id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.259 Rolnummer: A. 225417/XIV-37742 Zaak: Arrest 243259 - Politie - 18/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-27 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-24 23:45 Fiche Arrest nr 243.259 van 18 december 2018 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 243.259 van 18 december 2018 in de zaak A. 225.417/XIV-37.742 In zake : Philippe VANDENHOLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nedia Gmati-Trabelsi kantoor houdend te 9600 Ronse Hoogstraat 28/101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juni 2018, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - “[d]e beslissing van de Nationale Politieacademie (ANPA), met niet gekende datum, [verzoeker] impliciet ter kennis gebracht bij kennisgeving van de tweede bestreden beslissing bij aangetekende brief dd. 6.4.2018 (…), tot toepassing van een correctiecoëfficiënt van 1,3605 op alle behaalde scores voor de kennisproef georganiseerd in het kader van de selectieproef zoals bepaald in artikel 11 van het Koninklijk Besluit van 12 oktober 2006, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 09 oktober 2017 bepalend voor het directiebrevet vereist voor de promotie naar de graad van hoofdcommissaris (…)”; en - “[d]e beslissing van de Nationale Politieacademie (ANPA) dd. 6 april 2018, medegedeeld aan [verzoeker] bij aangetekende brief van 06 april 2018 (…), waarbij verzoeker niet geslaagd wordt verklaard voor de kennisproef XIV-37.742-1/12 georganiseerd in het kader van de selectieproef zoals bepaald in artikel 11 van het Koninklijk Besluit van 12 oktober 2006, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 09 oktober 2017 bepalend voor het directiebrevet vereist voor de promotie naar de graad van hoofdcommissaris en uitgesloten wordt van de verdere selectieprocedure tot toelating van deze promotieopleiding”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 242.245 van 4 september 2018 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november
- Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. XIV-37.742-2/12 Advocaat Nedia Gmati-Trabelsi, die verschijnt voor verzoeker en adviseurs Ruben Goosens en Jana Mouton, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is sinds 1 juni 2005 als commissaris van politie tewerkgesteld, actueel bij de lokale politiezone Brussel Hoofdstad - Elsene
(5339). 3.
- Op 6 december 2017 verklaart de Federale Politie, Algemene Directie van het Middelenbeheer en de Informatie - Directie van het Personeel - Dienst Loopbaanbeheer, met haar tijdelijke nota DGR/DRP.P/DPPI/A - 2017/20668, 57 plaatsen vacant voor Nederlandstalige kandidaten voor de promotieopleiding tot hoofdcommissaris van politie (HCP). Er worden tevens 42 plaatsen vacant gesteld voor de kandidaten van de Franstalige taalrol en 1 voor de Duitstalige kandidaten. De regels waaraan deze promotieopleiding is onderworpen zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 12 oktober 2006 „tot bepaling voor het directiebrevet vereist voor de promotie naar de graad van hoofdcommissaris‟ (hierna: het koninklijk besluit van 12 oktober 2006), zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 „tot wijziging van verschillende teksten inzake bevordering tot de graad van hoofdcommissaris van politie‟ (hierna: het wijzigingsbesluit van 9 oktober 2017). XIV-37.742-3/12 3.
- Verzoeker stelt zich tijdig kandidaat voor deelname aan de selectieproef voor de promotieopleiding HCP. Op 31 januari 2018 bevestigt de Directie van het Personeel - Dienst Loopbaanbeheer van Federale Politie zijn inschrijving. Verzoeker neemt op 27 februari 2018 aan de kennisproef deel en met een schrijven van 6 april 2018 deelt de directrice van de Directie van het Personeel hem mee dat hij, na de toepassing van een correctiecoëfficiënt, een score van 84,23/150 heeft behaald op de kennisproef, dat verzoeker dus niet is geslaagd (vermits hij niet de bij artikel 12 van het in 3.2 genoemde koninklijk besluit van 12 oktober 2006 vereiste 60% heeft behaald), dat hij derhalve niet wordt uitgenodigd voor de volgende proeven en dat zijn kandidatuur niet meer in aanmerking kan worden genomen. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Met een brief van 11 april 2018 vraagt verzoeker om bijkomende inlichtingen waarbij hij onder meer vraagt om de verbeterde examenkopijen in te zien, welke correctiecoëfficiënt werd toegepast en op welke wijze die werd bepaald. Verzoeker verneemt dat een correctiecoëfficiënt van 1,3605 werd toegepast, hetgeen bevestiging vindt in het administratief dossier dat een nota van de directeur van de Nationale Politieacademie van 4 april 2018 bevat, gericht aan de voorzitter van de jury, waarin verduidelijking wordt gegeven over de correctiecoëfficiënt. Daaruit blijkt dat oorspronkelijk slechts 10 Franstalige en 13 Nederlandstalige kandidaten geslaagd waren (terwijl er respectievelijk 42 en 57 plaatsen vacant waren), en dat om de in die nota opgegeven redenen “werd beslist” de correctiecoëfficiënt van 1,3605, die bekomen werd door het best behaalde resultaat (73,5 % - door een Franstalige kandidaat) gelijk te stellen met 100 %, toe te passen. XIV-37.742-4/12 Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- Met een schrijven van 4 juli 2018 wordt verzoeker er door de directrice van de Directie van het Personeel van in kennis gesteld dat de tweede bestreden beslissing wordt ingetrokken. Er wordt in die brief aan toegevoegd dat er “zo snel mogelijk een nieuwe beslissing [zal] worden genomen die u vervolgens onverwijld ter kennis zal worden gebracht”. 3.
- Met een op 25 september 2018 ondertekende interne nota beslist de directrice van de Directie van het Personeel om voor de kennisproef in het raam van de selectieprocedure voor de toelating tot de promotieopleiding HCP toepassing te maken van een correctiecoëfficiënt van 1,
- In die interne nota stelt zij nog dat deze beslissing kadert in haar bevoegdheid op basis van artikel 4, eerste lid, 3° van het genoemde koninklijk besluit van 12 oktober
- Die nota luidt: “Gelet op het feit dat het aantal geslaagde kandidaten voor de kennisproef in het raam van de selectieprocedure voor de toelating tot de promotieopleiding HCP veel lager lag dan de door de minister goedgekeurde kaderbehoefte, beslis ik om voor die proef toepassing te maken van een correctiecoëfficiënt van 1,3605 zodat het resultaat van de best gerangschikte kandidaat (73, 5%) overeenkomt met 100%. Deze coëfficiënt wordt toegepast op alle resultaten. Deze beslissing kadert in mijn bevoegdheid op basis van artikel 4, eerste lid, 3°, van het KB Directiebrevet. ADV [I. C.] Directeur van de Directie van het Personeel”. 3.
- Uit het verslag van de buitengewone vergadering van het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie van 28 september 2018 blijkt dat het genoemde comité, na positief advies van dezelfde dag van het Dagelijks Bestuur van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, zijn goedkeuring hecht aan de in punt 3.
- genoemde beslissing van de directrice van de Directie van het Personeel. Het comité beslist voorts dat op basis van deze beslissing “de gemotiveerde herstelbeslissingen met betrekking tot het resultaat van de kennisproef door de Dir DRP [kunnen] worden getekend en aan de zes betrokken kandidaten ter kennis worden gebracht”. XIV-37.742-5/12 3.
- Op 1 oktober 2018 wordt, na intrekking van de tweede bestreden beslissing, aan verzoeker zijn score, voor de kennisproef die hij heeft afgelegd op 27 februari 2018 meegedeeld. Hij behaalde, na toepassing van de correctiecoëfficiënt bedoeld in punt 3.6., een score van 84,23/150, en behaalt dus niet de vereiste 60%. 3.
- Tegen de eerste bestreden beslissing is op 4 juni 2018 nog een beroep tot nietigverklaring en schorsing van de tenuitvoerlegging ervan ingediend. Die zaak is bij de Raad van State gekend onder het nummer A. 225.382/XIV-37.
- In die zaak wordt heden eveneens een arrest uitgesproken. IV. Het voorwerp van het beroep
- In haar nota werpt de verwerende partij op dat het verzoek tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring geen voorwerp meer heeft in zoverre het tegen de tweede bestreden beslissing is gericht, vermits deze is ingetrokken.
- Aangezien de tweede bestreden beslissing op 4 juli 2018 werd ingetrokken (zie punt 3.5.), moet zij worden geacht nooit te hebben bestaan, en heeft het beroep tot nietigverklaring, wat die beslissing betreft, geen voorwerp meer, zodat dit beroep wat die beslissing betreft, niet-ontvankelijk is. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden hierna nog enkel beoordeeld wat de eerste bestreden beslissing betreft, die verder wordt aangeduid als de bestreden beslissing. XIV-37.742-6/12 V. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
- In haar nota zet de verwerende partij uiteen dat verzoeker geen belang heeft bij het aanvechten van de bestreden beslissing. Zij meent vooreerst dat door de intrekking van de in punt 3.
- bedoelde beslissing er, tot er een nieuwe beslissing is genomen, voor verzoeker geen resultaat voorhanden is aangaande zijn kennisproef waarop de correctiecoëfficiënt kan worden toegepast zodat de vernietiging van de correctiecoëfficiënt verzoeker geen voordeel kan opleveren. Zelfs indien er een beslissing aangaande het door verzoeker behaalde resultaat voor de kennisproef zou bestaan (lees: wat inmiddels het geval is (cfr. punt 3.8.)), dan nog heeft verzoeker geen belang bij de vernietiging van de correctiecoëfficiënt aangezien, zonder correctiecoëfficiënt, verzoeker 41,3% behaalt terwijl hij 60% moet behalen. De vernietiging van de correctiecoëfficiënt kan verzoeker derhalve geen voordeel opleveren. Zelfs indien de gehanteerde correctiecoëfficiënt per taalgroep zou worden toegepast (wat langs Nederlandstalige kant een correctiecoëfficiënt van 1,383 zou inhouden), zou verzoeker nog niet de vereiste 60% behalen. Hij zou een score behalen van 85,62 op 150 (i.p.v. de vereiste 90/150), wat onvoldoende is.
- Verzoeker zet ter terechtzitting uiteen dat het nadeel dat hij ondergaat door de bestreden beslissing reëel is. Doordat deze niet-geslaagde kandidaten na toepassing van de correctiecoëfficiënt alsnog konden slagen en alsnog werden toegelaten tot de verdere procedure ter invulling van de beperkte vacante plaatsen, kon het gewenste aantal kandidaten worden bereikt. Indien daarentegen geen correctiecoëfficiënt zou zijn toegepast, dan moest om in de behoeften te voorzien een nieuwe bijkomende promotieopleiding worden georganiseerd en zou verzoeker een nieuwe kans hebben gekregen. In plaats daarvan werden de resultaten van sommigen willekeurig en kunstmatig verhoogd. Ingeval van vernietiging van de bestreden beslissing kunnen enkel de wettig geslaagde kandidaten in aanmerking worden genomen “en zullen alle niet wettig XIV-37.742-7/12 geslaagde kandidaten een nieuw examen moeten afleggen alvorens te kunnen deelnemen aan de huidige of een toekomstige procedure met het oog op de invulling van de kwestige vacatures”. Bovendien is er na het tussenkomen van het auditoraatsverslag een nieuw gegeven. Op dat ogenblik was de tweede bestreden beslissing immers ingetrokken en was er voor verzoeker geen individueel resultaat meer voorhanden waarop de bestreden correctiecoëfficiënt werd toegepast. Thans is er opnieuw een persoonlijk resultaat waarop opnieuw de correctiecoëfficiënt van 1,3605 werd toegepast. Beoordeling
- De bestreden beslissing tot toepassing op alle scores van een correctiecoëfficiënt werd inmiddels vervangen door een nieuwe beslissing die uitgaat van de directrice van de Directie van het Personeel van 25 september 2018 die zich daartoe uitdrukkelijk beroept op de haar op grond van artikel 4, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 12 oktober 2006 toekomende bevoegdheid. De genoemde bepaling voorziet erin dat ten minste vier maanden vóór de organisatie van de promotieopleiding HCP de algemene directie een oproep tot kandidaatstelling voor de promotieopleiding HCP doet met vermelding van het selectie- en opleidingsreglement, opgesteld door de directeur van de directie van het personeel van de federale politie of het door hem aangewezen personeelslid en goedgekeurd door het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie.
- Op de terechtzitting licht de verwerende partij toe dat met de nieuwe beslissing van 25 september 2018 inzake de toepassing van een correctiecoëfficiënt, wordt beoogd tegemoet te komen aan het auditoraatsverslag in de zaak die bij de Raad van State is gekend onder het nummer A/G 225.382/XIV-37.738 waarin ambtshalve werd vastgesteld dat geen bewijs voorligt dat de bestreden beslissing werd genomen door de daartoe bevoegde overheid. De verwerende partij verklaart nog dat ten vroegste een nieuwe selectie staat gepland voor februari
- XIV-37.742-8/12
- Met de nieuwe beslissing van de directrice van de Directie van het Personeel van 25 september 2018 wordt de bestreden beslissing, minstens impliciet, opgeheven zodat deze verzoeker in de toekomst alvast geen nadeel (meer) kan berokkenen. Voorts stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing hem evenmin nadeel heeft berokkend of kunnen berokkenen wat zijn persoonlijke score betreft aangezien de in punt 3.
- genoemde beslissing, werd ingetrokken. De bestreden beslissing is dan ook op de door verzoeker behaalde resultaten voor de kennisproef niet toegepast. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door de vaststelling dat de directrice van de Directie van het Personeel op 25 september 2018 heeft beslist om dezelfde correctiecoëfficiënt toe te passen. Of de door de directrice op 25 september 2018 genomen beslissing tot toepassing van dezelfde correctiecoëfficiënt van 1,3605 al dan niet wettig is, maakt immers niet het voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring net zomin als de in punt 3.
- genoemde nieuwe beslissing van 1 oktober 2018 die, na toepassing van de in de beslissing van 25 september 2018 genoemde correctiecoëfficiënt, besluit tot eenzelfde individueel resultaat in hoofde van verzoeker als in de (inmiddels ingetrokken) beslissing vernoemd in punt 3.
- In de mate verzoeker voorhoudt dat de bestreden beslissing hem nadeel berokkent omdat de “heropgeviste” kandidaten, te weten deze die na toepassing van de bestreden beslissing alsnog zijn geslaagd verklaard voor de kennisproef wat er volgens verzoeker toe leidt dat - bovenop de 13 kandidaten die ook zonder correctiecoëfficiënt de vereiste 60% behaalden - onterecht nog 40 kandidaten zijn toegelaten tot de promotieopleiding, gaat hij eraan voorbij dat hij die individuele voorbeslissingen met een voor verzoeker, zoals hij zelf uiteenzet, onmiddellijk grievend en definitief rechtsgevolg, niet tijdig met een schorsings- of annulatieberoep heeft bestreden. Die vaststelling belet verzoeker weliswaar niet om alsnog in het kader van een vernietigingsberoep dat is gericht tegen de uiteindelijke promotiebeslissingen, de wettigheid van die voorbeslissingen te betwisten en om de Raad van State alsdan te verzoeken om die - per hypothese onwettige - toelatingsbeslissingen als onderdeel van een complexe administra- tieve rechtshandeling buiten toepassing te laten. Echter het door hem met het XIV-37.742-9/12 voorliggende beroep beoogde voordeel, te weten dat slechts 13 (en niet 53) kandidaten mochten worden toegelaten tot de huidige promotieopleiding en dat in die veronderstelling een nieuwe bijkomende promotieopleiding moet worden georganiseerd om aan de personeelsbehoeften te voldoen, kan hij met het voorliggende beroep tot nietigverklaring niet bekomen. Hetzelfde geldt voor het door hem ingeroepen belang “van morele en sociale aard” dat ertoe zou moeten leiden dat ook de 40 kandidaten die slechts na toepassing van de correctiecoëfficiënt tot de promotieopleiding werden toegelaten, ongeschikt hadden moeten worden bevonden en, derhalve, niet mochten worden toegelaten tot de huidige promotiecyclus. Om dat voordeel te bereiken had hij hetzij de vernietiging (en schorsing van de tenuitvoerlegging) van de voorbeslissingen om die 40 kandidaten te selecteren, moeten benaarstigen, wat hij niet heeft gedaan; hetzij dient hij de finale promotiebeslissingen (succesvol) te bestrijden, wat vooralsnog niet aan de orde is.
- In zoverre verzoeker voor het overige nog meent een belang te kunnen ontlenen aan het gegeven dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd omdat de beslissing om een correctiecoëfficiënt, welke ook, toe te passen, strijdt met artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2006 zoals het werd gewijzigd door het wijzigingsbesluit van 9 oktober 2017, kan hij evenmin enig voordeel behalen uit de vernietiging van die beslissing op zichzelf genomen. Immers behaalt hij in dat geval ook niet de vereiste 60% voor de kennisproef zodat hij ongeschikt blijft.
- Conclusie is dat de door de verwerende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan belang wat de bestreden beslissing betreft, moet worden bijgevallen. Het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de (lees: tweede) bestreden beslissing is niet-ontvankelijk. XIV-37.742-10/12 VI. Toepassing korte debattenprocedure - Vordering tot schorsing
- De zaak kan met korte debatten een oplossing krijgen zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Er is bijgevolg geen grond meer om uitspraak te doen over de vordering tot schorsing. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-37.742-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien december tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.742-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.259 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.245 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div