← België

Arrest 242879 - Energie - 08/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.879 Rolnummer: A. 225000/VII-40254 Zaak: Arrest 242879 - Energie - 08/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-19 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-24 16:45 Fiche Arrest nr 242.879 van 8 november 2018 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 242.879 van 8 november 2018 in de zaak A. 225.000/VII-40.

  1. In zake : de NV WONINGBOUW VANDEREYCKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gert Damiaans kantoor houdend te 3500 Hasselt Kolonel Dusartplein 34, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Damien Verhoeven, Bert Van Herreweghe en Julie Vanhoenacker kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaams Energieagentschap van 13 februari 2018 waarbij een administratieve geldboete wegens het niet tijdig indienen van de EPB-aangifte voor een bouwproject, gelegen aan de Grotestraat 32 te Herk-de-Stad, wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 14 juni
  4. VII-40.254-1/4 Op respectievelijk 6 september 2018 en 27 augustus 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij vraagt om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
  5. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mathias Hackert, die loco advocaat Gert Damiaans verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Julie Vanhoenacker, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. VII-40.254-2/4 De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De verzoekende partij voert in haar verzoek om gehoord te worden aan dat zij de memorie van wederantwoord heeft toegestuurd per aangetekend schrijven op 14 augustus
  9. Uit nazicht van het dossier blijkt dat de memorie van antwoord aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 14 juni 2018; dat de memorie van wederantwoord dan ook laattijdig werd ingediend. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.254-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.254-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.879 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.