← België

Arrest 242898 - Milieuvergunningen - 08/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.898 Rolnummer: A. 225169/VII-40268 Zaak: Arrest 242898 - Milieuvergunningen - 08/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-19 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-24 21:52 Fiche Arrest nr 242.898 van 8 november 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 242.898 van 8 november 2018 in de zaak A. 225.169/VII-40.

  1. In zake : de BVBA WELKOMHOEVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt en tevens door advocaat Filip Duwaerts kantoor houdend te 2200 Herentals Diamantstraat 8, bus 239 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Tussenkomende partij : Franciscus HOREMANS wonende te 2280 Grobbendonk Welkomhoeve 7 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annemie Van Deun -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 7 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 18 januari 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 28 augustus 2017, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Franciscus Horemans voor het exploiteren van een paardenhouderij/manège, gelegen aan de Welkomhoeve 7 te Grobbendonk, gegrond wordt verklaard. VII-40.268-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 18 juli
  4. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 juli
  5. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Op 9 oktober 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot VII-40.268-2/3 regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.268-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.898 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.