id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.932 Rolnummer: A. 223362/VII-40093 Zaak: Arrest 242932 - Dierenwelzijn - 14/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-11-26 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-24 22:04 Fiche Arrest nr 242.932 van 14 november 2018 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 242.932 van 14 november 2018 in de zaak A. 223.362/VII-40.
- In zake : Apostolos LIACHOUDIS die woonplaats kiest bij advocaat Benjamin Nouwkens kantoor houdend te 3590 Diepenbeek Kapelstraat 66 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing, genomen door […] het Departement omgeving, Afdeling Strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn op 20 juli 2017 betreffende de overgave in volle eigendom van 4 honden aan het dierenasiel vzw Genk”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. VII-40.093-1/9 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die verschijnt in persoon, en advocaat Dirk Abbeloos, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 29 mei 2017 wordt aan de lokale politie van politiezone CARMA gemeld dat op verzoekers adres al geruime tijd één of meerdere honden zouden mishandeld worden. 3.
- Op 29 juni 2017 heeft een visitatie plaats, waarbij vier honden worden inbeslaggenomen “op basis van inbreuken op de dierenwelzijnswet gezien de klachten van mishandeling en de slechte leefomstandigheden”. 3.
- De inspectie Dierenwelzijn beslist op 20 juli 2017 om de vier honden definitief in volle eigendom te geven aan een dierenasiel dat hiermee instemt. Dit is de bestreden beslissing, die als volgt wordt gemotiveerd: VII-40.093-2/9 “Gelet op de historiek, Gelet op het PV van de politie TG.46.L6.003380/2015 dd 04/03/2015: • de losgebroken Amer. Stafford van LIACHOUDIS Apostolos bijt het hondje van een andere persoon • de woning aan de Nieuwe Kuilenweg 48 was destijds al erg vuil en onderkomen • LIACHOUDIS Apostolos hield zich niet aan de afspraak om buiten op de binnenkoer een overdekte hondenren met nachthok te plaatsen Gelet op het PV van de politie TG.63.L6.008670/2017 dd 29/05/2017: • volgens meerdere melders zou er op de Nieuwe Kuilenweg 48 al meerdere malen een hond of meerdere honden mishandeld worden door de eigenaar LIACHOUDIS Apostolos • de hond zou afgelopen nacht, over een periode van gedurende 3 uur, meermaals heel hard gejankt hebben • de achterkoer ligt vol rommel en uitwerpselen Gelet op het navolgend PV van de politie 011291/2017 dd 29/06/2017 aan aanvankelijk PV TG.63.L6.008670/2017 dd 29/05/2017: • de binnenkoer aan de achterzijde van de woning ligt vol puin, vuilniszakken, grof afval en hondenpoep • de binnenkoer, de kelder en beide verdiepingen van de woning zijn echt onderkomen: er ligt overal puin, vuil en afval • de bewoners en hun honden leven tussen het puin en de vuiligheid in de achterbouw van de woning (schimmel op de muur, geen keuken, weinig sanitair) • de 4 Amer. Staffords hebben te weinig ruimte en leven op een vuilnisbelt • in de slaapruimte staat een bench, waar de dieren dienen te slapen • in de woning hangt een vieze geur, er is geen verluchting • de dieren worden in beslag genomen gezien de klachten van mishandeling en de slechte leefomstandigheden • er wordt een verslag overgemaakt aan de burgemeester met de vraag om de woning onbewoonbaar laten te verklaren Gelet op het feit dat deze vaststellingen door de politie erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de honden, Gezien deze feiten wijzen op een gebrek aan aandacht voor de noden van de honden en een gebrek aan toezicht en verzorging, Gelet op het verslag van de dierenarts van het asiel: • hond met chipnummer […]: angstig • pups: mager, angstig, niet opgevoed Gelet op de mails van LIACHOUDIS Apostolos ontvangen op onze dienst op 11 juli 2017 […] en 19 juli 2017 […], waaruit geen enkele concrete actie blijkt die hij zal ondernemen om het welzijn van de honden te garanderen, Gelet op het feit dat we LIACHOUDIS Apostolos - op zijn vraag - meerdere keren terug bellen op 14-07-2017 op het nummer […] doch dat we geen antwoord krijgen, Gelet op het verhoor van LIACHOUDIS Apostolos door de politie: VII-40.093-3/9 • hij geeft toe dat hij zich 2 keer kwaad gemaakt heeft op zijn honden omdat ze op zijn bed geplast hadden • de hond Shiba Inu schreeuwt als hij zich kwaad maakt • hij wil dat zijn honden een beetje gehoorzamen • zijn honden hebben al meerdere keren onder elkaar gevochten - hij is al thuis gekomen dat zijn honden verwondingen hadden - hij kan dit niet verdragen en hij wordt hier kwaad van • de toestand is verslechterd omdat zijn honden binnen af en toe piste en kakte • hij doet geen afstand van de honden Gelet op het feit dat LIACHOUDIS Apostolos in zijn verhoor zegt dat hij terug in het bezit wenst gesteld te worden van zijn honden doch dat hij nog geen enkel voorstel gedaan heeft om het welzijn van de honden in de toekomst te garanderen, Gelet op het feit dat uit het verhoor van LIACHOUDIS Apostolos blijkt dat hij zich regelmatig kwaad maakt op de honden en dat hij geen moeite doet om: • te verhinderen dat de honden onderling vechten • de honden op te voeden • ervoor te zorgen dat hun fysiologische en ethologische behoeften vervuld worden, Gelet op het feit dat teruggave van de honden niet aangewezen zou zijn omwille van de onzekerheid over de huisvesting, verzorging en toezicht, Gelet op het feit dat de kosten elke dag oplopen, Gelet op het feit dat de honden geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig de ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van verzoeker
- Het middel is afgeleid uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel, en het recht van verdediging. Verzoeker betoogt dat de materiëlemotiveringsplicht is geschonden doordat de feiten waarvan de verwerende partij melding maakt uit hun context zijn gelicht en het bestreden besluit steunt “op verkeerde feiten, onvolledige feiten of feiten die verkeerd beoordeeld werden”. VII-40.093-4/9 Hij argumenteert dat de gehele situatie eenzijdig negatief wordt voorgesteld. Zo zijn de slechte leefomstandigheden (“afval, puin, te kleine ruimtes”) waarnaar in het proces-verbaal van 29 juni 2017 wordt verwezen volgens hem foutief en daarenboven achterhaald, aangezien er geen rekening werd gehouden met zetels, manden en twee benches, en met het feit dat de honden effectief vaak buiten gingen wandelen. Bovendien zou verzoeker intussen het huis opgeruimd hebben en zou hij met de renovatie zijn gestart. De verwijzing in de bestreden beslissing naar een proces-verbaal van 4 maart 2015, in verband met de inbeslagname van een andere hond, gaat volgens verzoeker niet op omdat de hond intussen werd teruggegeven. Verzoeker somt verscheidene elementen op om aan te tonen dat de honden niet door hem werden verwaarloosd, en dat “er wel degelijk (werd) voldaan aan de ethologische en fysiologische behoeften van de honden”. Wat de schending van het redelijkheidsbeginsel betreft, voert verzoeker voornamelijk aan dat er veel minder ingrijpende maatregelen voorhanden en zelfs aangewezen waren, en dat er geen onderscheid tussen de honden werd gemaakt, ondanks de verschillen en emotionele gevoelens van de honden. Verzoeker acht het onverantwoord dat de leefomstandigheden zogenaamd slecht zouden zijn voor de vier honden die in beslag werden genomen, en dat dit blijkbaar niet geldt voor één andere hond, die in dezelfde woning en ruimtes verblijft. Ook zou de dierenarts geen verwondingen hebben vastgesteld. Verzoeker leidt de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel af uit het feit dat er geen contact werd opgenomen met de behandelende dierenarts, die had kunnen attesteren dat er geen sprake is van verwaarlozing. Bovendien vermeldt de bestreden beslissing enerzijds dat er een beroepstermijn van 60 dagen openstaat, maar anderzijds vermeldt de beslissing niet dat de afgestane dieren conform artikel 9 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming van het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnwet) slechts 45 dagen ter beschikking worden gehouden en onmiddellijk nadien ter adoptie aan een nieuwe eigenaar kunnen worden afgestaan. Hierdoor worden volgens verzoeker zijn verwachtingen op onredelijke wijze verschalkt. De laatstgenoemde bepaling is VII-40.093-5/9 volgens hem tegenstrijdig en onverzoenbaar met deze van de beroepstermijn, en daar zou toch minstens uitdrukkelijk op gewezen moeten worden. Dat de beslissing pas gewezen werd op 20 juli 2017, drie weken nadat de honden effectief in beslag waren genomen, geeft volgens hem eveneens blijk van onzorgvuldigheid. Ook het feit dat vier honden in beslag werden genomen en één hond niet, getuigt volgens hem van onzorgvuldigheid, nu die ene hond in dezelfde woonomstandigheden wel mag blijven. De schending van het recht van verdediging leidt verzoeker af uit het feit dat nergens rekening werd gehouden met zijn “uitvoerige mails” naar de diensten van de verwerende partij, waaruit zijn bezorgdheid en verantwoordelijkheidszin ten aanzien van de dieren in kwestie duidelijk zou blijken. Bovendien stelt verzoeker dat hij niet naar behoren zijn standpunt naar voren heeft kunnen brengen of zich tegen de tenlasteleggingen heeft kunnen verdedigen. Uit zijn mails zou wel degelijk blijken dat hij alles over heeft voor zijn honden. Omdat hij geen gehoor kreeg zou verweerder om telefonisch contact gevraagd hebben, maar hoewel hij zijn GSM-nummer had meegedeeld, zou de verwerende partij hem hebben opgebeld op het nummer van zijn werk, waarop hij niet bereikbaar was. Ten slotte zou zijn “(theoretisch) recht van verdediging” in de praktijk grotendeels zijn uitgehold doordat de beroepstermijn onredelijk kort is.
- In zijn memorie van wederantwoord voegt verzoeker toe dat de inbeslagname werd uitgevoerd zonder dat hij voorafgaandelijk werd gehoord.
- In zijn laatste memorie verduidelijkt verzoeker dat de honden 45 dagen na de inbeslagname “ter adoptie aan nieuwe eigenaars kunnen worden meegegeven”. Hij leidt hieruit af dat de bestreden beslissing niet in een definitieve eigendomsoverdracht had mogen voorzien, maar wel enkel in een voorlopige of tijdelijke maatregel. VII-40.093-6/9 Beoordeling
- De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. De beweringen van verzoeker ontkrachten niet de feitelijke vaststellingen, opgenomen in het proces-verbaal, die als motivering dienen voor de bestreden beslissing. De grief over de schending van de hoorplicht kan niet voor het eerst op ontvankelijke wijze in de memorie van wederantwoord worden aangevoerd. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat het bestuur zijn beslissing op een zorgvuldige wijze dient voor te bereiden en dient te steunen op een correcte feitenvinding. Het gegeven dat de verwerende partij zich niet heeft gewend tot de dierenarts van verzoeker, tast de bestreden beslissing niet aan. De verwerende partij heeft haar beslissing onder meer gestoeld op het verslag van de dierenarts van het asiel. Verzoeker beweert niet, laat staan dat hij aantoont, dat aan diens deskundigheid moet worden getwijfeld. De kritiek die verzoeker uit op de termijn die is opgenomen in artikel 9 van de dierenwelzijnswet en die korter is dan de termijn om een annulatieberoep bij de Raad van State in te stellen, heeft geen uitstaans met de vraag of de bestreden beslissing al dan niet op een zorgvuldige wijze is voorbereid, en of zij steunt op een correcte feitenvinding. VII-40.093-7/9 Artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Dat de bestreden beslissing is genomen op 20 juli 2017, terwijl de honden op 29 juni 2017 in beslag werden genomen, kan niet als een onzorgvuldig optreden worden beschouwd, nu ze binnen de termijn bepaald in artikel 42, § 3, is tot stand gekomen. Uit artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in artikel 42, § 2, van die wet bedoelde beslissing, die te dezen wordt aangevochten. In die omstandigheid, waarin de beslissing tot inbeslagname geen gevolgen meer heeft, zijn grieven gericht tegen die beslissing onontvankelijk. Het is niet vereist om eerst een waarschuwing te geven vooraleer een bestemmingsbeslissing te nemen, en artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet laat niet toe dat een andere beslissing wordt genomen dan één van degene die uitdrukkelijk in die bepaling zijn opgesomd. Ten slotte toont verzoeker met zijn argumentatie als wordt er “geen rekening gehouden met de onderlinge samenhorigheid, vertrouwdheid en emotionele gevoelens van de honden die een identiteit en geheugen hebben” niet aan dat de bestreden beslissing de perken van de redelijkheid is te buiten gegaan. De rechten van verdediging zijn niet van toepassing op de beslissing tot bestemming van de dieren. Zij zijn in beginsel enkel van toepassing op straf- en tuchtzaken. VII-40.093-8/9 Het enige middel is niet gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien november tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.093-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.932 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.