← België

Arrest 243139 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 06/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.139 Rolnummer: A. 225052/X-17215 Zaak: Arrest 243139 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 06/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-18 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-24 23:09 Fiche Arrest nr 243.139 van 6 december 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 243.139 van 6 december 2018 in de zaak A. 225.052/X-17.

  1. In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivia Delille kantoor houdend te 8750 Zwevegem Meiboomstraat 4F bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. de STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Maus kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4b bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 12 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Burgemeester van 13 oktober 2017, in de zaak aldaar gekend onder referentie 720/2017/3_18/VOL03722-01/NW, tot de ongeschikt verklaring van de woning met drie deelentiteiten vanwege verzoeker, met in het verlengde opname in de gemeentelijke en Vlaamse inventaris der ongeschikte/onbewoonbare woningen gekoppeld aan invordering der gemeentelijke belastingen”. X-17.215-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis is gebracht op 19 juli
  6. Op respectievelijk 6 oktober 2018, 5 oktober 2018 en 27 september 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker, de eerste en de tweede verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november
  7. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dorian Reynaerts, die loco advocaat Michel Maus verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Valerie Van Roost, die loco advocaat Walter Muls verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. X-17.215-2/4 III. Beoordeling
  9. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  10. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Anonimisering
  11. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.215-3/4
  13. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter , bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.215-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.