← België

Cassatiebeschikking 13101 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.101 Rolnummer: A. 226524/XIV-37861 Zaak: Cassatiebeschikking 13101 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-12-24 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-25 01:12 Fiche Beschikking nr 13.101 van 14 december 2018 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.101 van 14 december 2018 in de zaak A. 226.524/XIV-37.861 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kati Verstrepen kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 oktober 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 209.625 van 19 september 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 5 november 2018 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de vreemdelingenwet specifiek aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de XIV-37.861-1/5 jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. De bewijskracht van een akte is slechts miskend indien de uitlegging die de rechter eraan geeft onverenigbaar is met de bewoordingen of de inhoud ervan.
  2. Ten onrechte voert verzoeker in het eerste onderdeel van het middel aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet heeft geantwoord op zijn argumentatie in verband met de vraag of de taliban de controle uitoefent over het district Surkhrod. Zich steunend op de informatie vervat in het rechtsplegingsdossier - waaronder het UNHCR-rapport ‘UNHCR Eligibility Guidelines for assessing the international protection needs of asylum-seekers from Afghanistan’ van 19 april 2016, het EASO-rapport ‘Afghanistan Security Situation’ van december 2017 en het rapport ‘COI Focus Afghanistan: Veiligheidssituatie in Jalalabad’ van 20 februari 2018, de door de verwerende partij bijgebrachte EASO-rapporten ‘Afghanistan Security Situation - Update’ van mei 2018 en ‘Country Guidance: Afghanistan. Guidance note and common analysis’ van juni 2018, en het door verzoeker overgemaakte ODI-rapport ‘Life under the Taliban shadow government’ van juni 2018 overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest immers dat “[h]et ODI rapport ‘life under the taliban shadow government’ van juni 2018 dat aantoont dat de controle van de taliban veel verder strekt dan de gebieden die formeel gezien door hen bezet zijn, […] in dezelfde lijn [ligt] als de informatie waarop de analyse van de veiligheidssituatie in Afghanistan is gestoeld en […] geen afbreuk [doet] aan de vaststelling dat het district Surkhrod volgens de laatste berichtgeving niet onder de controle van de taliban staat noch dat het gecontesteerd gebied zou zijn”. Daarmee is voldaan aan de vereisten van de jurisdictionele motiveringsplicht. Anders dan verzoeker beweert vormt de overweging “dat het district Surkhrod volgens de laatste berichtgeving niet onder de controle van de taliban staat noch dat het gecontesteerd gebied zou zijn” geen miskenning van de bewijskracht van de stukken uit het administratief dossier. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen steunt zich voor deze overweging op het EASO-rapport ‘Afghanistan Security Situation’ van december 2017 en de door de verwerende partij bijgebrachte EASO-rapporten ‘Afghanistan Security Situation - Update’ van mei 2018 en ‘Country Guidance: Afghanistan. Guidance note and common analysis’ van juni 2018 waaruit blijkt dat het district Surkhrod niet wordt vermeld XIV-37.861-2/5 als een van de door de taliban gecontroleerde gebieden (“Taliban control zones”) of gecontesteerde (“contested”) districten van de provincie Nangarhar. Dat uit de bronnen in het administratief dossier niet zou blijken dat het district Surkhrod volledig onder controle van de Afghaanse overheid staat, vermag aan de voormelde overweging van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen afbreuk te doen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beweert immers ook niet dat het district Surkhrod volledig onder controle van de Afghaanse overheid staat. In de mate dat verzoeker de juistheid van het motief van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betwist, nodigt hij de Raad van State uit de appreciatie door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over te doen. De Raad van State is als administratieve cassatierechter evenwel niet bevoegd om in de beoordeling van de feiten te treden.
  3. Uit de overweging dat “[d]e door verzoekende partij selectieve verwijzing naar de informatie gevoegd aan de aanvullende nota van verwerende partij, [de] voorgaande appreciatie niet [kan] ombuigen” blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, anders dan verzoeker thans in het tweede onderdeel van het middel aanvoert, wel degelijk rekening heeft gehouden met verzoekers argumentatie in verband met de intensiteit van het conflict in Surkhrod. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is evenwel van oordeel dat die argumentatie geen afbreuk doet aan zijn appreciatie “dat er actueel voor burgers in het district Surkhrod […] geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, c) van de Vreemdelingenwet is”. Met deze overwegingen is voldaan aan de vereisten van de jurisdictionele motiveringsplicht. De voormelde overweging van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is niet onverenigbaar met de vermelding in het EASO-rapport ‘Afghanistan Security Situation - Update’ van mei 2018 dat het district Surkhrod zich op het vlak van conflictintensiteit in de op één na zwaarste categorie bevindt en de vermelding in het EASO-rapport ‘Country Guidance: Afghanistan. Guidance note and common analysis’ van juni 2018 dat het district Surkhrod één van de districten is die vooral door het geweld worden getroffen. Verzoeker maakt geen schending van de bewijskracht van die rapporten aannemelijk. In zoverre verzoeker de juistheid van de voormelde overweging van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betwist, moet er andermaal op worden gewezen XIV-37.861-3/5 dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden.
  4. De overwegingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest dat “de typologie van het geweld in de districten Jalalabad, Behsud en Surkhrod gelijklopend is” en “dat de analyse van de veiligheidssituatie in de districten Jalalabad, Behsud en Surkhrod als een geheel moet worden gelezen” - die gesteund zijn op het rapport ‘COI Focus Afghanistan: Veiligheidssituatie in Jalalabad’ van 20 februari 2018 en het EASO-rapport ‘Afghanistan Security Situation’ van december 2017 waaruit blijkt dat voor de districten Jalalabad, Behsud en Surkhrod wordt vermeld dat het gros van het geweld kan worden toegeschreven aan de taliban of ISKP, dat de meeste gewelddadige incidenten volgens de inventaris van ACLED onder “remote violence” vallen en dat het geweld voornamelijk gericht is tegen Afghaans en internationaal veiligheidspersoneel - zijn niet onverenigbaar met de vermelding in het EASO-rapport ‘Afghanistan Security Situation - Update’ van mei 2018 dat het district Surkhrod zich op het vlak van conflictintensiteit in de op één na zwaarste categorie bevindt, terwijl Behsud en Jalalabad in de middelcategorie liggen, en de vermelding in het EASO-rapport ‘Country Guidance: Afghanistan. Guidance note and common analysis’ van juni 2018 dat het district Surkhrod één van de districten is die vooral door het geweld worden getroffen. Verzoeker maakt in het derde onderdeel van het middel niet aannemelijk dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich met voormelde overwegingen schuldig maakt aan de miskenning van de bewijskracht van de stukken uit het administratief dossier.
  5. Verzoeker toont in het enige middel niet aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht als vormvereiste voor jurisdictionele beslissingen of de bewijskracht van stukken uit het administratief dossier heeft miskend. Hij maakt evenmin een schending van artikel 39/2, § 1, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ en van de rechten van verdediging aannemelijk. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. XIV-37.861-4/5 BESLUIT:
  6. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  7. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op veertien december tweeduizend achttien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.861-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.