id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.283 Rolnummer: A. 226196/VII-40378 Zaak: Arrest 243283 - Dierenwelzijn - 20/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-11 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-24 23:53 Fiche Arrest nr 243.283 van 20 december 2018 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.283 van 20 december 2018 in de zaak A. 226.196/VII-40.
- In zake :
- Elise DEGRYSE
- Wim PHILIPSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge - Sint-Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van: “- de beslissing van het FAVV van 19 september 2018 ten aanzien van eerste verzoekende partij. - de beslissing van het FAVV van 18 september 2018 ten aanzien van tweede verzoekende partij”. VII-40.378-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 242.438 van 26 september 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 28 september 2018 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 15 november 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij arrest nr. 242.438 van 26 september 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-40.378-2/4 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.378-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.378-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.283 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.