id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.282 Rolnummer: A. 226135/VII-40375 Zaak: Arrest 243282 - Dierenwelzijn - 20/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-11 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-24 23:53 Fiche Arrest nr 243.282 van 20 december 2018 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Bevolen Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.282 van 20 december 2018 in de zaak A. 226.135/VII-40.
- In zake :
- Elise DEGRYSE
- Wim PHILIPSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge - Sint-Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna: FAVV) van 6 september 2018, genomen ten aanzien van Elise Degryse en Wim Philipsen, waarbij een aantal dwingende maatregelen worden genomen omtrent twee Pommeriaanse pups die werden geïmporteerd vanuit Rusland. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 242.344 van 14 september 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het VII-40.375-1/4 bestreden besluit bevolen. Het genoemde arrest is op 18 september 2018 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Op 6 november 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt in een versnelde rechtspleging voorzien indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. Bij arrest nr. 242.344 van 14 september 2018 is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissingen bevolen. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-40.375-2/4 De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 11/2, van het genoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948, dat de kamer uitspraak zou doen over het beroep tot nietigverklaring, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Met een brief van 19 november 2018 heeft de verwerende partij aan de Raad van State meegedeeld dat “de twee kwestieuze beslissingen” door het FAVV werden ingetrokken en dat twee nieuwe beslissingen werden genomen. Het beroep is zonder voorwerp geworden. De rechtszekerheid vraagt dat de schorsing van de bestreden beslissingen, bevolen bij arrest nr. 242.334 van 14 september 2018, wordt opgeheven. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De schorsing bevolen bij arrest nr. 242.344 wordt opgeheven.
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partijen. VII-40.375-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.375-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.282 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.