← België

Arrest 243007 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.007 Rolnummer: A. 225841/XII-8595 Zaak: Arrest 243007 - Overheidsopdrachten - 20/11/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-03 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-24 22:28 Fiche Arrest nr 243.007 van 20 november 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.007 van 20 november 2018 in de zaak A. 225.841/XII-8595 In zake: de BVBA MERA-CLAEYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Evelien Vanhauter kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de HOGESCHOOL WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Maarten Vinckier kantoor houdend te 8800 Roeselare Hoogleedsesteenweg 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 augustus 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- de beslissing […] van ongekende datum, waarbij werd beslist om de overheidsopdracht voor de uitbating van de drank- en snoepautomaten van de campussen HOWEST te plaatsen middels onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking; - de beslissing van het bestuurscomité van verwerende partij van 9 juli 2018 waarbij werd beslist om de overheidsopdracht voor de uitbating van de drank- en snoepautomaten van de campussen HOWEST te gunnen aan Coca-Cola European Partners Belgium”. XII-8595- 1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 242.231 van 29 augustus 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van “9” juli 2018 van het bestuurscomité van Hogeschool West-Vlaanderen waarbij deze als aanbestedende overheid beslist om de overheidsopdracht voor de uitbating van de drank- en snoepautomaten van de campussen Howest te gunnen aan Coca-Cola European Partners Belgium bvba, en is de vordering voor het overige verworpen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november
  3. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lisa Van Besouw, die loco advocaat Neil Braeckevelt verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Marie Van Den Langenbergh, die loco advocaat Maarten Vinckier verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om XII-8595- 2/4 de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IV. Kosten
  6. Bij besluit van het bestuurscomité van de Hogeschool West-Vlaanderen van 19 september 2018 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het dat de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van de verwerende partij worden gelegd. BESLISSING
  7. De Raad van State heft de bij arrest nr. 242.231 van 29 augustus 2018 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  8. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. XII-8595- 3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 november 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8595- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.007 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.231 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.