id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.132 Rolnummer: A. 221320/VII-39900 Zaak: Arrest 243132 - Milieuvergunningen - 06/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-13 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-24 21:10 Fiche Arrest nr 243.132 van 6 december 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 243.132 van 6 december 2018 in de zaak A. 221.320/VII-39.
- In zake : Marc DIELTJENS wonende te 2280 Grobbendonk ‘t Vlot 10 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV ANTWERP EAST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gauthier van Thuyne en Esther Theyskens kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 22 december 2016 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013, houdende het verlenen aan de NV Beverdonk Container Terminal (thans: de NV Antwerp East) van de milieuvergunning voor de uitbreiding van een inrichting voor de op- en overslag VII-39.900-1/15 van containers, gelegen aan de Industrieweg 36 te Grobbendonk, deels gegrond worden verklaard en de bijzondere exploitatievoorwaarden van de beroepen beslissing worden gewijzigd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 238.575 van 20 juni 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, advocaat Joram Maes, die loco advocaat Reiner Tijs verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Veerle Pissierssens, die loco advocaten Esther Theyskens en Gauthier van Thuyne verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-39.900-2/15 Eerste auditeur Ronny vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten zijn samengevat in het schorsingsarrest nr. 238.575 van 20 juni
- Er wordt naar verwezen. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- In het eerste middel voert verzoeker de schending aan van artikel 30bis, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna: Vlarem I) en van “Titel II van vlarem”: “Doordat uit de diverse akoestische onderzoeken is gebleken dat de grenswaarden voor geluid zowel voor de dag, avond en nachtperiode t.o.v. de woning ‘t Vlot 10 op dit ogenblik nog steeds worden overschreden, dit probleem reeds jarenlang bekend is en het bedrijf er niet in slaagt om de geluidshinder onder controle te krijgen. Terwijl de bestreden beslissing hieraan zonder meer voorbijgaat en ondanks de vastgestelde overschrijdingen de milieuvergunning verleend. Te dezen wordt verwezen naar de brieven van ondergetekende aan de Bestendige deputatie van 2 oktober 2016 en 18 oktober 2016 […] waarbij al de bewijsstukken worden opgesomd en waarvan sommige reeds in aanmerking werden genomen bij de beslissing van de Raad van State van 19 mei
- De aandacht wordt vooral gevestigd op - het ministerieel besluit van 13 november 2015 van Minister Schauvliege waarin wordt vermeld dat het bedrijf de vaststellingen van overschrijding van de geldende geluidsnormen niet VII-39.900-3/15 tegenspreekt en dat afdoende vaststaat dat er sprake is van een milieumisdrijf in hoofde van Antwerp East NV […]. - Het verslag van Luc Geens (geluidsdeskundige Andante in dit dossier optredend voor Antwerp East NV) van 7 februari 2016 […] waarin onder meer wordt vermeld dat een geluidsnormconforme activiteit van containeroverslag onverenigbaar is t.o.v. een punt op 200 m afstand van de oever (de woning ‘t Vlot 10) in een zone op minder dan 500 m van een industriezone en dat er een keuze had moeten gebeuren, ofwel geen overslagactiviteiten op de huidige locatie, ofwel een bestemmingswijziging van een (in omvang en breedte nog) te bepalen zone aan de andere kant van het water. Deze studie bewijst dat een geluidsnormconforme activiteit t.o.v. de woning ‘t Vlot 10 ook tijdens de dag periode niet kan worden gerealiseerd. - Om die reden wordt in het advies van PMVC dd. 4 oktober 2016, waarin weliswaar de rechten van de verdediging van ondergetekende worden geschonden door de weigering van de resultaten van de akoestische metingen door het PIH GL/MS/15/04 en GL/MS/15/04bis als bewijsmateriaal aan het dossier toe te voegen […] (de resultaten van de akoestische metingen mochten wel ingezien worden), door het PMVC gesteld dat om een duurzame oplossing te bereiken er op ruimtelijk vlak maatregelen genomen zullen moeten worden en een onderhandse overeenkomst tussen de exploitant en de Heer Dieltjens, voor het uitkopen van zijn eigendom aan ‘t Vlot 10 hiervoor een aanzet zou kunnen zijn. - het advies van PMVC over de evaluatie van het college besluit voorstelt geluidsproducerende activiteiten te verbieden tussen 19u en 7u omdat zowel PMVC, de voorzitter van PMVC, de heer Fransen schepen van de gemeente Grobbendonk, de heer Van Vlasselaer toezichthouder gemeente Grobbendonk in het advies van PMVC verklaren dat de vlarem-geluidsnormen ‘s avonds en ‘s nachts niet gehaald worden. […] het verslag van AMMC van 19 augustus 2016 […] aangaande de schending van de geluidsnormen tot het besluit komt het beroep gegrond te verklaren en adviseert het dossier terug te sturen naar verwerende partij om het verzoek om bestuurlijke maatregelen op te leggen opnieuw te behandelen. Geplaatst voor de vaststelling dat de toepasselijke geluidsnormen worden overschreden kan de milieuvergunning niet worden verleend zonder artikel 30bis, § 1, eerste lid van Vlarem I te schenden. Doordat voormelde rechtsplicht bestaat op het ogenblik dat de vergunningverlenende overheid uitspraak doet over de vergunningsaanvraag die haar ter beoordeling is voorgelegd. Daaruit volgt dat de vergunningverlenende overheid, geplaatst voor een onzekerheid omtrent de mogelijkheid tot naleving van de toepasselijke geluidsnormen, niet kan volstaan met het opleggen, als bijzondere vergunningsvoorwaarde, van maatregelen waarvan niet vaststaat dat zij effectief zullen remediëren aan de voorgestelde normoverschrijdingen. VII-39.900-4/15 Terwijl de bestreden beslissing hieraan zonder meer voorbij gaat en ondanks de vastgestelde tekortkomingen de milieuvergunning wordt verleend. Te dezen wordt verwezen naar : - Het feit dat het AMV bijzondere voorwaarden voorstelt die de geluidshinder moeten verminderen zonder te garanderen dat geluidsnormconform kan gewerkt worden. Het niet garanderen kan wordt afgeleid uit de beslissing van de bestendige deputatie dat de exploitant binnen een termijn van 3 maanden na datum vergunningverlening het bewijs levert van realisatie en/of implementatie van de hierboven opgesomde maatregelen, gestaafd door een controlemeting, uitgevoerd door een erkend deskundige geluid, waaruit moet blijken dat aan de geluidsnormen van Vlarem II wordt voldaan. Indien nodig dienen saneringsmaatregelen met timing van uitvoering voorgesteld te worden. - De Voorzitter van PMVC vaststelt dat de vlarem-geluidsnormen ‘s avonds en ‘s nachts niet gehaald worden en pleit voor een structurele oplossing - De heer Van Vlasselaer, toezichthouder van de gemeente, in de hoorzitting verklaart (zie advies PMVC van 4 oktober) dat het akoestisch onderzoek aantoont dat er gedurende de avond- en nachtperiode niet voldaan kan worden aan deze normen. De ‘knutselwerken’ aan de bestaande machines bieden geen structurele oplossing. Het bedrijf zal met ander materiaal moeten werken en stelt dat de Gottwald-kraan vervangen zou moeten worden door een portaalkraan. […] - In het verslag van PMVC van 23 augustus 2016 een deskundige opmerkt dat er overschrijdingen worden vastgesteld van de geluidsnormen. Hij stelt vast dat er moet gestreefd worden naar een structurele oplossing en dat het daarom belangrijk is om te bepalen, hoe lang men nog verder wil gaan met ‘morrelen’ aan de bestaande infrastructuur. - Door het besluit van de bestendige deputatie van 22 december 2016 wordt een bijzondere voorwaarde opgelegd om een muur van containers op te richten maar Mevrouw Manas, legal officer van Antwerp East nv, verklaart desbetreffend dat in sommige gevallen de containermuur een versterkend effect heeft. Ook AMV verklaart dat de geluidstudie van het PIH heeft aangetoond dat deze muur geen grote oplossing is en soms zelfs een negatief effect heeft. - Door het besluit van de bestendige deputatie wordt ook een GPS/GSM - gekoppeld meetsysteem geïnstalleerd dat voor een striktere, correctere opvolging van geluidsproducerende activiteiten moet zorgen maar dat in het stappenplan […] voor de aanbevelingen door PIH geopteerd wordt voor permanente meetpunten verder verwijderd van de containerterminal waardoor de berekeningen en weergave van geluidsproductie corrector wordt. In die zin werd door Dieltjens Marc reeds herhaaldelijk om een meetpunt aan ‘t Vlot 10 te voorzien die een permanente akoestische VII-39.900-5/15 en juridisch bewijskrachtige geluidsmeting ter beschikking stelt. Door Luc Van Vlasselaer wordt in het PMVC verslag trouwens gewezen op het verschil, tussen de metingen op het bedrijf en de perceptie aan de overkant van het kanaal. Geplaatst voor de vaststelling dat de schending van art 30bis, § 1, eerste lid zich voordoet op het ogenblik van de vergunningverlening kan de beoordeling van de wettigheid van het thans bestreden besluit geen acht slaan op latere feitelijke ontwikkelingen in de betrokken bedrijfsvoering en/of besluiten waarbij aan de exploitant bijkomende maatregelen worden opgelegd. Door het opleggen van de bijzondere voorwaarde: ‘de exploitant levert binnen een termijn van 3 maanden na de datum vergunningverlening het bewijs van realisatie en/of implementatie van de hierboven opgesomde maatregelen, gestaafd door een controlemeting, uitgevoerd door een erkend deskundige geluid, waaruit moet blijken dat aan de geluidsnormen van Vlarem II wordt voldaan. Indien nodig dienen saneringsmaatregelen met timing van uitvoering voorgesteld te worden. Dit rapport dient bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen en de AMV’ kan de bestendige deputatie op het ogenblik van de bestreden milieuvergunning niet beschikken over concrete en afdoende garanties dat de vergunde inrichting zal voldoen aan de geldende milieuvoorwaarden. Nog minder kan de bestendige deputatie redenen zien om met het bestreden besluit de geluidsproducerende activiteiten uit te breiden van 6u tot 22u behalve op zon- en feestdagen. (uitbreiding tot activiteiten tijdens de nacht en avond waarvoor strengere geluidsnormen gelden.) Zoals hiervoor reeds vermeld toont de studie ANDANTE aan dat t.o.v. de woning ‘t Vlot 10 het onmogelijk is de geluidsnormen voor overdag te halen. […]”.
- De verwerende partij wijst in de eerste plaats op de bijzondere voorwaarden die aan de bestreden milieuvergunning worden verbonden. Deze voorwaarden zijn volgens haar “uiterst streng en zeer strikt en beperken de hinder alleszins maximaal”. In zoverre verzoeker verwijst naar bestaande geluidsstudies zouden deze niet dienend zijn aangezien in deze studies geen rekening werd gehouden met de invloed van de opgelegde bijzondere voorwaarden. Daarenboven benadrukt zij dat “om de toenemende activiteiten op het bedrijventerrein en de woonfunctie in de huidige situatie te laten samengaan, de nv Scheepvaart een geluidswal zal plaatsen aan de overzijde van het Albertkanaal en dat deze maatregel toelaat om de huidige werking van Antwerp East niet te hypothekeren door het opleggen van strenge werktijden”. De werken voor de aanleg van deze wal zouden starten vóór april
- Zij zet voorts uiteen dat “[d]e exploitant […] door de reeds geakteerde melding van klasse 3-inrichtingen het recht [heeft] tot exploiteren van de containerterminal” en dat de inrichting volgens het geldende VII-39.900-6/15 ruimtelijk uitvoeringsplan gelegen is in een “regionaal bedrijventerrein met watergebonden activiteiten” dat voorziet in de ontwikkeling van “logistiek complementaire en logistiek ondersteunende activiteiten, inclusief exploitatie van intermodale en laad- en losinfrastructuur”.
- De tussenkomende partij repliceert dat het eerste middel gegrond is op de verkeerde premisse dat de betrokken geluidsnormen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna: Vlarem II) grenswaarden zouden zijn, terwijl te dezen de waarden aangegeven in Vlarem II richtwaarden betreffen. Artikel 2.2.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (hierna: DABM) omschrijft richtwaarden als waarden die het milieukwaliteitsniveau bepalen dat zoveel mogelijk moet worden bereikt of gehandhaafd. Enkel wanneer de bepalingen van Vlarem II zelf en uitdrukkelijk stellen dat een bepaalde geluidsnorm een grenswaarde is, moeten deze als zodanig worden gerespecteerd. Daarnaast is de exploitant tevens verplicht zich als een normaal, zorgvuldig persoon te gedragen en steeds de Beste Beschikbare Technieken (hierna: BBT) toe te passen, waarbij deze technieken haalbaar dienen te zijn uit bedrijfseconomisch en uit bedrijfstechnisch oogpunt. Te dezen is de tussenkomende partij aldus verplicht om de richtwaarden inzake geluid zoveel als mogelijk te respecteren, waarbij zij als een normaal zorgvuldig persoon de BBT moet toepassen. De verwerende partij diende bij het nemen van de bestreden beslissing niet absoluut zeker te zijn dat de geluidsnormen steeds zouden worden gerespecteerd door de tussenkomende partij, zoals verzoeker verkeerdelijk beweert in het verzoekschrift. De verwerende partij beschikte hierbij over een ruime beoordelingsbevoegdheid en diende geen rekening te houden met eventuele inbreuken van de tussenkomende partij in het verleden, noch met de vraag of zij de opgelegde exploitatievoorwaarden ook effectief zou (kunnen) naleven. Dat de tussenkomende partij de richtwaarden inzake geluid zoveel als mogelijk respecteert, zoals een normaal, zorgvuldig exploitant met inachtname van de BBT, blijkt volgens haar uit de talloze geluidsreducerende maatregelen die zij het voorbije jaar geïmplementeerd heeft, de alternatieve machines en maatregelen die VII-39.900-7/15 zij onderzocht heeft en de beperkte overschrijdingen van de toepasselijke geluidsnormen die nog plaatsvinden. Er is echter gebleken dat er voor wat de meest geluidsintensieve machines betreft, de Reachstacker en de Kraan, geen alternatieven beschikbaar en/of technisch en bedrijfseconomisch haalbaar zijn die minder geluid zouden produceren dan de huidige machines. Deze beantwoorden dan ook aan de BBT. Naar het standpunt van de tussenkomende partij kon, op basis van die vaststellingen, de bestreden beslissing op basis van artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I worden genomen. Daarenboven werden bijzondere voorwaarden opgelegd die de naleving van de richtwaarden inzake geluid bijkomend garanderen en monitoren. Hierbij diende geen rekening te worden gehouden met de eventuele inbreuken in het verleden, aangezien de nieuwe vergunning slechts voor de toekomst zal gelden. Daarenboven is ook de kwestie in verband met de toekomstige naleving van de exploitatievoorwaarden niet dienstig om de wettigheid van de bestreden beslissing aan te vechten.
- In de laatste memorie stelt de verwerende partij dat in de mate het middel uitgaat van een overschrijding van grenswaarden, het faalt naar recht. In de mate in het auditoraatsverslag wordt gesteld dat de bestreden beslissing geen afdoende motieven bevat om af te wijken van de geluidsnormen als richtwaarden, wordt volgens de verwerende partij een afwijkende draagwijdte gegeven aan het eerste middel waarin niet de schending van de formelemotiveringsplicht werd aangevoerd. De loutere vaststelling dat een aanvraag niet zou voldoen aan de geluidsnormen, betekent niet automatisch dat er geen milieuvergunning kan worden afgeleverd, maar de overheid kan het naleven van de eisen vervat in Vlarem I en II wel degelijk garanderen door het opleggen van bijzondere exploitatievoorwaarden. Een van die voorwaarden betreft net het bijbrengen van een controlemeting, uitgevoerd door een erkend deskundige geluid, waaruit enerzijds blijkt dat de vergunninghouder alle maatregelen heeft gerealiseerd of geïmplementeerd en anderzijds dat aan de geluidsnormen van Vlarem II wordt voldaan. Het naleven van die voorwaarden, waaruit de naleving van de Vlarem II-richtwaarden moet blijken, sluit wel degelijk elke vorm van geluidshinder uit. Zelfs indien de opgelegde voorwaarden niet elke vorm van VII-39.900-8/15 geluidshinder zouden uitsluiten, kunnen de richtwaarden wel degelijk worden overschreden zolang de geluidshinder aanvaardbaar kan worden geacht. De verwerende partij heeft volgens haar wel degelijk binnen de grenzen van haar discretionaire bevoegdheid gehandeld, en verzoeker toont niet aan dat zij een kennelijk onredelijke beoordeling van de ter plaatse bestaande situatie heeft gemaakt. Beoordeling
- Bij de beoordeling van een milieuvergunningsaanvraag is de vergunningverlenende overheid ertoe gehouden om, rekening houdend met alle concrete gegevens van de zaak en de erbij betrokken uiteenlopende belangen, de hinder en de risico’s voor de mens en het leefmilieu te onderzoeken en, op grond van de precieze bevindingen van dat onderzoek, de passende eindconclusies te trekken. Artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I, in de op het geding toepasselijke versie, bepaalt dat een vergunning kan worden verleend wanneer deze voorwaarden bevat welke garanderen dat de inrichting voldoet aan de eisen die door dit reglement en titel II van Vlarem zijn gesteld en dat de vergunning wordt geweigerd wanneer dat niet het geval is. De aan de vergunningverlenende overheid toegewezen beoordelingsbevoegdheid impliceert onder meer dat onderzocht moet worden of de ongemakken, inherent aan de voorgenomen exploitatie, de perken van de normale hinder niet te buiten gaan. Daarbij moet de overheid uitgaan van gegevens die op het ogenblik van de beslissing over de vergunningsaanvraag een voldoende hoge graad van zekerheid vertonen. Aangezien de leefmilieuregelgeving in de eerste plaats bestaat ter bescherming van de mens en het leefmilieu, kan een vergunning niet worden verleend zonder een voldoende, voorafgaandelijk, inzicht in de milieueffecten en de beheersing ervan. VII-39.900-9/15
- Blijkens het besluitvormingsproces dat tot de bestreden beslissing heeft geleid, is er sprake van een fundamentele hinderproblematiek voor de aan de overzijde van het Albertkanaal gelegen woningen. In het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie (hierna: PMVC) van 4 oktober 2016 wordt uitdrukkelijk gesteld dat “uit verschillende documenten blijkt dat de Vlarem-geluidsnormen ’s avonds en ’s nachts niet gehaald worden” en dat, althans volgens de voorzitter van de PMVC, “de kleine ingrepen aan isolatie e.d. niet de grote oplossingen zijn en dat het realiseren van een geluidsbuffer niet van vandaag op morgen gerealiseerd kan worden”. Ook blijkt dat derden-belanghebbenden naar aanleiding van de hoorzitting een geluidsonderzoek “ENA-Info m.b.t. AE Grobbendonk. Samenvatting inzake geluid” hebben neergelegd. In dit onderzoek wordt onder meer gesteld dat “[d]oor de beoordeling uit de ENA-studie t.o.v. de woonkernen van Grobbendonk te interpreteren als een beoordeling t.o.v. de dichtste woningen aan de andere kant van het water, en door de andere benadering in de ENA-studie (die gericht was op die woonkernen en niet t.o.v. de dichtste woningen zoals expliciet vermeld), is er een onderschatting van de geluidsimpact die 12 à 13 dB(A) bedraagt overdag en van een waarde die tot ca. 15 dB(A) kan oplopen t.o.v. de avond en de nacht”, dat “geluidgevoelige bestemmingen (bewoning dus) op een nodige afstand moeten gehouden worden (hadden moeten gehouden worden) t.o.v. de activiteiten zone van Beverdonk”, dat “de zone aan de overkant van het water minstens [zou] moeten wijzigen in industriezone of gelijkwaardig (zone voor openbaar nut of dienstverleningsgebied)” en dat “bij elke bestemmingswijziging - hoe dan ook, aandacht [dient] besteed aan de omvang van de geluidsproblematiek”.
- In de bestreden beslissing wordt verwezen naar de “beleidsmatige keuze” om ter plaatse een bedrijventerrein met watergebonden activiteiten uit te bouwen, doch deze keuze laat onveranderd dat de verwerende partij als vergunningverlenende overheid ertoe gehouden is te onderzoeken of de ongemakken, inherent aan de voorgenomen exploitatie, al dan niet de perken van VII-39.900-10/15 de normale hinder te buiten gaan. Voorts wordt over de concrete kenmerken van de door de NV De Vlaamse Waterweg geplande geluidswal en de effectiviteit ervan geen enkele uitleg verschaft -ook niet in de laatste memories die werden neergelegd na de vermoedelijke startdatum van de werken aan de wal in april 2017- zodat des te meer niet kan worden aangenomen dat de verwerende partij op het ogenblik van de vergunningverlening een voldoende inzicht had in de mogelijkheid tot beheersing van de geluidshinder, en al zeker niet om de werktijden van de containerterminal te verruimen van 6.00 uur tot 22.00 uur. De bestreden beslissing poneert dat de opgelegde bijzondere voorwaarden “strikt zijn en de hinder maximaal beperken in deze uiterst complexe situatie”. Er wordt evenwel niet aannemelijk gemaakt in welke mate deze maatregelen, ondanks voormelde studies en onderzoeken, de geluidsniveaus zullen milderen zodat de exploitatie te allen tijde aan de geldende geluidsnormen zal voldoen, minstens de geluidshinder tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt, wat overeenkomstig artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I vereist is om de vergunning te kunnen verlenen. Het opleggen als bijzondere vergunningsvoorwaarde van een controlemeting “waaruit moet blijken dat aan de geluidsnormen van Vlarem II wordt voldaan”, houdt niet de door artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I vereiste garanties in. De daaropvolgende voorwaarde dat “[I]ndien nodig [...] saneringsmaatregelen met timing van uitvoering [dienen] voorgesteld te worden”, doet er integendeel van blijken dat er op het ogenblik van de vergunningverlening nog geen voldoende waarborgen voorhanden zijn om de vergunning te kunnen verlenen. De verwerende partij maakt niet aannemelijk, met de krachtens artikel 30bis van Vlarem I vereiste stellige zekerheid, dat de geluidshinder en de effecten op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie “tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt”. De beslissing schendt daardoor artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I. VII-39.900-11/15
- De omstandigheid dat, naar het standpunt van de tussenkomende partij, de in dit geval toepasselijke geluidsnormen richtwaarden zouden betreffen die zij “zoveel als mogelijk” dient te respecteren, en waarbij zij als een normaal zorgvuldig persoon de BBT moet toepassen, doet aan voorgaande conclusie geen afbreuk. Ook de opmerking van de verwerende partij, zoals ook vermeld in de bestreden beslissing, dat de exploitant door de reeds geakteerde melding van klasse 3 -inrichtingen het recht heeft tot het exploiteren van de containerterminal, is voor de beoordeling van het rechtspunt irrelevant. Overigens waren aan deze aktename door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk eveneens bijzondere voorwaarden verbonden wat onder meer de geluidsproducerende activiteiten na 19 uur en op zaterdag, zon- en feestdagen betreft. Het eerste middel is gegrond. V. Verzoek tot bevel
- Verzoeker vraagt in zijn laatste memorie “te bevelen dat de milieumisdrijven onmiddellijk moeten ophouden”, en in ondergeschikte orde, met toepassing van artikel 36, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, “de Gouverneur van de provincie Antwerpen te bevelen binnen de 3 dagen na de betekening van het arrest op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag een beslissing te nemen die de milieumisdrijven onmiddellijk laat stoppen”. Te dezen houden het vernietigingsarrest en de motieven ervan in dat de verwerende partij opnieuw uitspraak moet doen over het bestuurlijk beroep dat verzoeker heeft ingesteld tegen de in eerste aanleg verleende vergunning van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juni
- Vooralsnog staat niet vast dat de nieuw te nemen beslissing gedetermineerd wordt door een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. VII-39.900-12/15 De Raad van State is in ieder geval niet bevoegd om, in de plaats van de bevoegde bestuurlijke overheid, een bevel te geven “dat de milieumisdrijven onmiddellijk moeten ophouden”. Overeenkomstig artikel 36, § 1, eerste lid, eerste zin, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan de afdeling bestuursrechtspraak, waarbij een vordering in die zin is ingesteld, “[w]anneer het arrest inhoudt dat de betrokken overheid een nieuwe beslissing neemt, […] in dat arrest bevelen dat die beslissing binnen een bepaalde termijn moet worden genomen”. Na de kennisgeving van voorliggend arrest, beschikt de verwerende partij opnieuw over een volle termijn van in beginsel vier maanden, bedoeld in artikel 23, § 1, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, in de op het geding toepasselijke versie, om een nieuwe beslissing te nemen over de ingestelde beroepen. Intussen valt de exploitatie van de tussenkomende partij terug op de aktename door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 17 juni 2013 van een klasse 3-inrichting binnen de aldaar opgelegde bijkomende voorwaarden. Voorts heeft de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw op 3 juli 2018, op vraag van verzoeker, aan de tussenkomende partij bestuurlijke maatregelen opgelegd, in toepassing van titel XVI “Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen” DABM. Om die redenen alleen al wordt niet op het verzoek tot bevel ingegaan in het kader van voorliggende procedure. VI. Rechtsplegingsvergoeding
- Verzoeker vraagt in zijn laatste memorie om “de kosten van [de] voorziening ten laste van [de] verwerende partij te leggen, waaronder […] het betalen van de rechtsplegingsvergoeding begroot op het basisbedrag”. VII-39.900-13/15
- Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is een rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Er is te dezen dan ook geen aanleiding tot het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 22 december 2016 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013, houdende het verlenen aan de NV Beverdonk Container Terminal (thans: de NV Antwerp East) van de milieuvergunning voor de uitbreiding van een inrichting voor de op- en overslag van containers, gelegen aan de Industrieweg 36 te Grobbendonk, deels gegrond worden verklaard en de bijzondere exploitatievoorwaarden van de beroepen beslissing worden gewijzigd. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 400 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-39.900-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.900-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.132 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.575 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div