id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.893 Rolnummer: A. 223696/IX-9171 Zaak: Arrest 242893 - Examens (onderwijs) - 08/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-12 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-24 16:55 Fiche Arrest nr 242.893 van 8 november 2018 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 242.893 van 8 november 2018 in de zaak A. 223.696/IX-9171 In zake: Soufian KOBEE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bashir Potiev kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 191 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF PROVINCIAAL ONDERWIJS ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 november 2017, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de beroepscommissie van de provinciale scholen voor Tuinbouw en Techniek, campus Boom, van 30 augustus 2017, waarbij aan Soufian Kobee een oriënteringsattest C wordt toegekend. IX-9171-1/15 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 239.871 van 14 november 2017 zijn de vorderin- gen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en tot het bevelen van een voorlopige maatregel ver- worpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende par- tij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-9171-2/15 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2016-2017 leerling in het eerste jaar van de derde graad „centrale verwarming en sanitaire installaties‟ aan de provinciale scholen voor Tuinbouw en Techniek, campus Boom. Het eindrapport van verzoeker geeft volgend beeld: Op het einde van het schooljaar besluit de delibererende klas- senraad om verzoeker een C-attest toe te kennen. 3.
- Overleg met de directie resulteert in een nieuwe samenkomst van de klassenraad, die op 30 juni 2017 evenwel zijn evaluatiebeslissing hand- haaft. Met een brief van 30 juni 2017 wordt aan verzoeker meegedeeld dat de klassenraad zijn beslissing motiveert als volgt: “- Tekorten in dagelijks werk 4: PAV, Engels, technische voorbereiding, praktijk centrale verwarming, praktijk centrale verwarming - Een totaal tekort voor de vakken Engels en technische werkvoorberei- ding - Onvoldoende inzet in de loop van het schooljaar. IX-9171-3/15 - De delibererende klassenraad vormt een oordeel over het ganse school- jaar - Onvoldoende kennis en vaardigheden en een duidelijk gebrek aan wil en motivatie getoond om een behoorlijke kans op slagen te hebben in een volgend leerjaar. - De leerplandoelstellingen werden niet behaald.” 3.
- Hiertegen stelt verzoeker beroep in bij het schoolbestuur. Hij verwijst naar zijn rapport en zet zijn bezwaren als volgt uiteen: “Ik ben een student 5de jaar Centrale Verwarming installateur beroeps. De reden om in beroep te gaan is omdat ik goede resultaten heb behaald vooral op het examenperiode 2 was ik de tweede beste van de klas en toch laat de klassenraad mij niet door. Gelieve hiervoor mijn resultaten en de beslissing in bijlage terug te vinden. Graag had ik jullie willen vragen om mijn situatie grondig te bekijken en mij hierbij te ondersteunen. […] Hieronder ziet u de resultaten die ik heb behaal[d]. Zo ziet u een tekort voor Engels (geen hoofdvak) en technische werkvoorbereiding met een percentage van 49%, waarvan sommige klasgenoten hiervoor een vakan- tietaak kregen. Verder ziet u ook de zeer goede resultaten van mijn tweede examenperio- de, waarbij ik kan bewijzen dat deze richting zeer haalbaar is voor mij en ik ook kan deelnemen aan het 6de jaar in dezelfde richting.” 3.
- Op 30 augustus 2017 beslist de beroepscommissie met de thans bestreden beslissing om het oorspronkelijke evaluatieresultaat te bevestigen. Zij overweegt hiertoe: “De beroepscommissie stelt vast dat de klassenraad aan Soufian het oriën- teringsattest C toekende vanwege een jaartekort voor het richtingspecifie- ke vak Technische werkvoorbereiding. Daarnaast heeft Soufian een zeer ernstig jaartekort voor Engels (27%). Ook heeft Soufian op de eerste examens voor de vakken Technologie centrale verwarming en Project Al- gemene Vakken respectievelijk 42% en 31% behaald. Tenslotte heeft Soufian tekorten behaald op dagelijks werk voor Elektriciteit (45% DW3), Technische werkvoorbereiding (33% DW3 en 49% DW4), Technologie centrale verwarming (49% DW2), Praktijk centrale verwarming (47% DW4), Praktijk Sanitair (40% DW3 en 46% DW4), Project Algemene Vakken (40% DW1, 40% DW3 en 43% DW4) en Engels (46% DW1 en 15% DW4). De beroepscommissie meent dat er gespreid over het schooljaar voldoen- de evaluatiemomenten zijn geweest. IX-9171-4/15 Uit de behaalde resultaten blijkt dat Soufian onvoldoende kennis en vaar- digheden heeft verworven om met succes het volgende schooljaar aan te vangen. In dit kader dient opgemerkt te worden dat bij een beroepsgerich- te opleiding permanente evaluatie heel belangrijk is en de hierop behaalde resultaten dan ook een belangrijk element vormen bij de beoordeling van de studieresultaten en dus de verworven kennis en vaardigheden.” IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- In een enig middel voert verzoeker de schending aan van arti- kel 5, §§ 5 en 8, artikel 38 en artikel 39 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 „betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs‟ (het organisatiebesluit), het schoolreglement 2016-2017 PTS Campus Boom, het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betref- fende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟ (de formelemoti- veringsplicht). Volgens verzoeker geeft de bestreden beslissing er blijk van dat de beroepscommissie niet heeft gedelibereerd – “dit is te beraadslagen, te over- leggen, te overdenken”. Verzoeker heeft immers in zijn bezwaar als grief te kennen gegeven dat hij in globo goede resultaten behaalde en voor de tweede examenpe- riode zelfs de tweede beste van de klas was, zodat hij de commissie uitdrukkelijk verzocht om, rekening houdend hiermee, zijn situatie grondig te onderzoeken. Er blijkt niet dat een omvattende appreciatie werd uitgevoerd en er daadwerkelijk werd gedelibereerd; de beroepscommissie refereert enkel aan het toegekend zijn van het C-attest vanwege het jaartekort voor het richtingspeci- fieke vak Technische werkvoorbereiding; verder vermeldt zij het jaartekort voor Engels en somt zij alle negatieve punten op. Hieruit blijkt niet dat zij rekening IX-9171-5/15 hield met de algemene resultaten van verzoeker. Uit het eindrapport komt naar voor dat verzoeker, behoudens de twee jaartekorten, voor de richtingspecifieke vakken jaarcijfers behaalt van 60 à 70% en een jaartotaal heeft van 63%. Deze jaarcijfers geven volgens verzoeker een representatief beeld van zijn verworven kennis en vaardigheden en van zijn attitude. Ze leiden tot de conclusie dat hij in voldoende mate de leerplandoelstellingen heeft bereikt en bekwaam is zijn stu- dies voort te zetten. De beroepscommissie heeft echter onterecht geen rekening gehouden met de overige gunstige jaarcijfers van verzoeker, zij heeft enkel gefo- cust op de tekorten tijdens het jaar en op de twee jaartekorten voor Engels en Technische werkvoorbereiding. De verwerende partij negeert de overige gunstige tussentijdse resultaten, de positieve evolutie van verzoeker en de gunstige vakcommentaren. Wanneer er slechts twee jaartekorten zijn, moet volgens ver- zoeker extra zorgvuldig te werk worden gegaan. Voor Engels werden onvoldoende beoordelingsmomenten ge- houden. Volgens het schoolreglement wordt gestreefd naar minimum vier evalua- tiemomenten per rapportperiode. Er werd geen enkel evaluatiemoment gehouden tijdens de tweede en de derde rapportperiode, zodat er geen representatief beeld wordt gegeven voor dit vak. De stelling van de commissie dat er voldoende eva- luatiemomenten zouden zijn geweest, lijkt een stijlformulering. Het vak neemt overigens duidelijk een ondergeschikte plaats in tegenover de overige (rich- tingspecifieke) vakken. Het vak Technische werkvoorbereiding is een richtingspecifiek vak doch slechts een 2-uurvak terwijl het jaartekort ervoor beperkt is tot 49%. IX-9171-6/15 Het relatieve gewicht van deze vakken werd in het licht van alle andere jaarresultaten onbesproken gelaten. Indien de beroepscommissie daadwerkelijk had gedelibereerd, had zij dienen stil te staan bij de mogelijkheid van minder verregaande maatrege- len, zoals het geven van een vakantietaak. Het schoolreglement voorziet daarin. Uit de bestreden beslissing blijkt niet waarom deze mogelijkheid niet geboden zou kunnen worden aan verzoeker.
- In de memorie van wederantwoord en in zijn laatste memorie argumenteert verzoeker niet akkoord te kunnen gaan met de stelling dat de be- roepscommissie enkel rekening moet houden met de middelen die hij bij het ge- organiseerd administratief beroep heeft doen gelden. Immers als beroepsorgaan heeft de beroepscommissie de volheid van bevoegdheid om in laatste aanleg te beslissen en beschikt zij over een autonome discretionaire bevoegdheid. Zij dien- de de zaak te onderzoeken op grond van al de feitelijke gegevens die voor haar lagen. Verzoeker vroeg uitdrukkelijk om zijn situatie “grondig te bekijken” in het licht van zijn algemene en goede resultaten, waarin tevens de permanente evalua- ties en de evaluatie van dagelijks werk zijn opgenomen. Daarover wordt in de bestreden beslissing niet gesproken. Zelfs al zou de formelemotiveringsplicht van de beroepscom- missie afhankelijk zijn van de middelen die verzoeker bij het beroep heeft doen gelden, dan nog verplicht het motiveringsbeginsel als algemeen beginsel van be- hoorlijk bestuur de beroepscommissie tot een correcte en juiste motivering. De beroepscommissie kon, gelet op alle feitelijke gegevens die haar zijn voorgelegd en die blijken uit het dossier – dat zij gezien haar volheid van bevoegdheid volle- dig diende te onderzoeken – niet tot het besluit komen dat uit de behaalde resulta- ten zou blijken dat verzoeker onvoldoende kennis en vaardigheden zou hebben verworven om met succes het volgende schooljaar aan te vangen. IX-9171-7/15 Beoordeling 6.
- Artikel 5, §§ 5 en 8, van het organisatiebesluit is enkel gericht tot de delibererende klassenraad. De evaluatiebeslissing van de klassenraad is evenwel uit het rechtsverkeer verdwenen; de thans aangevochten beslissing van de beroepscommissie is in de plaats ervan gekomen. 6.
- In die mate faalt het middel naar recht. 7.
- Verzoeker noemt in het middel ook de artikelen 38 en 39 van het organisatiebesluit geschonden en hij citeert die bepalingen. In de toelichting bij het middel legt hij evenwel nergens uit waarin de aangevoerde schending zou bestaan. 7.
- In die mate is het middel niet ontvankelijk. 8.
- Mét de verwerende partij mag worden vastgesteld dat het ver- wijt dat de beroepscommissie niet zelf zou hebben gedelibereerd of overlegd, alle ernst mist. Zoals deze partij terecht schrijft in de memorie van antwoord: “Het volstaat om de bestreden beslissing te lezen om vast te stellen primo dat zij formeel is gemotiveerd en secundo dat de door de beroepscommis- sie opgegeven motieven anders en uitvoeriger zijn dan wat de klassenraad vóór haar heeft overwogen. De beroepscommissie heeft zich dus duidelijk een eigen oordeel gevormd.” Of de beroepscommissie daarbij met alle resultaten correct re- kening hield en op grond daarvan tot een oordeelkundig besluit komt, is een an- dere vraag, die hierna aan bod komt. Alleszins heeft de commissie niet puur en zonder eigen beraad de beslissing van de klassenraad gekopieerd. Zij heeft eigen argumenten toegevoegd – inzonderheid het specifieke belang van de permanente evaluatie in de gevolgde beroepsgerichte opleiding – en zij heeft argumenten van de klassenraad achterwege gelaten – inzonderheid het gebrek aan inzet en moti- vatie. Zij heeft, zoals hierna blijkt, ook gereageerd op de grieven van verzoeker. IX-9171-8/15 8.
- In zoverre is het middel niet gegrond. 9.
- Wat de formelemotiveringsplicht betreft, volstaat het in begin- sel dat in de beslissing zelf de motieven opgenomen worden die de beslissing kunnen dragen. Het bestaan en de zin van de beroepsprocedure bij de beroeps- commissie vereisen wel dat haar motivering er blijk van geeft dat de bezwaren van de leerling daadwerkelijk in overweging zijn genomen en in de nieuwe be- oordeling zijn betrokken, dat de leerling begrijpt waarom die argumenten de be- roepscommissie niet konden overtuigen en dat ten minste een uitdrukkelijke re- pliek volgt op de vragen die voor de leerling blijkens zijn beroepschrift van we- zenlijk belang zijn en die, mochten ze terecht zijn gesteld, mogelijk tot een voor de leerling gunstiger resultaat leiden. 9.
- Wie in een procedure voor de Raad van State aan de beroeps- commissie verwijt te hebben nagelaten om te antwoorden op zijn bezwaren en argumenten, moet met de nodige precisie aangeven welke de argumenten zijn die zonder antwoord zijn gebleven en die van aard waren een voor hem gunstiger licht op de zaak te werpen. Hij moet die argumenten ook accuraat en duidelijk aan de beroepscommissie hebben voorgelegd. 9.
- Zoals de verwerende partij in de memorie van antwoord schrijft, betekent wat voorafgaat, kort samengevat, dat “de omvang van de op [de beroepscommissie] rustende formelemotiveringsplicht afhankelijk is van de mid- delen die verzoeker bij het [administratief] beroep heeft doen gelden”. 9.
- Die argumenten zijn hiervóór sub 3.3 aangehaald. Gedetailleerd en omstandig uitgewerkt kunnen ze niet worden genoemd. Afgezet tegenover de bestreden beslissing, mag worden vastge- steld dat de beroepscommissie op het argument dat verzoeker “vooral op […] IX-9171-9/15 examenperiode 2 […] de tweede beste van de klas [was]” antwoordt door op te merken “dat bij een beroepsgerichte opleiding permanente evaluatie heel belang- rijk is en de hierop behaalde resultaten dan ook een belangrijk element vormen bij de beoordeling van de studieresultaten en dus de verworven kennis en vaar- digheden”; op het argument dat Engels geen hoofdvak is en het richtingspecifieke vak Technische werkvoorbereiding slechts een klein tekort inhoudt waarvoor klasgenoten een vakantietaak kregen, antwoordt zij dat het richtingspecifieke vak een jaartekort oplevert en Engels een “zeer ernstig jaartekort”. Op het verzoek om zijn situatie “grondig te bekijken” antwoordt de commissie door de onvoldoende resultaten voor dagelijks werk en examens op te sommen en uit het geheel van dit alles te concluderen dat verzoeker “onvoldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om met succes het volgende schooljaar aan te vangen”. Uit het oogpunt van de formelemotiveringsplicht heeft de be- roepscommissie bijgevolg, door te steunen op twee jaartekorten en te antwoorden op wat zij mocht begrijpen als verzoekers grieven in zijn bezwaarschrift, voldaan aan de op haar rustende verplichting. Zo verzoeker die motivering karig of beknopt vindt, dan is dat omdat hij zelf ook bijzonder spaarzaam was in de uiteenzetting van zijn grieven. 9.
- Aangezien de beroepscommissie uitgaat van twee jaartekorten, vergist verzoeker zich om een versterkte formelemotiveringsplicht te eisen; die jurisprudentiële vereiste wordt aan een beroepscommissie immers opgelegd bij vaststelling van één jaartekort. 9.
- Verzoeker heeft niet uitdrukkelijk gevraagd naar uitgestelde proeven of een vakantietaak voor hemzelf; op een vraag die niet is gesteld hoefde de beroepscommissie ook niet formeel te antwoorden. Voor zover verzoeker in het inleidend verzoekschrift in de hui- dige procedure nieuwe grieven ontwikkelt die hij toentertijd niet aan de beroeps- IX-9171-10/15 commissie heeft voorgelegd, kan hij haar om dezelfde reden moeilijk verwijten daarop niet formeel te zijn ingegaan. 9.
- Voor zover het middel geput is uit de schending van de forme- lemotiveringsplicht, is het ongegrond.
- Met betrekking tot de opdracht van de beroepscommissie, valt de Raad verzoeker bij dat zij zich als beroepsinstantie met volheid van bevoegd- heid niet moet en mag beperken tot de bezwaren vermeld in het beroepschrift. Wanneer de beroepscommissie oordeelt in hoger beroep, be- schikt zij over dezelfde beoordelingsbevoegdheid als die waarover de klassenraad beschikt; dit vormt één der wezenskenmerken van het georganiseerd administra- tief beroep, namelijk dat bij het behandelen van zulk beroep het leerlingendossier in zijn volledigheid, en dus zowel ten aanzien van de rechtmatigheid als ten aan- zien van de opportuniteit, wordt onderzocht om te besluiten tot een evaluatiebe- slissing. Door de zogenaamde devolutieve werking van het beroep ver- werft de beroepscommissie de beslissingsmacht over de zaak zelf, op dezelfde wijze als – als ware zij zelf – de delibererende klassenraad. Het effectief instellen van het beroep bij het schoolbestuur draagt de beslissingsbevoegdheid over aan de beroepscommissie. De commissie is verplicht de beslissingsmacht uit te oefe- nen die zij door de werking van dit beroep over de zaak zelf verkrijgt. Gebreken die aan de beslissing van de delibererende klassenraad kleven, vermag zij met de hervormingsbevoegdheid waarover zij beschikt, in beginsel bij te sturen en te corrigeren. De beroepscommissie beschikt daarenboven over eigen, ruime bijkomende onderzoeksmogelijkheden om het leerlingendossier zo nodig aan te vullen, waarbij de Codex Secundair Onderwijs als zulke “stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen” uitdrukkelijk maar niet limita- IX-9171-11/15 tief het horen van leden van de klassenraad en het opleggen van bijkomende proeven of opdrachten vermeldt. 11.
- De materiëlemotiveringsplicht vereist dat de beroepscommissie een beslissing neemt die op deugdelijke gronden steunt, wat onder meer vereist dat ze tot stand komt na een zorgvuldig onderzoek van al de relevante feitelijke gegevens. 11.
- Verzoeker trekt de deugdelijkheid van het hem toegekende jaarcijfer voor het richtingspecifieke vak niet in twijfel. Met betrekking tot het vak Engels voert hij aan dat tijdens het jaar te weinig evaluatiemomenten zijn gehouden, zodat het cijfer niet representa- tief is. De beroepscommissie is evenwel van oordeel dat er gespreid over het schooljaar voldoende evaluatiemomenten zijn geweest. Dit betekent, impliciet maar zeker, dat de commissie zich in staat acht, zonder bijkomende proeven op te leggen aan verzoeker, om een evaluatiebeslissing te nemen uitgaande van een ernstig tekort voor het vak Engels. Verzoeker, die op beide evaluatiemomenten tekortschoot en zelf niet uitdrukkelijk heeft gevraagd om een bijkomende proef, slaagt er niet in om aan te tonen dat deze vaststelling onzorgvuldig of onredelijk is. Hieruit volgt dat de commissie mocht steunen op de beide jaar- tekorten. Een bij veronderstelling ordentelijk vastgesteld jaartekort vol- staat voorts om aan te tonen dat de leerling voor die vakken de leerplandoelstel- lingen niet op voldoende wijze heeft bereikt. 11.
- Uit de bestreden beslissing blijkt dat de commissie het leerlin- gendossier heeft onderzocht om na te gaan of er reden was om aan de twee jaar- tekorten niettemin voorbij te moeten zien. Met de woorden, opnieuw, van de IX-9171-12/15 verwerende partij in de memorie van antwoord: “[d]aarmee heeft de beroeps- commissie ook voldoende duidelijk aangegeven dat de twee jaartekorten moeten en ook wérden gezien tegen de achtergrond van de andere tekorten die tijdens het schooljaar werden behaald.” Zij heeft blijkens de motivering van de beslissing vastgesteld dat ook andere vakken, hoewel er (soms nipte) slaagcijfers werden behaald, vele tekorten lieten optekenen bij dagelijks werk. Zij hecht in het licht van de door verzoeker gevolgde beroepsgerichte opleiding bijzonder belang aan de permanente evaluatie en nuanceert aldus de goede resultaten voor de tweede examenperiode. Zij oordeelt, met andere woorden, dat de overige resultaten van verzoeker niet vermogen op te wegen tegen de vastgestelde jaartekorten. Dit betekent niet, zoals verzoeker meent, dat de tijdens het jaar opgetekende tekorten voor dagelijks werk van determinerend belang waren voor het C-attest. Determinerend waren de twee vastgestelde jaartekorten en de vast- stelling dat de prestaties van verzoeker bij deelaspecten van andere vakken – in het bijzonder de belangrijk geachte permanente evaluaties – niet daartegen opwe- gen. 11.
- Dat verzoekers resultaten een “positieve evolutie” lieten opte- kenen, is een eigen, voluntaristische lezing van zijn rapport. Voor dagelijks werk 4 heeft verzoeker nog steeds tekorten voor Project Algemene Vakken, Engels, Technische werkvoorbereiding, Praktijk centrale verwarming en Praktijk sanitair. De vermeende “positieve evolutie” moest de beroepscommissie dus niet in reke- ning brengen zoals verzoeker het wenst. Dat verzoeker inzet en motivatie vertoont, wordt niet tegenge- sproken in de bestreden beslissing; verzoeker bekritiseert in zoverre een motief van de delibererende klassenraad dat niet is hernomen in de thans bestreden be- slissing. 11.
- Verzoeker toont niet aan dat de overwegingen van de beroeps- commissie strijden met de rechtens vereiste feitelijke grondslag van de beslissing, IX-9171-13/15 noch dat het ondenkbaar is dat een ander redelijk oordelende beroepscommissie ooit tot een dergelijk besluit zou kunnen komen. 11.
- Aldus is ook de schending van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel niet aangetoond.
- Een vakantietaak impliceert dat de betrokken leerling een A- attest krijgt. De beroepscommissie heeft evenwel, gelet op wat voorafgaat, mogen oordelen dat verzoeker onvoldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om met succes het volgende schooljaar aan te vangen. Dit sluit een A-attest – en dus een vakantietaak – uit. Een schending van het schoolreglement is niet aange- toond.
- Het middel, voor zover ontvankelijk, is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en tot het bevelen van een voorlopige maatregel bij uiterst drin- gende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 168 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9171-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 november 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9171-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.893 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.871 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.