← België

Arrest 242996 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.996 Rolnummer: A. 222261/XII-8384 Zaak: Arrest 242996 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-03 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-29 03:18 Fiche Arrest nr 242.996 van 20 november 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 242.996 van 20 november 2018 in de zaak A. 222.261/XII-8384 In zake: de BVBA LEIRIA INVESTMENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Lenders en Jens Debièvre kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 C/113 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV NMBS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Tom Villé kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 26 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van: “- De beslissing van 3 april 2017 van de NMBS […] zoals onvolledig meegedeeld per aangetekend schrijven van 21 april 2017 […] en vervolgens meegedeeld per aangetekend schrijven van 12 mei 2017 […] om de offerte van Leiria ingediend naar aanleiding van de toewijzing van de concessieovereenkomst ‘warme snacks’ station Gent-Sint-Pieters niet te selecteren en de concessieovereenkomst aldus niet aan haar te gunnen; (Eerste Bestreden Beslissing) en - De beslissing van 3 april 2017 van het Directiecomité van de NMBS, zoals meegedeeld per aangetekend schrijven van 12 mei 2017 […] waarmee hij [V.B.] en [P.C.] mandateert om de concessieovereenkomst ‘warme snacks’ station Gent-Sint-Pieters ‘te finaliseren’ met de NV Colmar. (Tweede Bestreden Beslissing)”. XII- 8384-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 239.387 van 12 oktober 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 2 augustus
  3. Op 21 september 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 3.
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. XII- 8384-2/3 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. 3.
  6. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. 3.
  7. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  8. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 november 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII- 8384-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.996 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.387 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.