← België

Arrest 243006 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.006 Rolnummer: A. 223954/XII-8475 Zaak: Arrest 243006 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-03 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-24 22:27 Fiche Arrest nr 243.006 van 20 november 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Buitengewone herstelvergoeding (weigering) Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.006 van 20 november 2018 in de zaak A. 223.954/XII-8475 In zake: de NV V!GO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Maïté Bultheel kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Ian Arnouts en Matthias De Groot kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV AQTOR! bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Stijn Maeyaert kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van “de beslissing van de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Gent van 20 november 2017 tot gunning van de overheidsopdracht „Concessie voor het uitvoeren van technisch-orthopedische activiteiten‟ aan XII-8475-1/4 nv Aqtor!” en de “niet-gunning van de overheidsopdracht „Concessie voor het uitvoeren van technisch-orthopedische activiteiten‟ aan V!go nv”. Tevens vordert de verzoekende partij een schadevergoeding tot herstel. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 240.346 van 4 januari 2018 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot nietigverklaring en een verzoek tot schadevergoeding tot herstel ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november
  3. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marie Van Den Langenbergh, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-8475-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Afstand van het beroep tot nietigverklaring
  5. De verzoekende partij heeft met een brief van 28 september 2018 aan de Raad van State medegedeeld dat zij afstand doet van haar beroep tot nietigverklaring. IV. Schadevergoeding tot herstel
  6. De verzoekende partij vraagt om een schadevergoeding tot herstel toe te kennen. Artikel 25/3, § 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedurereglement) bepaalt dat “[i]ndien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […] het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”. De Raad van State heeft te dezen geen onwettigheid vastgesteld. Bijgevolg dient het verzoek om schadevergoeding tot herstel te worden verworpen. V. Kosten 5.
  7. Aangezien de verzoekende partij afstand doet van haar beroep tot nietigverklaring, past het dat de kosten te haren laste worden gelegd. 5.
  8. De verwerende partij heeft met een schrijven van 4 oktober 2018 afstand gedaan van de door haar gevorderde rechtsplegingsvergoeding. XII-8475-3/4 5.
  9. Gelet op hetgeen werd vastgesteld onder randnummer 4 en op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. BESLISSING
  10. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
  11. Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel wordt verworpen.
  12. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schade- vergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, dient aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 november 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8475-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.006 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.346 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.