← België

Arrest 243198 - Overheidsopdrachten - 11/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.198 Rolnummer: A. 226698/XII-8649 Zaak: Arrest 243198 - Overheidsopdrachten - 11/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-12 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-24 23:26 Fiche Arrest nr 243.198 van 11 december 2018 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.198 van 11 december 2018 in de zaak A. 226.698/XII-8649 In zake: de VZW SPMT - ARISTA - EXTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stéphanie Golinvaux kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 326/19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de STAD MAASEIK
  2. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAAT- SCHAPPELIJK WELZIJN VAN MAASEIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inke Dedecker kantoor houdend te 3500 Hasselt Spoorwegstraat 105 Tussenkomende partij: de VZW CLB EDPB bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mieke Liesens kantoor houdend te 3500 Hasselt Kolonel Dusartplein 34 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 13 november 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van 15 oktober 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Maaseik tot verlenen van de overheidsopdracht voor een externe dienst voor XII-8649-1/14 de preventie en bescherming op het werk met aanvang op 1 januari 2019 t.e.m. 31 december 2020, voor de werknemers tewerkgesteld bij de Stad Maaseik en het OCMW van Maaseik, aan CLB EDPB vzw”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 27 november 2018 heeft de vzw CLB EDPB gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december 2018, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaten Stéphanie Golinvaux en Stéphanie Nieuwbourg, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Inke Dedecker, die verschijnt voor de verwerende partijen, en advocaat Mieke Liesens, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De stad Maaseik schrijft, mede voor rekening van haar OCMW, een overheidsopdracht uit voor diensten met als voorwerp “Externe dienst preventie en bescherming op het werk (raamovereenkomst 24 maanden)”. XII-8649-2/14 3.
  7. De opdracht wordt gegund bij wijze van onderhandelings- procedure zonder voorafgaande bekendmaking met toepassing van artikel 42, § 1, 1°, a), van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016). 3.
  8. Het bijzonder bestek met referte 2018/136 is toepasselijk. Onder punt I.10 “Gunningscriteria” bepaalt het bestek de criteria die van toepassing zijn bij de gunning van de opdracht: “ Nr. Beschrijving Gewicht 1 Aspecten m.b.t. de kwaliteit van de dienstverlening […] 35 2 Aspecten m.b.t. de kostprijs 50 Om de offertes te vergelijken wordt op basis van vermoedelijke hoeveelheden een berekening gemaakt van de kostprijs op jaarbasis, uitgaande van de volgende gegevens: Activiteiten medisch toezicht, vaccinaties/testen, activiteiten risicobeheer, activiteiten psychosociale begeleiding, extra dienstverlening (aanwenden preventie eenheden, verplaatsingskosten, eventuele kosten gebruik medicar, …). Voor de beoordeling van de totale prijs zal het puntenaantal berekend worden op basis van de prijzen, die door de inschrijver ingevuld werden op de bij het bestek gevoegde formulier. De inschrijver met de laagste conforme offerte krijgt het maximale aantal punten. Proportionele berekening van het puntenaantal voor de andere offertes volgens de volgende formule: Puntenaantal = (bedrag van de laagste conforme offerte/bedrag van betrokken offerte) x totaal puntenaantal) 3 Wijze van rapportering, documentatie, communicatie […] 15 Totaal gewicht gunningscriteria: 100 .” Het bestek vermeldt voorts : “Aan elk criterium werd een gewicht toegekend. Op basis van de afweging van al deze criteria rekening houdende met het gewicht dat er aan werd toegekend, zal de opdracht gegund worden aan de inschrijver die de economisch voordeligste offerte, vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, heeft ingediend”. Het “bij het bestek gevoegde formulier” waar onder criterium 2 “Aspecten m.b.t. de kostprijs” naar wordt verwezen, betreft de bijlage C die in een reeks posten voorziet onderverdeeld in “berekening Preventie-eenheden”, XII-8649-3/14 “Algemeen”, “Kostprijs prestaties met betrekking tot gezondheidszorg”, “kostprijs vaccinaties” en “Bijkomende interventies en ondersteuning d.m.v. opleidingen”. 3.
  9. Acht ondernemingen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Vijf offertes worden ingediend: - de vzw Idewe: 72.073,92 euro, 0% btw; - de verzoekende partij: 68.580,11 euro, 0% btw; - de asbl Mensura: 70.600,36 euro, 0% btw; - de vzw CLB EDPB: 70.857,58 euro, 0% btw; - de vzw Premed: 81.747,39 euro, 0% btw. 3.
  10. Op 18 september 2018 stelt de aankoopdienst van de stad Maaseik een verslag van nazicht van de offertes op. 3.
  11. Op 15 oktober 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Maaseik goedkeuring te verlenen aan het verslag van nazicht van de offertes van 18 september 2018 en de opdracht te gunnen aan de vzw CLB EDPB. Dit is de bestreden gunningsbeslissing. Alle inschrijvers blijken te zijn geselecteerd en alle offertes regelmatig verklaard. Onder een kopje “Vergelijking van de offertes volgens de in het bestek vermelde gunningscriteria” vermeldt de gunningsbeslissing: “ Nr. Naam Motivering Score Gunningscriterium nr. 1: Aspecten m.b.t. de kwaliteit van de dienstverlening Beoordeling op 35 punten […] Gunningscriterium nr. 2: Aspecten m.b.t. de kostprijs Beoordeling op 50 punten Om de offertes te vergelijken wordt op basis van vermoedelijke hoeveelheden een berekening gemaakt van de kostprijs op jaarbasis, uitgaande van de volgende gegevens: XII-8649-4/14 Activiteiten medisch toezicht, vaccinaties/testen, activiteiten risicobeheer, activiteiten psychosociale begeleiding, extra dienstverlening (aanwenden preventie eenheden, verplaatsingskosten, eventuele kosten gebruik medicar,...) Voor de beoordeling van de totale prijs zal het puntenaantal berekend worden op basis van de prijzen, die door de inschrijver ingevuld werden op de bij het bestek gevoegde formulier. De inschrijver met de laagste conforme offerte krijgt het maximale aantal punten. Proportionele berekening van het puntenaantal voor de andere offertes volgens de volgende formule : Puntenaantal =(bedrag van de laagste conforme offerte/bedrag van betrokken offerte) x totaal puntenaantal) 4 CLB EDPB VZW 45,8905 2 SPMT-Arista EDPB vzw 43,629 3 Mensura ASBL 39,9116 1 Idewe vzw 35,2525 5 Premed vzw 22,9094 Gunningscriterium nr. 2.1: Algemene werking van de dienst Beoordeling op 20 punten - Worden er kilometervergoedingen aangerekend bij interventies on site? (5ptn) - Welke kosten worden aangerekend voor avondwerken weekendwerk? (1pt) – Welke kosten worden aangerekend voor de aanwezigheden bij vergaderingen Comité en eventueel andere vergaderingen voor een arbeidsgeneesheer? (2ptn) - Welke kosten worden aangerekend voor de aanwezigheden Comité en eventueel andere vergaderingen voor een preventieadviseur psychosociale aspecten? (1 pt) - Welke kosten worden aangerekend voor de terugkomdag van vertrouwenspersoon

(1d)? (1pt) - Welke kosten worden aangerekend voor de aanwezigheden bij vergaderingen Comité en eventueel andere vergaderingen voor een preventieadviseur arbeidsveiligheid? (2ptn) - Welke kosten worden aangerekend voor het jaarlijks bedrijfsbezoek, incl. het verslag door de arbeidsgeneesheer in alle gebouwen van de klant waar personeel aanwezig is? (5ptn) - Hoeveel wordt er aangerekend als administratieve- en beheerskosten? (1
  1. pt)- Welke kosten worden aangerekend voor de medische wagen indien van toepassing? (2ptn) 4 CLB EDPB VZW 20 2 SPMT-Arista EDPB vzw 16,5 3 Mensura ASBL 15,5 1 Idewe vzw 14,5 5 Premed vzw 12 Gunningscriterium nr. 2.2: Prestaties met betrekking tot gezondheidszorg Beoordeling op 10 punten - Gehoortesten (3ptn) - Oogonderzoeken ( 3ptn) - Longfunctietesten (1pt) - Worden er kosten aangerekend indien iemand niet komt opdagen? (1pt ) - Wat bedraagt de kost van een spontane consultatie bij de arbeidsgeneesheer? (1
  2. pt)-Wat is de kost bij werkhervatting? (1
  3. pt)4 CLB EDPB VZW 10 3 Mensura ASBL 8,026 1 Idewe vzw 8,024 2 SPMT-Arista EDPB vzw 8,024 5 Premed vzw 4,324 Gunningscriterium nr. 2.3: Vaccinaties Beoordeling op 10 punten - Griepspuit (2ptn) - Tetanus en difterie (2ptn) - Hepatitis A (2p[tn]) - Hepatitis B (2ptn) - Intradermotest / tuberculine (2ptn) XII-8649-5/14 4 CLB EDPB VZW 10 3 Mensura ASBL 9,93 2 SPMT-Arista EDPB vzw 9,8 1 Idewe vzw 7,845 5 Premed vzw 3,77 Gunningscriterium nr. 2.4: Bijkomende interventies en ondersteuning d.m.v. opleidingen Beoordeling op 10 punten - Welke kosten worden aangerekend voor een interne basisopleiding nijverheidshelper
(16h)- Welke kosten worden aangerekend voor een interne opfrissing nijverheidshelper
(4h)- Welke kosten worden aangerekend voor een interne opleiding algemene veiligheid HL (wat zijn hun verantwoordelijkheden, hoe een arbeidsongeval onderzoeken, gevaren identificeren, brandveiligheid, omgaan met chemische producten)(opgedeelde sessies van 4*4h) - Welke kosten worden aangerekend voor opleiding kleine blusmiddelen
(4h)- Welke kosten worden aangerekend voor de basisopleiding van vertrouwenspersoon
(5d)- Welke kosten worden aangerekend voor de terugkomdag van de vertrouwenspersoon
(1d)2 SPMT-Arista EDPB vzw 9,305 3 Mensura ASBL 6,4556 4 CLB EDPB VZW 5,8905 1 Idewe vzw 4,8835 5 Premed vzw 2,8154 Gunningscriterium nr. 3: wijze van rapportering, documentatie , communicatie […] Finale rangschikking regelmatige offertes (gerangschikt volgens totale score) Nr. Naam Score 4 CLB EDPB VZW 92,3905 % 2 SPMT-Arista EDPB vzw 90,629 % 3 Mensura ASBL 85,9116 % 1 Idewe vzw 82,2525 % 5 Premed vzw 65,9094 % .” 3.7. Bij aangetekend schrijven van 17 oktober 2018 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat de opdracht niet aan haar is gegund. Bij e-mailbericht van 25 oktober 2018 vraagt de verzoekende partij om de gemotiveerde beslissing te mogen ontvangen. Bij e-mailbericht van 29 oktober 2018 komt de stad Maaseik aan dit verzoek tegemoet. XII-8649-6/14 IV. Tussenkomst 4. De vzw CLB EDPB blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Schorsingsvoorwaarden 5.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: motiveringswet 2013) van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Overeenkomstig artikel 31 gelden deze bepalingen ook voor opdrachten die de drempelbedragen voor Europese bekendmaking niet bereiken. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke XII-8649-7/14 onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. VI. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 6. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van onder meer artikel I.10 van het bestek, artikel 4 van de wet overheids- opdrachten 2016 en het adagium patere legem quam ipse fecisti. In een eerste onderdeel licht de verzoekende partij toe dat de manier waarop de aanbestedende overheid het tweede criterium in het bestek heeft beschreven, in haren hoofde een gewettigd geloof en vertrouwen heeft opgewekt waardoor zij rechtmatig mocht geloven (
  1. i)dat de totale kostprijs van de offerte de som is van de prijzen van de verschillende prestaties zoals opgelijst in bijlage C aan het bestek, (
  2. ii)de laagste offerte het totaal van 50 punten toegewezen krijgt en (iii) de punten die worden toegekend aan de andere offertes proportioneel worden bepaald op grond van de regel van drie. Ondanks het feit dat de verzoekende partij de laagste prijs bood, heeft zij voor het tweede gunningscriterium geen 50 punten toegekend gekregen. Geen enkele inschrijver heeft trouwens 50 punten toegekend gekregen. In een tweede onderdeel licht de verzoekende partij toe dat de eerste verwerende partij bij de beoordeling van de offertes op “volledig willekeurige en discretionaire wijze” het tweede criterium met betrekking tot de prijs van de overheidsopdracht heeft onderverdeeld in subcriteria en subsubcriteria en deze een willekeurig relatief gewicht heeft toegekend dat op geen enkele wijze is opgenomen in het bestek. De bijlage C aan het bestek kan niet worden beschouwd als houdende de subcriteria en subsubcriteria, aangezien deze bijlage de lijst is van prestaties en diensten waarvoor de inschrijvers een overeenkomstige prijs dienden op te geven om zo de totale kostprijs van de offerte te berekenen. Deze lijst is dus XII-8649-8/14 een hulpmiddel dat de inschrijvers diende te helpen bij het bepalen van de te leveren prestaties en deze diensten werden op geen enkele wijze geïdentificeerd als zijnde subcriteria of subsubcriteria. Het relatieve gewicht van deze subcriteria en subsubcriteria blijkt nergens uit het bestek en werd niettemin toegepast tijdens de beoordeling van de offertes. Het lijdt volgens de verzoekende partij geen twijfel dat het in aanmerking nemen van deze subcriteria en subsubcriteria, alsmede het relatieve gewicht ervan de voorbereiding van de offertes heeft kunnen beïnvloeden aangezien zij haar prijslijst anders had kunnen opstellen, met volledige kennis van zaken. Het lijdt volgens de verzoekende partij evenmin twijfel dat de nieuwe subcriteria en hun relatieve gewicht een invloed hebben gehad op het resultaat van de gunningsprocedure. Uit het voorgaande volgt volgens de verzoekende partij dat de verwerende partijen aan de gunningscriteria, het relatieve gewicht en de formule, zoals vooropgesteld in het bestek, hadden moeten voldoen, op straffe van schending van de in het middel geschonden geachte rechtsnormen. 7. In hun nota doen de verwerende partijen, wat het eerste onderdeel van het eerste middel betreft, gelden dat de verzoekende partij de bepalingen van het bestek niet correct leest. De regel van drie diende volgens de verwerende partijen te worden toegepast per subgunningscriterium. De verwerende partijen zoeken daarvoor bevestiging in de omschrijving van het tweede gunningscriterium in het bestek. Volgens hen moet zulks worden afgeleid uit de zinsnede “het puntenaantal zal berekend worden op basis van de prijzen”. De verzoekende partij zou voorts niet aantonen dat zij, mocht zij op de hoogte zijn geweest van de door de verwerende partijen gehanteerde toepassing van de regel van drie, een andere offerte zou hebben ingediend. Wat het tweede onderdeel betreft, merken de verwerende partijen op dat op het vlak van de gunningscriteria – subgunningscriteria – subsubgunningscriteria er zich evenmin een probleem zou stellen. De gunnings- XII-8649-9/14 criteria, ook het kwestieuze, worden in het bestek vermeld en artikel 94, 4°, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ zou niet vereisen dat subgunningscriteria en subsubgunningscriteria worden vermeld. Bovendien worden de subgunningscriteria en de subsub- gunningscriteria wel degelijk vermeld “in het bestek, met name in bijlage C: Inventaris, waarin de samenstellende delen van de kostprijs kunnen afgelezen worden”. Het zijn precies die aspecten die worden hernomen in het gunnings- verslag en betrokken bij de berekening van de punten voor het tweede gunnings- criterium. De verwerende partijen hadden dus als aanbestedende overheid geen onbeperkte keuzevrijheid. Zij hebben zich gehouden aan de nadere opsplitsing van de kostprijs uit de inventaris. Ten slotte betogen de verwerende partijen te hebben gehandeld conform de rechtspraak van de Raad van State, luidens welke niets een aanbestedende overheid belet om een eerder aangekondigd criterium voorts te preciseren, zelfs indien dit niet werd aangekondigd in de opdrachtdocumenten, mits voldaan is aan de volgende drie voorwaarden, overeenkomstig het arrest nr. 230.648 van 25 maart 2015: “1. De in de opdrachtdocumenten gedefinieerde gunningscriteria mogen niet gewijzigd worden door de doorgevoerde onderverdeling Alle ‘subgunningscriteria’ en ‘subsubgunningscriteria’ hebben betrekking op aspecten met betrekking tot de kostprijs. 2. De subcriteria mogen geen elementen betreffen die, indien ze gekend waren ten tijde van de voorbereiding van de offertes, deze laatste zouden beïnvloed hebben Alle ‘subgunningscriteria’ en ‘subsubgunningscriteria’ waren gekend ten tijd van de voorbereiding van de offerte, ze waren immers opgenomen in de inventaris. 3. De subcriteria mogen niet bepaald worden in omstandigheden die een discriminerend gevolg hebben ten aanzien van één van de inschrijvers Er kan niet ingezien worden hoe verzoekende partij zou gediscrimineerd zijn.” 8. De tussenkomende partij betoogt, wat het eerste onderdeel van het eerste middel betreft, dat de stelling, dat de laagste totaalprijs het maximum van XII-8649-10/14 de punten krijgt toegekend, de omschrijving onder het tweede gunningscriterium overbodig zou maken. In de bijlage C “Inventaris” worden de prestaties onderverdeeld in verschillende categorieën. Aan elk van deze subcriteria werd een gewicht toegekend en voor elk van deze prijsaspecten heeft de overheid beoordeeld wie van de inschrijvers de laagst conforme offerte heeft ingediend om vervolgens aan de hand van de regel van drie een proportionele berekening te maken van het puntenaantal voor de andere offertes. De subcriteria zijn voor alle inschrijvers op dezelfde manier toegepast. Wat het tweede onderdeel betreft, antwoordt de tussenkomende partij dat de gunningscriteria werden vermeld “enerzijds in het bijzonder bestek zelf als toelichting bij het tweede gunningscriterium ‘aspecten m.b.t. de kostprijs’, anderzijds werden de subgunningscriteria vermeld in het ‘bij het bestek gevoegde formulier’ […] bijlage C – inventaris”. Minstens gaven de gunningscriteria geen aanleiding tot een onbeperkte keuzevrijheid in hoofde van de aanbestedende overheid, vermits de beoordeling gebeurde op grond van die inventaris. Voor het overige sluit de tussenkomende partij zich aan bij de slotbedenkingen van de verwerende partij. Beoordeling 9. Een aanbestedende overheid is op grond van het patere-legem-quam-ipse-fecistibeginsel ertoe gehouden om de regels die zij in haar eigen bestek heeft opgelegd, te eerbiedigen. Uit dat beginsel vloeit immers voort dat zij bij het doorvoeren van een inhoudelijke beoordeling van offertes gehouden is door de regels die hieromtrent in het bestek zijn vastgesteld, ook al zijn deze niet verplichtend opgelegd door regelgeving. Daarbij beschikt zij bij de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria over een grote beoordelingsruimte. De Raad van State mag zich niet in de plaats van het bestuur stellen en de rangschikking op grond van een eigen beoordeling wijzigen. Wel mag hij desgevraagd nagaan onder meer of de beoordeling is gebeurd aan de hand van de gunningscriteria die in het bestek zijn opgenomen en of die beoordeling met de vereiste zorgvuldigheid is gebeurd en berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven. XII-8649-11/14 10. Onder punt I.10 “Gunningscriteria” wordt in het bestek aan elk van de gekozen gunningscriteria een eigen weging toegekend. 11. De verzoekende partij voert in het eerste middel in essentie aan dat de aanbestedende overheid bij de beoordeling van de gunningscriteria is afgeweken van het bestek door het tweede gunningscriterium “Aspecten m.b.t. de kostprijs” op te delen in subgunningscriteria met elk een eigen weging hetgeen leidde tot het niet toekennen van de vooropgestelde maximale score van 50 punten. 12. De verzoekende partij moet in haar grieven worden bijgevallen om de volgende redenen. In de eerste plaats lijkt het prijscriterium, zoals het onder punt I.10 van het bestek als gunningscriterium werd vermeld met de opgegeven berekeningsformule slechts één prijs in te houden, te beoordelen op 50 punten, en niet vier prijsonderdelen, elk met een afzonderlijke weging. Dit lijkt des te meer te gelden aangezien onder punt I.4 “Prijsvaststelling” van het bestek wordt bepaald dat “[h]et totaalcijfer van de samenvattende inventaris […] de ‘prijs op jaarbasis’ [vormt] van gunningscriterium 2”. Ten gevolge van de beoordelingsmethodiek met het veelvoud van wegingen komt er zelfs geen “laagste conforme offerte” te voorschijn die het “maximale aantal punten” moet krijgen volgens het bestek. Anders dan de verwerende partijen en de tussenkomende partij menen, lijkt het aldus niet dat de zogenoemde regel van drie mocht worden toegepast op de evaluaties van de diverse subcriteria, maar diende deze wel degelijk op de totaalprijs te worden afgezet teneinde onder meer te komen tot de vaststelling dat een bepaalde offerte de laagst conforme was en dus het maximale aantal punten diende te krijgen. Gelet hierop, moet de vraag of het tweede gunningscriterium überhaupt mocht worden opgedeeld in subgunningscriteria met eigen wegingen, te dezen zelfs niet worden beantwoord. In de tweede plaats wordt de verzoekende partij gevolgd in haar redenering dat het in aanmerking nemen van deze subcriteria en subsubcriteria, alsmede het relatieve gewicht ervan, elk afzonderlijk, de voorbereiding van de offertes heeft kunnen beïnvloeden aangezien zij, met volledige kennis van zaken, XII-8649-12/14 haar prijslijst anders had kunnen opstellen, hetgeen een invloed lijkt te kunnen hebben gehad op het resultaat van de gunningsprocedure. 13. De aanbestedende overheid lijkt dan ook bij haar beoordeling het prijscriterium en de door het bestek opgegeven weging, op zijn minst niet te hebben toegepast volgens de voorschriften van het bestek wat strijdig is met het patere-legem-quam-ipse-fecistibeginsel. Aldus staat evenmin, in weerwil van het voornoemde artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, vast dat de opdracht werd gegund aan de economisch voordeligste inschrijver. Het tweede middel is in zoverre ernstig. 14. De omstandigheid dat de bijlage C “Inventaris” de lijst van prestaties en diensten waarvoor de inschrijvers een prijs dienden op te geven, onderverdeelt in categorieën, argumentatie van het verweer, lijkt niet te volstaan om aan te nemen dat het voor een inschrijver voorzienbaar was dat in het kader van de beoordeling van het prijscriterium deze categorieën zouden worden geïdentificeerd als subcriteria met elk een eigen weging. Het in het verweer aangehaalde arrest nr. 230. 648 van 25 maart 2015 lijkt te dezen niet relevant aangezien het niet de de beoordelingsmethodiek betreft maar enkel het invoeren van subgunningscriteria op zichzelf. VII. Besluit 15. Het eerste middel is in de aangegeven mate ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden ingewilligd. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING 1. Het verzoek van de vzw CLB EDPB tot tussenkomst wordt ingewilligd. XII-8649-13/14 2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 15 oktober 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Maaseik tot het gunnen van de overheidsopdracht voor een externe dienst voor de preventie en bescherming op het werk met aanvang op 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020, voor de werknemers tewerkgesteld bij de stad Maaseik en het OCMW van Maaseik, aan de vzw CLB EDPB. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 december 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-8649-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.198 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.475 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.