id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.918 Rolnummer: A. 221112/IX-8995 Zaak: Arrest 242918 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-27 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-24 21:59 Fiche Arrest nr 242.918 van 12 november 2018 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 242.918 van 12 november 2018 in de zaak A. 221.112/IX-8995 In zake : Philippe CENGIAROTTI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken van 14 november 2016 “houdende de overplaatsing van de heer Philippe Cengiarotti als maatregel van inwendige orde, benoemd in de graad van veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de AD Vreemdelingenzaken, met als standplaats het Gesloten Centrum voor Illegalen te Merksplas, naar de graad van veiligheidsmedewerker bij de Directie Asiel, met als standplaats Brussel”. IX-8995-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 238.024 van 27 april 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lize Vandersteegen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Andy Hoedenaeken, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-8995-2/7 III. Feiten 3.
- Verzoeker is statutair ambtenaar in dienst van de verwerende partij. Sedert 14 maart 2014 – en tot op het ogenblik van de bestreden beslissing – is hij tewerkgesteld als veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken met als standplaats het gesloten Centrum voor Illegalen te Merksplas (hierna: het CIM). Voorheen was hij werkzaam als veiligheidsmedewerker in de gebouwen van het CIM. 3.
- In een medisch attest van 8 juli 2011 verklaart verzoekers arts dat verzoeker lijdt aan chronische bronchitis “waarvoor absoluut contact van en met rokers en rokersruimten dient vermeden te worden”. Verzoeker wordt vervolgens onderworpen aan een medisch onderzoek door de arbeidsgeneesheer. Op 20 september 2011 oordeelt de arbeidsgeneesheer dat verzoeker voldoende geschikt is voor de normale uitoefening van zijn functie van veiligheidsmedewerker, zonder beperkingen. Niettemin wordt verzoeker, zo stelt de verwerende partij, sedert het indienen van het medisch attest “rekening houdende met de continuïteit van de dienst en voorzover organisatorisch mogelijk” tewerkgesteld “op de meest rookvrije plaatsen”. 3.
- Op 14 maart 2014 beslist de voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken om verzoeker bij wege van maatregel van inwendige orde over te plaatsen naar de graad van veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken met als standplaats het CIM. 3.
- Op 11 september 2014 stelt verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in tegen de beslissing van 14 maart 2014 (zaak gekend onder het rolnummer A. 213.642/IX-8475). IX-8995-3/7 3.
- Op 14 november 2016 neemt de voorzitter van het directiecomité de volgende beslissing: “Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet; Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel; Gelet op het Koninklijk Besluit van 14 januari 2002 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, gewijzigd bij de Koninklijke Besluiten van 5 september 2002 en 11 juli 2003; Gelet op de tussengekomen vonnissen van de Arbeidsrechtbank van Turnhout dd. 10 februari 2014 en 30 juni 2014; Gelet op het feit dat de betreffende vonnissen met toepassing van artikel 19, lid 2 van het Gerechtelijk Wetboek een aantal voorlopige maatregelen hebben opgelegd ten aanzien van de heer Cengiarotti; Gelet op het besluit van 14 maart 2014 van de Voorzitter a.i. houdende de overplaatsing van de heer Philippe Cengiarotti als maatregel van inwendige orde, benoemd in de graad van veiligheidsmedewerker bij het Gesloten Centrum voor Illegalen te Merksplas, naar de graad van veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de AD Vreemdelingenzaken, met als standplaats het Gesloten Centrum voor Illegalen te Merksplas; Gelet op de mail d.d. 7 november 2016 van de heer Cengiarotti aan de Voorzitster van het Directiecomité; Gelet op de verklaring van mevrouw [D.S.], diensthoofd Bureau T van de Algemene Directie Vreemdelingenzaken d.d. 27 oktober 2016; Gelet op de verklaring van de heer [V.D.S.], veiligheidsassistent-Coördinator bij Bureau T van de Algemene Directie Vreemdelingenzaken met standplaats het Centrum voor Illegalen te Merksplas d.d. 27 oktober 2016; Gelet op het feit dat de heer Cengiarotti, zoals blijkt uit zijn mail d.d. 7 november 2016, zich niet veilig voelt in de functie die hij momenteel uitoefent; dat hij aangeeft dat hij zich in zijn werkomgeving in een gevarenzone bevindt en dat hij vreest voor zijn gezondheid en zijn fysieke integriteit; Gelet op het feit dat uit de verklaringen van mevrouw [D.S.] en de heer [V.D.S.] blijkt dat er spanningen zijn op de werkvloer waarbij er gevreesd wordt voor escalatie; Besluit: Artikel
- De heer Philippe Cengiarotti, benoemd in de graad van Veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de AD Vreemdelingenzaken met als standplaats het Gesloten Centrum voor Illegalen te Merksplas wordt bij wege van maatregel van inwendige orde gereaffecteerd naar de graad van Veiligheidsmedewerker bij de Directie Asiel met standplaats Brussel.” Dat is de thans bestreden beslissing. IX-8995-4/7 3.
- Bij arrest nr. 238.024 van 27 april 2017 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing die verzoeker tegen de thans bestreden beslissing heeft ingesteld. 3.
- Bij arrest nr. 239.868 van 14 november 2017 vernietigt de Raad van State de beslissing van de voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken van 14 maart 2014 houdende de overplaatsing van verzoeker naar Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken, met als standplaats het CIM. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Onderzoek van de door het auditoraat opgeworpen exceptie
- Het auditoraat werpt ambtshalve op dat het beroep zonder voorwerp is geworden en dat verzoeker niet langer een belang heeft bij het beroep. Volgens het auditoraat moet verzoeker geacht worden nooit te zijn overgeplaatst naar Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken, aangezien de Raad van State de beslissing van 14 maart 2014 van de voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken houdende de overplaatsing van verzoeker als veiligheidsmedewerker bij het CIM naar de functie van veiligheidsmedewerker bij Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken heeft vernietigd bij arrest nr. 239.868 van 14 november 2017 en die beslissing dus retroactief uit het rechtsverkeer is verdwenen. Aangezien verzoeker geacht moet worden nooit als veiligheidsmedewerker bij Bureau T te zijn tewerkgesteld, kan hij ook niet vanuit die functie overgeplaatst zijn in de functie van veiligheidsmedewerker bij de directie Asiel met standplaats te Brussel. Het beroep is aldus zonder voorwerp geworden. De vernietiging van de beslissing van 14 maart 2014 heeft verzoeker teruggeplaatst in de situatie vóór die beslissing en dus als veiligheidsmedewerker bij het CIM, hetgeen net is wat verzoeker met het voorliggende beroep beoogt. Verzoeker heeft dienvolgens ook geen belang meer bij het beroep. IX-8995-5/7
- Verzoeker houdt in zijn laatste memorie enerzijds zijn belang bij het beroep uitdrukkelijk staande. Anderzijds valt hij de door het auditoraat opgeworpen exceptie bij. Daarbij merkt hij evenwel op dat de verwerende partij in de praktijk nog niets heeft ondernomen om hem opnieuw tewerk te stellen in zijn oorspronkelijke functie als veiligheidsmedewerker bij het CIM. Verzoeker meent dat in de gegeven omstandigheden het beroep niet onontvankelijk moet worden verklaard, maar dat de duidelijkheid in het rechtsverkeer vereist dat de met het voorliggende beroep bestreden beslissing wordt vernietigd. Op die manier wordt voor recht gezegd dat door de vernietiging van de eerste overplaatsingsmaatregel van 14 maart 2014 verzoeker geacht moet worden nooit bij Bureau T te zijn tewerkgesteld en hij derhalve terug in zijn functie van veiligheidsmedewerker bij het CIM is geplaatst.
- Bij arrest nr. 239.868 van 14 november 2017 heeft de Raad van State het door verzoeker ingestelde beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 213.642/IX-8475 ingewilligd en de beslissing van de voorzitter ad interim van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken van 14 maart 2014 houdende de overplaatsing van verzoeker naar Bureau T van de algemene directie Vreemdelingenzaken, met als standplaats het CIM, vernietigd. Die vernietiging heeft rechtstreeks noch onrechtstreeks enig gevolg voor de thans bestreden beslissing, zijnde de overplaatsing van verzoeker naar de directie Asiel, met als standplaats Brussel. Deze beslissing bestaat nog en heeft nog steeds dezelfde volle rechtsgevolgen als toen ze is genomen. Verzoeker werkt immers nog altijd als veiligheidsmedewerker bij de directie Asiel te Brussel. Hij lijdt daardoor een persoonlijk nadeel en heeft dan ook belang bij het bestrijden van deze beslissing.
- De door het auditoraat opgeworpen exceptie is niet gegrond en de door verzoeker op deze exceptie gesteunde vraag om de bestreden beslissing te vernietigen voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer, gaat bijgevolg niet op. IX-8995-6/7 BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met een aanvullend onderzoek van de door de verwerende partij aangevoerde excepties en van de middelen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 november 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-8995-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.918 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.024 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.655 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div