussenkomende partij exploiteert een logistiek- en transportbedrijf aan de Transportlaan in Genk. Ze beschikt over een milieuvergunning die op 16 februari 2011 door de deputatie werd verleend voor een termijn van 20 jaar. 4.
- Het bedrijf wenst uit te breiden. Het daarvoor beoogde terrein ligt in natuurgebied. Bij besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 wordt evenwel een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) “Uitbreiding transportbedrijf H. Essers” definitief vastgesteld. Het bedrijfsterrein met inbegrip van de geplande uitbreiding ligt voortaan in een gebied bestemd tot “specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek”. 4.
- Op 27 oktober 2016 verleent de deputatie van de provincieraad van Limburg een milieuvergunning voor de gevraagde uitbreiding. Er worden verscheidene bestuurlijke beroepen ingediend. VII-40.018-3/7 4.
- Bij besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 21 april 2017 worden de beroepen grotendeels verworpen en wordt een enigszins aangepaste milieuvergunning verleend. Dit is de bestreden beslissing. 4.
- Bij arrest nr. 241.048 van 20 maart 2018 vernietigt de Raad van State het besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP “Uitbreiding transportbedrijf H. Essers”. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verzoekende partij stelt dat bij de bestreden beslissing: “[…] de uitbreiding [wordt vergund] van de nv Essers over een oppervlakte van ongeveer 12 hectare, waarbij voornamelijk opslagruimtes zullen worden gebouwd. Ter realisatie van dit project dient een zone ontbost te worden en deze ontbossing zal gebeuren in het habitatrichtlijngebied ‘Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden’. De bestreden beslissing zal aldus een weerslag hebben op het leefmilieu en biologische waardering van het gebied waarin de uitbreiding zal worden gerealiseerd. Er zullen bomen worden gekapt, de biodiversiteit zal veranderen ten gevolge van de uit te voeren werken, de geplande verhardingen zullen een invloed hebben op de doorlaatbaarheid van de bodem, en de veiligheid van mens, fauna en flora zal worden beïnvloed door de opslag van verschillende gevaarlijke stoffen”. Zij verwijst naar het in haar statuten geformuleerde maatschappelijk doel, namelijk de bescherming van de natuur en het leefmilieu, en naar haar jarenlange acties, onder meer in huidige betwisting.
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij niet over het vereiste belang beschikt. Zij leest de verwijzing door de verzoekende partij naar de concrete acties in huidige betwisting als een zelf gekozen beperkte VII-40.018-4/7 invulling van het belang bij voorliggend annulatieberoep, en stelt: “De enkele keren dat verzoekster haar belang lijkt toe te spitsen op het project van de aanvrager, moet worden vastgesteld dat dit kennelijk gericht is op de tenuitvoerlegging van de stedenbouwkundige vergunning. Inderdaad moet worden vastgesteld dat verzoekster in haar eerste en derde opsommingspunt het verdwijnen van het waardevol natuurgebied/bosgebied viseert. Zij viseert met andere woorden niet [de] middels de bestreden beslissing vergunde exploitatie. Het verdwijnen van het door verzoekster geviseerde waardevol natuurgebied/bosgebied vindt evenwel zijn oorzaak in de stedenbouwkundige vergunning, welke niet wordt bestreden door verzoekster”. Beoordeling
- In zijn arrest nr. 241.048 van 20 maart 2018 heeft de Raad van State over de daar opgeworpen excepties geoordeeld: “
- De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 ‘betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen’, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor ze zijn opgericht. Wanneer een vzw, die niet haar persoonlijk belang aanvoert, voor de Raad van State optreedt, is vereist dat haar maatschappelijk doel van bijzondere aard is en derhalve onderscheiden van het algemeen belang, dat zij optreedt ter verdediging van een collectief belang, dat haar maatschappelijk doel door de bestreden handeling kan worden geraakt, en dat niet blijkt dat dit maatschappelijk doel niet of niet meer werkelijk wordt nagestreefd (R.v.St., Algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak, Coomans e.a, nr. 187.998 van 17 november 2008). [...]
- Anders dan in de excepties wordt voorgehouden volstaat het dat aan de in randnummer 26 genoemde vereisten wordt voldaan en is het dus niet vereist dat er daarenboven ook een band van evenredigheid zou bestaan tussen het actieterrein van de verzoekende vereniging en de territoriale draagwijdte van het bestreden uitvoeringsplan”. De verzoekende partij voldoet in het huidige geval eveneens aan de genoemde vereisten en beschikt over een eigen geïndividualiseerd belang. De exceptie wordt verworpen. VII-40.018-5/7 VI. Onderzoek van het derde middel Standpunt van de verzoekende partij
- In het derde middel voert de verzoekende partij aan dat de bestreden beslissing steunt op het bij besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 definitief vastgesteld gewestelijk RUP “Uitbreiding transportbedrijf H. Essers”. Zij zet uiteen dat dit RUP onwettig is, zodat het geen rechtsgrond kan bieden voor de bestreden beslissing. Beoordeling
- Aangezien de Raad van State bij arrest nr. 241.048 van 20 maart 2018 het betreffende besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 heeft vernietigd, is het bestreden besluit zonder rechtsgrond. Het derde middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van de tussenkomst vast.
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 21 april 2017 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 27 oktober 2016, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV H. Essers Logistics Company voor het veranderen van een logistiek- en transportbedrijf, gelegen aan de Transportlaan 4 te Genk, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing deels wordt gewijzigd.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-40.018-6/7
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.018-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.874 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div