id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.249 Rolnummer: A. 218439/XIV-37902 Zaak: Arrest 243249 - Tucht (openbaar ambt) - 14/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-19 Raadplegingen: 439 - laatst gezien 2026-06-28 10:34 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Arrest nr 243.249 van 14 december 2018 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : heropening debatten Verwijzing naar alg.rol Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK ALGEMENE VERGADERING nr. 243.249 van 14 december 2018 in de zaak A. 218.439/AV-141 In zake : Koenraad PIRON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLITIEZONE 5439 DENDERLEEUW-HAALTERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van het politiecollege van de lokale politie Denderleeuw/Haaltert met als uitgiftedatum 20-01-16 waarbij aan [Koenraad Piron] de zware tuchtstraf van de terugzetting in de weddeschaal is opgelegd”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 2 februari
- AV-141-1/5 Op 23 maart 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. Bij beschikking van 22 mei 2018 is de zaak aan de eerste voorzitter van de Raad van State voorgelegd “met het oog op een eventuele verwijzing naar de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak om de eenheid van de rechtspraak te verzekeren, des te meer gelet op het nieuwe artikel 11bis van de Raad van State-wet dat de Raad van State bevoegd maakt een schadevergoeding tot herstel toe te kennen in geval van een arrest « waarbij de onwettigheid werd vastgesteld »”. Met een beschikking van 3 september 2018 van de eerste voorzitter van de Raad van State is de zaak verwezen naar de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak, die heeft plaatsgevonden op 11 december
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dorien Geeroms, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de Raad van State-wet). AV-141-2/5 III. Onderzoek van het beroep
- Gelet op artikel 30, § 3, van de Raad van State-wet en artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement “kan” de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. Er is in casu geen dergelijk verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend, noch wordt ter rechtvaardiging daarvan overmacht of onoverwinnelijke dwaling aangevoerd. 4.
- In talrijke arresten van de Raad van State is geoordeeld, rekening houdend met de parlementaire voorbereiding van voormeld artikel 30, § 3, van de Raad van State-wet, dat niettegenstaande het gebruik in die bepaling van het woord “kan”, de wetgever een automatische vernietiging heeft beoogd indien de verwerende partij of degene die een belang heeft bij de beslechting van het geschil het auditoraatsverslag waarin de vernietiging wordt voorgesteld niet betwist door middel van een ontvankelijk verzoek tot voortzetting. In die omstandigheden werd in deze arresten de toepassing van artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement geacht uitsluitend afhankelijk te zijn van het nalaten door de verwerende partij of de tussenkomende partij om ontvankelijk de voortzetting van de procedure te vragen. 4.
- Het nieuw ingevoegde artikel 11bis van de Raad van State-wet en het arrest Legrand van het Hof van Cassatie, nr. C.15.0465.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170915.2 van 15 september 2017, nopen ertoe de interpretatie dat artikel 30, § 3, van de Raad van State-wet en artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement in een automatische nietigverklaring voorzien, te herzien. Volgens dit nieuwe artikel 11bis van de Raad van State-wet kan een verzoekende partij die met toepassing van artikel 14, § 1 of § 3, de nietigverklaring vordert van een akte, reglement of stilzwijgend afwijzende beslissing, aan de afdeling Bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot herstel toe te kennen ten laste van de steller van de handeling indien zij een nadeel heeft geleden om reden van de onwettigheid van de akte, het reglement of de stilzwijgend afwijzende beslissing; het verzoek AV-141-3/5 tot schadevergoeding moet worden ingediend zestig dagen na de kennisgeving van “het arrest waarbij de onwettigheid werd vastgesteld”. 4.
- In het licht van die bepaling en meer in het bijzonder van het belang dat een verzoekende partij – die niet zelf over de mogelijkheid beschikt om na een voor haar gunstig auditoraatsverslag een verzoek tot voortzetting in te dienen – eruit put om haar beroep besloten te zien worden met een arrest dat duidelijk de onwettigheid van de bestreden beslissing vaststelt, is er reden om in artikel 30, § 3, van de Raad van State-wet en artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement slechts een bevoegdheidstoewijzing te lezen om, afhankelijk van de vaststelling van een onwettigheid, via een versnelde rechtspleging tot nietigverklaring over te gaan.
- Het valt de bevoegde kamer toe om te oordelen of in casu het in het auditoraatsverslag besproken eerste middel, in de mate waarin het daarin gegrond wordt bevonden, de vernietiging van de bestreden beslissing verantwoordt en om desgevallend via deze versnelde procedure tot nietigverklaring over te gaan. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt verwezen naar de XIVe kamer. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien december tweeduizend achttien, door de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die was samengesteld uit: Roger Stevens, eerste voorzitter, Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Jacques Vanhaeverbeek, kamervoorzitter, Johan Lust, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Geert Debersaques, kamervoorzitter, Colette Debroux, kamervoorzitter, Simone Guffens, kamervoorzitter, AV-141-4/5 Imre Kovalovszky, kamervoorzitter, Pascale Vandernacht, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, Luc Cambier, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, Diane Déom, staatsraad, Yves Houyet, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, Frédéric Gosselin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, Nathalie Van Laer, staatsraad, Marc Joassart, staatsraad, bijgestaan door Gregory Delannay, hoofdgriffier. De hoofdgriffier De eerste voorzitter Gregory Delannay Roger Stevens AV-141-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.249 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.243 citeert: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170915.2 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.226 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.538 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.327 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.394 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.395 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.396 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.397 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.398 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.400 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.548 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.919 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.366 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.306 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.337 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.347 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.996 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.605 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.831 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.876 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.514 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.