← België

Cassatiebeschikking 13087 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.087 Rolnummer: A. 226542/XIV-37863 Zaak: Cassatiebeschikking 13087 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-19 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 01:09 Fiche Beschikking nr 13.087 van 6 december 2018 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.087 van 6 december 2018 in de zaak A. 226.542/XIV-37.863 In zake : XXXXX wonend te 3660 Opglabbeek Weg naar Opoeteren 181/1 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Sampermans kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 46 tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 29 oktober 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 210.703 van 9 oktober 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 21 november 2018 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De zorgvuldigheidsplicht is als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing op de jurisdictionele beslissingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, die te dezen uitspraak met hervormingsbevoegdheid heeft gedaan. Wat de voorgehouden schending van “de motiveringsplicht” betreft, herhaalt XIV-37.863-1/2 verzoeker in het cassatiemiddel zijn kritiek op de aanvankelijk bestreden beslissing en verwijst hij naar “de motivering van het CGVS” en “de stellingen van het CGVS,” maar gaat hij voorbij aan de concrete motieven van het bestreden arrest. Met de algemene stelling dat “de Gambiaanse bescherming […] geenszins voldoet aan de Europese maatstaven” en dat “het wel degelijk [gaat] om vrees voor vervolging” vraagt verzoeker in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling terwijl de Raad van State als administratieve cassatierechter niet de zaak zelf vermag te beoordelen. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zes december tweeduizend achttien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.863-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.