← België

Arrest 243128 - Sluitingen van vestigingen - 06/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.128 Rolnummer: A. 220590/X-16774 Zaak: Arrest 243128 - Sluitingen van vestigingen - 06/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-18 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-24 21:07 Fiche Arrest nr 243.128 van 6 december 2018 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.128 van 6 december 2018 in de zaak A. 220.590/X-16.

  1. In zake : de VZW GURDWARA GURU NANAK SAHIB bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inès Wouters kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 50/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD VILVOORDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 8 november 2016, strekt tot de nietigverklaring van 1° de beslissing van de burgemeester van de stad Vilvoorde van 9 september 2016 om de sikhtempel Guru Nanak Sahib, Lange Molenstraat 14 te 1800 Vilvoorde, met onmiddellijke ingang te sluiten en 2° de beslissing van dezelfde burgemeester van 25 oktober 2016 om de tempel gesloten te houden. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 239.232 van 28 september 2017 wordt vastgesteld dat er geen reden is om, met toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, de afstand van het geding vast te stellen en wordt de procedure hernomen met en vanaf een betekening aan verzoekster langs de post van het tussenarrest nr. 237.622 van 10 maart
  4. X-16.774-1/18 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Werner Van Parijs, die loco advocaat Inès Wouters verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jan Van Eynde, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Op 4 september 2016 doet zich in de sikhtempel Guru Nanak Sahib, Lange Molenstraat 14 te 1800 Vilvoorde, een vechtpartij voor, die een interventie van de politie noodzaakt. X-16.774-2/18 Blijkens een niet ondertekend verslag dat verwijst naar een niet bijgevoegd ander verslag, ontvangt de burgemeester van de stad Vilvoorde op 6 september 2016, “op hun vraag”, “vertegenwoordigers” van de tempel. Het gaat onder anderen om de “huidige voorzitter”. Deze vertegenwoordigers gewagen van een meningsverschil met een aantal jongeren onder leiding van de vorige voorzitter. De nieuwe voorzitter zegt in de komende weken nog problemen te verwachten en de komst te vrezen van gewelddadige mensen op zondag, veelal gedrogeerden. Daags nadien, op 7 september 2016, ontvangt de burgemeester “de Sikh-gemeenschap”, die in hoofdorde vraagt om de aanstelling van de voorzitter van de sikhtempel ongedaan te maken en die in tweede orde politiebescherming vraagt voor de religieuze verkiezingen op de aanstaande zondag. Gelet op de rivaliteit zou er tijdens deze verkiezingen een reëel gevaar bestaan “voor (gewapende) geweld”. De burgemeester besluit op 9 september 2016 de tempel met toepassing van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet onmiddellijk te sluiten “tot er duidelijkheid is geschapen wie effectief verantwoordelijk is voor de Sikh- tempel en tot dat de veiligheid opnieuw kan gegarandeerd worden”. In het besluit, zijnde het eerste voorwerp van voorliggend beroep, wordt op grond van de ontmoetingen van 6 en 7 september 2016 met respectievelijk “de volgens het Belgisch staatsblad officiële vertegenwoordigers van de Sikh-tempel” en “een grote groep van de Sikh-gemeenschap”, onder meer overwogen wat volgt: “Overwegende dat de burgemeester vaststelt dat er spanningen zijn binnen de geledingen van de Sikh-gemeenschap: Enerzijds de vertegenwoordigers, zoals officieel gekend, van de Sikh-tempel, met als voorzitter [R. S.], en hun „aanhangers‟. Anderzijds de Sikh-gemeenschap, die zichzelf „La congrégation sikhe‟ noemen; Overwegende dat er oplopende spanningen waren voorafgaand aan de ruzie en vechtpartij van 4 september 2016; dat, in tegenstelling met de convenant van 11 december 2014, dit niet werd gemeld aan de politie, zodat niet preventief kon gehandeld worden; X-16.774-3/18 Overwegende dat beide partijen mekaar beschuldigen van mensenhandel/mensensmokkel; dat er dagelijks 25 tot 30 maaltijden zouden gemaakt worden voor mensen die illegaal in België verblijven in afwachting van de oversteek naar Groot-Brittanië; Overwegende dat de Sikh-gemeenschap melding maakt dat er religieuze verkiezingen op til zijn voor de aanstelling van een nieuw bestuur van de Sikh-tempel; Overwegende dat dit vijandige reacties uitlokt, waarbij verschillende groepen uit de Sikh-gemeenschap vijandig tegenover mekaar staan; Overwegende dat er melding wordt gemaakt dat er tegen betaling aanhangers worden aangetrokken vanuit binnen- en buitenland om amok te maken; Overwegende dat een groot deel van de Sikh-gemeenschap politiebescherming en politieaanwezigheid vraagt; Overwegende dat de burgemeester dient op te treden als de openbare orde in het gedrang komt, met andere woorden wanneer de veiligheid van burgers, omwonenden, voorbijgangers, of de groep deelnemers, in het gedrang komt; Overwegende dat het op dit moment niet duidelijk is wie de effectieve vertegenwoordigers zijn van de Sikh-tempel of wie de effectieve eigenaar en huurder is van het gebouw waar de Sikh-tempel gelegen is; Overwegende dat in de gespreken van 6 en 7 september 2016 verschillende ernstige zaken naar voren worden gebracht die bedreigend zijn: melding van doodsbedreigingen binnen de Sikh-gemeenschap, aankondiging dat er gewapende militanten zullen aanwezig zijn in de toekomst in de Sikh-tempel, wederzijdse beschuldigingen van mensenhandel/mensensmokkel, meldingen van vrees voor geweld tegen vrouwen en kinderen,... ; Overwegende dat er unanimiteit bestaat binnen de geconsulteerde betrokkenen van de Sikh-gemeenschap, dat niemand bij machte is de veiligheid te garanderen in de Sikh-tempel; Overwegende dat de burgemeester nog adviezen zal inwinnen bij de gerechtelijke diensten en de veiligheidsdiensten van de Staat met betrekking tot het voorgaande; Overwegende dat, overeenkomstig het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens de vrijheid van godsdienst aan beperkingen kan worden onderworpen, voor zover deze zijn voorzien bij de wet en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Met een brief van 12 september 2016 vraagt de burgemeester aan het parket van Halle-Vilvoorde “om onderzoek te verrichten naar de diverse verklaringen van getuigen van de Sikhgemeenschap zoals vervat in bijgevoegde verslagen van hoorzittingen die gehouden werden voorafgaand aan de beslissing tot sluiting”. X-16.774-4/18
  8. Op 14 oktober 2016 wordt namens “de bestuurders van de Sikh- tempel zoals opgenomen in het B.S.” aan de burgemeester “de recentste publicatie in het B.S. met betrekking tot het bestuur van de vzw. Guru Nanak Sahib cultureel centrum + het bewijs van eigenaarschap van het pand Lange Molenstraat 14, 1800 Vilvoorde” overhandigd. Verzoekster hoopt hiermee klaarheid gebracht te hebben in de juridische situatie en deelt mee “dat het in feite gaat over een intern geschil rond geld, met één persoon”. De heropening van de sikhtempel wordt gevraagd, onder voorwaarden en in samenspraak met de politie. Ook nog op 18 oktober 2016 en 20 oktober 2016 dringt verzoekster op de heropening aan, ten minste tijdelijk, ter gelegenheid van het Diwali-feest op 30 oktober
  9. Finaal deelt een kabinetsmedewerker namens de burgemeester per e-mail van 25 oktober 2016 mee: “Naar aanleiding van het bezoek van [de voorzitter van verzoekster] deze ochtend op mijn bureel heb ik de burgemeester gevraagd of de tempel voor deze feestelijkheden geopend kon worden. Meneer Bonte blijft bij zijn beslissing om de tempel gesloten te houden.” Dit is de tweede bestreden beslissing. Verzoeksters raadsman reageert er met een e-mail van 26 oktober 2016 als volgt op: “Mijn cliënten menen dat deze beslissing onterecht is aangezien de voorwaarden om de tempel te sluiten niet langer voor handen zijn. De beslissing om de tempel te sluiten werd destijds genomen met de volgende overweging: „de Sikh-tempel.... wordt in toepassing van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet met onmiddellijke ingang gesloten tot er duidelijkheid is geschapen wie effectief verantwoordelijk is voor de Sikh tempel en tot dat de veiligheid opnieuw kan worden gegarandeerd. Cliënten hebben ondertussen bewijs bijgebracht van het feit dat de VZW eigenaar is van het gebouw alsook van de beslissingen en benoemingen binnen de VZW en de publicaties hiervan in het Belgisch Staatsblad. Het feit dat bepaalde personen beweren dat de publicaties vals zouden zijn of er malversaties binnen de VZW zouden gebeuren en trachten deze discussie via de Stad en U als burgemeester te beslechten mag niet leiden tot een beslissing om de tempel verder gesloten te houden. X-16.774-5/18 Deze discussies dienen te worden beslecht via de rechtsmiddelen die hiertoe bestaan, hetzij via de correctionele hetzij via de burgerlijke rechtbanken. Mijn cliënten zien zich dan ook genoodzaakt om, in afwachting van een wijziging van deze beslissing, de verdere sluiting aan te vechten via de geëigende administratiefrechtelijke wegen.” IV. Ontvankelijkheid A. Belang Standpunt van de verwerende partij
  10. In de memorie van antwoord betwist de verwerende partij in een eerste exceptie dat verzoekster over het rechtens vereiste belang beschikt. Zij meent in de eerste plaats dat het nadeel “geenszins persoonlijk van aard” zou zijn, omdat niet verzoekster maar de sikhgemeenschap de nadelen van de bestreden beslissing zou ondervinden. Voorts doet zij gelden dat verzoekster met het beroep het statutaire doel waarvoor zij is opgericht te buiten gaat: het blijkt niet dat zij mag instaan voor de organisatie van de geloofsbelijdenis en evenmin blijkt dat zij tot doel heeft om de belangen van de sikhgemeenschap in België te behartigen. Rest volgens de verwerende partij nog het beweerde nadeel dat de werking van de tempel in gevaar zou worden gebracht doordat verzoekster verstoken blijft van de noodzakelijke giften die zij normaal tijdens de diensten zou ontvangen: dit nadeel betreft een hypothetisch belang.
  11. In de laatste memorie benadrukt de verwerende partij aanvullend dat de Raad van State bij de beoordeling van het rechtens vereiste belang slechts rekening mag houden “met de belangen, zoals omschreven door verzoekende partij zelf tijdens de procedure”; een ander dan het initieel bepleite belang kan de ontvankelijkheid niet staven. Verzoeksters gebrek aan belang kan niet geremedieerd worden door te verwijzen naar haar eigenaarschap: “Verzoekende partij heeft dergelijk „belang‟ nooit aangehaald”. X-16.774-6/18
  12. Met een brief van 17 september 2018 deelt de verwerende partij mee dat er met verzoekster een convenant is gesloten en dat het sluitingsbevel van de burgemeester van 9 september 2016 is opgeheven op 26 juli
  13. Het is dan ook waarschijnlijk, aldus de verwerende partij, dat zo het beroep al niet zonder voorwerp is geworden, verzoekster niet meer over het vereiste actueel belang beschikt. Beoordeling
  14. Verzoekster verantwoordt haar belang bij het beroep als volgt in het verzoekschrift: “Verzoekster is als eigenaar van het gebouw en verantwoordelijke voor de tempel rechtstreeks getroffen door de bij de bestreden beslissing opgelegde sluiting zodat zij beschik[t] over het rechtens vereiste belang.” Anders dus dan de verwerende partij beweert, beroept verzoekster zich ter verantwoording van haar belang wel degelijk op haar eigenaarschap van de tempel en deed zij dat bovendien van meet af aan, in het inleidend verzoekschrift.
  15. Als eigenaar doet zij blijken van een toereikend belang bij de bestreden politiemaatregelen. Dit belang bij de vernietiging van de politiemaatregelen, die verzoekster bijna volle twee jaar moest ondergaan, gaat niet teloor omdat de verwerende partij de maatregelen uiteindelijk vanaf 26 juli 2018 heeft opgeheven.
  16. De exceptie is ongegrond. X-16.774-7/18 B. Procesbevoegdheid Standpunt van de partijen
  17. In een tweede exceptie werpt de verwerende partij tegen dat “er voldoende indiciën [zijn] dat er minstens op het moment van gedinginleiding, geen regelmatige beslissing om in rechte te treden voorhanden is geweest”. Ter staving hiervan verwijst zij “inzonderheid naar de volgende omstandigheden” die volgens haar volstaan “om het wettelijk vermoeden van het rechtsgeldig in rechte treden te weerleggen, minstens de bewijslast om te keren”: - “Binnen de aanwezige Sikh-gemeenschap bestaan interne spanningen omtrent de vertegenwoordiging / verantwoordelijkheid omtrent de Sikhtempel Guru Nanak Sahib. Meerdere personen claimen – minstens op moment van gedinginleiding – de vertegenwoordiging van de Sikhtempel”. - “Niettegenstaande verzoekster in onderhavig geschil (enkel) wordt vertegenwoordigd door Mr. Vanparrijs, is moeten blijken dat zij tevens zou vertegenwoordigd worden door Mr. Ayoubi […]”. - “Dat verzoekende partij zich er blijft van weerhouden om – ook na de expliciete toelichting van de burgemeester – het nodige te doen op vennootschapsrechtelijk niveau (i.e. aanduiding van een raad van bestuur), doet kennelijk vermoeden dat zij niet bekend is met de (beslissings-)principes uit het vennootschapsrecht”.
  18. Verzoekster verwijst, in haar repliek in de memorie van wederantwoord, naar haar stuk 13, zijnde de beslissing van raad van bestuur van 26 oktober 2016 tot het instellen van onder meer een vernietigingsberoep en tot het voeren van iedere procedure om zo snel mogelijk de heropening van de tempel te verkrijgen. Voorts betoogt verzoekster onder andere dat de situatie “uitermate duidelijk” is: “er is slechts één eigenaar en dat is de VZW en deze wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar Raad van Bestuur die de huidige (én enige) raadslieden van verzoekster aanstelde”. De enige oorzaak van een eventuele verwarring is het feit dat tegenpartij zelf verwarring creëert: X-16.774-8/18 “[namelijk] door met „iedereen‟ te spreken die zich aanbiedt en deze dan voetstoots te beschouwen als „vertegenwoordiger van de Sikh- gemeenschap‟, niettegenstaande geen enkel mandaat wordt aangetoond. Verzoekster daarentegen heeft, van in het begin, en op het eerste verzoek van tegenpartij, duidelijk aangetoond wie eigenaar en, gelegitimeerde gesprekspartner was. Tegenpartij stelt enerzijds dat zij duidelijkheid wenste te krijgen omtrent de huidige eigenaar van het gebouw. En omtrent het bestuur van de VZW. Verzoekster brengt het bewijs daarvan bij. Vervolgens gaat tegenpartij praten met, zoals zij zelf aangeeft (en waaruit dus blijkt dat zij weldegelijk op de hoogte is van het feit dat deze „mandaten‟ niet langer actueel zijn), de „oorspronkelijke‟ (dus voormalige) „eigenaar‟ van het pand… en „vroegere‟ bestuurders van de VZW. Dit is uiteraard zelf de verwarring creëren, waar men zich nu niet kan op gaan beroepen.”
  19. In de laatste memorie verklaart de verwerende partij “zich te richten naar de wijsheid van Uw Raad”, waarna zij uitlegt dat de doorslaggevende redenen waarom zij aan het mandaat van de raadslieden van verzoekster twijfelt, ontstaan zijn na 17 februari
  20. Volgens haar is er nog steeds tegenstrijdigheid, chaos en grote onzekerheid in de tempel, diens bestuur en organisatie. Beoordeling
  21. Verzoekster brengt als stuk 13 een afschrift bij van de beslissing van haar raad van bestuur van 26 oktober 2016 waarbij aan advocaten I. Wouters en W. Vanparijs opdracht wordt gegeven om tegen het sluitingsbevel van 9 september 2016 een vernietigingsberoep bij de Raad van State in te stellen en “om iedere procedure te voeren om zo snel mogelijk de heropening van de tempel te bekomen”. De beslissing is ondertekend door de vier bestuurders van verzoekster, van wie de benoeming als zodanig werd bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 10 oktober
  22. De exceptie is derhalve ongegrond. X-16.774-9/18 Daar vermogen de bezwaren waarmee de verwerende partij schermt, over de tegenstrijdigheid en onzekerheid met betrekking tot wie voor de tempel mag opkomen en ervoor verantwoordelijk is, geen afbreuk aan te doen. Reeds op 7 september 2016 merkte de burgemeester in dit verband niet onterecht op (administratief dossier, stuk 7): “Voor het stadsbestuur zijn officieel de vertegenwoordigers van de Sikh- tempel, de personen wier naam in het Belgisch Staatsblad zijn vermeld. Deze personen zijn ook verantwoordelijk als er iets gebeurt in de Sikh- tempel.” V. Ten gronde Standpunt van de partijen
  23. Verzoekster voert in een eerste middel, tweede onderdeel, de “afwezigheid van uitdrukkelijke, afdoende en wettelijk toelaatbare motivering” aan. Toegelicht wordt onder meer dat de sluiting voornamelijk gebaseerd is op de overweging dat het niet duidelijk is wie de effectieve vertegenwoordigers zijn van de sikhtempel of wie de effectieve eigenaar en huurder is van het gebouw in kwestie, dat dit noch wettelijk noch afdoende is voor een sluiting op basis van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, dat die gegevens via het kadaster en het Belgisch Staatsblad verkregen kunnen worden, en dat verzoekster ze ondertussen zelf heeft bijgebracht. Eveneens argumenteert verzoekster dat de ruzie met vechtpartij op 4 september 2016 werd beëindigd zonder enig ernstig geweld en zonder enige verwonding, en dat de loutere, ongefundeerde beschuldigingen of zelfs bedreigingen van individuen die belang hebben bij een sluiting van de tempel niet kunnen volstaan ter motivering om de tempel effectief te sluiten. Bovendien heeft verzoekster zich formeel geëngageerd om in te staan voor de orde en rust in en om de tempel. Een derde onderdeel van het eerste middel voert het beginsel patere legem quam ipse fecisti aan: niettegenstaande verzoekster onomstotelijk aantoonde dat zij eigenaar is van de tempel en verantwoordelijk voor de werking X-16.774-10/18 ervan, en nu zij zich ook formeel geëngageerd heeft om de orde en veiligheid te garanderen, desnoods middels het inschakelen van een erkende privé- bewakingsdienst, blijft de verwerende partij bij de sluiting van de tempel. Hieruit blijkt de “afwezigheid van [een] uitdrukkelijke, afdoende en wettelijk toelaatbare motivering” van de bestreden beslissing.
  24. Volgens de verwerende partij is het middel kennelijk onontvankelijk omdat niet wordt verduidelijkt op welke bestreden beslissing het betrekking heeft. Voorts doet de verwerende partij gelden dat er te dezen tegen de sikhtempel moest worden opgetreden omdat hij een gevaar vormde voor de bezoekers. Uit verschillende gesprekken die de burgemeester had met verschillende sikhgelovigen “bleek dat er chaos en onzekerheid heerst binnen het bestuur en het beheer van de Sikhtempel waar – zoals verzoekster zelf meedeelt – duizenden bezoekers zouden komen bidden”. Verschillende groeperingen binnen de sikhgemeenschap beschuldigden elkaar van mensenhandel en mensensmokkel; verschillende betrokkenen vroegen expliciet om verkiezingen binnen de sikhgemeenschap te organiseren, in meer politietoezicht te voorzien en zelfs om de tempel te sluiten. De burgemeester beoogde bijgevolg in eerste instantie tegemoet te komen aan de vrees van de sikhgemeenschap en verdere chaos en vechtpartijen te voorkomen. Samen met de openbareveiligheidsverstoring in de sikhtempel, vermeldde de burgemeester als reden voor de sluitingsmaatregel ook expliciet de onduidelijkheid met betrekking tot de verantwoordelijken voor de tempel, waardoor de veiligheid van de bezoekers in de tempel niet gegarandeerd kan worden. Op grond van de onbetwistbare precedenten en de vastgestelde feiten werd de onmiddellijke sluiting bevolen tot er duidelijkheid was over wie effectief verantwoordelijk is voor de sikhtempel en tot de veiligheid opnieuw gegarandeerd kan worden. X-16.774-11/18 Volgens de verwerende partij wordt geen enkel van de motieven door verzoekster weerlegd en moet worden vastgesteld dat de identiteit van de verantwoordelijken voor de tempel alleen maar onduidelijker is geworden. Aangezien op het ogenblik van de tweede bestreden beslissing nog niet voldaan was aan de voorwaarden voor een heropening, is ook die beslissing verantwoord. Niet alleen was onvoldoende uitgeklaard wie verantwoordelijk is voor de tempel, bovendien moet “de veiligheid van de Sikhtempel […] kunnen worden gegarandeerd (minstens door verantwoordelijke(n) die gedragen worden door de Sikhgemeenschap)”.
  25. In de laatste memorie merkt de verwerende partij nog op dat feitelijkheden van na de bestreden beslissingen niet bij de beoordeling van de wettigheid ervan betrokken mogen worden. Zij wijst erop dat het om de sluiting te kunnen blijven verantwoorden, niet vereist is dat er zich nieuwe incidenten voordeden. Het werkelijk doel van de sluiting bestaat erin “dat dient aangetoond te worden dat het bestuur aanvaard wordt door de gemeenschap, zodanig dat er geen onrust en veiligheidsprobleem meer [kunnen] zijn”. Die duidelijkheid, feitelijk en juridisch, is er volgens de verwerende partij op datum van 22 mei 2018 nog niet. Een discrepantie tussen het bijgebrachte uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 26 september 2016 en de kruispuntbank der ondernemingen onderstreept dat. Beoordeling
  26. Het besproken middel viseert de beide bestreden besluiten, zonder onderscheid. Hierover is er geen onduidelijkheid.
  27. Krachtens artikel 135, § 2, eerste lid, van de nieuwe gemeentewet hebben de gemeenten tot taak om ten behoeve van de inwoners in een goede politie te voorzien, onder meer over de veiligheid en de rust op de openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. X-16.774-12/18 Weliswaar moet de gemeente voor haar optreden op grond van die bepaling kunnen steunen op vaststaande en draagkrachtige motieven, hetgeen onder meer inhoudt dat het aangepast is aan de concrete ordehandhavingsbehoeften en er een redelijk verband van evenredigheid mee vertoont.
  28. De directe aanleiding tot de bestreden beslissing is “een ruzie en vechtpartij” van 4 september 2016 in de sikhtempel te Vilvoorde, Lange Molenstraat
  29. Daarover zijn geen bijzonderheden bekend. Volgens verzoekster hield het voorval geen ernstig geweld in en werd door niemand enige verwonding opgelopen. Dat wordt door de verwerende partij niet betwist. Mogelijk bevat het “verslag 903296/16”, waarnaar stuk 6 van het administratief dossier verwijst, meer informatie, maar dit verslag wordt door de verwerende partij niet overgelegd: de verwerende partij bracht het niet bij in het kader van de vordering tot schorsing en, opvallend, evenmin nadien, in reactie op de opmerking hierover in (randnummer 10 van) het arrest nr. 237.622 van 10 maart 2017 over de schorsingsvordering.
  30. Het voorval brengt de burgemeester ertoe om op 6 september 2016 samen te gaan zitten met “de volgens het Belgisch staatsblad officiële vertegenwoordigers van de Sikh-tempel”, en op 7 september 2016 met een groep leden van wat de “Sikh-gemeenschap” wordt genoemd. Naar uit de verslagen van de bijeenkomsten blijkt, bestaan tussen beide groepen spanningen; er zijn wederzijdse beschuldigingen van mensenhandel en bedreigingen. Beide groepen verwachten in de komende tijd nog problemen en inzonderheid dat er zich geweld voordoet tijdens de religieuze verkiezingen van “aanstaande zondag”.
  31. Sluit de Raad van State niet uit dat de burgemeester in de gegeven omstandigheden rechtmatig van oordeel kon zijn dat er zich ter wille van de openbare orde een sluiting van de tempel opdrong, deze sluiting moest dan X-16.774-13/18 wel, om de toets aan de wettigheid te kunnen doorstaan, aangepast zijn aan de specifieke ordehandhavingsbehoeften.
  32. Concreet besloot de burgemeester met de bestreden beslissing van 9 september 2016 om de sikhtempel te sluiten “tot er duidelijkheid is geschapen wie effectief verantwoordelijk is voor de Sikh-tempel en tot dat de veiligheid opnieuw kan gegarandeerd worden”.
  33. Het eerste houdt verband met de overweging in de beslissing “dat het op dit moment niet duidelijk is wie de effectieve vertegenwoordigers zijn van de Sikh-tempel of wie de effectieve eigenaar en huurder is van het gebouw waar de Sikh-tempel gelegen is”. Die overweging is onterecht. Zoals de burgemeester in de verslagen van de bijeenkomsten van 6 en 7 september 2016 zelf doet kennen, heeft hij er goed weet van dat zijn gesprekspartners van 6 september 2016 de officiële vertegenwoordigers van de sikhtempel zijn. Het ging om de voorzitter, de penningmeester en een lid van het dagelijks bestuur, wier benoeming werd bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 20 juni
  34. Overeenkomstig de eigen verklaring van de burgemeester op 7 september 2016 (zie het citaat in fine van randnummer 15) zijn het de personen wier naam in het Belgisch Staatsblad is vermeld, die voor het stadsbestuur de officiële vertegenwoordigers van de sikhtempel zijn, en de verantwoordelijken als er iets mocht gebeuren.
  35. Aan het tweede element waarvan de burgemeester de duur van de sluiting afhankelijk maakt – “tot dat de veiligheid opnieuw kan gegarandeerd worden” – geeft hij kennelijk niet steeds dezelfde invulling. Een keer heet het “dat er heden nog steeds onvoldoende duidelijkheid bestaat omtrent de identiteit van de verantwoordelijke(n), derwijze dat de openbare orde en veiligheid nog steeds niet gegarandeerd kan worden”. In X-16.774-14/18 deze hypothese valt de voorwaarde samen met die van het ontbreken van juridische duidelijkheid over de identiteit van de verantwoordelijken en mist de voorwaarde, zoals hiervoor gezien, grond. Een andere keer gaat het er om “dat dient aangetoond te worden dat het bestuur aanvaard [of “gedragen”] wordt door de gehele gemeenschap zodat er geen onrust en veiligheidsprobleem meer is”. Zo opgevat komt de voorwaarde erop neer dat feitelijk de tempel voor een onbeperkte duur gesloten wordt totdat de burgemeester meent het aangetoond te kunnen achten dat de officiële vertegenwoordigers en verantwoordelijken voldoende “aanvaard” of “gedragen” zijn. In die hypothese is het een voorwaarde die beduidend verder gaat dan nodig om tegemoet te komen aan de concrete veiligheidsrisico‟s die de sluiting van 9 september 2016 hebben verantwoord en die inzonderheid verband hielden met de vrees voor problemen in de periode na 6 september 2016, inzonderheid ter gelegenheid van de religieuze verkiezingen van “aanstaande zondag”.
  36. De gevolgtrekking hieruit is dat de op 9 september 2016 opgelegde sluiting van de sikhtempel onvoldoende deugdelijk gemotiveerd is.
  37. Op 15 september 2016 zit de burgemeester opnieuw samen met de officiële vertegenwoordigers van de sikhtempel. Hij vraagt “vooral duidelijkheid over de verantwoordelijkheid over de tempel”. De vertegenwoordiging oppert de mogelijkheid “om – zoals bij cafés – security te plaatsen totdat de gemoederen binnen de gemeenschap bedaard zijn”. Dit kan volgens de burgemeester een oplossing zijn “maar enkel nadat er duidelijkheid is geboden over de verantwoordelijkheid over de tempel en de gedragenheid van het nieuwe bestuur binnen de gemeenschap”. Het verslag van het overleg vervolgt: “Nadien wilt de burgemeester gerust met de verantwoordelijke aan tafel gaan zitten om een oplossing te zoeken. De tempel zal in elk geval nog een tijd gesloten blijven, tot aan beide voorwaarden is voldaan en het bestuurlijk onderzoek is afgerond”. X-16.774-15/18 Met “het bestuurlijk onderzoek” wordt klaarblijkelijk gerefereerd aan het advies dat de burgemeester heeft gevraagd “bij de gerechtelijke instanties en instanties van de veiligheid van de Staat”, en dat hij nog zal vragen “in het kader van de financiële doorlichting van de vzw”. Op 14 oktober 2016 ontvangt de burgemeester eens te meer een vertegenwoordiging van het officiële bestuur van de sikhtempel. Er worden hem een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad overhandigd met betrekking tot het bestuur van verzoekster en een bewijs van het eigenaarschap van de tempel. Gevraagd wordt de sikhtempel te heropenen, onder voorwaarden en in samenspraak met de politie. De burgemeester deelt mee de ontvangen stukken te zullen doorsturen naar het parket van Halle-Vilvoorde, in het kader van het gevraagde onderzoek. Op 18 oktober 2016 herinnert verzoekster de burgemeester eraan dat hij bij het parket zou aandringen op een snelle afhandeling van het onderzoek. Gevraagd wordt naar een mogelijkheid om de voorwaarden van een heropening te bespreken. Verzoekster vraagt op 20 oktober 2016 om een oplossing op korte termijn, zodat de Diwali-feestdag van 30 oktober 2016 niet in het gedrang komt. De burgemeester antwoordt op 21 oktober 2016 dat hij de boodschap overbrengt aan wie instaan voor het onderzoek, maar dat het hem, “[g]ezien de commotie van de voorbije dagen – waarbij ook anderen opnieuw een en ander opeisen”, ten zeerste zou verbazen mocht het onderzoek tijdig afgerond zijn. Verzoekster reageert op 24 oktober 2016 dat zij niet op de hoogte is van enige commotie. Zij vraagt de tempel ten minste tijdelijk open te X-16.774-16/18 stellen voor de feestelijkheid en wijst erop dat zij zich reeds engageerde om het nodige te doen voor een correct en geweldloos verloop. Op 25 oktober 2016 besluit de burgemeester, met de tweede bestreden beslissing, om de tempel gesloten te houden.
  38. De beslissing gaat niet vergezeld van formele motieven. Voortgaande op het in vorig randnummer gegeven relaas, dienen zich als redenen om de voorwaarden voor een beëindiging van de sluiting nog steeds niet vervuld te achten, aan: - het feit dat “anderen opnieuw een en ander opeisen”, en - de gevraagde onderzoeken.
  39. Het enige spoor van het feit dat “anderen opnieuw een en ander opeisen” is het verslag van een bijeenkomst van de burgemeester op 16 september 2016 met “bestuurders van de Sikh-tempel zoals opgenomen in het B.S. 10/12/2002”. Zoals de burgemeester, getuige dat verslag, goed blijkt te weten zijn zij intussen vervangen door een nieuw officieel bestuur, in 2016 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  40. Ogenschijnlijk betreffen de aangevraagde onderzoeken hoofdzakelijk de in september 2016 geuite verwijten van mensenhandel en een financiële doorlichting van verzoekster. Als zodanig hebben ze niets van doen met de motieven waarvoor de sluiting specifiek werd opgelegd, namelijk de veiligheidsrisico‟s voor de bezoekers van de tempel. Hoe dan ook blijkt over de onderzoeken geen nadere informatie voorhanden die van aard is te doen aannemen dat ze een sluiting van de sikhtempel voor onbepaalde duur kunnen verantwoorden. X-16.774-17/18
  41. Concluderend blijkt aldus ook de tweede bestreden beslissing niet naar behoren gemotiveerd.
  42. De besproken middelonderdelen zijn gegrond. BESLISSING
  43. De Raad van State vernietigt de beslissing van de burgemeester van de stad Vilvoorde van 9 september 2016 om de sikhtempel Guru Nanak Sahib, Lange Molenstraat 14 te 1800 Vilvoorde, met onmiddellijke ingang te sluiten en de beslissing van dezelfde burgemeester van 25 oktober 2016 om de tempel gesloten te houden.
  44. De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, begroot op het rolrecht van 400 euro en een aan verzoekster verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-16.774-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.128 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.335 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.622 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.232 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.