← België

Arrest 243197 - Toerisme - 11/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.197 Rolnummer: A. 222443/IX-9415 Zaak: Arrest 243197 - Toerisme - 11/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-24 22:07 Fiche Arrest nr 243.197 van 11 december 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Toerisme Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 243.197 van 11 december 2018 in de zaak A. 222.443/IX-9415 In zake: Sofia SWERTVAEGHER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Saartje Spriet kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sebastiaan De Meue en Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 juni 2017, strekt tot de nietigver- klaring van: - het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2017 „tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies‟ (BS 21 april 2017); - het ministerieel besluit van 17 maart 2017 „tot bepaling van de classificatienor- men voor comfort in een erkend toeristisch logies‟ (BS 21 april 2017); - het ministerieel besluit van 17 maart 2017 „tot bepaling van de erkenningstekens voor een erkend toeristisch logies‟ (BS 21 april 2017). IX-9415-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 december
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Pieter-Jan Defoort, die verschijnt voor de verzoeken- de partij en advocaat Sebastiaan De Meue, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Achtergrond
  5. Verzoekster is eigenares en exploitant van een Bed & Breakfast (B&B) te Brugge. IX-9415-2/6 Bij beslissing van 4 oktober 2010 van de administrateur- generaal van Toerisme Vlaanderen is deze B&B in de categorie „gastenkamer‟ ingedeeld in de comfortclassificatie GK5 (vijf sterren). Volgens de toentertijd geldende regelgeving was dit de hoogste uit vijf comfortclassificaties voor gas- tenkamers in de Vlaamse kunststeden. Het decreet van 5 februari 2016 „houdende het toeristische lo- gies‟ en de met huidig beroep aangevochten uitvoeringsbesluiten hervormen de uitbatingsvoorwaarden van het toeristische logies. De exploitant van een erkend toeristisch logies kan luidens ar- tikel 7 van voormeld decreet vrijwillig voor zijn logies een comfortclassificatie aanvragen overeenkomstig de comfortclassificatienormen die worden bepaald door de Vlaamse regering. Het thans aangevochten besluit van de Vlaamse regering draagt deze bevoegdheid om de comfortclassificatienormen te bepalen op aan de minis- ter, bevoegd voor het toerisme. Blijkens de aangevochten ministeriële besluiten is de specifieke classificatie in vijf “sterren” of categorieën in de kunststeden verlaten en is de hoogste comfortclassificatie thans GK
  6. IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Vooraf
  7. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord, naast de hierna besproken exceptie, nog andere excepties op, zowel met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep als het voorwerp of de omvang ervan. Het auditoraat heeft die excepties niet onderzocht, reden waarom de Raad zich er thans ook niet over uitspreekt. IX-9415-3/6 B. Uiteenzetting van de exceptie
  8. Volgens de verwerende partij is het commerciële nadeel dat verzoekster vreest “zuiver hypothetisch”, alsof de prijs die de toerist zou willen betalen enkel wordt bepaald door de toegekende comfortclassificatie en niet door het werkelijk aangeboden comfort. Verzoekster neemt ten onrechte aan dat de toerist ingevolge de wijziging van de classificaties slechts bereid zou zijn minder te betalen voor hetzelfde logies. Zulks is onvoldoende aannemelijk om aan het belangvereiste te voldoen en wordt niet gestaafd. C. Beoordeling
  9. De bestreden besluiten – alleszins de eerste twee – zijn van verordenende aard. Voor het bestrijden van reglementaire besluiten wordt het belang eerder soepel beoordeeld. Degene op wie een reglement wordt toegepast of moet worden toegepast heeft in beginsel belang bij het aanvechten ervan, wan- neer hij daardoor in zijn belangen wordt geschaad. Voor de eventuele nietigver- klaring ervan is niet vereist dat dit de verzoekende partij een onmiddellijk voor- deel oplevert. En zelfs de omstandigheid dat een verzoekende partij als gevolg van de nietigverklaring van een reglementair besluit opnieuw een kans krijgt dat haar situatie in een gunstigere zin wordt geregeld, volstaat om haar belang bij het bestrijden ervan te verantwoorden.
  10. Niet wordt betwist dat de bestreden besluiten de persoonlijke situatie van verzoekster aangaan. De B&B die zij uitbaat genoot voorheen de hoogst mogelijke comfortclassificatie van vijf sterren in een categorie die over heel Vlaanderen geen tien gastenlogies hadden bereikt. Om te kunnen voldoen aan die hoge comforteisen heeft verzoekster overigens investeringen moeten doen. Voortaan kan zij nog steeds in de hoogst mogelijke categorie met luxesta- tus terechtkomen, maar zulks – de nieuwe classificatie GK4 is immers minder streng dan de vroegere classificatie GK5 – samen met méér gastenkamers dan IX-9415-4/6 voorheen en zonder het aureool van door de overheid erkende exclusiviteit, waarmee zij voorheen kon uitpakken om publiek aan te trekken. Anders dan de verwerende partij beweert, vormt een potentieel nadelige invloed op de eigen markt- en concurrentiepositie een voldoende en gel- dig belang. Bezwaarlijk kan dan ook worden betwist dat verzoekster over het wettig vereiste belang beschikt om de besluiten te bestrijden. Dat er ook andere mogelijkheden bestaan om zich van de concurrentie te onderscheiden, doet daar niet aan af.
  11. De exceptie is ongegrond. BESLISSING
  12. De Raad van State heropent het debat.
  13. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt met het aanvullend onderzoek belast. IX-9415-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 december 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9415-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.197 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.063 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.