id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.284 Rolnummer: A. 226325/VII-40392 Zaak: Arrest 243284 - Milieuvergunningen - 20/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-03 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-24 23:46 Fiche Arrest nr 243.284 van 20 december 2018 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.284 van 20 december 2018 in de zaak A. 226.325/VII-40.
- In zake : Gert MEUL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Koenraad Van De Sijpe kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 26 juli 2018 waarbij het bestuurlijk beroep van een derde tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 12 maart 2018, zijnde een aan Gert Meul bij wege van aktename verleende vergunning voor de verandering van een inrichting, zonder voorwerp wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. VII-40.392-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Vandervoort, die loco advocaat Wim De Cuyper verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 10 oktober 2011 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas aan verzoeker een milieuvergunning voor het exploiteren van een nieuwe rundveehouderij met bijbehoren, gelegen aan de Arnhoutstraat 65 te Sint-Niklaas (Belsele), voor een termijn van 20 jaar. De vergunning wordt op 11 juni 2012 beperkt veranderd. 3.
- Op 22 december 2017 meldt verzoeker, bij toepassing van artikel 27, § 2, eerste lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna: milieuvergunningsdecreet), in de op het geding toepasselijke versie, een beperkte verandering van de exploitatie, meer bepaald de uitbreiding van de opslag van stro in de landbouwloods van 120 tot 195 ton. 3.
- Op 12 maart 2018 vergunt het college van burgemeester en schepenen de gemelde verandering bij wege van aktename. VII-40.392-2/5 3.
- Op 28 maart 2018 wordt tegen deze aktename een bestuurlijk beroep ingediend namens buurtbewoners. 3.
- Op 26 juli 2018 verklaart de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen dit bestuurlijk beroep zonder voorwerp, gelet op het volgende: “- de mededeling van een kleine verandering betreft louter het uitbreiden van de opslag van stro horende bij een veeteeltinrichting (rundvee); - op 12 maart 2018 verleende het college van burgemeester en schepenen hiervoor de vergunning; - vermits de termijnen van uitvoering en ingebruikname opgenomen in resp. het VCRO en VLAREM I niet werden gerespecteerd, zijn zowel de stedenbouwkundige vergunning als de basismilieuvergunning en de daaropvolgende veranderingen van rechtswege vervallen; - voorliggend beroepschrift werd ingediend tegen een van rechtswege vervallen vergunning”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Voorwaarde daartoe is onder meer dat de eventueel tussen te komen nietigverklaring van de bestreden administratieve rechtshandeling de verzoekende partij een rechtstreeks en persoonlijk voordeel dient te verschaffen, hoe miniem ook.
- Verzoeker beperkt er zich in zijn verzoekschrift toe te stellen dat hij “aanvrager” is “en derhalve belanghebbende”. In zijn enig middel voert verzoeker aan dat de bestreden beslissing ten onrechte besluit tot het verval van de VII-40.392-3/5 basismilieuvergunning van 10 oktober 2011 op grond van een laattijdige ingebruikname en uitvoering van de bouwwerken, wat hij feitelijk betwist.
- Bij de bestreden beslissing wordt niets geweigerd aan verzoeker, en wordt integendeel een beroep van derden tegen een hem verleende vergunning zonder voorwerp verklaard. Bijgevolg heeft verzoeker geen evident belang bij zijn beroep.
- In het auditoraatsverslag wordt gesteld dat “verzoeker [...] klaarblijkelijk [hoopt] op een arrest in de motieven waarvan te lezen zou staan dat de basisvergunning niet is vervallen, wat hem dan dienstig zou kunnen zijn in andere hangende en mogelijk komende betwistingen”, en dat “dit nagestreefde resultaat [...] niet [is] verbonden aan het uit het rechtsverkeer verwijderen van de bestreden beslissing, maar aan het gegrond horen verklaren van een middel”. Verzoeker betwist deze vaststelling niet ter zitting. De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat dit onrechtstreeks belang niet volstaat om verzoekers beroep ontvankelijk te kunnen bevinden.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-40.392-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.392-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.284 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div