← België

Cassatiebeschikking 13102 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/12/2018

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.102 Rolnummer: A. 226493/XIV-37855 Zaak: Cassatiebeschikking 13102 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/12/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-25 01:13 Fiche Beschikking nr 13.102 van 18 december 2018 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.102 van 18 december 2018 in de zaak A. 226.493/XIV-37.855 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelyn Manquoi kantoor houdend te 2100 Antwerpen-Deurne Koningsarendlaan 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 23 oktober 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 209.821 van 24 september 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 21 november 2018 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker acht artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) geschonden met het bestreden arrest omdat daarmee voorwaarden aan de in die bepaling voorziene “bijzondere omstandigheden” zouden worden toegevoegd, meer bepaald “omdat in die bepaling geen voorwaarden worden XIV-37.855-1/3 gesteld aan een tewerkstelling via arbeidsovereenkomst en het al dan niet hebben van een arbeidsvergunning”. In het bestreden arrest wordt enkel vastgesteld, waar verzoeker zich beriep op zijn tewerkstelling in België als buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 9bis van de vreemdelingenwet, dat zijn verblijfsrecht definitief beëindigd is waardoor “verzoeker in elk geval niet meer de toestemming heeft om zijn tewerkstelling uit te oefenen, zodat het mogelijke verlies van deze tewerkstelling en bijgevolg de mogelijkheid om de huur te betalen door de aanvraag om machtiging tot verblijf in het buitenland in te dienen niet als een buitengewone omstandigheid kan worden beschouwd”. Met de vaststelling dat de verwerende partij vermocht te beslissen dat verzoeker zich wat de voorwaarde van de buitengewone omstandigheden betreft niet kan beroepen op het mogelijke verlies van een tewerkstelling die hij hoe dan ook niet meer vermag uit te oefenen, heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen voorwaarde toegevoegd aan artikel 9bis van de vreemdelingenwet. Verder vermag de Raad van State niet zelf te oordelen of een bepaald element al dan niet een buitengewone omstandigheid in de zin van de voornoemde bepaling vormt vermits hij als administratieve cassatierechter niet de zaak zelf vermag te beoordelen. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-37.855-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op achttien december tweeduizend achttien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.855-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.13.102 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.